Aanbevolen romans en novellen

De smaak van Lowry en Dostojevski

1074

Graham Greene is een moeilijk te plaatsen auteur. Zijn bekendste roman ‘Our man in Havana’ is een lichtvoetige klucht, terwijl ‘The power and the glory’, over de vervolging van priesters onder een kortstondig atheïstisch regime in Mexico, een literair meesterwerk genoemd mag worden. Hij werd net zo makkelijke als een belletrist weggezet als genoemd voor de Nobelprijs.

Dat dubbele gevoel bekroop mij ook bij ‘The honorary consul’, dat verfilmd werd met Michael Caine in de hoofdrol. Een alcoholistische Britse consul in een onbeduidend Argentijns stadje wordt per ongeluk aangezien voor de Amerikaanse ambassadeur en ontvoerd door Paraguayaanse rebellen, die hopen hem te kunnen ruilen voor kameraden die in hun thuisland in de cel zitten. De rol van ongewilde bemiddelaar valt toe aan een dokter, die een affaire heeft met de vrouw van de consul en wiens vader ook zit opgesloten in Paraguay.

Daar kun je een verschrikkelijk larmoyante roman van bakken, maar dat doet Greene dan weer niet. Het verhaal gaat eigenlijk over de verschillende loyaliteiten van de dokter en zijn onvermogen zelf sturing te geven aan zijn leven. Hij is vooral bezig bij anderen te pleiten om iets te doen of na te laten. Zo werkt hij zichzelf steeds verder in de nesten.

Zoals altijd bij Greene is de stijl soepel en meeslepend. Iets te vaak keert hij terug bij dezelfde thema’s, zoals machismo en katholicisme. Anderzijds hoort herhaling van zetten ook wel een beetje bij zijn hoofdpersonen. IJzersterke scènes die smaken naar Lowry en Dostojevski, worden even makkelijk gevolgd door clichématige uiteenzettingen. ‘The honorary consul’ leest heerlijk weg, maar laat zich verder lastig plaatsen.

Witte tijger

1022

Het heeft de Man Bookerprize 2008 gewonnen en ik houd sowieso wel van Brits-Indische schrijvers, dus ‘The white tiger’ van Aravind Adiga belandde ook op mijn leesplankje. De witte tijger heet Balram Halwai, die in brieven aan de Chinese premier Wen Jiabao zijn levensverhaal vertelt.

Als scharrelaar van nederige komaf slaagt hij erin om chauffeur te worden bij een rijke familie. Het lijkt het hoogste dat hij kan bereiken, maar meer en meer krijgt hij er genoeg van andermans voetveeg te zijn. Hij ziet zichzelf als een ondernemer. Als beginkapitaal laat hij zijn oog vallen op de grote tas met smeergeld van zijn baas. Daarna, enfin, dat mag iedereen zelf lezen.

‘The white tiger’ is een onderhoudend boek, vol zwarte humor, dat nu eens niet de nadruk legt op de exotische kant van India, maar de harde werkelijkheid van de onderklasse wil laten zien. Toch heeft het niet de overtuigingskracht van bijvoorbeeld ‘The inheritance of loss’, waarmee Kiran Desai twee jaar geleden dezelfde prijs won. Maar misschien komt dat wel omdat ik meer van het exuberant exotische houd.

Ga dat zien: Krijn Peter Hesselink

981

Krijn Peter Hesselink, in een vorig leven actief GroenLinkser, staat tegenwoordig op de bühne als dichter. Vanavond is hij te gast in Crime Jazz, het ‘urban’ literaire programma dat al jaren een vaste waarde is in Rotterdam, maar nu zo op z’n subsidie gekort wordt dat het waarschijnlijk voorbij is. Vanaf half negen in Rotown, komt allen.

Update na afloop: jullie hebben wat gemist, het enige literaire programma dat ik ken met een werkelijk veelkleurig en jong publiek. De herkansing is in december, maar dat is dan ook de laatste kans, want na tien jaar Crime Jazz gaat de stekker eruit.

Bewoners van het trailerpark

975

Als ik niet ooit nog eens met zijn dochter Danis Banks een week door Marokko gereisd had, zou ik nooit van haar vader Russell gehoord hebben, laat staan geweten dat hij in zijn thuisland als een gevierd auteur geldt. Er is wel wat van hem in het Nederlands vertaald, maar echt aangeslagen is hij niet. Daarvoor is zijn materie allicht te Amerikaans.

