Blogs in de categorie Strips

Ik René Tardi, krijgsgevangene in Stalag IIb, is het levensverhaal van de vader van striptekenaar Jacques Tardi. De eerste twee delen beschreven zijn verblijf in het krijgsgevangenkamp en de terugkeer naar Frankrijk. Het derde deel speelt zich na de oorlog af, als René ondanks zijn ervaringen besluit in het leger te blijven en in Duitsland wordt gestationeerd.

Omdat Jacques hier geboren wordt, moet hij de verteltechniek van de eerste delen loslaten, waarbij hij zijn vader vergezelde tijdens diens ontberingen. In plaats van in dialoog met zijn vader is hij hier beschouwer. Eigenlijk gaat het ook weinig meer over René. Meestentijds vertelt de tekenaar over zijn jeugd in het Frankrijk en Duitsland van de wederopbouw. De historische uitleg neemt af en toe wel heel veel ruimte en het cynische gemopper op de menselijke wreedheid ken je op een gegeven moment ook wel.

Kortom, dit derde deel is een beetje overbodig. Begrijpelijk dat Tardi het wilde vertellen – en leuk om te lezen hoe hij als zevenjarige al strips verslond en voortdurend bezig was met tekenen. Maar het verhaal van zijn vader was na het tweede deel eigenlijk klaar.

Je zou kunnen klagen dat het een beetje eentonig is, 400 pagina’s met plaatjes van vooral een man die vastgetekend zit aan een radiator. Af en toe mag hij even los, om te eten of te plassen. Een heel enkele keer om zich te wassen. Maar in de monotonie brengt Guy Delisle wel nauwkeurig over hoe Christophe André de tijd doorkwam tijdens de maanden dat hij als NGO-medewerker gegijzeld was in Tsjetsjenië.

Meer kom je ook niet te weten, niet over Christophe, niet over het motief van zijn ontvoerders, niet over Tsjetsjenië. Alleen maar de eenzaamheid en het lichamelijke ongemak, pagina na pagina na pagina.

Guy Delisle is een begenadigd stripverteller, die met Gegijzeld weer een prachtwerk aflevert. De tekenstijl is iets minder cartoonesk dan in eerdere graphic novels, waarin hij onder andere zijn avonturen in Birma, Noord-Korea en Shenzhen uit de doeken deed. Er valt dan ook beduidend minder te lachen. Zeer aanbevolen.

Zijde is een kleine novelle, een sprookje haast, van de gelauerde Italiaanse auteur Alessandro Baricco. Het gaat over Hervé Joncour, die halverwege de negentiende eeuw naar Japan afreist om clandestien eitjes van de zijderups te bemachtigen. Die vormen de basis voor de zijdespinnerijen in zijn Zuid-Franse dorp. Telkens weer gaat hij terug, steeds minder voor de eitjes, steeds meer voor de mysterieuze vrouw in het gezelschap van de man die hem de eitjes verkoopt.

Het verhaal werd al eens verfilmd. Nu is er een versie met prachtige illustraties van Rébecca Dautremer, die de dromerige sfeer van het verhaal prachtig vangt. Eigenlijk verdient dit boek het drie keer gelezen te worden. Eén keer om de tekst in een vloeiende beweging tot je te nemen. Eén keer om de illustraties te bestuderen. En één keer om de samenhang te bewonderen.

Stripblad Eppo heeft de laatste maanden regelmatig door anderen getekende verhalen van ‘s lands populairste geheim agent, Hendrik “327” IJzerbroot. Tekenaar/scenarist Martin Lodewijk is alive and kicking, maar stiekem hoop je toch dat 327 hem gaat overleven. In een eerdere aflevering kandideerde Gerben Valkena zich nadrukkelijk als tekenaar. Deze week schrijft Wilfred Ottenheim een mooi gelaagd Agent 327 scenario, dat leuk is voor kinderen én belezen volwassenen.

Er wordt een neo-existentialistisch complot ontdekt om de zinloosheid van het bestaan te propageren. Dat is een aanslag op onze manier van leven, dus worden Agent 327 en zijn vaste sidekick Olga Lawina vermomd in coltrui naar een doorrookt café in Parijs gestuurd om de wereld te redden van het grote Niets. Volgt de strook hierboven. Hoe het afloopt kunt u in Eppo van deze week lezen.

Bretagne, 1944. De oorlog is goeddeels voorbijgegaan aan de zeventienjarige Jules. Maar nu zijn de geallieerden geland en trekken de Duitsers zijn dorp in om hen tegen te houden. De paar schoften die er wonen grijpen het aan om de andere bewoners te terroriseren. Vrijwel tegelijkertijd meldt zich een nieuwe dorpsbewoner, George, een erudiete Rus met rode schoenen. Jules neemt hem op sleeptouw – of is het omgekeerd?

Jules is vastbesloten zijn nieuwe vriend te laten zien waar je het best eekhoorns kunt vangen en andere onbezorgde dingen doen, maar als uitgerekend de sukkeligste Duitser door een ongeorganiseerd verzetsgroepje vermoord wordt en het tweetal hem vindt, dringt een steeds grauwere werkelijkheid zich op. Het verhaal wordt naar het einde toe steeds bloederiger, maar gaat uiteindelijk toch vooral over vriendschap, niet over de oorlog.

