Aanbevolen romans en novellen

De avonturen van Peter Schlemihl

1238

Kleine ontdekking: ‘Peter Schlemihl’ van Adelbert von Chamisso, een grimmig sprookje uit 1813, toen de beide thuislanden van de auteur, Duitsland en Frankrijk, volop met elkaar in oorlog waren. Het is geschreven voor kinderen, maar je moet een volwassen geest hebben om het helemaal te doorgronden.

Peter Schlemihl is een eenling, die weinig van het leven verwacht. Dan doet zich een buitenkansje voor. Een vreemdeling, in wie met gemak de duivel te herkennen valt, biedt hem een beurs aan die nooit leeg raakt, in ruil voor zijn schaduw. Peter gaat erop in, maar komt er al snel achter dat hij naast rijkdom ook minachting verworven heeft. Niemand wil iets van doen hebben met een man zonder schaduw.

Deze variatie op het Faust-thema krijgt een extra draai, wanneer de duivel zich opnieuw aandient en een tweede ruil aanbiedt. Peter kan zijn schaduw (en dus respect van zijn medemensen) terugkrijgen in ruil voor zijn ziel. Hij heeft geleerd dat respect meer waard is dan geld, maar geldt dat ook voor zijn ziel?

Von Chamisso is een karige verteller, die weinig woorden nodig heeft. Aan het eind, als zevenmijlslaarzen een rol gaan spelen, ontspoort het sprookje een beetje, maar ik ben blij dit juweeltje gelezen te hebben.

Op de huid van Stalingrad

1235

Als er bij Foyles niet toevallig een hele rij van had gestaan wegens een nieuwe uitgave, zou ik nu nog steeds niet ‘Life and fate’ van Vasily Grossman gelezen hebben, een monumentale pil van 850 bladzijden over de slag bij Stalingrad. Sterker nog, ik zou niet eens van het boek gehoord hebben – en dat zou nogal een gemis geweest zijn.

In een kaleidoscopisch plot, afgekeken van Tolstojs ‘Oorlog en vrede’, schetst Grossman de belevenissen van tientallen Russische en Duitse karakters, aan het front in de stad, in het achterland, in de concentratiekampen aan beide kanten van het front. Allemaal levensecht en in detail, want Grossman weet waarover hij het heeft. Als verslaggever van het Russische leger maakte hij Stalingrad mee en was hij een van de eersten die de vernietigingskampen in Polen bezocht.

Om die reden grijpt ‘Life and fate’ je bij de strot, niet omdat het literair gesproken een sterke roman is. Daarvoor ligt de verontwaardiging er te dik bovenop. Grossman was zijn leven lang een loyaal communist, maar voelde zich in zijn latere jaren verraden. ‘Life and fate’ is een lange poging de verschrikkingen van het nazi- en sovjetregime aan elkaar gelijk te stellen.

Dapper van Grossman was dat hij nog een poging deed het in zijn vaderland te publiceren ook. Het manuscript werd daarop door de KGB gearresteerd, terwijl Grossman zelf op vrije voeten bleef. Pas na zijn dood werd een kopie het land uit gesmokkeld en in Zwitserland gepubliceerd. Gelukkig maar, want ondanks zijn tekortkomingen mag dit boek in een adem genoemd worden met ‘Doctor Zhivago’, ‘The master and Margarita’ en de ‘The Gulag Archipelago’ (ik geef de Engelse titels , want in het Nederlands is het allemaal niet verkrijgbaar), drie andere meesterwerken over de boosaardigheid van het communisme.

Het brein van de kraanvogel

1228

Mark Schluter heeft een zwaar ongeval miraculeus overleefd. Hij is bijna de oude, op een ding na: hij denkt dat zijn zuster Karin in werkelijkheid een actrice is die heel erg op zijn zuster lijkt. Naar mate hij meer ongerijmdheden waarneemt, neemt de omvang van het complot waarin hij denkt te zijn beland toe. Er is iets mis met zijn gevoelsleven en zijn verstand zoekt uitvluchten om zich naar de gevoelde werkelijkheid te plooien.

‘The echo maker’ heeft net als alle andere romans van Richard Powers een wetenschappelijk thema, in dit geval de werking van het brein. De voor Mark ingeschakelde neuroloog is Powers’ alibi om talloze misstappen van het (beschadigde) brein te vertellen en te theoretiseren over de heelheid van het bewustzijn, in de geest van Oliver Sachs‘ ‘The man who mistook his wife for a hat’.

