Aanbevolen romans en novellen

De hoofdpersoon van De Kolibri, de nieuwe roman van Sandro Veronesi, is een oogarts die alles graag bij het oude houdt. Marco Carrera heet hij. Het verhaal gaat over zijn levenslange liefde voor Luisa, leven en dood van zijn ouders, de kleindochter in wie hij uiteindelijk zijn levensbestemming vindt. Uiteraard blijft er helemaal niets bij het oude. De kolibri moet hard met zijn vleugels klapperen om een beetje op zijn plek te blijven.

Naast het melancholieke verhaal valt De Kolibri op door de mix van stijlen. De roman begint op negentiende-eeuwse wijze, met een verteller die de lezer bij de hoofdpersoon introduceert en hints geeft van wat hem te wachten staan. Even makkelijk schakelt Veronesi echter naar moderne stijlmiddelen, zoals transcripties van mailtjes, zonder dat het geforceerd overkomt. Ook de betogen over milieurampen en vluchtelingen vallen als vanzelf op hun plek.

Kortom, Sandro Veronesi is een topgast voor Boek & Meester. Een rasverhalenverteller die vele stijlen beheerst en actuele thema’s niet schuwt in wat verder een tijdloze familieroman is. Hij is op 28 februari in Worm te Rotterdam, vanaf 20 uur. Eerst een interview door Ernest van der Kwast, daarna gelegenheid tot vragen stellen, zowel publiek als persoonlijk tijdens de signeersessie. Koop nu kaartjes.

Leonora Carrington was een Brits-Mexicaanse schrijfster en schildenares van de surrealistische school. Ik las een bundel met al haar korte verhalen, die ze in het Engels, Frans en Spaans schreef. Het is een klein literair oeuvre, net als haar schilderijen overigens. Maar het is wel behoorlijk uniek.

Het zijn korte, plotloze verhalen met veel bizarre ontmoetingen, pratende dieren, donkere bossen en andere sprookjeselementen. Allemaal hebben ze iets duisters, morbide over zich – inderdaad ook zoals veel sprookjes. Een moraal of pointe is er dan weer niet. De naoorlogse vertellingen (ongeveer een derde van het totaal) hebben merendeels een iets andere toon: wat moderner, met her en der referenties aan de actualiteit en soms zelfs iets dat op een verhaallijn lijkt.

Al met al een intrigerende bundel, maar als je een paar verhalen achter elkaar gelezen hebt, begint het wel een beetje op een maniertje te lijken. In detail voorspelbaar is een surrealistisch verhaal nooit, maar na de zoveelste absurde wending kijk je daar niet meer van op. De verhalen van Leonora Carrington zijn de moeite waard, maar kunnen best in kleine doses genoten worden.

Euthanasie, seks en revolutie, dat zijn de ingrediënten van Ayu Utami‘s roman Larung. Wat de drie onderwerpen gemeen hebben is dat ze geen gebruikelijk gespreksonderwerp zijn in Indonesië. Althans, niet in het openbaar. De openhartigheid van Utami opende een heel nieuw genre in de Indonesische literatuur.

Larung, de hoofdpersoon van de roman, is een stille jongeman die in het eerste deel zijn dementerende grootmoeder ombrengt door beheksing. Daarna verdwijnt hij buiten beeld voor de liefdesperikelen van een groep jonge vrouwen in de aanloop naar de val van Suharto. Larung keert in het derde deel terug als een leider van het verzet tegen de dictatuur die een aantal jongemannen in veiligheid moet brengen.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Larung als roman matig geslaagd is. Daarvoor hangen de delen teveel als los zand aan elkaar (met name deel 1 is als zelfstandig verhaal overigens wel heel geslaagd). Maar daar ligt dan ook niet de betekenis van het boek. Het gaat erom wát er verteld wordt, niet hoe. De betekenis van deze roman is in de eerste plaats lokaal, Indonesisch.

Telkens wanneer ik een boek over Nederlands Indië lees, valt me op hoe weinig dat land te maken heeft met de plaats waar ik opgroeide – geografisch op dezelfde plek, maar er verder een wereld van verwijderd. De laatste keer dat ik er was, vertelde iemand me dat Nederland hier ooit de baas geweest was. Hij leek het een bizar weetje te vinden dat hij graag met me deelde voor het geval ik het niet wist.

Enfin, met die context begon ik dus (eindelijk) aan De tolk van Java van Alfred Birney. De hoofdmoot van deze autobiografische roman beslaat de memoires van Arto Noland, de vader van de ik-figuur, die tijdens de Japanse bezetting en de aansluitende Indonesische vrijheidsoorlog de ene na de andere tegenstander van de Nederlanders ombrengt met zwaarden, dolken en alles wat hij maar in handen heeft. Daaromheen vertelt Birney het verhaal hoe deze getraumatiseerde massamoordenaar eenmaal in Nederland een gezin sticht en dat vervolgens terroriseert.

