Resultaten voor de categorie Film

Geen genade voor klootzakken

269

Een van de charmante gebruiken van het IFFR is dat je klapt na afloop van iedere film. Je weet namelijk nooit zeker of de regisseur niet in de zaal zit. Bij No Mercy for the Rude sprak regisseur Park Chul-Hee het publiek kort toe, zich verontschuldigend dat het misschien een beetje saai zou worden.

Tsja. Een zachtaardige huurmoordenaar heeft zich toegelegd op het omleggen van klootzakken, ontfermt zich over een hoertje en een weesje (of is het omgekeerd?), droomt over een carrière als toreador en gaat soms picknicken met zijn collega-moordenaars. Dat is natuurlijk een recept voor saai.

Niet dus. No Mercy for the Rude is een vlotte combinatie van geweld, melodrama, sex en humor, in de traditie van Quentin Tarantino. Alhoewel, de trouwe filmfestivalbezoeker weet natuurlijk dat het omgekeerd is: Tarantino maakte slechts remakes van Aziatische voorgangers.

Realisme en magie

268

In Rotterdam loopt het filmfestival, maar ook elders in den lande zijn momenteel enkele verdomd aardige werkjes op het witte doek te zien. Edward Norton, bijvoorbeeld, schittert als goochelaar in The Illusionist, een film die op subtiele wijze het evenwicht weet te bewaren tussen realisme en magie, mooi uitgelicht in een negentiende-eeuws Wenen dat niettemin de suggestie van tijdloosheid weet te wekken.

Minder evenwichtig is Bobby, de film over medewerkers en gasten van het hotel waar Bobby Kennedy in 1968 werd neergeschoten. Teveel verhaallijnen en daardoor te fragmentarisch. Maar waar het acteerwerk in The Illusionist volledig steunt op Norton, heeft Bobby mooie staaltjes van Sharon Stone, Demi Moore en William H Macy. Als geheel is Bobby realistisch genoeg, maar ontbeert het de magie.

Departed

206

Na al het verkiezingsgewoel eindelijk tijd gehad voor een film: The Departed van Martin Scorsese. Jack Nicholson is weer eens briljant, dit keer als maffiabaas, zeker op het moment waarop hij uitlegt dat er een rat in zijn organisatie zit. Zijn tegenspelers, Matt Damon als kille kikker en Leonardo di Caprio die weer eens met zijn gevoelens worstelt, zijn degelijk maar wel erg getypecast. Nicholson speelt ze allebei met gemak van het scherm af.

Scorsese is aanvankelijk ook goed op dreef, met een complexe parallelvertelling van twee mollen die respectievelijk bij de maffia (Di Caprio) en de politie (Damon) binnendringen. Maar in plaats van de goed opgebouwde spanning via het plot tot een ontlading te laten komen, kiest Scorsese voor een reeks shoot-outs, waarbij hij ook nog twee keer een deus ex machina nodig heeft om het plot rond te breien. Zelfs de laatste scene met Nicholson zakt daardoor als een plumpudding in elkaar.

De grote stilte

161

De film Into Great Silence, over de Kartuizer monniken die een leven van stilte en contemplatie leiden in de Franse Alpen, duurt minstens een uur te lang. Op een gegeven moment weet je wel dat alles in het klooster met grote toewijding en in een tergend laag tempo plaatsvindt.

Niettemin blijft het fascinerend, zeker voor een politicus die niet zou weten wat hij met zijn leven moest zonder maatschappelijke actie, te zien hoe mensen zich helemaal afzonderen uit de samenleving. Ik meende een lichte vorm van idiotie te herkennen in de ogen van de monniken. Autisme ligt voor de hand. En toch, ik voelde ook bewondering voor de vastbeslotenheid en onthechtheid die de 25 mannen aan de dag leggen. Lang geleden dat ik zo uitvoerig over een film nagepraat heb.

World Trade Center

152

World Trace Center is de tweede film in korte tijd over 9/11 (de ander was United 93). Beide zijn ingetogen films, wat zeker voor regisseur Oliver Stone van WTC een hele prestatie mag heten. Die houdt namelijk van stevig uitpakken.

Stone geldt net als Paul Greengrass, de regisseur van United 93 als een ‘liberal’. In Europese termen is dat nog niet meteen links, maar op z’n Amerikaans conservatief zijn beide heren zeker niet. En het zijn ook geen types die concessies doen aan opportunistische producenten (al riekt de larmoyante en overbodige laatste scene van WTC daar wel naar).

Geen van beide films slaat een patriottische toon aan, maar ze zijn wel doortrokken van iets anders zeer Amerikaans: heldendom en opofferingsgezindheid zijn sterk gekoppeld aan overlevingsdrang. Dat is wel iets anders dan de mentaliteit van de tegenpartij, voor wie heldendom sterk geassocieerd is met de martelaarsdood. De strijd tegen het islamitisch terrorisme is ook een strijd van een levenscultus tegen een doodscultus.

Bosna Saray

140

Wie vandaag de dag Belgrado, Sarajevo en Zagreb aandoet, moet constateren dat de zwaarst gehavende van de drie het snelst weer opgeveerd is uit de zoveelste Balkanoorlog. Belgrado is nog altijd een postcommunistische stad, met treurige winkelstraten die slechts aarzelend aan de nieuwe tijd tegemoet komen. Zagreb doet zijn best met mediterrane loungeterrasjes, waar het zeker gezellig is, maar toch een provinciaalse sfeer hangt. Sarajevo daarentegen heeft de oude bazaar hersteld en een levendige hoofdstraat met hippe winkels en terrassen opgebouwd.