Lees verder Het brein van de kraanvogel

Sex en drugs in Tanger

1218

Die riffies zijn niet te vertrouwen. Dat krijgt Mohamed Choukri al vroeg te horen wanneer hij met zijn familie de honger in de bergen van het Rif onvlucht en in Tanger belandt. Zijn autobiografie ‘For bread alone’, een van de klassieken van de moderne Arabische literatuur, vertelt hoe de straat hem vanzelf op het half-criminele pad brengt.

Mohamed staat er alleen voor, want hij is het ouderlijk huis ontvlucht, met name zijn vader met de losse handen. Van dag tot dag zoekt hij slaapplaats en voedsel. In een van de aangrijpendste scènes duikt de jonge Mohamed het vuile water van de zee in om een stuk droog brood op te vissen. Als de visser die hem wilde pesten door het brood in het water te gooien hem een schoon stuk aanbiedt, loopt hij weg, zijn gekrenkte trots onder de arm.

Toch is ‘For bread alone’ geen deprimerend boek, want het geluk lacht Mohamed even vaak toe. Hij bespiedt badende meisjes, vindt wel eens een lucratief baantje, rolt van het ene bordeel naar het andere, dronken en stoned. Het wordt allemaal expliciet uit de doeken gedaan – Choukri is geen auteur van het omfloerste woord.

Aan het eind beland hij – onvermijdelijk – in de gevangenis, voor een kleine overtreding. Hij kan niet anders dan een duivel zijn, concludeert hij. Het is anders gelopen. Choukri’s boek werd in dertig talen vertaald, al was het in Marokko lange tijd verboden. Bij zijn begrafenis in 2003 kreeg hij echter alle égards van de autoriteiten. Terechte eer voor de rauwe auteur van een rauw boek.

De ministeries van Greene en Orwell

1206

‘The Ministry of Fear’ is een thriller van Graham Greene uit 1943, met een onhandige hoofdpersoon die zonder het te weten een microfilm met defensiegeheimen in handen krijgt, diverse snoodaarden, een femme fatale, geheugenverlies, een slimme detective van Scotland Yard en zo nog het een en ander aan ingrediënten die inmiddels tot de standaard van het genre zijn gaan behoren. Het is geen bijzonder boek, dat ik vooral gelezen heb omdat Greene mij voorziet van verantwoorde tussendoortjes.

Greene geeft, als een van de oervaders van het genre, zijn thrillers altijd wel wat extra’s mee ten opzichte van, ik noem maar iemand, Robert Ludlum. Het ministerie van angst uit de titel is de naam van een Duitse vijfde colonne in Engeland, 1941. Door middel van chantage en andere middelen dwingt ze mensen om zich voor het karretje te laten spannen. Aan het eind, als de hoofdpersoon tot de conclusie is gekomen dat de grootste angst het verlies van een geliefde is:

“A phrase of Johns came to his mind about a Ministry of Fear. Het felt now that he had joined its permanent staff. But it wasn’t the small Ministry to which Johns had referred, with limited aims like winning a war or changing a constitution. It was a Ministry as large as life to which al who loved belonged. If one loved one feared.”

Die alinea bracht me als vanzelf bij George Orwell’s ‘1984’, waarin Ministry of Love figureert, een misleidende naam voor een instantie die tot taak heeft de angst erin te rammen bij zijn onderdanen. Het raakt zijn slachtoffers het hardst door hen hun geliefden te laten verraden en zo te verliezen. Een curieuze parallel.

Veertig verdiepingen klassenstrijd

1200

“Later, as he sat on his balcony eating the dog, Dr Robert Laing reflected on the unusual events that had taken place witin this huge apartment building during the previous three months.”

Zo begint de roman High-Rise van James Graham Ballard, de in april overleden auteur die vooral bekend is vanwege zijn verfilmde boeken ‘The empire of the sun’ en ‘Crash’. Het is door de hond dat deze zin verontrust. Als lezer begrijp je meteen dat de ongebruikelijke gebeurtenissen van een sinistere aard zijn.

Lees verder Veertig verdiepingen klassenstrijd

Een reis aan de schrijftafel

Paul Auster is een auteur die graag speelt met identiteiten, dus als de hoofpersoon van ‘Travels in the scriptorium’ Mr. Blank blijkt te heten, dan weet je waar het heen gaat: een puzzel om uit te zoeken wie deze man is, waarom hij zonder geheugen in deze schrijfkamer zit, wie al die mensen zijn die zich met hem bemoeien.

