Blogs in de categorie Non fictie

Notes on nationalism van George Orwell zou eigenlijk ‘Notes on tribalism’ moeten heten, want wat Orwell hier beschrijft is bekrompen groepsdenken in de breedte, dus inclusief onder meer communisme en politiek catholicisme. Het essay dateert van 1945, maar de observaties kun je zo over de hedendaagse politiek leggen. Neem bijvoorbeeld de drie algemene karaktertrekken die hij signaleert:

  1. Obsessie met de superioriteit van de eigen stam
  2. Instabiele hechting, dat wil zeggen, relatief eenvoudige overdraagbaarheid van de loyaliteit op een andere stam
  3. Onverschilligheid ten opzichte van de werkelijkheid: wat niet in het straatje past wordt genegeerd of ontkend

Lees meer George Orwell: Notes on nationalism

‘Toen ik in 1975 voor het eerst van mijn leven in Leningrad verbleef, was het nog maar negen jaar geleden dat Anna Achmatova de laatste adem had uitgeblazen’, begint Jan Brokken zijn reisverslag De gloed van Sint-Petersburg. Fragmenten uit de zinnen erop: ‘Haar invloed was nog altijd merkbaar … Echt verboden was haar werk niet langer … toch riep haar naam nog altijd … Anna Achmatova zat nog half in het verdomhoekje.’

Na die eerste alinea vermoed je als lezer drie dingen:

  • Het zou wel eens heel veel over Anna Achmatova kunnen gaan
  • De auteur gaat koketteren met herinneringen
  • De auteur is geen begenadigd stilist

De gloed van Sint-Petersburg heeft de gedaante van een serie wandelingen door de Russische stad, waarbij Jan Brokken dan (toevallig) moet denken aan een grootheid uit de Russische kunst, over wie hij vervolgens een of twee pagina’s uitwijdt op een vrij oppervlakkige, Wikipedia-achtige wijze. Hij bezoekt musea, spreekt eens een voorbijganger. Laat merken dat hij welzeker een belezen en bereisd mens is.

Enfin, wanneer je weinig tot niets weet van de Russische kunstscene onder de Sovjets, dan steek je er het nodige van op, maar over Sint-Petersburg als stad kom je niks te weten. Al met al geen beroerd boek (en beter geschreven dan de eerste alinea doet vermoeden), maar het verwaait voor je er erg in hebt.

Honorair Kozak is een bundel met reiscolumns van Tommy Wieringa, schijnbaar willekeurig geordend. We treffen de auteur aan op de steppen van de Oekraïne, aan de Engelse kust, in Ethiopië, in het bijzijn van kunstenaar Joost Conijn en diens zelfgebouwde vliegtuig – stuk voor stuk locaties die Wieringa’s lezers bekend zullen voorkomen. Of in New York, Cartagena, Brussel, Berlijn, Muskegon en van die andere plekken waar je als schrijver kunt verdwalen omdat iemand je nu eenmaal heeft uitgenodigd er een stukje te komen voorlezen uit het werk dat je elders bijeen gekeken hebt.

De spoorbaan van Walter Ley verdwijnt in het struikgewas, nog een paar honderd meter verder eindigt zijn droom tegen een stootblok. Daarachter opent zich het geëlektrificeerde spoorwegennet, de eerstvolgende halte is station Montzen.
De maïs staat hoog, zwaluwtjes kwetteren boven mijn hoofd. Dorst als een paard. In Hombourg heb ik een café gezien.

Wieringa is altijd een genot om te lezen. De woorden glijden immer soepel van zijn kale kruin. Het blijven columns, uiteraard, luchtige tussendoortjes die soms niet eens een pointe hebben, maar altijd wel een rake observatie bevatten of een onverwachte taalwending nemen. Ik vond nog wat foutjes, maar daar zal ik u niet mee vermoeien. Het was een fijne, licht weemoedige avond.

Op 21 augustus 1981 barstte een enorme bubbel kooldioxide uit Lake Nyos in Kameroen. Zo’n 1700 mensen kwamen om door verstikking, met al hun vee en andere dieren in de vallei. Het was een van de meest bizarre natuurrampen van de twintigste eeuw, waarvan de toedracht nog altijd niet helemaal duidelijk is. De ramp is het onderwerp van Stikvallei door Frank Westerman, wiens boeken je blind kunt kopen. Altijd goed geschreven en uitstekend geresearched.