Een vrolijk boek is het niet, wel dwingend en zakelijk geschreven over een deel van de Nederlandse geschiedenis dat er doorgaans bekaaid vanaf komt – ook in Indonesië zelf. In een artikel (in het Indonesisch) dat ik vond over de actie rond Bondowoso waar het in de roman over gaat, las ik niks over wreedheden van Nederlandse kant, alleen over het dappere verzet tegen de agresi militar Belanda. En ik vond een foto van Indonesische jongeren die het graf schoonmaken van Djemilah Birnie, een voorouder van de auteur. Het trauma van de geschiedenis, hoe gewelddadig ook, is aan het wegslijten.

Nog een Japans boek dat op de stapel lang: Silence van Shusaku Endo, drie jaar geleden verfilmd door Martin Scorcese. In de previews daarvan kwam nogal de nadruk te liggen op fysieke martelingen, die in het boek wel een rol spelen, maar er niet centraal staan. De roman uit 1966 gaat over de geestelijke kwellingen van een jonge Portugese priester in Japan.

De context is even eenvoudig als onverbiddelijk. In het Japan van 1640 staat christenen, als ze ontdekt worden, de doodstraf te wachten. Twee Portugese priesters nemen het op zich om de verdrukte gelovigen bij te staan en gaan clandestien aan land. Daar komen ze er al snel achter dat hun aanwezigheid leidt tot een verhoogde jacht op de lokale christenen, die meermaals hun leven geven om de twee priesters te beschermen. Een van de priesters vindt de marteldood, de ander wordt in leven gehouden. De bedoeling is dat hij, als voorbeeld voor de christenen, zijn geloof publiekelijk zal opgeven onder dreiging van marteling.

Lees meer Shusaku Endo: Silence

Geïnspireerd doordat ik onlangs voor Boek & Meester de bundel met Japanse reisverhalen van Cees Nooteboom moest lezen, pakte ik een Japanse klassieker van de plank met nog te lezen boeken: Kokoro van Natsume Soseki. De titel is in het Nederlands vertaald als ‘De wegen van het hart’, maar het woord drukt iets uit in de driehoek van hart, ziel en diepste gevoelens. Kokoro gaat nergens heen, het ís.

Het verhaal wordt in drie delen verteld. Het eerste gaat over de relatie tussen een naamloze leerling en diens even naamloze meester. De meester vindt dat hij niets te doceren heeft, ook niet als de leerling aandringt. De onuitgesproken les is dat de leerling door zijn meester te doorgronden het leven moet leren begrijpen. In het tweede deel gaat de leerling terug naar zijn geboortedorp om zijn stervende vader nabij te zijn. Ondertussen sterft de meester, maar niet voordat hij een lange brief aan zijn leerling (derde deel) heeft gestuurd waarin hij uitlegt hoe zijn leven heeft kunnen mislukken.

Kokoro, uit 1914, geldt als de eerste moderne Japanse roman. Hij is traag, met de nodige herhaling, maar de 110 korte hoofdstukken houden niettemin de aandacht vast (het werd oorspronkelijk als feuilleton in een krant gepubliceerd). Het gaat over de relatie tussen meester en leerling, maar tegelijkertijd op een symbolisch niveau over de industrialisering van Japan gedurende het Meiji-tijdperk, dat wil zeggen de teloorgang van oude tradities in de overgang naar een nieuwe tijd. Het is zo’n boek dat na een eeuw nog niets aan zeggingskracht heeft verloren.

“Mijn linkeroor is eens uitgescheurd toen mijn opa mij drie kussen gaf. Hij pakte me altijd bij mijn oren en die dag heel hard. Met een spiegeltje zag ik dat het bloedde, maar niemand geloofde dat het daarvan kwam. (…) Mijn opa had mijn oma in de oorlog van een Amsterdammer in een loopgraaf bij Stalingrad gekocht. Een jongen die net als mijn opa naar de Duitsers was overgelopen.”

Die zinnen op de eerste pagina van Niemand keek omhoog namen mij meteen in voor de roman van Evelien Vos. Het is precies het soort gekte dat de opmaat is naar een inventief verhaal dat niettemin beide voeten op de grond houdt. Fris geschreven in de korte zinnen waar Nederlandse lezers, redacteuren en auteurs zo dol op zijn. Gelukkig zondigt Vos regelmatig tegen die conventie.

