Blogs in de categorie GroenLinks

Toch goed dat er een God is, citeerde Jesse Klaver gisteravond Gerard Reve bij de aftrap van de verkiezingscampagne van GroenLinks. De Melkweg was afgeladen, voor bijna de helft met (jonge) mensen die geen lid van de partij waren, maar het toch graag wilden meemaken. De partij knettert van de energie. Ik voelde me echt heel oud.

Reve’s God kwam om de hoek kijken als vrijwel vanzelfsprekend symbool van het morele appèl dat de kern is van de campagneboodschap: het moet eerlijker. Minder aandacht voor de patsers, meer voor degenen die zich door het leven stoempen. Voor mij als LinkerWanger is het natuurlijk fijn dat de partij weer een leider heeft die gemakkelijk over religie praat. Hij moest de zaal daar wel een beetje in meetrekken, ook toen hij afschaffing van artikel 23 resoluut naar de prullenbak verwees. Klaver weet hoe je het publiek kietelt, maar zegt ook resoluut ‘nee’ als hij het niet eens is met een geluid uit de achterban.

Naast alle glamour is er uiteraard ook een lijvig concept verkiezingsprogramma, waarop naar hartelust geamendeerd mag worden. Halverwege december hakt het partijcongres de knopen door. Ik voorspel dat het basisinkomen het spannendste punt gaat worden. Tegen die tijd zal ook duidelijk zijn wie achter Jesse Klaver op de lijst staan. Gisteravond deed een getal van meer dan 500 sollicitanten te ronde. Ook dat is dus nog voor veel mensen spannend.

Linkse partijen ontfermen zich graag over de minder bedeelden in een samenleving, in een klassiek verbond tussen elite en rafelrand. Dat is mooi. Maar het is ook minder mooi. Al te opzichtige steun aan emanciperende bevolkingsgroepen vermindert namelijk bij die groepen het gevoel van eigenaarschap van het emancipatieproces. GroenLinkse reflexen behoeven bijstelling.

Geschreven voor Bureau De Helling, verschenen in het zomernummer van 2016

In de jaren negentig van de vorige eeuw woonde ik aan de Dordtselaan, ooit een van de sjieke allees van Rotterdam-Zuid, boven een snackbar waarvan de geur permanent in mijn appartement hing. Boven mij woonde een zeeman die er meestal niet was. Was hij er wel, dan hoorde ik iedere stap die hij zette op de kale houten vloer. Daar weer boven zat aanvankelijk een bordeel. Later woonde er een omvangrijke Turkse familie, die herhaaldelijk zoveel rijst door de afvoer spoelde dat deze verstopt raakte. Dan kwam het water bij mij door het plafond. Een keer, toen ik er niet was, trapte de politie mijn voordeur in om de bron van het water te zoeken dat door de vloer de snackbar in druppelde.

Aan de overkant van het portiek woonde een Nederlands gezin, een echtpaar met twee dochters. Hij was een afgekeurde boekhouder, die bijkluste in de videotheek. Zij was prostituée geweest, maar deed nu alleen nog striptease. Samen dreven ze een kleine escortservice. De buurvrouw had een pc gekocht, omdat ze een boek wilde schrijven over ‘het vak’, waar ze vanuit de zorg ingerold was. Het was misschien geen droombaan, maar ze was mensen van dienst, en dat was goed. In elk geval was het niet zielig. Dat wilde ze graag vertellen. In de zomer hield de buurvrouw het portiek nat om te voorkomen dat junks er kwamen chinezen. Wanneer ik op vakantie ging, gaf ik haar de sleutel. Dan gaf ze de plantjes water en maakte ongevraagd schoon.

Lees meer Emancipatie in eigendom

Even een reminder: op 30 juni, dus over precies een week, vindt de presentatie plaats van de special die De Helling over Rotterdam Zuid heeft gemaakt. Vanaf vijf uur ‘s middags in Verhalenhuis Belvédère. Met medewerking van Joany Muskiet, een van de genomineerden van de Ab Harrewijn Prijs van dit jaar. De special bevat ook een bijdrage van mij. Bij wijze van voorproefje alvast twee alinea’s hieruit:

Vier jaar later raasde Pim Fortuijn door de stad. Ik hoefde niet te raden op wie mijn oude buren gestemd hadden. We hadden het soms over politiek gehad, bijvoorbeeld als ik in verkiezingstijd weer trouw mijn GroenLinks poster had opgehangen. Zij verwachtten weinig van de politiek. De partij die voor hen zou moeten opkomen, de PvdA, had hen verlaten ten gunste van de allochtonen. Naar hen leek nu de exclusieve belangstelling van de elite uit te gaan. Maar hadden zij het dan zoveel beter dan dat Turkse gezin? In Leefbaar Rotterdam hebben zij ongetwijfeld de oude PvdA herkend, de partij die opkwam voor hún belangen.