De film Grbavica laat de achterkant zien van een nog altijd getraumatiseerde stad. Een moeder probeert voor haar dochter verborgen te houden dat ze niet het kind is van een Bosnische vrijheidsstrijder, maar, door verkrachting, van een Servische chetnik. De verhaallijn is clichématig, de toon is overdreven plechtig en ook het acteerwerk is niet echt sterk, maar de integriteit staat buiten kijf. Eerder een interessante film dus dan een goede.

Toch is het in zekere zin jammer dat Sarajevo juist door zo’n film (die in Berlijn een Gouden Beer won) weer op de kaart gezet wordt. Het schetst het beeld van een stad die vooral bezig is het verleden te verwerken. Misschien is dat ook wel de rol waarin de buitenwacht haar verwacht en dus graag bevestigt. Maar de straten in het hart van Sarajevo bevestigen juist dat de stad de trauma’s rap aan het ontgroeien is.

United 93

125

Met dit weer heb je bij Cinerama al gauw een zaaltje voor jezelf alleen. Dus kon ik in alle rust kijken naar United93, over het vierde vliegtuig van 11 september 2001, dat zijn bestemming niet haalde, maar crashte in een veldje in Pennsylvania. Over het lef en de implicaties om dit onderwerp ter hand te nemen, is al genoeg geschreven. Mijn aandacht ging uit naar iets anders, de verhaalstructuur.

Het bijzondere van United 93 is dat je exact weet wat er allemaal gaat gebeuren, en dat het toch vanaf de eerste seconde spannend is en blijft. Bij een normale thriller heb je structuur nodig, meestal in de vorm van een hoofdpersoon rond wie alles samenkomt, om het verhaal te volgen. De vraag of die hoofdpersoon bepaalde dingen wel of niet gaat redden, drijft de spanning op. In zijn meest kale vorm is die techniek te zien in bijvoorbeeld Speed.

United 93 heeft geen hoofdpersoon nodig, want de kijker heeft de structuur toch al in zijn hoofd. De opeenvolging van scenes is chaotisch, net als de werkelijkheid indertijd. Regisseur Paul Greengrass zoekt de spanning niet in het plot, maar in de details. Hij gaat met de camera dicht op de mensen zit en dwingt de kijker spanning op met kleine vragen. Wanneer ziet de verkeersleiding dat vlucht UA93 gekaapt is? Lukt het die ene passagier ongemerkt een telefoontje te plegen? Wanneer staan de kapers op en gaan ze naar de cockpit. Nu niet. Nu niet. Dan toch. Een verteltechnisch hoogstandje.

Kino illegal

104

Vage maar wel zeer toegankelijke film in besloten vertoning bij Worm. De Poolse filmmaker Stanislaw Mucha portretteert in ‘Reality Shock’ een aantal al dan niet dronken malloten in een streek aan de Wit-Russische grens. Of, malloten, waarschijnlijk zijn het naar Poolse maatstaven helemaal niet zulke zonderlingen, maar gewone eenvoudige zielen die zich een beeld proberen te vormen van het Europa waar ze plotseling bijhoren.

We zien een bar met Leninthema waar de stamgasten camp-communisten zijn, een zoektocht naar de ufo die hier ooit geland zou zijn, talloze orkestjes die Beethoven verkrachten, een kleuterklas die leert over Duitsland en Frankrijk, een zigeunerin die voorspelt dat het allemaal niet beter gaat worden nu Polen in de EU zit. Het zijn van die momenten waarop je beseft wat een absurd begrip Europa eigenlijk is – en dat je er desalniettemin in kunt geloven.

V for Vendetta

080

Omdat ik even niet politiek hoefde te vergaderen, kon ik naar V for Vendetta, de nieuwe film van de Wachowski broers, die bekend zijn van de Matrix-trilogie. Het is een actiefilm van matige kwaliteit die zich afspeelt in een dictatoriaal Londen, waar mijn nieuwsgierigheid naar gewekt werd door de controverse in Amerika. De film zou kritiek op George Bush leveren. Ik zag dat niet meteen, maar dat anderen het wel zien, is natuurlijk wel veelzeggend.

Of zoals mijn lijfblad The Economist het stelde: only fans of detention centres, torture, unfettered government surveillance, screaming-mad television pundits and laws against alternative lifestyles will find anything here that could possibly offend.

Filmfestival

040

Tijdens het filmfestival stikt het in de Rotterdamse binnenstad van mensen die uitstralen dat ze leuke dingen gaan doen. Allemaal blije mensen – dat zouden we vaker moeten hebben. Een overtuigend bewijs dat cultuur bijdraagt aan de sfeer in de stad.

Zelf heb ik vanwege de verkiezingscampagne niet zoveel tijd om films te kijken. Dus houd ik het bij een paar films uit Zuid-Oost Azië. Vandaag de hilarische Thaise film ‘Citizen Dog’, over een hopeloze liefde waarin het toch nog goed komt, bovenop een enorme berg van lege waterflessen. Met een fraaie bijrol voor een achtjarige die beurtelings aan een zuigfles en een sigaret lurkt. Als voorafje een al even absurde korte Koreaanse film over een man die in de buik van zijn vrouw kruipt. Hopelijk later in heel het land te zien.

Continu festivalverslag bij Zone 5300.