Scenarist Gérard Cousseau en tekenaar Damien Cuvillier hebben met De Rode Schoenen een prachtige strip afgeleverd over bedachtzaamheid en jeugdige overmoed. Een van de beste die ik in tijden heb gelezen.

In het eerste deel van Ik René Tardi, krijgsgevangene in Stalag IIb volgde Jacques Tardi de sporen van zijn vader naar het krijgsgevangenkamp tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat deel eindigde met de bevrijding door de Russen. Deel 2 gaat over de terugtocht naar Frankrijk van de uitgemergelde gevangenen, die het maar moeten uitzoeken. Ze ploegen door de smeltende sneeuw, af en toe in gezelschap van vluchtende Duitsers, zowel militairen als burgers, die uit handen van de Russen willen blijven.

Af en toe hebben de mannen een gelukje. Ze belanden bijvoorbeeld in een brouwerij, waar genoeg water is voor iedereen om na vijf jaar weer eens warm te douchen. Ondertussen geeft René zijn zoon (die in werkelijkheid op dat moment nog niet geboren is) geschiedenisles. Ondertussen is de oorlog nog gaande. De kolonne Fransen belandt ineens weer tussen de Russen, die hen rustig laten passeren. Rond het einde van oorlog bereiken ze de Amerikaanse sector. Na ruim honderd pagina’s ellende bereikt hij Saint-Marcel-les-Valence, waar zijn geliefde op hem gewacht heeft.

Jacques Tardi is een meester in het verbeelden van gruwelen. Verteltechnisch geslaagd is de ingreep om zichzelf als puber mee te laten lopen met zijn vader. Zo beleeft hij de verhalen die hij later zou horen ter plekke mee. Voor wie de geschiedenis een beetje kent zijn de uitleggerige intermezzo’s soms een beetje teveel van het goede. Maar het verhaal, getekend in zwart-wit met af en toe een kleuraccent, houdt je voortdurend bij de les.

Omdat ik zelf van de Eppo-generatie ben, ken ik de voorganger van dat striptijdschrift, Pep, alleen uit de verhalen. Pep heette de bakermat van de Nederlandse stripcultuur te zijn, waar grootheden als Dick Matena, Martin Lodewijk, Lo Hartog van Banda en Peter de Smet konden experimenteren. Tot die tijd waren er alleen de Toonder Studio’s, die tekenaars in een stramien stopten met beperkte ruimte voor eigen inbreng.

Nu kende ik de belangrijkste strips uit Pep wel, omdat die later door Oberon in albumvorm zijn uitgegeven, maar pas door het geschiedschrijving van Ger Apeldoorn, De jaren Pep, kreeg ik meer gevoel bij het blad. Apeldoorn heeft puik werk afgeleverd, maar de bottom line is toch: Pep was helemaal niet zo revolutionair. De ruimte ontstond omdat de formule van het blad zwabberde.

Lees meer Ger Apeldoorn &?8211; De jaren Pep

Meer, meer, meer – dat is wat ik dacht na het lezen van ‘Het uitje van de muggenziftersclub’ van Matthias Giesen, die op zijn beste momenten wedijvert met Gary Larson, de cartoonist die zo geliefd is onder wetenschappers dat er een diersoort naar hem vernoemd werd (een luis). Als Giesen zo doorgaat, maakt hij zeker ook kans op een vlo of een wants.

Voordat hij naar Pyongyang gestuurd werd, verbleef tekenaar Guy Delisle ook enige tijd in Shenzhen, met hetzelfde doel: zorgen dat de Chinese tekenaars van de animatiestudio er geen potje van maakten. Ze zijn namelijk wel bereid hard te werken, maar verstaan hun vak niet zo goed. Delisle’s taak is te zorgen dat de bewegingen en oogopslagen een beetje plausibel blijven.

Het stripboek dat Delisle over zijn verblijf maakte, gaat daar echter nauwelijks over. Het onderwerp is zijn eenzaamheid tijdens een verblijf van drie maanden waarin hij bijna niemand spreekt. De communicatie met de animatoren verloopt via een weinig communicatie tolk of met handen en voeten. Hij doet dat met humor, maar ook met het nodige zelfmedelijden. Geen straf om te lezen, maar minder intrigerend dan het boek over Noord-Korea.

Hij heeft wat langer op zich laten wachten dan gebruikelijk, maar vandaag werd hij bezorgd: de 104de editie van Zone 5300. De lijm moet nog even uitharden, dan kan hij op de post naar de abonnees. Hoofdgerecht is de intrigerende strip ‘Chaos is a ladder’ van Rik Buter, die ook de cover tekende. Verder nieuw werk van onder andere Guido van Driel, Brecht Vandenbroucke en Chris Berg. Plus een zeer uitgebreid in memoriam van Pieter van Oudheusden, een van de productiefste stripscenaristen van Nederland.