Vergeleken met eerdere boeken die ik van Westerman las, is Stikvallei systematisch opgezet. Uit drie delen bestaat het, vanuit het perspectief van de wetenschappers, de missionarissen en de lokale bevolking. De wetenschappers zijn eigenlijk het minst interessant. Ze zijn vooral bezig met meten en theoretiseren, in de hoop hun vakgenoten af te troeven met een briljante hypothese waar niks tegenin te brengen valt.

De missionarissen kijken neer op de wetenschappers, omdat die zich niet om de slachtoffers bekommeren (behalve als ooggetuigen). De Nederlandse paters organiseren de hulpverlening, maar zijn ook in competitie, zowel met de moslims als met protestantse kerkgenootschappen. Ze worden op handen gedragen door de plaatselijke bevolking, al zijn ze voor hen ook buitenstaanders. De locals hebben hun eigen trauma’s en grieven over de overheid die al het hulpgeld achterover drukt of steekt in zinloze projecten.

Lees meer Frank Westerman &?8211; Stikvallei

Het wonder dat niet omvalt is de weerslag van vijf jaar participatieve journalistiek door schrijver Ernest van der Kwast. Ruim zestig gesprekken met markante Rotterdammers, variërend van frituroloog John Schipper tot paaldanseres Cyra Soleil, die optrad bij de presentatie van het boek in het Timmerhuis, waar doordeweeks ambtenaren hun kunsten vertonen. “Niet te lang naar mijn benen kijken”, zegt Cyra. “Dan zie je de blauwe plekken en de brandwonden.”

Toch kun je het niet een Rotterdams boek noemen, want de karakters die Van der Kwast ontmoet, zouden overal kunnen wonen. De nachtportier van een poppodium, de toiletjuffrouw, de glazenwasser die als hij klaar is met zijn wolkenkrabber meteen overnieuw kan beginnen. De messenmaker, de schoenenverkoper, de ambulancezuster, de barrista, de hondenfluisteraar – stuk voor stuk zijn het universele karakters, mensen die vol toewijding hun werk doen.

Lees meer Het wonder dat niet omvalt

Laat ik eerst dit zeggen: Het einde van de rode mens van Svetlana Alexijevitsj is een literaire tour de force, het resultaat van vele jaren gesprekken voeren. Alexijevitsj won terecht een Nobelprijs voor deze geschreven documentaire over bewoners van het huidige Rusland, die met haat en nostalgie terugblikken op zowel de Sovjetperiode als de daaropvolgende omwentelingen, die inmiddels in een maffiastaat uitgemond zijn.

Maar toch: ik heb me erdoorheen moeten worstelen. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste weet je het na een poosje wel. De mensen die Alexijevitsj spreekt zijn allemaal uniek, met hun eigen levensgeschiedenis, maar niettemin lijken hun verhalen op elkaar. Vroeger was het erg, maar je wist tenminste waar je aan toe was. Nu gaan de kapitalisten er met het geld vandoor. Mannen zuipen, vrouwen laten zich belazeren. Stalin is de man die de nazi’s verslagen heeft. Alleen in het laatste hoofdstuk, over de protesten in Minsk, gaat het over iets anders, althans tot op zekere hoogte.

Lees meer Svetlana Alexijevitsj &?8211; Het einde van de rode mens

Paulus, de man die erop stond dat een mens Jezus kon volgen zonder zich aan alle Joodse wetten en gebruiken te moeten houden, is in de loop der eeuwen voor vele karretjes gespannen. Hij staat te boek als dogmatisch en misogyn. Maar klopt dat beeld eigenlijk wel, vraagt Karen Armstrong zich af in haar boek ‘Paulus, onze liefste vijand’.

Armstrong kiest een strakke historische invalshoek, zich baserend op de zeven brieven die daadwerkelijk aan Paulus toe te schrijven zijn (1 Tessalonicenzen, Galaten, 1 en 2 Korintiërs, Filippenzen, Filemon en Romeinen). De andere boeken zijn door latere auteurs uit bewondering aan hem toegedicht. Zelfs in die zeven authentieke boeken zitten rare passages die de indruk wekken latere toevoegingen te zijn, betoogt Armstrong, waarin ze overigens niet de enige is. Naar mate het christendom meer verspreid raakte, ontstond meer noodzaak om aan te sluiten bij de geldende mores, onder andere over de plaats van vrouwen in de samenleving.

