Aanbevolen romans en novellen

Vijfhonderd jaar lof der zotheid

1709

Van een vriend kreeg ik een nieuwe editie van Erasmus’ Lof der zotheid, vorig jaar uitgegeven ter gelegenheid van het vijfhonderdjarig bestaan van het boek. De uitgave in mijn boekenkast dateert uit 1944 en het is verbazingwekkend hoe de taal in twee generaties verandert. Erasmus glanst weer zo goed als nieuw in de recente vertaling.

De satirische gesel die Erasmus over het gezag legt, heeft in die vijf eeuwen niet aan kracht ingeboet. Ik vind het boek een mooi duo vormen met De vorst van Niccolò Macchiavelli, dat een paar jaar later verscheen. Waar Erasmus de waarde van het gezag afbrak, bouwde Macchiavelli het volgens dezelfde humanistische principes weer op.

Samen markeren beide boeken een kantelpunt in de politieke geschiedenis, waarin het gezag niet langer van God gegeven is, maar een menselijke verworvenheid, die binnen menselijke proporties aangewend dient te worden.

Chaos bij Vonnegut

1698

Kurt Vonnegut is zo’n auteur die lekker luchtig weg leest, maar die je toch aan het denken zet. Zijn meesterwerk is natuurlijk Slaughterhouse Five, een bizarre vertelling waar je smakelijk om kunt lachen, maar die ook een verwerking is van oorlogstrauma’s.

Een van de figuren uit Slaughterhouse Five, de mislukte science fiction schrijver Kilgore Trout, keert terug in Breakfast of Champions. Hij wordt uitgenodigd voor een lezing in een provinciestad, waar zijn ideeën de plaatselijke autodealer Dwayne Hoover, die toch al niet helemaal lekker was, aanzetten tot een explosie van zinloos geweld.

De reis van Kilgore Trout naar Midland City en de hallucinaties van Dwayne Hoover in de aanloop van hun ontmoeting vormen een vrij anarchistische vertelling, die de spanning echter goed opbouwt. Het slot, waarin Vonnegut ook nog eens zelf het verhaal binnen stiefelt, is een anticlimax. De diepere laag blijft flinterdun. Het lijkt erop dat Vonnegut hier zijn anarchistische hand toch wat overspeeld heeft.

Spam: Vallende kwartjes

1694

Zo vlak voor Sinterklaas nog even een cadeautip: Vallende Kwartjes van Ionica Smeets en Bas Haring. Het is een soort ‘best of’ van de populaire wetenschap, die wat meer substantie heeft dan het gemiddelde leuke-feitjes-boek.

Er staat ook een passage in uit mijn eigen boek, Het zit in een lab en het heeft gelijk, waarin ik uitleg dat de aarde niet per se om de zon draait. Maar de stukjes van onder andere Richard Feynman, Bill Bryson en Erwin Schrödinger zijn ook heel aardig.

Onverschilligheid volgens Camus

“In onze samenleving loopt een man die niet huilt op de begrafenis van zijn moeder, een gerede kans ter dood veroordeeld te worden.” Zo vatte Albert Camus ooit zelf zijn novelle De Vreemdeling samen. Het overkomt de hoofdpersoon Meursault.

Meursault staat nogal onverschillig in het leven, stoïcijns en fatalistisch zou je ook kunnen zeggen, om hem in een lange traditie te plaatsen. Als zijn moeder overlijdt, aanvaardt hij dat als een feit. Wanneer zijn geliefde met hem wil trouwen, vindt hij het best, maar het doet hem weinig. Zij doet hem weinig, al vindt hij het fijn dat ze er is. Zijn baas biedt hem promotie aan, maar van hem hoeft het niet zo.

Dit alles begint zich tegen hem te keren als hij een man vermoordt. Hij erkent dat hij daar straf voor verdient, maar kan niet met spijt terugkijken, omdat het niets zal veranderen. Dat hij voor zijn daad de strop krijgt, is uiteindelijk niet het gevolg van de daad zelf, maar van zijn karakter. Zeventig jaar na dato is De Vreemdeling nog altijd uiterst actueel (en stilistisch volledig bij de tijd). Het kreeg terecht onlangs weer een herdruk.

Lookee here, Moby

1685

Als kind heb ik ooit Moby Dick gelezen in stripvorm, maar daarvan herinnerde ik me alleen nog dat het over een walvis ging. Dus besloot ik om maar eens het origineel tot me te nemen. Sommigen zijn daar heel enthousiast over, het zou zelfs de beste engelstalige roman ooit zijn.

Ik had eerlijk gezegd moeite om erdoor te komen, vooral door de eindeloze encyclopedische passages, die de vaart uit het verhaal halen. Aan het eind is er weinig dat je als lezer niet weet over de negentiende-eeuwse walvisvangst. Ik ben er vrij zeker van dat de strip die allemaal had weggelaten.

Het boek kent twee hoogtepunten, wat mij betreft. Natuurlijk de slothoofdstukken, waarin Moby Dick dan eindelijk in beeld komt en de fatale strijd levert. En helemaal voorin de hilarische kennismaking tussen verteller Ishmael en harpoenier Queequeg. Maar lees dat vooral zelf na.

Erudiet worstelen met William Gaddis

1682

Volgens The Guardian was het misschien wel de grootste Amerikaanse roman van de twintigste eeuw. En hoewel ik nog nooit van William Gaddis’ The Recognitions gehoord had, was ik geïntrigeerd genoeg door het gegeven van een meestervervalser die niet aan de slag gaat voor het geld maar om de wereld van de veertiende-eeuwse Vlaamse meesters te herbeleven.

