Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

078

Morgenavond de première van Temtapsi Island, de nieuwe voorstelling van het Hans Hof Ensemble, in Lantaren-Venster. Vanavond de try out. En nu de eerste recensie. Twee vrouwen komen aan in een hotelkamer en beginnen elkaar subtiel het leven zuur te maken. Dan verschijnt een man ten tonele. Hij maakt een niet al te snuggere indruk, maar dat mag de prettige rivaliteit niet drukken. Een strijd die begint als Temptation Island eindigt in een cat fight a la Kill Bill.

Het is op een top een Hans Hof voorstelling. Dat wil zeggen dat de thematiek niet bijster bijzonder is. Ook rurrige Japanse karaoke en vingercamera’s zijn eerder vertoond. Maar de enscenering en uitvoering zijn tot in de puntjes verzorgd. Veel oog voor detail, in decors en kostuums, leuke kleine details. Voorstellingen van Hans Hof zijn nooit in elkaar geflanst. Maar Temtapsi Island mist de inhoudelijke zorgvuldigheid en eenheid die het ensemble in de voorstelling Bureau uit 2002 wel bereikte.

075

Deze avond presenteert Passionate zijn berberspecial in hotel New York, met de hele top van schrijvende Mocro’s, zoals Abdelkader Benali, Said el Haji, Khalid Boudou en Mohamed Benzakour. Beetje luisteren naar voordrachten en interviews, maar vooral bijpraten met bekenden. Door de verkiezingen ben ik toch een beetje uit het culturele wereldje geraakt. Wat niet betekent dat er niet over politiek gebabbeld wordt. Ik mag vertellen waar ik denk dat het heen gaat en zeg: een coalitie van PvdA, CDA en VVD.

071

Eindelijk weer eens tijd voor iets anders. Gisteren verscheen, vooruitlopend op het muziekthema van de boekenweek, ‘Strips in stereo‘, waarvoor veertien tekenaars een strip gemaakt hebben bij een Nederlands lied. Mooi album op lp-formaat, al is de muziek op cd meegeleverd.

De meesten, zoals Typex en Henk Kuijpers, hebben één op één de tekst in beeld omgezet, maar Jean-Marc van Tol geeft wel een lekker lugubere draai aan het hinderlijk vrolijke Ding-edong van Teach-in. Vooral Dick Matena en Hanco Kolk hebben zich de moeite getroost er een grafisch hoogstandje van te maken, verder blijft het een gelegenheidsproject dat snel tussendoor geproduceerd is. Maar wel lekker een uurtje lezen met Normaal en Guido Belcanto op de koptelefoon.

040

Tijdens het filmfestival stikt het in de Rotterdamse binnenstad van mensen die uitstralen dat ze leuke dingen gaan doen. Allemaal blije mensen – dat zouden we vaker moeten hebben. Een overtuigend bewijs dat cultuur bijdraagt aan de sfeer in de stad.

Zelf heb ik vanwege de verkiezingscampagne niet zoveel tijd om films te kijken. Dus houd ik het bij een paar films uit Zuid-Oost Azië. Vandaag de hilarische Thaise film ‘Citizen Dog’, over een hopeloze liefde waarin het toch nog goed komt, bovenop een enorme berg van lege waterflessen. Met een fraaie bijrol voor een achtjarige die beurtelings aan een zuigfles en een sigaret lurkt. Als voorafje een al even absurde korte Koreaanse film over een man die in de buik van zijn vrouw kruipt. Hopelijk later in heel het land te zien.

Continu festivalverslag bij Zone 5300.

038

Cultuurdebat in De Unie, met een publiek waarvan tenminste één persoon liet merken niet tot de incrowd te behoren. Maar verder werd het al gauw een technische discussie. De politiek legt de grote lijnen vast en commissies van deskundigen bepalen vervolgens welke cultuurmakers daar het beste in passen. De vraag is dan: in hoeverre mag de politiek nog afwijken van wat de deskundigen adviseren. Heel erg interessant, maar vooral voor ingewijden. Meestal, althans. Want in de zaak van Kabouter Buttplug had iedereen ineens een mening en week de politiek af van wat de commissie van deskundigen bedacht had.

Het gekke is dat in de praktijk de culturele wereld meer verweven is met de politiek dan iedere andere maatschappelijke sector. Het beleid komt daardoor vooral in informele circuits tot stand, terwijl de discussies in de gemeenteraad gaan over incidenten en afzonderlijke instellingen. Heftige politieke meningsverschillen over cultuur bestaan nauwelijks, zoals ook uit het debat bleek. Eigenlijk wel gek, gegeven de rol die cultuur kan spelen in het imago van een stad.