Pim Fortuijn was, met andere woorden, de aanvoerder van een emancipatiebeweging. Eindelijk was er weer iemand uit de elite die het expliciet opnam voor mensen zoals mijn buren. Bij het linkse publiek zijn vooral Fortuijns moslimvijandige uitspraken blijven hangen, maar die vormden niet de kern van de boodschap. In zijn boek ‘De verweesde samenleving’ had hij geconstateerd dat de verzorgingsstaat niet geleid had tot werkelijke emancipatie. De materiële noden van mijn buurman waren door zijn uitkering wel gedekt, maar die had hem niet zijn gevoel van eigenwaarde terug bezorgd. Daar ging Fortuijn wat aan doen, met zijn nadruk op ‘Nederlandse normen en waarden’ (wat die dan ook zijn mochten, want daar was hij vaag over). Zonder weg te kijken voor de lelijke kanten van Fortuijns ideologische potpourri geldt dat de aantrekkelijkheid ervan lag in het serieus nemen van een kiezersgroep die zich niet zozeer materieel als wel cultureel verlaten voelde.

De Ab Harrewijn Prijs 2016 gaat naar de stichting Here to Support, die educatieve en culturele ondersteuning geeft aan vluchtelingen die geen verblijfsvergunning in Nederland krijgen, maar ook niet kunnen worden uitgezet. De bekendmaking vond plaats op vrijdag 13 mei om 16.30 uur in de Pauluskerk te Rotterdam.

Here to Support verstrekt geen humanitaire zorg, maar richt zich op het zichtbaar, hoorbaar en weerbaar maken van deze groep vluchtelingen. Essentieel is de ervaring van enige controle over het eigen leven. Here to Support zet educatieve en culturele projecten op die het de vluchtelingen in limbo mogelijk moeten maken om te leren, om zich te uiten en om op constructieve wijze aan de toekomst te werken. Op deze manier ondersteunt Here to Support het emancipatorische karakter van het vluchtelingencollectief We Are Here.

Lees verder op de site van de Ab Harrewijn Prijs

Het is ieder jaar weer een vreugde om te organiseren, deze prijs – dit jaar alweer voor de veertiende keer. Alle vijf genomineerden hadden een indrukwekkend verhaal en de kracht om daar een positieve wending aan te geven. In de nazit met de jury gisteren zaten we meteen al vol ideeën voor volgend jaar.

Eigenlijk was ik van plan een recensie te schrijven over Pluche, waarin Femke Halsema vertelt over haar periode in de Tweede Kamer. Maar eigenlijk had ik daar weinig meer over te zeggen dan dat het openhartig geschreven memoires zijn die veel over haarzelf en de openbare politieke schermutselingen vertellen, maar helaas wat minder geheimen verraden dan ik gehoopt had.

Dat kan echter ook zijn omdat ik die hele periode heb meegemaakt (meestal op gepaste afstand, maar soms van heel dichtbij). Voor je het weet schrijf je vooral over hoe je die gebeurtenissen zelf hebt ervaren – en dat staat voor een belangrijk deel al op dit blog (zoek op ‘halsema’).

Dus vertel ik maar iets anders. Toen Femke Halsema hoog op de lijst belandde stuurde Ab Harrewijn me namelijk al op haar (en de rest van de top van de lijst) af om naar hun ideologische en religieuze achtergronden te informeren, voor een een stukje in de Linker Wang. Dat smaakte naar meer, dus een half jaar later ging ik bij haar langs om naar haar eerste ervaringen in de politiek te vragen. Ik laat de tekst hieronder in zijn geheel volgen, omdat ze twintig jaar na dato nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. Het asielbeleid is nog altijd paniekvoetbal.

Lees meer Femke Halsema&?8217;s pluchetijd

2027U weet hoe die dingen gaan: het is de eerste warme dag van het jaar, je raakt met een glaasje erbij aan de praat met wat buurtgenoten en na het vijfde witte wijntje bedenk je samen een plan dat op het moment zelf behoorlijk briljant lijkt. Overal in het land sterft zo’n idee vervolgens een zachte dood, maar als het in de journalistenbuurt is, dan kan het zomaar ineens een trending topic worden.

Enfin, zo belandde dus in de krant dat de PvdA en GroenLinks nauwer moeten samenwerken, onderschreven door enkele coryfeeën uit de hoofdstad (media-overzichtje). Op zich is dit een bekend fenomeen. Als het slecht gaat met de PvdA, schurkt ze tegen GL aan om een zweem van ideologische geloofwaardigheid terug te winnen, terwijl GL het heil zoekt bij een masochistische flirt met de PvdA na elke electorale afstraffing.

Lees meer Rokjesdag in Amsterdam: PvdA en GroenLinks moeten meer knuffelen

In maart 2002, dus nog voor de moord op Pim Fortuijn, schreef ik een kort essay hoe GroenLinks Rotterdam zich tot diens nieuwe politieke beweging moest verhouden. Naar aanleiding van opmerkingen die ik kreeg op Waarom ik geen Marokkaan ben heb ik het herlezen en tot mijn stomme verbazing geconstateerd dat het nog actueel is. Hieronder de versie uit september 2002, die indertijd onderwerp is geweest van een afdelingsdiscussie.

