Archief van microcolumns over actuele politiek

Dezer dagen moet ik nog wel eens denken aan de damherten in de overbevolkte waterleidingduinen waarvan we vonden dat ze beter konden creperen tegen het hek dan dat ze zich tegoed deden aan de toch al schaarse heesters in Bloemendaalse tuinen. Ik heb indertijd bepleit de beesten af te knallen en op te eten. Ik ben nu eenmaal iemand die vindt dat je ook ergens verantwoordelijk voor kunt zijn als je erbij staat en niks doet. Alleen dan kun je het geweer als een lichter te dragen last ervaren, althans als het om damherten gaat.

De alternatieven zijn afhankelijk van welk voldongen feit je bereid bent te accepteren. Je kunt bijvoorbeeld ook gaten in het hek knippen en de toorn van de Bloemendalers op je laden – maar wie burgerwoede over zich afroept geldt heden sowieso als een verwerpelijk sujet. De gewetensvolle helden van vandaag lopen weg van het hek, in de stellige overtuiging dat de herten het allemaal aan hun eigen voortplantingsdrift te wijten hebben en dat het een verkeerd signaal zou zijn om je hun lot aan te trekken. (sg)

Dit land heeft een sterke leider nodig, iemand die weet wat het volk beweegt en krachtige besluiten neemt. Het klonk nog niet overtuigend genoeg. Ik ging iets schuiner voor de spiegel staan, de borstkas fier vooruit. Had ik wapperende Mozartmanen gehad, als Droomprins uit Shrek, dan zou ik die met een nonchalante beweging naar achter geworpen hebben. Dit land roept om een sterke leider. Dat klonk al beter. Dit land eist een sterke leider. Nog beter. Dit land schreeuwt om mij.

U bent een nepparlement, oefende ik alvast. U behartigt de belangen van het volk niet. U loopt aan de leiband van Brussel. Uw bestaan is derhalve zinloos. Daarom heb ik besloten u naar huis te sturen, zodat u daar kunt nadenken over uw landverraad. Voor u, mevrouw Arib, heb ik alvast een vliegtuig klaar laten zetten. Nee, die laatste zin was teveel eer. Ik probeerde nog iets krachtdadiger te kijken. Dit land eist een sterke leider, herhaalde ik, dit land eist een sterke leider. Dit land schreeuwt om mij. (sg)

In een verlaten worstenfabriek, waar de geur van muf berkenhout herinneringen opriep aan van wodka doordrenkte kolchozennachten, ontmoette ik de chef contraspionage van de SP. Hij was het die de hand van de VVD onthulde achter de infame Oranjerellen. In de hoop meer los te peuteren fluisterde ik dat het toch wel knap van Halbe Zijlstra was dat hij de latente volkswoede beter aan een touwtje had dan die andere gast.

Het is het grootkapitaal, zuchtte de man, van wie slechts de kale kruin zichtbaar was in het schrijlings invallende licht. Ze proberen de mensen uit elkaar te spelen om de aandacht af te leiden van de miljarden die de Bankendämmerung ons nog gaat kosten. Ik wilde vragen hoe dat precies in zijn werk ging, maar mijn zegsman was alweer opgelost in de rook. (sg)

Zo onderhand werd ik toch wel nieuwsgierig naar die wagenwijd openstaande grenzen, met hun aanzuigende werking op Syrische testosteronbommen die het land overspoelen om onze borstvergrotingen af te pakken. Ik reisde dus af naar Kerkrade, dat ik kende als een buitengewoon volatiele grensplaats sinds Mart Smeets ooit aan de vooravond van een Nederland-Duitsland in het straatbeeld verscheen met de verlekkerde constatering dat het hier wel eens behoorlijk uit de hand zou kunnen lopen.

