Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

Denkend aan de poorten van de hel

265

Vanochtend stond in het kunstkatern van de Volkskrant een grote foto van de denker van Rodin, het beeld dat onlangs gestolen en weer gevonden werd. Het beeld, ontvreemd om het brons, is zwaar beschadigd. Een been ontbreekt en er zitten zware sleuven van een slijptol in.

In het verhaal stond iets dat ik niet wist. Het beeld maakte oorspronkelijk deel uit van een groep die de poorten van de hel moest voorstellen. Toen keek ik ineens anders tegen het beschadigde beeld aan.

Het leek alsof het gebroken been, het misvormde hoofd, de diepe sneden van de slijptol in het lichaam erbij hoorden. De denker was door zijn barre tocht in de handen van bronsdieven iets dichter bij de poorten van de hel gekomen.

De hoogleraar wordt een googelaar

260

Onlangs belandde een dun boekje op mijn bureau, ‘The tragedy of Edward Teller’. Het is een toneelstuk in twee bedrijven over de Joods-Hongaars-Amerikaanse natuurkundige die te boek staat als de vader van de waterstofbom en als een lastige ijdeltuit. Teller – even snel voor degenen die hem niet kennen – was een natuurkundige in de beste Duitse traditie, een leerling van Werner Heisenberg, die voor de nazi’s naar Amerika vluchtte en daar een rol kreeg in het Manhattan project om de atoombom te ontwerpen.

Veel van zijn collega’s kregen na de bommen op Hiroshima en Nagasaki pacifistische trekjes. Teller niet. Hij vond communisten net zo erg als nazi’s. Daar maakte hij geen vrienden mee, zeker niet toen hij tijdens de communistenjacht voor de Amerikaanse senaat getuigde tegen de leider van het Manhattan-project, Robert Oppenheimer. Ondertussen werd Teller een van de leidende breinen achter de ontwikkeling van de waterstofbom. Hét brein, vond hij zelf, hoewel velen in zijn omgeving daar anders over dachten. Volgens sommigen stond hij model voor Stanley Kubrick’s dr. Strangelove.

Lees verder De hoogleraar wordt een googelaar

Nighttown vs Waterfront

252

Vanmiddag behandelt de raadscommissie jeugd, onderwijs en cultuur de toekomst van Nighttown en Waterfront. Het voorstel luidt om de miljoen euro die gereserveerd was voor de verbouwing van Nighttown in te trekken. Van het geld wordt 400.000 bestemd voor de doorstart van het podium en 230.000 voor de reorganisatie van Waterfront. De rest wordt later verdeeld.

Hoewel Waterfront en Nighttown hier in zekere zin tegenover elkaar staan, wordt er ook samengewerkt. Zolang het pand van Nighttown dicht zit, host Waterfront bijvoorbeeld verschillende concerten van de programmeringsstichting Live at Nighttown. De laatste voldoet zo aan zijn subsidieverplichtingen en Waterfront haalt extra omzet.

Lees verder Nighttown vs Waterfront

Lijstjestijd (2)

241

Het is weer lijstjestijd, moeilijker dit jaar dan vorig jaar. Het beste Nederlandstalige boek sla ik meteen maar over, want al moet ik toegeven weinig gelezen te hebben, een hoogtepunt is me in elk geval niet bijgebleven. Het beste Engelstalige boek dat ik dit jaar las, was ‘The time of our singing’ van Richard Powers, maar dat is al weer een paar jaar oud, dus ik ga voor ‘The inheritance of loss’ van Kiran Desai. Niet echt een geheime tip, want ze won al de Man Booker Prize.

In de categorie populair-wetenschappelijk heb ik even geaarzeld over het sloopwerk van Richard Dawkins, maar toch gekozen voor de computergeschiedenis van Mike Hally. Geen bijzondere onderwerpkeuze, maar wel een ongekend complete benadering van de computer, met voldoende aandacht voor wat zich buiten de Verenigde Staten afspeelde. Een beloning voor ambachtelijkheid, niet originaliteit.

Muziek is dan weer wel een makkie: ‘Half the perfect world’ van Madeleine Peyroux. 2006 Was sowieso het jaar waarin de jazz opleefde, maar Peyroux maakte wel een heel erg relaxte nachtclubplaat, met twee vertolkingen van Leonard Cohen songs waar de oude meester dik tevreden mee zou moeten zijn.

De film kende geen absolute uitschieters (wel dieptepunten). Ik houd het op ‘United 93’, vanwege de indringende en toch ook ingetogen blik op de aanslagen van 11 september 2001.

The time of our singing

237

Zelden doe ik lang over een boek, omdat bijna ieder hoofdstuk even tijd nodig heeft om te bezinken. Meer dan twee maanden ben ik bezig geweest met ‘The time of our singing’ van Richard Powers. Dat was geen tijdgebrek. Het was absorptie.

De roman, waarvan in Nederland net een goedkope editie is verschenen, gaat over de kinderen van een joodse fysicus en een zwarte zangeres. Niet wit, niet joods, niet zwart, vallen ze door alle definities heen. De roman gaat over ras, maar meer nog over muziek, het weefsel dat de familie bij elkaar houdt.

Powers heeft een weergaloze stijl, vol van soepele beeldspraak, een vanzelfsprekend maar toch verrassend plot en personages die tegelijk raadselachtig en levensecht zijn. Briljant. Waarvan akte.

