Aanbevolen romans en novellen

Michael Chabon – The Yiddish policemen’s union

Na de mislukte poging in 1948 om een staat te stichten in Palestina, is een grote groep statenloze joden in Alaska beland. Zestig jaar later besluiten de Verenigde Staten dat het mooi geweest is: de joden moeten hun boeltje maar pakken en maken dat ze wegkomen. In die algehele sfeer van crisis vindt inspecteur Meyer Landsman een doodgeschoten junkie op een hotelkamer. De speurtocht naar de dader leidt hem naar de kringen van de Verbover, een ultra-orthodoxe secte die tevens de plaatselijke onderwereld domineert.

The Yiddish policemen’s union‘ van Michael Chabon is een hardboiled detective in de traditie van Raymond Chandler, compleet met rokende en drinkende hoofdpersoon en een femme fatale in de persoon van Landsmans baas en ex-vrouw Bina. Er is een overschot aan shabby hotels, zwijgzame doch gewelddadige klerenkasten, personages die meer weten dan ze willen vertellen en daar heel stoïcijns over doen. En er is de mysterieuze vrouw van de almachtige Verbover rebbe, tevens moeder van de dode.

Plotmatig overspeelt Chabon zijn hand enigszins met onnodig ingewikkelde wendingen, maar het taalplezier spettert van de pagina’s af (reden waarom de vertaling wellicht een minder goed idee is). De treffende beeldspraken buitelen over elkaar heen en alle personages blijven zo exact binnen de lijnen van hun clichés dat hierin de hand van een absolute stilistische meester herkend mag worden.

Topol, Hrabal, Platzová

776

Moldaviet is een nieuwe reeks boekjes van de kleine uitgeverij Voetnoot, die bestaat uit vertalingen van korte verhalen uit de Tsjechische literatuur. De eerste drie deeltjes zijn net uit, met verhalen van Jáchim Topol, Bohumil Hrabal en Magdaléna Platzová

Topols verhaal ‘Het gouden hoofd’ is verreweg het beste van de drie. Het verhaal van een oude Mongool die in zijn jonge jaren moest toezien hoe de boeddhistische erfenis van zijn land door communisten naar de gallemiezen werd geholpen, doet actueel aan met de Tibetaanse opstand in het achterhoofd. Van Hrabal zijn drie niet al te indrukwekkende fragmenten opgediept en Platzová is nog te jong om een oordeel over te vellen.

Het zou fijn zijn als iemand bij de volgende deeltjes redactie voerde over de nawoorden, want die zijn ondermaats en in het geval van Hrabal zelfs extreem slordig. Een smet op een serie prachtig verzorgde boekjes, waar liefhebbers als ik altijd erg hebberig van worden.

Bernlef en de pianoman

772

Een middagje wachten bij een commissievergadering heeft dat wel weer als voordeel dat je wat kunt lezen, in mijn geval het boekenweekgeschenk van Bernlef, ‘De pianoman’, dat een losse reconstructie is van het lot van Andreas Grassl.

Vijftien jaar geleden las ik voor het laatst iets van Bernlef en ik kon tot mijn genoegen vaststellen dat ik in de tussentijd geen belangrijke ontwikkelingen gemist heb. Nog altijd dat spaarzame, stugge proza, dat bij uitstek geschikt is om bonkige mannen neer te zetten. ‘De pianoman’ (waarom niet gewoon ‘Pianoman’?) is een van de betere boekenweekgeschenken van de afgelopen jaren.

Het had nog beter kunnen zijn, als er meer tijd was geweest voor redactie. Op pagina zestig gaat het namelijk stilistisch mis. De scenes in Sheppey Isle Medical Centre zijn losser, rafeliger dan de rest. Misschien heeft Bernlef zich teveel laten afleiden door de documentatie die hij had verzameld. Pas in de laatste drie hoofdstukjes is het uitgebeende proza terug.

Life & times of Michael K

769

Bij ieder boek van John Coetzee verbaas ik me er weer over hoeveel zeggingskracht hij weet te proppen in tweehonderd bladzijden. ‘Life & times of Michael K’ uit 1983 is geen uitzondering.