De aanwijzingen die Auster geeft zijn allemaal referenties naar zijn eerdere werk. Voor de kenners daarvan is dat des te leuker, maar als dit het eerste is wat je van hem leest, is het waarschijnlijk weinig bevredigend. Sowieso zijn ‘Leviathan’ en ‘Mr. Vertigo’ meer volwassen boeken die de lezer werkelijk bij de strot grijpen. Die eerste heeft een onvergetelijke beginzin, die een veel indringender zoektocht inluidt:

Six days ago, a man blew himself up by the side of a road in Wisconsin. There were no witnesses, but it appears that he was sitting on the grass next to his parked car when the bomb he was building accidentally went off.

Zestig jaar Khirbet Khizeh

1191

In het voorjaar van 1949, toen de onafhankelijkheidsoorlog nauwelijks voorbij was, verscheen in Israël een novelle van S. Yizhar, pseudoniem van Yizhar Smilansky. Op een feitelijke, maar daarmee niet minder indringende manier beschreef hij in Khirbet Khizeh de ontruiming van een Palestijns dorp, dat plaats moet maken voor een Joodse nederzetting.

Alle soldaten hebben er op hun eigen manier moeite mee. De een hoopt dat de Palestijnen verzet zullen bieden, zodat hij een goed excuus heeft om op hen te schieten. Aan de hoofdpersoon van het boek vreten schuldgevoelens, omdat hij ten diepste beseft dat ze onrecht aanrichten. De commandant concentreert zich op zijn orders: liever niet schieten, iedereen in vrachtwagens stoppen, de huizen opblazen – zo lijkt het er allemaal nog humaan aan toe te gaan. Bij geen van allen komt het ook maar een moment op verzet te bieden tegen de orders.

Lees verder Zestig jaar Khirbet Khizeh

Tastend door het laagland

1184

‘Netherland’ van Joseph O’Neill (vertaald als ‘Laagland’) gaat over een Nederlander die in New York cricket speelt. Met zo’n buitennissig onderwerp is het niet zo gek dat meerdere uitgevers het afwezen voor eentje toehapte en een bestseller in handen bleek te hebben. Het boek heeft namelijk spanning, romantiek en humor, alles van het subtiele soort.

Het begint ermee dat Chuck Ramkissoon, een cricketvriend van hoofdpersoon Hans van den Broek, met zijn handen op zijn rug uit een kanaal gevist wordt. De hoofdlijn van het boek is het verhaal van die vriendschap, doorsneden met Hans’ huwelijksproblemen en zijn jeugd in Den Haag. En dat tegen de achtergrond van post-9/11 New York. Het plot doet er echter niet zoveel toe. De kracht van ‘Netherland’ ligt in de sfeertekening. Hans is een man zonder eigenschappen, een continue aarzelaar die zich door zijn omgeving laat leven.

Hoewel het leest al een trein, valt er toch het nodige op ‘Netherland’ af te dingen. Halverwege begint O’Neill in herhalingen te vallen en gaan de literaire trucjes waarmee hij tussen zijn verschillende onderwerpen schakelt, op de zenuwen werken. Daar staat tegenover dat de zinnen sprankelen van de understatements en originele beeldspraak. Al met al meer dan de moeite waard, maar geen meesterwerk.

De lotgevallen van Okwonko

1178

Vijftig jaar geleden verscheen ‘Things fall apart’ van Chinua Achebe, inmiddels beschouwd als de eerste roman die de Afrikaanse literatuur op de wereldkaart zette. In een kale, morderne stijl schetst hij de ondergang van de traditionele Ibo-cultuur aan de hand van het leven van Okwonko, die in de eerste alinea als volgt geïntroduceerd wordt:

“Okwonko was well know throughout the nine villages and even beyond. His fame rested on solid personal achievements. As a young man of eighteen he had brought honour to his village by throwing Amalinze the Cat.”

Briljant is de manier waarop Achebe in deze drie zinnen haast achteloos een complete wereld, levensstijl, en karakter schetst. In het eerste deel van ‘Things fall apart’ neemt hij de tijd om op deze wijze de complexe samenleving van de Ibo’s neer te zetten, aan de hand van Okwonko’s lotgevallen, oprijzend van een arme jongen tot een man van aanzien – tot hij per ongeluk een man doodt en verbannen wordt.

Het tweede deel schetst de ballingschap en terugkeer van Okwonko, eerst de berichten hoe de missionarissen zijn dorp bereikten en daarna de confrontatie met hen. De ondergang van Okwonko, de trotse verpersoonlijking van de traditie, lijkt slechts een kwestie van tijd.

Helemaal niets sentimenteels heeft ‘Things fall apart’. Bij mij kwam de associatie boven met IJslandse sagen als Njáls Saga, die ook epische verhalen in droge, feitelijke zinnen vervatten. Achebes werk zal de tand des tijds eveneens doorstaan.