Blogs in de categorie Reizen

Het theocratische Iran lijkt in veel opzichten op de Sovjet-Unie in zijn nadagen. Een oude garde probeert wanhopig in het openbaar vast te houden aan de ideologie, terwijl ze achter de schermen volop meewerkt aan het verkavelen van de economie onder familie en vrienden. De teugels worden af en toe strak aangetrokken (meer hoofddoekjes, minder internetcafés), een kunstmatig vijandbeeld en een wapenwedloop dienen als hakken in het zand, maar er is geen houden aan. De vraag is niet óf maar wánneer het valt.

Mohammed is vijftien en verlangt terug naar het tijdperk van de shah. ‘Vroeger kregen drugdealers de doodstraf’, moppert hij, scharrelend door de straten van de woestijnstad Yazd. ‘Met onze huidige regering hoef je alleen maar te betalen en je kunt doen wat je wilt.’ Mohammeds woede over de drugs, vooral heroïne uit Afghanistan, is begrijpelijk. Naar schatting twee miljoen Iraniërs gebruiken drugs, wat nogal veel is op een bevolking van 75 miljoen. In Yazd is geen verslaafde op straat te bekennen; verder naar het oosten, in Kerman, Bam en Zahedan, hoef je niet verder te zoeken.

Lees meer Iran: rijp voor een revolutie

000d03

Als Turkije toetreedt, komt ook de na Rome belangrijkste cultuurhistorische stad van Europa binnen de grenzen van de EU. Istanbul is een kosmopolitische stad, eigenlijk altijd geweest. Eeuwenlang was het de hoofdstad van een enorm rijk dat half in Europa lag en half in Azië, waar christenen, joden en moslims samenwoonden. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog was het een vluchthaven voor Duitse joden en intellectuelen. Door de toevloed van gastarbeiders van het Turkse platteland naar West-Europa in de jaren zestig en zeventig kreeg Turkije, en daarmee Istanbul, een heel ander imago.

Beyoglu, Istiklal Caddesi

Beyoglu, de wijk die het hart is van modern Istanbul, wordt gedomineerd door de Galata-toren, een indrukwekkend rond bouwwerk met dikke muren en kleine ramen, daterend uit 1348, dus van voor de Ottomaanse verovering van de stad in 1453. Hij is gebouwd door de Genovezen, die er indertijd een handelspost hadden. Die handelspost werd uiteraard niet opgedoekt toen de Byzantijnen gewipt werden, want handel is handel en Istanbul ligt nu eenmaal op een onvermijdelijke koopmansroute naar Azië. Tapijten, zijde, specerijen – redenen genoeg waarom Beyoglu een onweerstaanbare aantrekkingskracht hield op Europeanen.

Lees meer Het vergeten Europese imago van Istanbul

000a40

Mijn korte carrière als menselijk schild begon op een ochtend in een Nepalees stadje genaamd Butwal, toen ik uit pure irritatie besloot naar het politiebureau te gaan om aangifte te doen van diefstal van iets onbenulligs. Ik werd allervriendelijkst ontvangen, al verliep de communicatie wat stroef. Nadat ik uitgelegd had wat er was gebeurd, verzekerde men mij dat actie ondernomen zou worden, maar dat ik wel wat geduld zou moeten hebben.

Ik mocht wachten op een stoel onder een boom voor het politiebureau. Daar was het koeler dan binnen. Een vriendelijke agente met helm en kogelwerend vest kwam mij een kopje thee met heel veel suiker en melk brengen. Ik keek eens om mij heen. Het bureau had veel weg van een bunker. De muren waren van dik beton en verstevigd met zandzakken. De ramen waren klein. Er stond voortdurend iemand op wacht met een wapen dat ik een Nederlandse politieagent nog nooit had zien dragen.

Lees meer Menselijk schild

000a37

De man zonder kalashnikov stond in de deuropening en keek mij indringend aan. In zijn ogen lag een mengsel van ingehouden woede en opperste verbazing. Hij had een plukkerige baard en droeg kleren waar het stof doorheen gegaan was, een tulband, tuniek en ruimvallende broek. Iets concreter: hij zag er in alle opzichten uit als een opgejaagde taliban, die in zijn wanhoop teruggekeerd was naar de bewoonde wereld en bij zijn eerste stap meteen met verderfelijke westerling gefronteerd werd.

Lees meer De man zonder kalashnikov

‘Welcom to Bam’ stond er nog altijd op een vrolijk bord bij het binnenrijden van de stad, een mooi plaatje erbij van de beroemde citadel. Die citadel, opgetrokken uit bakstenen bijeengehouden door stro en modder, was nu weg, net als de rest van de stad, sinds de aardbeving van een half jaar geleden, die aan 20.000 mensen het leven kostte.

Niemand vertelt je ooit hoe een stad er een half jaar na een aardbeving eruit ziet, als het werk van de medici en doodgravers gedaan is, en de ingenieurs aan de beurt zijn. Ik wist dus niet wat me te wachten stond toen ik me door een oude bus liet afzetten op de rotonde aan de rand van de stad – het busstation bestond niet meer.