Het verhaal is eenvoudig. Zuid-Afrika is in oorlog. Michael K gaat illegaal met zijn oude moeder op weg naar haar geboortegrond. Onderweg sterft ze. Michael trekt verder, wordt gepakt en in een werkkamp gestopt. Hij ontsnapt, sterft bijna aan ondervoeding, wordt opnieuw gepakt en in een hospitaal gestopt om aan te sterken. Weer ontsnapt hij: liever vrijheid dan eten. De derde keer wordt hij niet gepakt, maar belandt hij onder de hoede van vriendelijke lieden die het beste met hem voorhebben. Ook deze gebondenheid kan hij niet verdragen: weer gaat hij ervandoor, zodat hij helemaal op zichzelf is teruggeworpen.

Coetzee grijpt de lezer met kale zinnen bij de strot en laat hem de uiterste consequentie van vrijheid zien. Met een theelepel aan een touwtje water putten. De rest is luxe.

Op de Sien

767

Vrijdagavond was de presentatie in Lantaren/Venster, gisteren plofte de dikste editie ooit van Passionate Magazine in de brievenbus, honderd bladzijden uniek materiaal over de Rotterdamse literaire scene in de jaren zestig en zeventig. Er zit ongetwijfeld weer een onvoorstelbare hoeveelheid tijd in van Passionates eindredacteur Erik Brus.

De presentatie was bijna memorabel geworden, maar dan had het debat nog net iets meer uit de hand moeten lopen. Met name Simon Vinkenoog (de enige Amsterdamse auteur die hier altijd met open armen ontvangen wordt) en Jules Deelder waren volstrekt onstopbaar en bleven roepen, ook als ze de microfoon niet voor hun neus hadden. De oude garde constateerde tevreden dat het ‘weer bijna zoals vroeger’ was.

Bij lezing van het magazine valt op dat die oude scene helemaal niet zo groot was, maar wel over riant verruimde geesten beschikte. Veel beschouwingen en ongepubliceerd werk van Bob den Uyl naast de nodige reprises van onder andere Cor Vaandrager en Robert Loesberg. De jonge generatie komt ook kort aan het woord en haalt min of meer de schouders op. Bejaarde sturm und drang is aan hen niet zo besteed.

De eeuwigheidskunstenaar

Abdelkader Benali schreef ‘De eeuwigheidskunstenaar’ vorig jaar ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Harry Mulisch. Het gaat over de gelauwerde schrijver Felix Opland, in wie Mulisch eenvoudig te herkennen valt. Mulisch gebruikte Felix als alter ego in zijn boekenweekgeschenk uit 2000. Het waarom van ‘Opland’ heb ik zo gauw niet kunnen achterhalen.

Felix Opland stapt op het vliegtuig naar Venetië om een prijs in ontvangst te nemen en merkt bij aankomst dat hij vijftig jaar jonger geworden is. Hij heeft de eeuwige jeugd verworven. Het geeft aanleiding tot Mulischiaanse bespiegelingen, als altijd op de grens van diepzinnigheid en lariekoek.

Lees verder De eeuwigheidskunstenaar

Bitterzoete Vonnegut

724

Toen ik zestien was en net wat literaire belangstelling begon te kweken, las ik een recensie van een boek dat me om de titel en de naam van de auteur altijd is bijgebleven: ‘Galápagos’ van Kurt Vonnegut. Meer dan twintig jaar heeft het geduurd voor ik het boek daadwerkelijk gelezen heb, hoewel ik ‘Slachthuis vijf’ van Vonnegut al vrij vlug daarna tot me heb genomen en tot een briljant boek bestempeld.

‘Galápagos’ gaat over een groepje mensen dat door dom toeval strandt op de archipel, terwijl de mensheid in hoog tempo uitsterft door een bacterie die vrouwen onvruchtbaar maakt. Het is in de eerste plaats een hilarische vertelling, zoals altijd bij Vonnegut, maar daaronder gaan wel bittere verwijten over de wreedheid en onnadenkendheid van de mens schuil. Aan het eind van het verhaal heeft de mensheid zich ontwikkeld tot een harig zeebeest met een brein zo klein dat ze geen bedreiging voor de wereld meer is.