Wat ik even niet doorhad toen ik het bestelde, was dat het boek bijna duizend pagina’s telde. Het begon goed, met een tragikomische vertelling over de geboorte en jonge jaren van de hoofdpersoon. Daarna verzandde het steeds meer in ellenlange erudiete dialogen op New Yorkse cocktailparty’s.

Om het nog wat complexer te maken liet Gaddis vaak in het midden wie er aan het woord waren. Namen zeiden niets. De hoofdpersoon nam verschillende gedaanten aan, slechts herkenbaar aan zijn spraakgebrek. Personages vloeiden in elkaar over, alleen het thema (dat het onderscheid tussen echt en vals geen scherpe lijn kent) bleef constant. Sommige passages waren goed te genieten, op andere momenten leek Gaddis een poging te ondernemen Finnegans Wake naar de kroon te steken.

Enfin, het heeft me een paar maanden gekost om me erdoorheen te worstelen. Eindconclusie: het is ongetwijfeld een grootse roman, maar vooral vanwege de ingewikkelde intellectuele prestatie die de schrijver heeft neergezet, niet omdat het een soepele leessensatie is.

Gekooide Charleston

1672

Josef Skvorecky is een van de groten van de Tsjechische literatuur. In veel van zijn romans figureert zijn alter ego Danny Smiricky als antiheld van dienst. Zo ook in ‘De gekooide Charleston’, een kort verhaal dat pas onlangs in het Nederlands vertaald werd.

Het verhaal speelt, zoals vaker bij Skvorecky, in het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog. Danny is als trompettist van de schoolrevue verliefd op hoofdrolspeelster Kristyna. Zijn versierpogingen worden echter gedwarsboomd door de realiteit van de oorlog, op een manier die eerder komisch dan ernstig is. Als het dan eindelijk dreigt te lukken met Kristyna, komt er iets meer prozaïsch tussen.

Het knappe van ‘De gekooide Charleston’ is dat het verhaal overtuigt in zijn realisme, terwijl oorlog en farce erin samengaan. Skvorecky hanteert een luchtige schrijfstijl, die heel onnadrukkelijk de absurditeit van de omstandigheden blootlegt, terwijl Danny telkens maar weer de dienst voor het meisje laat gaan en uiteindelijk niet beloond wordt voor zijn opofferingen.

Mama Tandoori genomineerd

1669

Sinds de lancering heb ik de opmars van Mama Tandoori met grote belangstelling gevolgd. Auteur Ernest van der Kwast verdient na jaren hard werken zijn literaire doorbraak. De verkoopcijfers zeiden het al, maar nu is hij ook in de race voor prijzen: NS Publieksprijs en AKO.

Juryvoorzitter van die laatste prijs is Femke Halsema. Onder haar leiding wordt de tiplijst van 25 teruggebracht naar zes, waaruit één winnaar overblijft. Dus, pssst, Femke, goed naar dat boek van Ernest kijken!

Totale gekte met Michal Ajvaz

1661

Op zich ben ik een liefhebber van magisch realisme, maar dan meer in de trant van Gabriel Garcia Marquez, die mythische elementen in een plausibele werkelijkheid giet, dan van Jorge Luis Borges, die extreem fantasievol met alles een loopje neemt.

Michal Ajvaz is een discipel van Borges. Het korte verhaal ‘De Kever’ is bij mijn weten het enige dat van hem in het Nederlands vertaald is. En ik moet zeggen: in kleine doses is deze vorm van magisch realisme zeer te genieten. Ik ben het met de NRC-recensent eens dat de passages over konijnen en voetnoten het hoogtepunt vormen. Citaat, waarin de hoofdpersoon zich ergert aan een kever die een cruciale passage in een boek bedekt en zich niet laat verjagen:

“Als ik bedenk op hoeveel andere plaatsen die kever zou kunnen zitten – hij zou zich op prachtige en bedwelmend geurende boeken kunnen neerzetten, op de borst van een slapende maagd, hij zou op een rijk verlucht gotisch handschrift kunnen neerstrijken, op zeldzame bibliofiele uitgaven, en als hij er al bij blijft uitgerekend op het boek over konijnen te moeten zitten, dat zo b eroerd geschreven is dat het lijkt of het ook door een konijn geschreven is, dan had hij toch op zijn minst twee regels hoger kunnen gaan zitten.”

Zes levensverhalen uit Hiroshima

1623

John Hersey’s Hiroshima leest als een roman, maar het is een reportage. Hersey was al in 1945 in Japan. Zijn verslag over de gebeurtenissen in Hiroshima op 6 augustus 1945 verscheen een jaar later in The New Yorker. Het besloeg de complete editie.

Hersey had in Tokyo kennis gemaakt met een Duitse priester, die in Hiroshima was toen de bom viel. Hij toog met hem naar de verwoeste stad en sprak met nog vijf andere overlevenden.

In kaal proza dat doet denken aan John Coetzee en Cormac McCarthy, beschrijft Hersey wat de zes mannen en vrouwen overkwam: eerst de lichtflits, toen het vuur, de totale chaos en een geleidelijke terugkeer naar onmogelijk normaal leven. Een opvallend detail dat hij noteert: niemand herinnert zich de enorme knal, die er ook was, vlak na de lichtflits.

Door zich te concentreren op het lot van zes mensen brengt Hersey het leed van Hiroshima, waar een paar dagen na de bom ook nog een orkaan doorheen joeg, terug tot voor mensen begrijpelijke proporties. En nog laten die proporties een diepe indruk achter.