Het verhaal gaat over Lucy, een twintiger die niet goed weet wat ze met haar leven moet en in het tweede deel van het boek min of meer zonder plan naar Madrid verhuist om daar een bestaan op te bouwen als vertaalster. In het derde deel volgt een dramatische tournure waar ik niks over zeggen ga. Het is allemaal wat droefjes zonder zwaarmoedig te worden – knap gedaan van Evelien Vos.

Toch loste de roman voor mij de belofte van de eerste pagina niet echt in. Daarna komt het verhaal namelijk snel in het gareel van de Nederlandse debuutroman: een hoofdpersoon die dicht bij de auteur staat, veel alledaagse mijmeringen, een vleugje seks, een onverwachte wending die naar het slot toewerkt. Allemaal keurig netjes en zeker niet slecht, maar nog niet de auteur met een eigen geluid die zich op de eerste pagina aankondigde.

Adam is een jaar of twaalf (vermoed ik) als soldaten het huis binnenvallen en zijn pleegvader meenemen. Een moeder heeft hij niet. Het gebeurt op het fictieve eiland Nusa Perdo, maar de omstandigheden zijn zo reëel als maar wezen kan. Indonesië in de eerste drie weken van augustus 1964. Er zijn volop straatprotesten, massa-arrestaties van (vermeende) communisten, revolutionairen die aanslagen plegen en een president die de aandacht probeert af te leiden door Maleisië met oorlog te dreigen. Kortom, de Maleisische schrijver Tash Aw heeft een fraaie achtergrond voor Adams zoektocht in Map of the Invisible World.

Adams pleegvader Karl is een Nederlander die in het anticommunistische vangnet is beland. De jongen heeft één aanknopingspunt, een adres in Jakarta. Daar woont Margaret, een Amerikaanse jeugdliefde van Karl. Samen gaan ze op zoek in een ingenieus plot waar ik niet teveel over zal zeggen behalve dat die door het hart van de revolutionaire sfeer in het toenmalige Jakarta leidt (er is ook een mooie film over die periode).

Lees meer Tash Aw: Map of the Invisible World

De Nederlandse literatuur lijdt al een poosje aan de redactiepest. Korte, feitelijke zinnen. Show, don’t tell. Focus: één hoofdpersoon, maximaal een handvol bijfiguren. Rustig naar de climax toewerken (bijvoorbeeld een geheim uit het verleden dat onthuld wordt). Het leidt, los van het vertelde verhaal, tot stilistische eenvormigheid. Niet slecht, wel risicoloos. En toen was daar ineens Vallen is als vliegen van Manon Uphoff.

Over het angstaanjagende verhaal, van een vader die zijn seksuele wil aan zijn dochters oplegt, ga ik het niet hebben. Dat mogen anderen doen. Mij gaat het om de manier waarop Uphoff taal gebruikt om de lezers mee te sleuren in de verwarring en pijn van hoofdpersoon MM. De stijl sluit naadloos aan bij het karakter. Geen keurige chronologische vertelling, maar fragmentarisch, nu en dan in grote lijnen, dan weer met groot gevoel voor detail – precies zoals het geheugen van een getraumatiseerd kind werkt.

Lees meer Manon Uphoff: Vallen is als vliegen

Net als eerdere boeken die ik van Yuri Herrera las, speelt Kingdom Cons zich af aan de Mexicaanse zijde van de grens met de Verenigde Staten. Een droomwereld waarin iedereen bezig is met ‘de andere kant’. Een wereld van arme mensen op zoek naar iets beters, mensen die weten dat die zoektocht door schimmige onderwerelden leidt, maar daar liever niet teveel aan denken.

De hoofdpersoon van Kingdom Cons is Lobo, een muzikant die sappelt in de bars van een grensstadje, totdat hij de aandacht trekt van een drugsbaas, De Koning, die hem uitnodigt in zijn Paleis. Vanaf dat moment verliest Lobo zijn naam en wordt De Artiest op een plek waar iedereen onder zijn bijnaam leeft. Het Paleis leeft voortdurend onder hoogspanning en de vraag is of De Artiest zich daarin staande gaat houden.

Het knappe van Yuri Herrera is dat hij je binnen een paar pagina’s bij de lurven heeft en zijn wereld binnen sleept (wat ook wel moet, want hij schrijft dunne boeken). Hoe hij dat precies doet, zie ik ook na herlezing niet precies. Zijn personages zijn bijna naamloze getormenteerde schimmen, hun wereld is onwerkelijk en wreed. De connectie met de gewelddadige werkelijkheid aan de Mexicaanse grens is helder, maar tegelijk ook niet. Alle afzonderlijke zinnen zijn kraakhelder, maar in de nevel ertussen weet Herrera onwaarschijnlijk veel op te roepen.