031

Tenzij je het aantal anti’s hierboven telt, weet je niet of het nou voor of tegen de oorlog is, en zelfs als je de anti’s telt, weet je nog niet goed wat er nou eigenlijk bedoeld wordt. Dat overkwam mij een beetje bij Jarhead, de nieuwe film van Sam Mendes, over een groep scherpschutters die de Eerste Golfoorlog in gestuurd wordt, maar uiteindelijk geen schot lost. Het is een wereld van frustraties die ogenschijnlijk snakt naar dodelijke actie, maar tegelijkertijd smeekt van de spanning verlost te worden. Mooie film, maar niet eentje die blijft hangen.

Een probleem is hoofdrolspeler Jake Gyllenhaal. Hij is ouder geworden sinds Donnie Darko, maar voor mij is zijn karakteristieke kop eeuwig aan die briljante film verbonden. En dus zag ik tussen de recruten in de woestijn van Koeweit voortdurend een groot zwart konijn genaamd Frank rondlopen. Bizar.

030

Het Rotterdamse poppodium annex oefenruimte annex studio Waterfront zit nu definitief in heel zwaar weer. Waterfront lijdt al jaren onder het feit dat de organisatie te klein is voor het gebouw dat ze ooit door de gemeente opgedrongen heeft gekregen, tegen een te hoge huur bovendien. Gevolg: de bekende schuldencirkel: niet kunnen betalen, daarvoor een lening aangaan, nog meer moeten betalen, dat niet kunnen, weer een lening, etcetera.

Vanmiddag kwam Waterfront bij de gemeenteraad met een reddingsplan: alle schulden afbetalen, maar dan asjeblieft naar een goedkoper pand om op de kosten te kunnen besparen. Cultuurwethouder Stefan Hulman schoot het plan meteen af. Waterfront moet in het bestaande pand blijven en alle schulden betalen. En rap een beetje. Als dat niet kan, dan maar geen plek voor ontkiemend poptalent in Rotterdam.

026

De laatste dag van het jaar, dus lijstjestijd. Wat waren de beste boeken van 2005? Voor de Nederlandse literatuur was het ‘Joe Speedboat’ van Tommy Wieringa, niet omdat het in alle opzichten perfect was, maar omdat het tenminste lef toonde. Fantasie en bravoure spreekt me toch meer aan dan het zoveelste gereformeerde zelfonderzoek. Om dezelfde reden is ‘A short history of tractors in Ukrainian’ van Marina Lewycka de aansprekendste Engelstalige roman van 2005. Het relaas van een vrouw die haar vader uit de klauwen van een hoogblonde Ukraïense immigrante probeert te redden, is grappig en ontroerend tegelijk, en behandelt haast terloops alle emoties die met emigratie gepaard gaan.

In de categorie ‘populair-wetenschappelijk’ scoort wat mij betreft Palle Yourgrau’s boek over de vriendschap tussen Albert Einstein en Kurt Gödel het hoogst: het vertelt hoe twee oude genieën in hun herfst een zo revolutionaire theorie bedachten dat de wetenschappelijke wereld er geen raad mee wist. De aanrader voor economen is ‘Democratizing innovation’ van Eric von Hippel, die haarscherp uitlegt hoe je in een moderne netwerkmaatschappij economische vernieuwing vormgeeft.

En vooruit, al heb ik er geen verstand van, toch ook even mijn favoriete film, ‘Bin-Jip’ van Ki-duk Kim, over een jongen die ‘logeert’ in huizen van afwezige stadsbewoners en in een van die huizen een eenzame vrouw aantreft. Romantiek, spanning en heel veel zwijgen. De leukste cd van het jaar is ‘Love what you do’ van de Hackensaw Boys: melancholieke blue grass met een vleugje Dukes of Hazard.

020

Met de Religiespecial heeft poëzietijdschrift Krakatau zijn beste nummer tot nu toe afgeleverd. Dat zeg ik natuurlijk omdat er eindelijk eens iets van mezelf in staat. Althans bijna van mezelf. Het gaat om een aantal gedichten van de dertiende-eeuwse Turkse bard Yunus Emre, die ik alweer drie jaar geleden met een vriend uit het Ottomaanse Turks vertaald heb. Een fragment:

Watermolen waarom kreun je?
Lijden volgt mij, daarom kreun ik
Voor de Heer vatte ik liefde
Daarom kreun ik, daarom steun ik

Toen ik deze zomer in de Syrische stad Hama was, heb ik deze raderen gezien en vooral gehoord. Yunus blijkt met ‘kreunen’ het juiste woord gekozen te hebben. Pas daar, in Hama, begreep ik Yunus’ poëzie ten volste. Logisch dat het publiek waarvoor ik het gedicht deze avond in Arminius voorlas, afstand voelde.