‘Trailerpark’ is een verzameling korte verhalen die zich afspelen in het woonwagenkamp uit de titel. Stuk voor stuk zijn het portretten van kleine krabbelaars, wie het geluk niet toelacht. Er is een dame die zoveel cavia’s fokt dat er voor haarzelf geen plek meer is in de trailer, een kleine drugs dealer, een paar gescheiden moeders die zich niet meer kunnen veroorloven, een veteraan, een verpleegster uit Boston die toevallig is blijven hangen in dit gat in New Hampshire, en zo nog een aantal weinig vreugdevolle personages.

De personages en hun treurige bedoeningen worden liefdevol in woorden gevangen door Banks, die af en toe stilistisch wat uit de bocht vliegt, maar niet in de valkuil der sentimenten trapt, iets wat sociaal realisten nogal eens overkomt. Mooi boek, maar inderdaad: heel erg Amerikaans.

Het culturele vagevuur van Rotterdam

961

Waarschuwing vooraf: dit stukje is niet geschikt voor mensen zonder gevoel voor humor of relativeringsvermogen, met name niet als ze toevallig cultuurambtenaar zijn bij de gemeente Rotterdam. De vileine toon wordt veroorzaakt doordat ik nogal gebelgd ben dat mijn Rotown Magic in het verdelingsvoorstel cultuurplan zonder argumentatie wordt weggezet als een stelletje stuntelaars die hun bedrijfsvoering niet op orde hebben. (*)

Enfin, laat ik het even uitleggen. Een instelling die in de hemel van het cultuurplan belandt, geniet vele voordelen. Vier jaar zekerheid over de hoogte van de subsidie, als je er geen zootje van maakt. De mogelijkheid intern met budgetten te schuiven. Een relatief eenvoudige verantwoordingsprocedure, zij het met accountantscontrole. En je krijgt al je geld in het jaar waarin je het uitgeeft.

Lees verder Het culturele vagevuur van Rotterdam

De oubollige Pnin

921

‘Lolita’ van Vladimir Nabokov is een van de zogeheten klassiekers die me zo weinig konden bekoren dat ik er cursorisch doorheen gegleden ben. Zonder de warme aanbeveling van James Wood en de gelijktijdige beschikbaarheid van een goedkope editie zou ik dan ook vermoedelijk nooit aan ‘Pnin’ begonnen zijn.

Pnin gaat over een wereldvreemde kale professor in wie wij onmiddellijk Pa Pinkelmans herkennen. Het is echter vooral het portret van een emigré die nooit zijn draai heeft kunnen vinden in zijn nieuwe vaderland, de Verenigde Staten. Pnin is een mild pedante intellectueel die er geestelijk niet in geslaagd is de kleinburgerlijkheid van het tsaristische Rusland achter zich te laten. Enigszins misplaatst houdt hij zich staande aan zijn provincie-universiteit.

De tragikomische verhalen zouden me zeker voor Nabokov hebben ingenomen, als hij me niet zo geërgerd had aan zijn oubollige schrijfstijl, een waterval van hoogdravende zinnen waarin geen zelfstandig naamwoord het zonder adjectief doet. De achterflap van mijn editie meldt dat Pnin de man is die Nabokov zonder zijn literaire talent zou zijn geworden. Ik vermoed dat ‘Pnin’ in al zijn doorzichtige pedanterie wel degelijk een vrij accuraat zelfportret is.

Aan het eind van het boek rijdt een beledigde en teleurgestelde Pnin met zijn hele hebben en houden het universiteitsstadje uit. Je hebt als lezer met hem te doen, maar weet ook: die zal ook deze deceptie weer doorstaan en zich plechtig door de rest van zijn leven modderen.

Darkmans holt zichzelf voorbij

912

‘Darkmans’ van Nicola Barker, dat ik gisteren op een veranda met majestueus uitzicht over de Mekong heb uitgelezen (sprak hij snobistisch), is deels geïnspireerd op ‘Herfsttij der Middeleeuwen’ van Johan Huizinga. Dan heb je bij mij al een streepje voor, wanneer je een aflopende zaak neemt als thema voor je roman. Het duistere is altijd interessanter dan het sympathieke.