Het is niet het beste boek van Vonnegut – dat blijft ‘Slachthuis vijf’, over het bombardement op Dresden – maar het leest als een trein. Het spervuur van gekte en serieuze ondertoon dat de vorig jaar overleden Vonnegut op de lezer loslaat, is uitermate aanstekelijk.

Leesvoer 2: Passionate Magazine

649

Net als Zone 5300 hanteert Passionate Magazine een strakke formule: recensies, korte verhalen, columns en gedichten. Ook is er een vaste stal van auteurs en daaromheen aandacht voor nieuw talent. Toch merk ik dat het me steeds meer moeite kost me aan het lezen te zetten.

Dat komt, denk ik, door het hoge soortelijke gewicht van de bijdragen. Bij Zone 5300 ‘gebeuren’ gemiddeld twee tot drie dingen per pagina. Bijdragen in Passionate zijn gemiddeld twee pagina’s lang. De pagina’s zijn ook wel heel erg wit. De professionaliteit straalt ervanaf, maar voor het plezier geldt dat minder.

Nou is het voor een oud-redacteur natuurlijk makkelijk zeuren, maar ik mis de verschrikkelijke miskleunen die vroeger in Passionate stonden, toen het blad nog zelf jonge auteurs scoutte. Nu is het gros van de jonge auteurs gescout door een uitgeverij en lift Passionate mee. Dat komt de gemiddelde kwaliteit van de teksten ten goede, maar het avontuur is een beetje weg.

Rashid en de vrouwen van Gauguin

634

“In de gangen van het huis hoorde ze haar dochters. Ze kwamen in pyjama naar haar toe, haastig, alsof de dag een boot was die ook zonder hen kon wegvaren.”

Zo luidt een van de fraaiste zinnen uit ‘Afkomst’ van Rashid Novaire, het Rotterdams Leescadeau 2007. In de novelle gaat een alter ego van Novaire op zoek naar zijn Marokkaanse en Duits-Poolse voorouders. De kwaliteit van het boekje is nogal wisselend. Sommige passages lijken veel rijper dan andere. De scenes in de ouderlijke garagebox zijn bijvoorbeeld nogal houterig, terwijl de begrafenis van oma Ute vloeiend uit de pen gestroomd lijkt.

“Hoewel ze aan de vrouwen van Gauguin doet denken, heeft Joanne met haar ongenaakbare voorkomen, haar licht gepoederde huid en haar felgroene ogen die op de eeuwigheid staan afgesteld, opeens iets van een personage uit een misdaadserie.”

West

629

Zo heet de tweede roman van Walter van den Berg, die zich afspeelt in Osdorp. De hoofdrollen zijn voor de broers Ron en Cor, die elkaar niet zo heel erg mogen. Dat heeft te maken met hun verhouding tot Erik, een ex-vriend van hun moeder, die haar regelmatig in elkaar sloeg.

Walters sterke kant is het volstrekt kaal en emotieloos neerzetten van zijn karakters, in zijn debuutroman ‘De hondenkoning’ en opnieuw in ‘West’. Dat, gekoppeld aan de spanningen, leidt tot een beklemmende sfeer die elk moment gewelddadig kan worden. Heel veel plot heeft ‘West’ niet, al wordt snel duidelijk dat het op een confrontatie tussen beide broers zal uitdraaien.

Een minpunt van de roman is dat Walter (wiens eerste literaire publicatie ik ooit nog eens begeleid heb voor Passionate) aan het eind bezwijkt voor de verleiding om de psychologie van Cor expliciet te maken en bovendien in de mond te leggen van diens vriend Robbie, die eerder in het boek nou niet direct naar voren komt als een groot mensenkenner. Het leidt tot een anticlimax aan het slot van een sterk verhaal.