U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Literatuur

Dr Pereira is, in de naar hem vernoemde roman van Antonio Tabucchi, redacteur van de cultuurpagina van een rechtse krant in het Portugal van de jaren dertig. Een gezapig baantje dat hem in staat stelt zich volop zorgen te maken over zijn gezondheid. En zich vooral niet met politiek te bemoeien. De fascistische dictatuur in zijn land neemt steeds naargeestiger vormen aan. Zo lang hij brave stukjes over vaderlandslievende schrijvers pent, is er niks aan de hand.

Dan komt een jongeman op zijn pad die een inkomen nodig heeft. Pereira geeft hem een column. Maar de jongeman schrijft allemaal stukken over linkse schrijvers. Pereira plaatst ze niet, maar betaalt ze wel. De jongeman gaat een medestander zien in Pereira, die zo langzaam maar zeker in een hoek gedreven wordt en uiteindelijk besluit een statement te maken.

Lees meerAntonio Tabucchi: Pereira maintains

Magda Goebbels, de vrouw van de nazi-propagandachef, is vooral bekend om het feit dat ze haar eigen kinderen ombracht in de nadagen van het Derde Rijk, omdat ze geloofde dat er voor hen toch geen toekomst zou zijn. Ze wordt ook nergens sympathiek in de novelle die Meike Ziervogel over haar schreef.

Ziervogel slaagt er wel in om haar tot leven te wekken, de treurige kindertijd, de erkenning als geliefde van Joseph Goebbels (met wie ze het aanlegt omdat Adlof Hitler zelf onbereikbaar blijft), het fanatisme dat omslaat in defaitisme. Hoewel ze dicht bij de bronnen blijft, is het natuurlijk fictie, wat Ziervogel extra benadrukt door de verschillende stijlfiguren die ze in de loop van de novelle hanteert.

De jeugd wordt deels verteld vanuit het perspectief van de moeder. Door Magda’s ogen zien we hoe ze verliefd wordt op Hitler, maar genoegen neemt met Goebbels. De dagen in de bunker zijn geschreven als fragmenten uit het dagboek van de oudste dochter Helga. Het meest indrukwekkend is de passage waarin Magda droomt wat haar te wachten staat als de Sovjets Berlijn innemen: levend in een vergane tent, met nauwelijks te eten voor de kinderen, zijzelf in voortdurende pijn bij gebrek aan morfine, Helga die geld verdient door zich te prostitueren. Je snapt bijna waarom de kinderen beter dood konden zijn. Bijna.

De markt bestaat uit vijf gebouwen van meerdere verdiepingen in een verlopen wijk van Seoul. Kleine winkels met goedkope spullen en reparatiezaakjes voor de Zuid-Koreanen die het niet breed hebben, net als de winkeliers zelf. Mujae en Eungyo zijn assistenten van een winkelier – veel lager kun je op de carrièreladder niet belanden. Langzaam groeien ze naar elkaar toe in One hundred shadows, de enige in het Engels vertaalde roman van de in eigen land bekende schrijfster Hwang Jung-Eun.

Zoals wel vaker bij Koreaanse romans (en films) heb je als westerse lezer voortdurend het gevoel dat je dingen ontgaan, dat je geen goede antenne hebt voor de melancholie die wordt uitgedrukt. Je ziet haar wel, maar je kunt er niet goed bij. Of misschien is dat een illusie en is juist die onbereikbaarheid het gevoel dat de schrijfster wil overbrengen. Wat zijn bijvoorbeeld die schaduwen die over mensen heen hangen ten teken dat het niet goed met hen gaat? Of hoeven we dat helemaal niet te weten?

Hoe dan ook, Hwang schreef ee klein juweeltje, waarin plotmatig niet veel gebeurt, maar de kleine gebaren ertoe doen. Mujae en Eungyo draaien om elkaar heen, komen steeds dichter bij elkaar, maar raken elkaar nooit. De schaduwen blijven hangen.

Becks laatste zomer is de debuutroman van de Duitse schrijver Benedict Wells, die onlangs in het Nederlands vertaald werd na het grote succes van Het einde van de eenzaamheid. Je kunt het lezen als vrolijke, licht melancholische roman over volwassenwording, maar onder het oppervlak smeult een complexe vertelling over herinneringen en dromen. Beck komt op 12 juli naar Rotterdam om erover te vertellen (kaartjes).

