Archief van microcolumns over actuele politiek

Toen ik na een avondje intense bijbelstudie zo gauw geen abortuskliniek kon vinden om tegen te protesteren, koos ik dan maar een ander verzetje: het vliegende spaghettimonster. Dat is een god die wordt aanbeden door atheïsten. Nootjes erbij en surfen maar, want er is veel gaande onder de pastafarians dezer dagen. Hun inschrijving als kerkgenootschap is geweigerd.

Ik herinner me uitzichtloze discussies met atheïsten die al door het lint gingen als je ook maar suggereerde dat ze een metafysische stelling aanhangen. En hier had je dus ongeloofsgenoten van hen die per se een kerk wilden zijn (of een sekte, als ze er niet in slagen mainstream te worden onder atheïsten). Hoe dan ook, ik vermaakte me kostelijk met hun campagne om zieltjes te winnen. Toen waren de nootjes op en dook ik onbekeerd in bed. (sg)

Net toen ik gisteren op de bank – glaasje vintage whisky erbij, biologisch kaasje, u kent dat wel – zat te genieten van mijn morele superioriteit, werd ik er door gelijkgezinden in mijn tijdlijn weer eens op gewezen dat die niet langer vanzelfsprekend is. Vanuit de andere kant van het politieke spectrum rukken horden op die vinden dat niet wij maar zij recht hebben op de hoogste ethische medaille.

De waarheid is dat ik mij hier ongemakkelijk bij voel. Mijn morele superioriteit is mijn raison d’être, het fundament waarop mijn bedilzucht gegrondvest is. En dan krijgen we ineens van die gasten met hun fokkin arrogante pretenties die onze superioriteit proberen af te pakken, alleen maar omdat ze te lui zijn om een eigen opbouwende gedachte te verzinnen. Dacht het niet. Ik zeg: kom in verzet! Rot op naar je eigen ideologie! (sg)

Sinds we weten dat de grootmoefti van Jeruzalem de aanstichter is van de Holocaust, mogen we stellen dat iedereen die wel eens ‘hallo’ gezegd heeft tegen een Palestijn niet alleen een smerig terroristenvriendje is, maar ook een antisemitische fascistennazi. Ik vrees dat ik voor die kwalificatie in aanmerking kom, want ik heb wel eens een hotel geboekt in Oost-Jeruzalem.

Enfin, zodra er ongeorganiseerd geweld uitbreekt in die regio, kun je er donder op zeggen dat de Sargasso-spambox vol loopt met agressieve propaganda. Sinds de eerste intifada heeft de Palestijnse elite en middenklasse het gebied al goeddeels verlaten. De Israëlische exodus begint ook op gang te komen: wie een toekomst wil voor zichzelf en zijn kinderen, pakt zijn biezen naar Berlijn. Wat overblijft zijn de fanatici die hun identiteit ontlenen aan de haat jegens de ander, tot in het zevende geslacht. (sg)

Terwijl de keyboardwarriors van Twitter en omstreken elkaar nog altijd met het slijm op de lippen voor rotte vis uitmaken, mogen we constateren dat de asieltsunami door de Nederlandse golfbrekers naar behoren wordt opgevangen. Goed, er zijn auto’s in de fik gestoken en een kogelbrief verstuurd, maar het huis van de staatssecretaris staat er nog. Dat is wel eens anders geweest. Dankzij loslippigheid van Constant Kusters weten we bovendien dat het telkens dezelfde raddraaiers zijn die in den lande het democratische proces verstoren. Goed dat hij een podium kreeg bij Pauw: nu weten we hoe marginaal het verzet werkelijk is.

Velen maken zich terecht zorgen of de dijken het wel houden (juist als we dat niet deden, zouden ze bezwijken), maar uiteindelijk is het business as usual. De staat zorgt voor de basics, de kerken pikken de rest op. Wir schaffen dass, al zuchtend en mopperend zoals het zuinige Hollanders past. Over vijf jaar gaat de buurt de straat op omdat Ajse uit Aleppo teruggestuurd dreigt te worden naar haar oudtante in Beirut. (sg)

In de trein vond ik een exemplaar van Tubantia, zo’n fijn regionaal dagblad waarin men het onvertogen woord zorgvuldig mijdt en gloedvol weet te spreken over de eigen voetbalclub of kruidkoek. Er stond een interview in met een echtpaar dat al zeventig jaar bij elkaar was. Zij was als geëvacueerde jonge wees uit Rotterdam in het schone Twente beland en dreigde naar een internaat gestuurd te worden. Dan maar liever trouwen, dacht ze, als zestienjarige.

Een kindbruidje! Door de gruwel van de oorlog in de armen van een vijf jaar oudere man gedreven! Met wie ze nu al zeventig jaar haar leven moest slijten! Tubantia mocht het dan presenteren als een vertederend liefdesverhaal, dit was nou precies waar ons alerte parlement tegen in actie was gekomen. Je mocht toch hopen dat dit huwelijk snel ontbonden zou worden. Maar nee, Zijne Koninklijke Hoogheid had zelfs felicitaties gestuurd. (sg)

Sinds er gisteravond een inspraaksessie plaatsvond die nog het meest weg had van zo’n brallerige klucht van Toneelgroep Amsterdam, weet heel Nederland dat Steenbergen een ranzig verkrachtershol is waar je met goed fatsoen geen vrouwelijke vluchtelingen naartoe kunt sturen. Je mag aannemen dat de plaatselijke jeugd vreest er niet meer aan te pas te komen als die Syriërs met hun stadse manieren de meisjes om hun vinger winden – terwijl de beelden toch suggereerden dat enig nieuw bloed in de lokale genenpool geen kwaad zou kunnen.

