Persoonlijke portfolio

In 2004 trok ik vier maanden uit om over land te reizen van mijn huidige woonplaats Rotterdam naar Tomohon, het dorp in Indonesië waar ik opgroeide. Alles bij elkaar schat ik het op zo’n 25.000 kilometer, afgelegd met de trein en bussen van alle formaten, per taxi, jeep, op boten en veerpontjes, en natuurlijk te voet. De thuisblijvers stuurde ik af en toe een nieuwsbrief.

Welkom in Pakistan. Quetta is voor Kandahar wat Peshawar is voor Kabul: de toegangspoort vanuit Pakistan naar Afghanistan. Hiervandaan kwam de logistieke support voor de taliban toen ze aan hun verovering van Afghanistan begonnen. Het straatbeeld is chaotisch en vuil. Er loopt van alles rond, van modieuze Pakistani met rood geverfde baarden tot Pashtuns en Baluchi’s. Niet ver buiten de stand heeft de UNHCR een groot vluchtelingenkamp, zag ik op de weg hierheen.

Lees meer Naar Tomohon (3): Quetta

In 2004 trok ik vier maanden uit om over land te reizen van mijn huidige woonplaats Rotterdam naar Tomohon, het dorp in Indonesië waar ik opgroeide. Alles bij elkaar schat ik het op zo’n 25.000 kilometer, afgelegd met de trein en bussen van alle formaten, per taxi, jeep, op boten en veerpontjes, en natuurlijk te voet. De thuisblijvers stuurde ik af en toe een nieuwsbrief.

Na Istanbul ben ik via de kust van de Zwarte Zee naar het oosten gereisd via Safranbolu, Sinop en Trabzon naar Erzurum en Dogubayazit, een dorp vlakbij de grens met Iran aan de voet van de Ararat en thuis van het prachtige Ishak Pasha paleis. Afgelopen maandag ben ik moeiteloos in een kwartiertje de grens gepasseerd en heb meteen een lange rit naar Teheran gemaakt.

Lees meer Naar Tomohon (2): Isfahan

In 2004 trok ik vier maanden uit om over land te reizen van mijn huidige woonplaats Rotterdam naar Tomohon, het dorp in Indonesië waar ik opgroeide. Alles bij elkaar schat ik het op zo’n 25.000 kilometer, afgelegd met de trein en bussen van alle formaten, per taxi, jeep, op boten en veerpontjes, en natuurlijk te voet. De thuisblijvers stuurde ik af en toe een nieuwsbrief.

Ook dit jaar weer zullen meer Nederlanders slachtoffer worden van Zuid-Franse snelwegen dan van het internationale terrorisme en andere enge dingen. Logisch dat ik ook in 2004 de Provence mijd als de pest en veiliger oorden opzoek.

Na drie nachttreinen ben ik in Istanbul beland. Deze mail is verzonden vanuit een internetcafé aan Istiklal, de Lijnbaan van Instanbul, maar dan ook nog met allerlei hippe uitgaansgelegenheden en consulaten. Zoals het Britse, dat eerder dit jaar door een bomaanslag getroffen werd. Het ziet eruit alsof er een flinke renovatie gaande is, maar de vlag hangt fier in top.

Lees meer Naar Tomohon (1): Istiklal

000e05
Vanwege de extreme omstandigheden mag de aanleg van een spoorlijn door Tibet tot de ingewikkeldste ingenieurswerken van het moment gerekend worden. Zoals altijd is er controverse, over cultuur, milieu en veiligheid.

In de regentijd is het dak van de wereld nat. Grauwe wolken hangen over de Himalayatoppen en de drassige groene hoogvlakte die het hart van Tibet vormt. Snelstromende rivieren slaan regelmatig stukken van de wegen weg – alleen de wegen tussen de drie grootste steden zijn verhard.

Trein op transport

Vanuit de hoofdstad Lhasa loopt een grotendeels onverharde weg naar het Chinese achterland. Die weg gaat vanuit de vlakte de noordelijke bergen in, over de ijskoude Tanggula pas (5180 meter), door een landschap dat de bron is van drie grote rivieren (Hoangho, Yangtze en Mekong), maar geleidelijk steeds droger en leger wordt, om uiteindelijk uit te komen in de naargeestige woestijnstad Golmud. Daar begint het spoor.

Lees meer Spoor over het dak

Het theocratische Iran lijkt in veel opzichten op de Sovjet-Unie in zijn nadagen. Een oude garde probeert wanhopig in het openbaar vast te houden aan de ideologie, terwijl ze achter de schermen volop meewerkt aan het verkavelen van de economie onder familie en vrienden. De teugels worden af en toe strak aangetrokken (meer hoofddoekjes, minder internetcafés), een kunstmatig vijandbeeld en een wapenwedloop dienen als hakken in het zand, maar er is geen houden aan. De vraag is niet óf maar wánneer het valt.

Mohammed is vijftien en verlangt terug naar het tijdperk van de shah. ‘Vroeger kregen drugdealers de doodstraf’, moppert hij, scharrelend door de straten van de woestijnstad Yazd. ‘Met onze huidige regering hoef je alleen maar te betalen en je kunt doen wat je wilt.’ Mohammeds woede over de drugs, vooral heroïne uit Afghanistan, is begrijpelijk. Naar schatting twee miljoen Iraniërs gebruiken drugs, wat nogal veel is op een bevolking van 75 miljoen. In Yazd is geen verslaafde op straat te bekennen; verder naar het oosten, in Kerman, Bam en Zahedan, hoef je niet verder te zoeken.