Robert Beck is een gewezen rockmuzikant, die leraar is geworden op een middelbare school in München. Een van zijn leerlingen is de Litouwse Rauli, een muzikaal genie in de dop. Beck neemt hem onder zijn hoede, deels omdat hij oprecht wil dat de jongen slaagt, deels omdat hij hoopt via Rauli zijn eigen muziekcarrière weer een boost te geven. Rauli staat er ook dubbel in: hij is dankbaar dat Beck zijn leermeester wil zijn, maar beseft ook dat die hem niet zal brengen waar hij naartoe wil. Beck is een maatje te klein voor Rauli.

Lees meerBenedict Wells vertelt in Rotterdam over Becks laatste zomer

Bij toeval las ik direct achter elkaar twee novellen waarin vrouwen een gedaanteverandering ondergaan. In Lady into Fox van David Garnett verandert een vrouw plotseling in een vos, terwijl Andrew Kaufmans The tiny wife gaat over een vrouw die begint te krimpen. Er zit bijna een eeuw tussen de publicatie van beide boeken, maar ze laten zich goed vergelijken.

In David Garnetts novelle is de transformatie zelf een gegeven. Het gebeurt direct in het begin van het verhaal, zonder verklaring. Daarna gaat het over de worsteling van haar echtgenoot om van haar te blijven houden, terwijl zij steeds meer haar menselijke trekken verliest. Ze verscheurt haar kleren, verliest haar tafelmanieren, houdt niet meer van lezen, neemt een vogel te grazen en probeert te ontsnappen. Dat laatste lukt uiteindelijk, waarop haar man ook aan het zwerven slaat, nog altijd in de hoop zijn geliefde terug te winnen. In feite begint het verhaal met één absurditeit, waarvan de consequenties vervolgens worden uitgewerkt.

Lees meerTwee novellen over muterende vrouwen

De burgemeester heeft een oogje op de vrouw van de molenaar. Dus laat hij op een avond de molenaar wegroepen door de politiecommissaris, maar vlakbij de molen valt hij lelijk in het water. De vrouw van de molenaar, die de truc doorheeft, strijkt de hand over het hart en stopt de burgemeester in bed, terwijl ze zelf de dokter gaat halen. De molenaar, ondertussen, ontsnapt aan de politie en keert huiswaarts, waar hij de burgemeester in zijn bed aantreft. Woedend trekt hij diens kleren aan en spoedt zich naar de stad om de burgemeestersvrouw te verleiden. En dan …

Enfin, veel diepzinnigheid komt niet te pas aan het plot van Pedro Antonio de Alarcóns novelle The three-cornered hat, gebaseerd op een Andalusisch volksverhaal. Maar de auteur dient het allemaal smakelijk op en het was bij verschijnen (1874) dan ook een groot succes. Later werden er nog een opera en een ballet van gemaakt. Prima boekje voor een avond licht vermaak.

Schuur nummer twaalf kijkt neer op nummer 13 en 14. De laatste bevatten namelijk vaten zuurkool, terwijl hij de trotse bewaker is van een stel mooie fietsen. Dan slaat het noodlot toe: schuur nummer twaalf wordt verkocht. De fietsen gaan weg, er komt een vat ingelegde komkommerlijken voor in de plaats. Vat en schuur mogen elkaar niet. Dat kan alleen maar verkeerd aflopen – en dat doet het dan ook in de verhalenbundel The blue lantern van de Russische auteur Victor Pelevin.

Schuur nummer twaalf is niet de enige, laten we zeggen, minder gebruikelijke hoofdpersoon in de verhalen. Er zijn bijvoorbeeld ook twee kuikens die proberen te ontsnappen aan de slacht, twee cocaïne snuivende soldaten die communisten in Sint Petersburg moeten tegenhouden tijdens de revolutie van 1917, en een vrouw die een handeltje heeft in het tot leven wekken van omgekomen Duitse soldaten, om ze te laten trouwen met Russinnen die zo een visum voor het westen proberen te bemachtigen.

Knettergek is de beste omschrijving voor Pelevins verhalen, maar ze boeien niettemin. Want knettergek was ook de tijd (begin jaren negentig) waarin Pelevin de verhalen schreef. Het verhaal van de kuikens, bijvoorbeeld, valt goed te lezen als een parabel over twee dissidenten die liever voor het grote onbekende kiezen dan dat ze bij de groep blijven. Knettergek, zeker, maar minstens zo fantasievol en intrigerend.