Mocht u na het lezen van bovenstaande alinea verontwaardiging voelen opborrelen, maar niet direct iets snedigers weten te zeggen dan ‘je mag niet zo generaliseren’ of ‘boze burgers hebben altijd gelijk’, dan heb ik goed nieuws. U kunt zich in de reacties opgeven voor een cursus effectief demoniseren. U leert er incidenten opblazen, verzinsels voor waarheid laten doorgaan, boosaardig insinueren en nog veel meer. Wist u trouwens dat ze op de redactie van GeenStijl vijf keer per dag knielen voor een gipsbeeld van Voldemort met een blonde pruik op? Daar heeft een rochelende man in een parkeergarage me foto’s van laten zien. (sg)

Dezer dagen moet ik nog wel eens denken aan de damherten in de overbevolkte waterleidingduinen waarvan we vonden dat ze beter konden creperen tegen het hek dan dat ze zich tegoed deden aan de toch al schaarse heesters in Bloemendaalse tuinen. Ik heb indertijd bepleit de beesten af te knallen en op te eten. Ik ben nu eenmaal iemand die vindt dat je ook ergens verantwoordelijk voor kunt zijn als je erbij staat en niks doet. Alleen dan kun je het geweer als een lichter te dragen last ervaren, althans als het om damherten gaat.

De alternatieven zijn afhankelijk van welk voldongen feit je bereid bent te accepteren. Je kunt bijvoorbeeld ook gaten in het hek knippen en de toorn van de Bloemendalers op je laden – maar wie burgerwoede over zich afroept geldt heden sowieso als een verwerpelijk sujet. De gewetensvolle helden van vandaag lopen weg van het hek, in de stellige overtuiging dat de herten het allemaal aan hun eigen voortplantingsdrift te wijten hebben en dat het een verkeerd signaal zou zijn om je hun lot aan te trekken. (sg)

Dit land heeft een sterke leider nodig, iemand die weet wat het volk beweegt en krachtige besluiten neemt. Het klonk nog niet overtuigend genoeg. Ik ging iets schuiner voor de spiegel staan, de borstkas fier vooruit. Had ik wapperende Mozartmanen gehad, als Droomprins uit Shrek, dan zou ik die met een nonchalante beweging naar achter geworpen hebben. Dit land roept om een sterke leider. Dat klonk al beter. Dit land eist een sterke leider. Nog beter. Dit land schreeuwt om mij.

U bent een nepparlement, oefende ik alvast. U behartigt de belangen van het volk niet. U loopt aan de leiband van Brussel. Uw bestaan is derhalve zinloos. Daarom heb ik besloten u naar huis te sturen, zodat u daar kunt nadenken over uw landverraad. Voor u, mevrouw Arib, heb ik alvast een vliegtuig klaar laten zetten. Nee, die laatste zin was teveel eer. Ik probeerde nog iets krachtdadiger te kijken. Dit land eist een sterke leider, herhaalde ik, dit land eist een sterke leider. Dit land schreeuwt om mij. (sg)

In een verlaten worstenfabriek, waar de geur van muf berkenhout herinneringen opriep aan van wodka doordrenkte kolchozennachten, ontmoette ik de chef contraspionage van de SP. Hij was het die de hand van de VVD onthulde achter de infame Oranjerellen. In de hoop meer los te peuteren fluisterde ik dat het toch wel knap van Halbe Zijlstra was dat hij de latente volkswoede beter aan een touwtje had dan die andere gast.

Het is het grootkapitaal, zuchtte de man, van wie slechts de kale kruin zichtbaar was in het schrijlings invallende licht. Ze proberen de mensen uit elkaar te spelen om de aandacht af te leiden van de miljarden die de Bankendämmerung ons nog gaat kosten. Ik wilde vragen hoe dat precies in zijn werk ging, maar mijn zegsman was alweer opgelost in de rook. (sg)

Zo onderhand werd ik toch wel nieuwsgierig naar die wagenwijd openstaande grenzen, met hun aanzuigende werking op Syrische testosteronbommen die het land overspoelen om onze borstvergrotingen af te pakken. Ik reisde dus af naar Kerkrade, dat ik kende als een buitengewoon volatiele grensplaats sinds Mart Smeets ooit aan de vooravond van een Nederland-Duitsland in het straatbeeld verscheen met de verlekkerde constatering dat het hier wel eens behoorlijk uit de hand zou kunnen lopen.

Ik werd niet teleurgesteld. De grens stond inderdaad wagenwijd open. Zelfs toen ik een paar keer opzichtig heen en weer liep, vroeg niemand naar mijn paspoort. Nergens zag ik nerveuze legereenheden klaar staan om bij het geringste hoofdknikje van chef Hennis het prikkeldraad uit te rollen en zo de stormloop van gelukszoekers vanuit Herzogenrath te voorkomen. Onbevredigd droop ik af. De grens met Duitsland dichtgooien, het was een historische stommiteit die ik, als het toch ging gebeuren, graag van nabij had meegemaakt. (sg)