Darkmans gaat over de conscientieuze Beede, zijn zoon Kane, die illegaal in pijnstillers handelt en worstelt met de dood van zijn moeder, over hun gezamenlijke obsessie Ellen, de vrouw van de instabiele Dory, een collega van Beede, over de Koerdische opportunist Gaffar, de vuilbekkende Kelly met het kleine hartje, de licht autistische zoon van Ellen en Dory, de kunstvervalser Peta en zo nog een hele lijst karakters van wie bij introductie niet meteen duidelijk is hoe belangrijk ze zijn.

Lees verder Darkmans holt zichzelf voorbij

Na de aardbeving van Kobe

879

Haruki Murakami is een van de gehypete schrijvers van het moment. Ik besloot maar eens te beginnen met een dunnetje, ‘After the quake’, een boekje met zes korte verhalen die heel in de verte iets te maken hebben met de aardbeving van Kobe in 1995. Alle zes hebben ook iets raars over zich, een vorm van mysterie die ook in Japanse horrorfilms zit.

Zo komt er een grote kikker in voor die Tokio wil redden van een aardbeving en daarbij de hulp inroept van een bankemployee (of bestaat de kikker alleen in diens hoofd?). Er is een oude Thaise vrouw die de ziel van een eenzame Japanse arts leest en een doosje met de verloren levenslust van een elektronicaverkoper. Om de een of andere reden voelen de vrouwen in de verhalen zich enorm aangetrokken tot de diverse met hun verleden worstelende losers.

Toch slaagt Murakami met zijn aan populaire cultuur ontleende clichés erin te boeien. Dat is absoluut een verdienste van literair vakmanschap. Van diepgang kon ik alleen een schijn ontdekken, maar schijn en werkelijkheid liggen bij goede literatuur natuurlijk dicht bij elkaar.

De onwillige fundamentalist

867

Je loopt door de oude wijk van Lahore als je wordt aangeklampt door een jongeman met een ongeknipte baard. Je schrikt, maar zijn Engels is perfect en op zijn beleefdheid niets aan te merken, zodat je je laat overhalen om een kop thee met hem te drinken en zijn levensverhaal aan te horen. Ooit studeerde hij in Princeton, raakte bevriend met een mooi, rijk meisje en verwierf een prestigieuze baan als consultant in New York. Nu voelt hij zich verraden.

The reluctant fundamentalist‘ (vertaald) van Mohsin Hamid is een sterke monoloog die in de loop van het boek een steeds dreigender vorm aanneemt. Het grootste deel van het boek is een beschrijving van de jaren van de verteller voor zijn omslag. Die ommekeer zelf, na de aanslagen van 11-9-2001, wordt eigenlijk maar summier psychologisch uitgediept – een gemiste kans. Ook de monoloog zelf is soms wat gekunsteld, omdat Hamid zijn verteller dingen in de mond moet leggen (alle handelingen om hen heen, de woorden van de toerist) die in een gewoon gesprek niet zouden voorkomen.

Dat neemt niet weg dat ‘The reluctant fundamentalist’ leest als een trein en tot op het laatste moment spannend blijft. Het ontbreekt echter net iets teveel aan substantie om het een meesterwerk te noemen.

De papiermaker van de Amazone

861

Magisch realisme moet het hebben van een zelfgeschapen wereld met een eigen logica, waarin bizarre voorvallen vanzelfsprekend worden. In Zuid-Amerika wordt deze kunst goed verstaan. Marie Arana is een van de nieuwe sterren aan dit firmament, dat Gabriel García Márquez en Isabel Allende als erkende grootheden kent.

‘De papiermaker van de Amazone’ gaat over een excentrieke ingenieur die met zijn hele familie in de binnenlanden van Peru woont, bij een door hemzelf opgerichte papierfabriek. Na jarenlang experimenteren is hij er eindelijk in geslaagd een proces te vinden om cellofaan te maken van plaatselijke pulp. De uitvinding van het transparante papier zet een hele keten van openhartigheid in gang.

Marie Arana is een vaardig verteller, die de spanning en de vaart er goed in weet te houden, met telkens weer over elkaar buitelende plotwendingen. Toch heeft haar verhaal niet de overtuigingskracht van Márquez’ ‘Honderd jaar eenzaamheid’, waarnaar het overduidelijk gemodelleerd is. De papierwereld aan de Amazone komt tot leven, maar de eigen logica bezwijkt onder de verscheidenheid aan personages en de veelheid van ontwikkelingen.