Aanbevolen romans en novellen

Café Blaman

097

Ja. Ja. Ja. Nee. Met die tekst stal Fred van der Hilst de show tijdens de heropvoering van het boekentribunaal tegen ‘Eenzaam Avontuur’, de roman van Anna Blaman, uit 1949. Tegenwoordig komt het vooral komisch over, maar indertijd moet het schrijnend geweest zijn, zo vlak na de oorlog, een aanklacht tegen ‘Entartete’ kunst. Blaman werd volkomen de grond ingeboord door collega-auteur Albert Helman, en dat in de vorm van een rechtbankzitting. Gelukkig had ze destijds zelf de tegenwoordigheid van geest gehad om de vertoning niet bij te wonen.

De vertoning van vanavond in Arminius, georganiseerd door het Letterenhuis, was een nauwgezette reconstructie met een locale sterrencast. Speciale vermelding verdient nog Gerard Cox, die met zichtbaar genoegen een Amsterdamse boekverkoper neerzette. En Laurens Abbink Spaink, die in de zaal de rol van rumoerig publiek vertolkte. Mooie combinatie van literair erfgoed en vermaak.

Pram is dood

089

Vandaag is Pramoedya Ananta Toer overleden, de voornaamste schrijver van Indonesië. Iedere literatuurliefhebber die niet de eerste drie delen van zijn Minke-cyclus gelezen heeft, moet zich schamen. Maar los van zijn literaire kwaliteiten (hij heeft enige hang naar sentimentaliteit) verdient hij vooral bewondering om zijn vasthoudendheid.

Al die verloren gegane manuscripten, vijftien jaar strafkamp, geen bewegingsvrijheid – en toch maar blijven schrijven. Of spreken. De Minke-cyclus vertelde hij eerst aan zijn medegevangenen op het Molukse eiland Buru. Pas veel later verscheen het op schrift. Met Pramoedya Ananta Toer is een geëngageerd politiek schrijver heen gegaan.

Berberspecial

075

Deze avond presenteert Passionate zijn berberspecial in hotel New York, met de hele top van schrijvende Mocro’s, zoals Abdelkader Benali, Said el Haji, Khalid Boudou en Mohamed Benzakour. Beetje luisteren naar voordrachten en interviews, maar vooral bijpraten met bekenden. Door de verkiezingen ben ik toch een beetje uit het culturele wereldje geraakt. Wat niet betekent dat er niet over politiek gebabbeld wordt. Ik mag vertellen waar ik denk dat het heen gaat en zeg: een coalitie van PvdA, CDA en VVD.

Passionate Magazine

022

Veel beeldverhaal in de meest recente Passionate Magazine. Naast een interview met de Amerikaan Mark Z. Danielewski, die onlangs een geïllustreerd horrorsprookje uitbracht, ook een recensie van Joe Sacco’s ‘Onder Palestijnen’ (de vermoedelijk eerste journalistieke strip) en een artikel van mijn hand over de opkomst van de literaire strip.

Orhan Pamuk

019

De Turkse schrijver Orhan Pamuk heeft vandaag te horen gekregen dat zijn rechtszaak voorlopig verdaagd is. Hij zou zich moeten verantwoorden omdat iets hardop gezegd heeft dat nationalistische Turken liever niet horen, namelijk dat hun land verantwoordelijk is voor een van de grootste systematisch slachtpartijen van de moderne geschiedenis, die op de Armeniërs in 1915 (achtergrondinfo daarover hier).

Pamuk staat bekend om briljante, maar behoorlijk ingewikkelde romans, al worden zijn boeken in de loop der jaren steeds toegankelijker. ‘Sneeuw’, absoluut zijn belangrijkste tot nu toe, speelt zich af in Kars, in het Armeense gebied van Turkije. Tegen een decor van fundamentalisten, meisjes met hoofddoeken, een nationalistische staatsgreep en heel veel sneeuw probeert een schrijver zijn jeugdliefde terug te winnen. Boeiend in alle opzichten en bovendien een diepgaande zoektocht naar een moderne Turkse samenleving, die in de rechtszaak een fikse tegenslag heeft getroffen.