I’m your man

235

Leonard Cohen heeft, zo schreef een recensent ooit, een kathedraal in zijn keel. Dat blijkt weer eens overduidelijk als aan het eind van de biopic ‘I’m your man’, waarin onder andere Nick Cave en Beth Orton covers zingen, de grote man zelf achter de microfoon plaatsneemt, met U2 als begeleidingsbandje. Bono zingt ook een couplet van ‘Tower of Song’ mee, maar zijn stem steekt iel en machteloos af tegen het machtige gebrom van de meester.

‘I’m your man’ is dan ook vooral een film voor fans, want ’s mans aanwezigheid drukt zo op alle anderen dat ze bezwijken onder zijn (vaak toch wat overdreven voorgestelde) grootsheid. Cohen is geen goede zanger. Op zijn albums mompelt hij voort, terwijl een of twee zangeressen om het beperkte bereik van zijn zware stem heen fladderen. Op zijn laatste album, ‘Dear Heather’, was hij definitief zijn stem kwijt.

Dit jaar heeft hij het zangwerk dan ook helemaal overgelaten aan zijn trouwste achtergrondzangeres, Anjani Thomas. Haar album ‘Blue alert’ is heerlijk jazzy. Anjani begrijpt tenminste dat je het werk van Leonard Cohen met zo min mogelijk opsmuk moet opdienen.

Literair monnikenwerk

234

Er kwam een brief van de stichting DBNL binnen. Nee, daar had ik ook nog nooit van gehoord. De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren heeft zich tot doel gesteld de Nederlandse literatuur via internet te ontsluiten. Ze zijn al een eindje op weg. Je kunt alle edities van roemruchte tijdschriften als Forum (1932-1935) compleet online lezen, maar ook talloze middeleeuwse boeken en het complete werk van onder meer Bredero, Busken Huet en Vondel. Een schatkamer.

Enfin, toen ze met Vondel klaar waren, dachten ze kennelijk: die Jongeneel heeft in Passionate ook een paar alleraardigste verhaaltjes neergepend. Die gaan we eens een brief schrijven of we ze ook in onze database mogen stoppen. Ik zou niet durven weigeren.

Nighttown gaat weer open

232

Nighttown gaat weer open. Althans, het college heeft 400.000 euro uitgetrokken om de programmeringsstichting weer op de benen te helpen. Dat is minder dan het bedrag dat de stichting nog te goed had van de failliete horeca-bv waar het allemaal mee begon.

Het is bovendien een sigaar uit eigen doos, want er was een miljoen gereserveerd voor een verbouwing van het pand. Dat gaat niet door. Er is dus 600.000 euro eenmalig te besteden voor de popsector. Daarvan, mag ik wel verklappen, is een deel bestemd om de reorganisatiekosten van Waterfront te dekken.

De rest wordt gestopt in een injectie om de sector te professionaliseren. Want van de ene op de andere dag failliet gaan en dan ook nog eens niet weten waar de tonnen zijn gebleven, zoals Nighttown overkwam, getuigt niet van een grote zakelijke greep op de business.

Liefde en Meccano

228

Primo Levi is de schrijver van ‘Is dit een mens?’, een aangrijpend onderzoek in romanvorm naar de betekenis van Auschwitz, waarvan hij een overlevende was. Onlangs stuitte ik op een tweedehands bundeltje met autobiografische verhalen, ‘Liefde en Meccano’.

In het titelverhaal probeert de elfjarige Primo zijn liefde voor Lidia duidelijk te maken, eerst door haar aan te zetten een postzegelverzameling te beginnen, zodat hij haar zegels uit zijn eigen verzameling cadeau kan doen, later door een ingewikkeld bouwwerk van Meccano voor haar te maken. Voor dat laatste roept hij de hulp in van de rouwdouwerige Carlo, die over een grote doos Meccano beschikt. Groot is zijn teleurstelling als Lidia weinig aandacht heeft voor de intellectuele prestatie die hij voor haar geleverd heeft. Carlo steelt de show met een paar postzegels in een cellofaantje.

Vanochtend zette ik het bundeltje op zijn plek in de boekenkast. Ineens drong een politieke metafoor tot me door, van een partij vol intellectuele hoogvliegers die moet ervaren dat het geliefde volk haar niet begrijpt. Ik schoof het boekje naast ‘Is dit een mens?’ Er waren zoveel belangrijker dingen om me druk over te maken.

Cultuur over de brug

219

Gistermiddag presentatie van de Economische Verkenningen Rotterdam 2006 (het gaat beter, maar nog niet goed). Mooie gelegenheid om je gezicht te laten zien. Wethouder Jeannette Baljeu verving haar collega Roelf de Boer, die langdurig is uitgeschakeld. Overigens opvallend hoeveel GroenLinksers op zo’n economische borrel afkomen. Ik telde er zeker zes.

Wethouder Dominic Schrijer was er om te lobbyen voor het Plan op Zuid, een poging om dat stadsdeel een oppepper te geven, bijvoorbeeld met de hype van het moment, creatieve economie. Het zal hem niet plezierd hebben die middag in de krant te lezen dat het bestuur van theater Lantaren/Venster bij nader inzien toch niet naar Zuid wil. Maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat dat ook een heel slecht plan was.

Rotterdam is simpelweg niet groot genoeg om zijn culturele voorzieningen zo ver over de stad uit te smeren. De Kop van Zuid kan alleen een uitgaansgebied op enige schaal worden als het dichter bij de binnenstad betrokken wordt, bijvoorbeeld door de noordkant van de Erasmusbrug te ontwikkelen. Daar staat nu een zaal, Prachtig, die nauwelijks gebruikt wordt. Doe iets met die plek en je kunt zowel van de Boompjeskade een aantrekkelijke flaneerplek maken en een brug slaan naar het uitgaansgebied rond de Witte de Withstraat.