Paulus zelf was een radicale gelijkheidsdenker. Zijn dopelingen waren niet langer Jood of Griek, slaaf of vrij, man of vrouw. Het was het antwoord op de onderdrukking door de Romeinen, een overheerser die onderworpen volken tot het bot uitperste en op tegenstand bij voorkeur reageerde met genocide. Jezus’ boodschap van sociale rechtvaardigheid viel in goede aarde. Dat hij aan het kruis stierf was een affront, ook voor Paulus, tot die op weg naar Damascus tot het inzicht kwam dat God juist daardoor liet weten zich te voegen aan de zijde van de verworpenen der aarde.

Lees meer Paulus als radicale gelijkheidsdenker

‘De Papoea tatoeëert zijn huid, zijn boot, zijn peddel, kortom alles binnen handbereik. Hij is geen misdadiger. De moderne mens die zich tatoeëert is een misdadiger of een gedegenereerde. In sommige gevangenissen heeft tachtig procent van de gedetineerden een tatoeage. De getatoeëerden die niet in het gevang zitten, zijn latente misdadigers of gedegenereerde aristocraten. Als een getatoeëerde in vrijheid sterft, dan is hij toevallig een paar jaar voor hij een moord zou begaan gestorven.’

Al aan het begin van een van zijn beroemdste teksten ‘Ornament en misdaad’ brengt Adolf Loos de stemming er lekker in. Architecten die ornamenten aanbrengen zijn crimineel. De argumentatie daarvoor wordt niet veel sterker dan dat ornamenten iets zijn voor achterlijke Papoea’s waar de moderne mens zich ver boven zou moeten verheffen.

Lees meer De vermakelijke pedanterie van Adolf Loos

In 2011 en 2012 reisde journaliste Elizabeth Pisani een jaar lang door de Indonesische archipel, met één leidraad: als ze me uitnodigen, zeg ik ja. En uitgenodigd werd ze, want Indonesiërs zijn extreem gastvrij. Soms zat Pisani weken achtereen ergens in een dorpje op een veranda groentes te snijden en met de vrouwen te babbelen, tijdelijk opgenomen in een gezin op een afgelegen Moluks eiland. Onverschrokken stapte ze met een stel dronken walvisvaarders in een bootje voor een vergeefse jacht. Ze ging op campagne met een hopeloze politicus, banjerde door rap verdwijnende jungle en bezocht het islamitische pelgrimsoord waar anonieme seks tot het ritueel hoort.

Alleen al in de titel van haar boek, ‘Indonesia etc, exploring the improbable nation’, ligt een weelde aan detail verscholen. Dat ‘etc’, bijvoorbeeld, is een verwijzing naar de onafhankelijkheidsverklaring, een ultrakort statement dat eindigt met een onvoltooide to-do-lijst, die nooit helemaal is opgepakt. ‘Improbable nation’ verwijst naar de volstrekte toevalligheid van het land, bijeengebracht door een verdreven kolonisator – al zien veel Indonesiërs op afgelegen eilanden de Javanen als de nieuwe kolonisatoren. Zoveel is er niet veranderd.

Lees meer Elizabeth Pisani &?8211; Indonesia etc

Eigenlijk was ik van plan een recensie te schrijven over Pluche, waarin Femke Halsema vertelt over haar periode in de Tweede Kamer. Maar eigenlijk had ik daar weinig meer over te zeggen dan dat het openhartig geschreven memoires zijn die veel over haarzelf en de openbare politieke schermutselingen vertellen, maar helaas wat minder geheimen verraden dan ik gehoopt had.

Dat kan echter ook zijn omdat ik die hele periode heb meegemaakt (meestal op gepaste afstand, maar soms van heel dichtbij). Voor je het weet schrijf je vooral over hoe je die gebeurtenissen zelf hebt ervaren – en dat staat voor een belangrijk deel al op dit blog (zoek op ‘halsema’).

Dus vertel ik maar iets anders. Toen Femke Halsema hoog op de lijst belandde stuurde Ab Harrewijn me namelijk al op haar (en de rest van de top van de lijst) af om naar hun ideologische en religieuze achtergronden te informeren, voor een een stukje in de Linker Wang. Dat smaakte naar meer, dus een half jaar later ging ik bij haar langs om naar haar eerste ervaringen in de politiek te vragen. Ik laat de tekst hieronder in zijn geheel volgen, omdat ze twintig jaar na dato nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. Het asielbeleid is nog altijd paniekvoetbal.

Lees meer Femke Halsema&?8217;s pluchetijd