Sub Urban wintervertellingen

017

Onlangs verschenen twee verhalenbundels bij de Rotterdamse uitgeverij Douane. ‘Sub Urban’, verschenen ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van Passionate, bundelt twaalf jonge auteurs uit de stal van dat tijdschrift. ‘Vier Rotterdamse wintervertellingen’ bevat verhalen van vier (sic) auteurs, van wie er twee ook in de eerste bundel staan. Dat geeft al een beetje aan dat de bundels aan elkaar verwant zijn. Het zijn allemaal zeer aardse vertellingen, al verschillen ze onderling sterk.

Juist de twee ‘dubbelaars’ laten de uitersten zien. Laurens Abbink Spaink voert troosteloos geweld op, terwijl Sanneke van Hassel haast dromerig schrijft. Toch blijft er na lezing van beide bundels iets steken. Prima verhalen allemaal, niks aan op te merken, maar ook nogal risicoloos, zowel stilistisch als inhoudelijk. Iets meer lef had geen kwaad gekund bij een jonge garde die toch geacht mag worden de hemel te willen bestormen.

Doorgedraaide informatici

016a

ICT’ers doen het doorgaans niet zo goed als romanfiguren. Om eerlijk te zijn ken ik er maar één. Die heet Eug en is de hoofdpersoon in ‘De hondenkoning’ van Walter van den Berg. Eug beheert een productiestraat voor cd-roms bij een uitgeverij in Alphen aan den Rijn. Die productiestraat heeft hij zelf geprogrammeerd. In zijn vrije tijd heeft hij vage fantasieën over zijn veertienjarige buurmeisje, dat van zijn obsessie handig gebruik maakt. Elke dag zit Eug tot tien uur ‘s avonds te wachten of ze misschien langskomt om met de computer te spelen. Eug is, zeg maar, niet helemaal een doodgewone jongen.

Lees verder Doorgedraaide informatici

Drie boeren op weg naar een feest

008

Richard Powers is een van de krachtigste Amerikaanse schrijvers van dit moment. Vandaag las ik ‘Three farmers on their way to a dance’ uit, dat al uit 1985 dateert. In feite zijn het drie novellen, die in de loop van het boek steeds sterker verweven raken.

Centraal staat een foto van de Duitse fotograaf August Sander uit 1914: drie boerenjongens, op hun paasbest gekleed, op weg naar een feest aan de vooravond van de eerste wereldoorlog. De roman doet voor fotografie wat Orhan Pamuks ‘My name is red’ doet voor de miniatuurkunst: onderzoeken wat de relatie tussen beeld en werkelijkheid is. Tegelijkertijd is het spannend genoeg om tussen de haast essayisitische passages door te blijven boeien.

Powers is voor mij als schrijver ook interessant omdat hij nadrukkelijk in technologie geïnteresseerd is. Een van de hoofpersonen in ‘Three farmers on their way to a dance’ is net als ik ICT-journalist en Powers roman ‘Galatea 2.2’ is verreweg de beste die ooit over het begrip ‘kunstmatige intelligentie’ geschreven is. In beide romans speelt Maastricht een belangrijke rol, wat voor een Nederlandse lezer ook de nodige herkenning oplevert.

Kurt Gödel als dichter

000c05

Een paradox is een gedicht. Een paradox is een gedicht, omdat het een zoektocht is van woorden, verdwaald op weg naar de waarheid. Ergens aan de horizon glimt ze nog, die eeuwige waarheid, maar het prikkeldraad is onverzettelijk en de woorden staan daar maar zo’n beetje, op een afstandje kijkend naar het onbereikbare. Hun enige troost is de wetenschap dat de lezer met hen meeleeft, begrijpt waar ze zo graag heen hadden willen gaan, als de taal niet in haar taaiheid was gebleven. Daarom een gedicht.

De paradox spookt rond in het hoofd van de poète maudit die een rondje loopt door de lanen van Princeton. Het is augustus 1950 en hij heeft net een bezoek gebracht aan zijn goede vriend Albert Einstein, die met zijn hofhouding een eindje verderop woont. Zijn naam staat als getuige onder het testament van de man met de wilde haardos. Hij glimlacht flauwtjes. Lome, witte wolken hangen aan de lucht. Thuis wacht Adele op hem.

Lees verder Kurt Gödel als dichter