Welbeschouwd is het nogal wonderlijk dat Kameraad Kisljakov van Pantelejmon Romanov überhaupt heeft kunnen verschijnen in de Sovjet Unie onder Stalin. Goed, de roman werd na verschijning snel verboden, maar Romanov slaagde erin nog jarenlang te leven en zelfs een natuurlijke dood te sterven. Terwijl samenwerken met de communisten toch vrij onverholen met hoererij wordt vergeleken en ook anderszins weinig fraais over de rode heilsstaat te lezen valt.

Het verhaal: Ippolit Kisljakov is medewerker van het Centraal Museum te Moskou en behoort daarmee tot de intelligentsia. Een rustig leventje dat verstoord wordt door de aanstelling van een nieuwe directeur, die het museum meer in lijn moet brengen met het nieuwe regime. Het is duidelijk dat dit niet voor iedereen goed gaat aflopen. Kisljakov besluit er het beste van te maken en zorgt dat hij niet al te opvallend in het gevlei komt bij de nieuwe directeur. Gaandeweg neemt hij meer afstand van zijn oude collega’s, die een voor een worden weggestuurd. Romanov observeert:

Het volk, het proletariaat, dat zo aandoenlijk en geweldig was geweest zolang het door andere klassen was mishandeld, was helemaal niet meer aandoenlijk en geweldig toen het deze klassen zelf begon te mishandelen en daarbij op de meest directe manier van zijn eigen bestaan te kennen gaf, dat wil zeggen, met boerenhemd en laarzen alle instellingen binnenliep en zijn plek innam.

Lees meerPantelejmon Romanov: Kameraad Kisljakov

Net als in de jongste roman van Ester Gerritsen wordt er in De heilige Rita van Tommy Wieringa stevig geloofd, op katholieke wijze. Dit keer niet in een klooster maar op het Twentse platteland, tegen de Duitse grens aan. Hoofdpersoon is Paul Krüzen, een eenling die nooit verder gekomen is dan de boerderij van zijn ouders, waar hij nog altijd voor zijn oude vader zorgt. Hij drijft er een handeltje in militaire memorabilia.

Pauls moeder is er ooit vandoor gegaan met een Russische piloot die – en dit mogen we toch echt een Wieringaiaanse wending noemen – tijdens de Koude Oorlog onder de radar van het IJzeren Gordijn door vloog en in het maisveld achter de boerderij crashte. De Rus werd ondervraagd door de autoriteiten, die verder niet wisten wat ze met hem moesten, zodat ze hem maar op de boerderij terug bezorgden. Hij bleek uiteindelijk een interessantere man dan de introverte boer.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de flashbacks van de Rus de sterkste passages vormen in De heilige Rita. Het treurige gehannes met de dorpsgenoten, het bordeel net over de grens, het dorpje dat door immigranten overeind wordt gehouden tot ook die vertrekken, de leegte van het landschap, het is allemaal prachtig beschreven, maar het ontbeert de vonk van inventiviteit. Nog steeds een sterk boek, maar niet Wieringa’s beste, zoals de recensent van het AD suggereerde.

Ter voorbereiding op de komst van Esther Gerritsen naar Worm Rotterdam op 24 april (koop kaartjes!) las ik haar nieuwste roman, De trooster. Wie de letterenscene een beetje volgt weet waar die over gaat, want zo’n beetje alle kranten hebben er aandacht aan besteed. Maar in het kort: Jacob, de concierge van een klooster, wint tegen zijn zin het vertrouwen van een gast, Henry Loman. Er ontwikkelt zich een vriendschap waarbij Jacob steeds meer het gevoel krijgt dat hij Henry moet redden.

De trooster leest bij vlagen als een inleiding in het katholicisme. Het lijkt een nieuw thema in Gerritsens werk, maar op de achtergrond heeft het geloof altijd een rol gespeeld. In een van haar eerste toneelstukken (dat ik ergens in 1999/2000 zag) speelde een bisschop een opvallende rol. Hij stond in de keuken. De toeschouwers kregen hem niet te zien, maar de bisschop drong zich wel op in de conversatie.

Uiteindelijk gaat het boek echter niet over geloof, maar over Jacob, die vrij gemakzuchtig in het leven staat en nu geconfronteerd wordt met een opdracht, die hij eerst van zich af probeert te schuiven maar waarmee hij zich uiteindelijk zo identificeert dat hij zijn eigen en andermans grenzen overschrijdt. Knap geschreven door Gerritsen, die de lezer schijnbaar moeiteloos door een plot leidt dat een even logisch als verrassend eind kent.

Bestel hem bij bol.com


×