Lees meer Bam bam, my baby shot me down

000a21

Volgestouwd met dorpelingen reed het minibusje over een redelijk rechte weg door bergachtig gebied in Oost-Turkije, op het dak drie fonkelnieuwe ijskasten, nog in het krimpfolie van de fabriek, en een apathische geit. Binnen klonk snerpende Koerdische muziek. De chauffeur hield zijn linkerhand – die met de sigaret – aan het stuur, terwijl hij met de rechterhand zat te sms’en. ‘God is groot’ stond in sierlijke plastic letters op de voorruit, dus de kans dat er iets mis zou gaan was minimaal, maar de enige niet-dorpeling in het busje vroeg zich toch af of de bescherming van boven zich ook tot hem uitstrekte.

Ik vond een vreemde combinatie: een geit op het dak van een busje waarin iedereen druk met zijn mobieltje bezig was. Ergens had ik altijd vermoed dat de introductie van mobiele telefonie voorafgegaan moest zijn door een verbod op het vastbinden van geiten aan imperials. Hier dacht men kennelijk dat die twee dingen helemaal niets met elkaar te maken hadden. Rare boel.

Lees meer Het einde van de shalvar

000a19

Amechtig piepte Ascensor Artilleria zich een eind omhoog. Ik stak mijn hoofd door het raampje naar buiten en merkte het vuil tussen de zwarte olie van de tandradbaan op. De kabel die de kabine omhoog trok, zag er oud uit, net als de rest van het systeem. De vernis op het hout was dof uitgeslagen en het nepleer van de zittinkjes oogde plakkerig. Het was heet.

Met een schok kwamen we tot stilstand. Iemand deed het deurtje open. Via een dranghekje, waaraan je nog kon zien dat het ooit van chique glimmend koper geweest was, liep ik naar buiten. Naast het machinegebouw had ik een prachtig uitzicht over de haven en de stad. Er hing een wolk van zomerstof over de stad, maar met het blote oog zag ik nog zeker tien andere tandradbanen lopen. Ze zagen er niet allemaal zo romantisch uit. Eentje leek te zijn opgetrokken uit golfplaten, rood uitgeslagen van de roest.

Lees meer Pesos voor de tandradbaan

000a17

Nadat iedereen uitgestapt was, liep ik helemaal naar voren en veroverde zo de voorste plek in de Yurikamome, de onbemande monorail over de baai van Tokyo. Het werd een mooie reis naar het licht. Het oude haventerrein Odaiba was tegenwoordig een consumentenparadijs, met enorme warenhuizen, vermaakscomplexen en wat dies meer zij. In de avonduren, zoals nu, werd de horizon gedomineerd door de gekleurde lichten van het grote reuzenrad bij Palette Town, een van de gigantische architectonische hoogstandjes aan de baai. Ik had al veel moderne steden gezien, New York, Londen, Berlijn met zijn nieuwe Potzdamer Platz, maar dit sloeg in schaal werkelijk alles. Kortom, het was allemaal behoorlijk indrukwekkend.

Lees meer In de etalage

000a15

Allebei een hele fles wodka op, grijnsden de bardames van het hotel in Vladivostok, wijzend op het stel aan de andere kant van de bar. Pas getrouwd, uit Moskou, legden de dames nader uit. Zelf hadden ze ook niet de hele avond droog gestaan, merkte ik. Ze schoven een schaaltje met stukjes peer en chocola naar me toe. Kennelijk moest je dat eten bij sterke drank. Naast mij zat de juffrouw van de karaoke, die mij verzekerd had dat ze karaoke deed en niets anders. Het was een uur of drie ‘s nachts, schatte ik in, we waren de enige overgeblevenen. Ik had aan de treinreis een langzame jetlag overgehouden en was dus klaarwakker.

Lees meer Broeders in de techniek

000a13

Voor de tweede keer binnen een uur kwam er vervaarlijk gesis en gerommel onder de Landrover vandaan. Lekke band. We hadden de bewoonde wereld een halve dag geleden achter ons gelaten. Er was geen weg, alleen sporen van eerdere jeeps tussen de stenen en het zand. Redding was, met andere woorden, bepaald niet nabij. Allemaal uitstappen, gebaarde Fidel, de chauffeur.

Een uurtje geleden had hij in krap twintig minuten de auto opgekrikt, de reserveband van het dak gehaald, de banden gewisseld en de oude band terug op het dak gelegd. En dat allemaal bij temperaturen rond het vriespunt en een snijdende, kurkdroge wind. We stonden hier met z’n allen in een levensgrote vriesdroger. Voordat ik met de anderen als een groepje pinguïns ging samenscholen, vroeg ik Fidel wat er nu ging gebeuren. We hadden immers geen reserveband meer.

‘Vamos a pacharlo’, zei Fidel opgewekt.

Lees meer Het lot van de fietsenmaker