Ik werd niet teleurgesteld. De grens stond inderdaad wagenwijd open. Zelfs toen ik een paar keer opzichtig heen en weer liep, vroeg niemand naar mijn paspoort. Nergens zag ik nerveuze legereenheden klaar staan om bij het geringste hoofdknikje van chef Hennis het prikkeldraad uit te rollen en zo de stormloop van gelukszoekers vanuit Herzogenrath te voorkomen. Onbevredigd droop ik af. De grens met Duitsland dichtgooien, het was een historische stommiteit die ik, als het toch ging gebeuren, graag van nabij had meegemaakt. (sg)

Ik ben een anti-democraat. Dit is mij duidelijk gemaakt door een olijke matroos, die mij een aantal keer met een ranzige roze washand in het gezicht sloeg om mijn interesse te wekken voor een referendum over het associatieverdrag tussen de Europese Unie en de Oekraïne, een land met een hele grote Russische marinebasis waarvan de matroos mij verzekerde dat hij er niks mee te maken had. Enfin, als ik zijn enthousiasme niet deelde, was ik dus een anti-democraat. Soms heb je hulp van een buitenstaander nodig om iets over jezelf te weten te komen.

Zodra je eenmaal anti-democraat bent, hoef je je van andermans mening niks meer aan te trekken. Het is een bevrijding die ik iedereen gun. Dus heb ik een aantal banners van de PvdA-website geplukt en naar de matroos gestuurd met de opdracht die, als de democratie hem lief was, te plaatsen op de homepage van zijn ongefundeerde rebellenclub. Niets meer van gehoord. Anti-democraat worden, het is een fluitje van een cent en je hebt er veel plezier van. (sg)

Wanneer je woonachtig bent in een feeëriek lustoord, waar de blonde deernes gewillig over straat schrijden en de exquise hamburgerrestaurants zich op iedere hoek manifesteren, bijvoorbeeld in Purmerend, dan snap ik ook wel dat je een broertje dood hebt aan gebeurtenissen waarvan je niet direct ziet hoe die je luxe leven zullen verrijken, maar waarvan je wel kunt verzinnen hoe die het zouden kunnen vernaggelen. Anders gezegd: onder zulke omstandigheden is de komst van vluchtelingen inderdaad nogal kut.

In een rechtvaardige wereld zouden die vluchtelingen er niet zijn. Dan zaten ze namelijk in hun eigen land met van vet druipende vingers naar deernes te koekeloeren. Maar ja, de wereld is niet rechtvaardig, zelfs niet in Purmerend, dus kan het zomaar gebeuren dat een scherf onrechtvaardigheid uit andermans oorlog pardoes in je achtertuin belandt. Dan kun je jezelf in woedend slachtofferschap wentelen en op hoge toon eisen dat iemand anders de granaatresten opruimt. Of je pakt de hark en je gaat aan de slag. De laatste insteek is de snelste manier om je tuintje weer op orde te krijgen. (sg)

Als hardwerkend Gutmensch denkt u bij pvv’ers vermoedelijk aan dyslectische losers die tussen het bankhangen en zwartwerken door lopen te jankeballen over moslims, zodat ze hun eigen lamlendigheid niet onder ogen hoeven te zien, om vervolgens van uw belastingcenten het zorgstelsel te verstoppen met hun doorrookte longen en dichtgeslibde aorta’s. Dat cliché klopt niet. Er zijn namelijk ook genoeg pvv’ers die wél netjes hun belasting betalen en buren helpen als ze ziek zijn, zonder iedere andersdenkende de vliegende tering toe te wensen, al dan niet op internet.

Ook die laatste zin is, ondanks de lichte schijn van redelijkheid, beledigend. Allicht heeft u de hele alinea met enig genoegen gelezen. Hij was in elk geval leuk om te schrijven. Maar deugen doet het niet. Oproepen tot tolerantie leiden nergens toe als ze gepaard gaan met giftige verwensingen. De ware Gutmensch knuffelt zijn tegenstanders dood, hoe moeilijk dat ook is in het geval van agressieve Almeerse tokkies met het IQ van een dropveter. (sg)