GroenLinks is bij de afgelopen verkiezingen meegezogen in ressentimenten die vooral tegen de PvdA gericht waren. Dat we weerzin voelen tegen elementen uit het fortunisme is logisch, maar tegelijk denk ik dat we over het hoofd zien welke overeenkomsten er zijn. Zeker gegeven de verkiezingsuitslag is het zaak eens goed naar die overeenkomsten te kijken en te bezien waar mogelijkheden voor (incidentele) samenwerking liggen. Een defensieve instelling leidt namelijk nergens toe.

Waarom zouden we dat willen? De verkiezingsuitslag is uitgelegd als ‘een ruk naar rechts’. Ik waag te betwijfelen of het zo simpel ligt. Hoewel de LPF momenteel in hoog tempo afscheid neemt van de meer idealistische trekken van het fortunisme, om zich als de rechtervleugel van de VVD te positioneren, en hoewel sommige leden van Leefbaar Rotterdam er extreem-rechtse denkbeelden op na houden, denk ik dat we er vanuit de linkerhoek beter aan zouden doen om de sporen van idealisme aan te moedigen dan in twijfel te trekken. Dat wil zeggen: onze eigen standpunten op sommige onderdelen aanbieden als potentiële bondgenoten in plaats van als diametraal tegenovergestelde alternatieven.

Dit heeft ook een praktische kant. Als de fortunisten erin slagen een opener bestuursstijl af te dwingen (daar valt momenteel nog weinig van te merken, maar het is wel een van hun beloften aan de keizers), dan zouden ze ook open moeten staan voor gelegenheidscoalities met de oppositie. Dan moet die oppositie echter ook zelf open staan, niet om een wig te drijven in de regering/stadsbestuur (dat zou ouderwetse politiek zijn), maar om dingen gedaan te krijgen in een bestuurlijke omgeving waarin partijpolitiek door burgers irrelevant en zelfs kwalijk wordt gevonden. Met een aangeslagen PvdA en een fortunisme dat vooral met zichzelf bezig is in een zoektocht om tot nu toe vage ideeën te concretiseren, is het aan GroenLinks om zo’n doorbraak aan te kaarten.

Lees meer Wat heeft GroenLinks met het fortunisme?

Van mijn partijvoorzitter kreeg ik een oproep ook te laten weten dat ik een Marokkaan ben. Ik ga daar niet aan meedoen. Daar is een eenvoudige reden voor: ik ben namelijk werkelijk geen Marokkaan en ik heb ook niet de pretentie er een te zijn (eerlijk gezegd zou ik dat nogal aanmatigend vinden). Ik zou de actie domweg kunnen negeren, maar ik vind dat er een ongewenst randje aan zit.

De actie gaat namelijk mee in het frame van Geert Wilders. Er is in Nederland sprake van wij, de Nederlanders, en zij, de Marokkanen. Het is natuurlijk een roerend gebaar van solidariteit dat Nederlanders zich voor de bühne bij de Marokkanen voegen, maar het is ook een boodschap die het onderscheid in stand houdt. De vele born here selfies, waarbij Marokkaanse Nederlanders zich met hun paspoort portretteerden, bieden een veel positiever signaal door de nadruk te leggen op de eenheid in plaats van de verdeeldheid.

Marokkaanse Nederlanders van de jongste generatie zijn in feite verder in hun denken dan de Nederlandse Nederlanders die menen voor hen op te moeten komen (dat heeft toch altijd iets paternalistisch, alsof ze niet uitstekend in staat zijn zichzelf te verweren). Denk ook aan de positieve boodschap waarmee Nida Rotterdam uit het niets twee zetels haalde bij de gemeenteraadsverkiezingen. Dat is de houding waarmee Nederland vooruit geholpen wordt. Het PVV-sentiment bestrijd je niet door er luidkeels tegenin te gaan, maar door de irrelevantie ervan te tonen.

PS: Nu ik toch bezig ben, wil iedereen alsjeblieft ophouden met het gebruiken van de politiebureaus om een petitie in te leveren? Ik snap best dat het fijn is voor het groepsgevoel, maar die bureaus zijn daar niet voor bedoeld. (sg)

1976Als je mensen laat kiezen tussen portemonnee en gezondheid, kiezen ze eigenlijk altijd voor hun gezondheid. Gek genoeg vergeten ze dat vaak als ze in het stemhokje staan. Dan vinden ze hun portemonnee ineens wel het belangrijkst, of de overlast van hangjongeren of nog iets anders.

Ik vind dat raar. Juist bij de gemeenteraadsverkiezingen kun je als burger aan de overheid vertellen wat ze moet verbeteren in je directe omgeving. Dus dat is ook het moment om de overheid te vertellen dat je je gezondheid het belangrijkst vindt van allemaal.

Lees meer GroenLinks voor je gezondheid