Lees meer Iran: rijp voor een revolutie

000d03

Als Turkije toetreedt, komt ook de na Rome belangrijkste cultuurhistorische stad van Europa binnen de grenzen van de EU. Istanbul is een kosmopolitische stad, eigenlijk altijd geweest. Eeuwenlang was het de hoofdstad van een enorm rijk dat half in Europa lag en half in Azië, waar christenen, joden en moslims samenwoonden. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was het een vluchthaven voor Duitse joden en intellectuelen. Door de toevloed van gastarbeiders van het Turkse platteland naar West-Europa in de jaren zestig en zeventig kreeg Turkije, en daarmee Istanbul, een heel ander imago.

Beyoglu, Istiklal Caddesi

Beyoglu, de wijk die het hart is van modern Istanbul, wordt gedomineerd door de Galata-toren, een indrukwekkend rond bouwwerk met dikke muren en kleine ramen, daterend uit 1348, dus van voor de Ottomaanse verovering van de stad in 1453. Hij is gebouwd door de Genovezen, die er indertijd een handelspost hadden. Die handelspost werd uiteraard niet opgedoekt toen de Byzantijnen gewipt werden, want handel is handel en Istanbul ligt nu eenmaal op een onvermijdelijke koopmansroute naar Azië. Tapijten, zijde, specerijen – redenen genoeg waarom Beyoglu een onweerstaanbare aantrekkingskracht hield op Europeanen.

Lees meer Het vergeten Europese imago van Istanbul

000a40

Mijn korte carrière als menselijk schild begon op een ochtend in een Nepalees stadje genaamd Butwal, toen ik uit pure irritatie besloot naar het politiebureau te gaan om aangifte te doen van diefstal van iets onbenulligs. Ik werd allervriendelijkst ontvangen, al verliep de communicatie wat stroef. Nadat ik uitgelegd had wat er was gebeurd, verzekerde men mij dat actie ondernomen zou worden, maar dat ik wel wat geduld zou moeten hebben.

Ik mocht wachten op een stoel onder een boom voor het politiebureau. Daar was het koeler dan binnen. Een vriendelijke agente met helm en kogelwerend vest kwam mij een kopje thee met heel veel suiker en melk brengen. Ik keek eens om mij heen. Het bureau had veel weg van een bunker. De muren waren van dik beton en verstevigd met zandzakken. De ramen waren klein. Er stond voortdurend iemand op wacht met een wapen dat ik een Nederlandse politieagent nog nooit had zien dragen.

Lees meer Menselijk schild

000a37

De man zonder kalashnikov stond in de deuropening en keek mij indringend aan. In zijn ogen lag een mengsel van ingehouden woede en opperste verbazing. Hij had een plukkerige baard en droeg kleren waar het stof doorheen gegaan was, een tulband, tuniek en ruimvallende broek. Iets concreter: hij zag er in alle opzichten uit als een opgejaagde taliban, die in zijn wanhoop teruggekeerd was naar de bewoonde wereld en bij zijn eerste stap meteen met verderfelijke westerling gefronteerd werd.

Lees meer De man zonder kalashnikov

‘Welcom to Bam’ stond er nog altijd op een vrolijk bord bij het binnenrijden van de stad, een mooi plaatje erbij van de beroemde citadel. Die citadel, opgetrokken uit bakstenen bijeengehouden door stro en modder, was nu weg, net als de rest van de stad, sinds de aardbeving van een half jaar geleden, die aan 20.000 mensen het leven kostte.

Niemand vertelt je ooit hoe een stad er een half jaar na een aardbeving eruit ziet, als het werk van de medici en doodgravers gedaan is, en de ingenieurs aan de beurt zijn. Ik wist dus niet wat me te wachten stond toen ik me door een oude bus liet afzetten op de rotonde aan de rand van de stad – het busstation bestond niet meer.

Lees meer Bam bam, my baby shot me down

000a21

Volgestouwd met dorpelingen reed het minibusje over een redelijk rechte weg door bergachtig gebied in Oost-Turkije, op het dak drie fonkelnieuwe ijskasten, nog in het krimpfolie van de fabriek, en een apathische geit. Binnen klonk snerpende Koerdische muziek. De chauffeur hield zijn linkerhand – die met de sigaret – aan het stuur, terwijl hij met de rechterhand zat te sms’en. ‘God is groot’ stond in sierlijke plastic letters op de voorruit, dus de kans dat er iets mis zou gaan was minimaal, maar de enige niet-dorpeling in het busje vroeg zich toch af of de bescherming van boven zich ook tot hem uitstrekte.

Ik vond een vreemde combinatie: een geit op het dak van een busje waarin iedereen druk met zijn mobieltje bezig was. Ergens had ik altijd vermoed dat de introductie van mobiele telefonie voorafgegaan moest zijn door een verbod op het vastbinden van geiten aan imperials. Hier dacht men kennelijk dat die twee dingen helemaal niets met elkaar te maken hadden. Rare boel.

Lees meer Het einde van de shalvar