Resultaten voor de categorie Rotterdam

Wat het Rotterdamse publiek wil

1766

Bij de opening van het culturele seizoen afgelopen zondag presenteerde Rotterdam Festivals een brochure met een analyse van cijfers en trends uit vijf jaar publieksonderzoek. Er staat veel in wat ik altijd al vermoedde, maar dat nu ook eens met feiten gestaafd wordt.

Deelname aan cultuur is vanzelfsprekend voor welgestelden, senioren in de hogere pensioensferen en lieden die bewust voor een stadse wooncarrière hebben gekozen. Voor mij verrassend was dat studenten matige cultuurconsumenten zijn. De “hardwerkende Rotterdammers” denken pas aan cultuur als ze erover struikelen. Heel bemoedigend is het vrijwel honderd procent draagvlak dat bestaat voor cultuur op school. Ook mensen die niks met cultuur hebben, vinden dat hun kinderen ermee in aanraking moeten komen en dat daarop niet bezuinigd mag worden.

Kortom, een mooi boekje met veel cijfers waar zowel beleids- als cultuurmakers iets mee kunnen. Online te lezen.

Wethouder weg, tekort blijft

1765

Dominic Schrijer zal wel in zijn vuistje lachen. Hij werd weggestuurd vanwege een groot tekort op zijn sociale portefeuille, waarvan hij zei dat het onoplosbaar was. Nu zit zijn opvolger er en wat blijkt: het tekort is nog steeds onoplosbaar.

Enfin, u begrijpt: hommeles in het college. Want de gedachte was dat als je nou een heel competente wethouder aantrok, die met gemak zeventig miljoen uit de sociale hoed zou toveren. Dat valt tegen, vooral voor wethouder Jantine Kriens van financiën, die ironisch genoeg in de vorige periode het sociale veld beheerde en toen ook niet doorhad dat de miljoenen oncontroleerbaar wegtuimelden, terwijl collega Hamit Karakus bezig was de reservekas dicht te metselen met enthousiast vastgoedbeleid, dat momenteel even wat minder oplevert dan gehoopt (ook een strop van zeventig miljoen, maar daar hoor je niemand over).

Kortom, het gaat in Rotterdam zoals in veel gemeenten. Het geld zit vast in de harde sector (gebouwen, haven) en dus moet de zachte sector bloeden, want daar zitten vooral mensen en die kun je wel makkelijk aan de dijk zetten. Sommige socialisten hebben het daar moeilijk mee. Begrijpelijk, maar de peren zijn toch echt gebakken door collega PvdA’ers. Het zijn mooie tijden om vanaf de zijlijn wat te roeptoeteren.

In memoriam Machteld Cairo

1755

Ruim tien jaar geleden, toen ik nog niet zo lang in de stad woonde, werd Machteld Cairo voorzitter van GroenLinks Rotterdam. De sfeer van de ledenvergaderingen werd op slag totaal anders. Chaotischer, maar ook gezelliger en overvloedig voorzien van door Machteld gebakken koekjes.

Machteld was niet zo lang voorzitter, maar maakte gewoon door zichzelf te zijn een einde aan de wat krampachtige sfeer van de alv’s. Anderen na haar konden daarop bouwen aan een afdeling die zowel levendig als effectief was. Machteld zelf concentreerde zich op de politiek in de deelgemeente noord, waar ze als een koningin over moederde. Tien jaar was ze raadslid, waarvan ongeveer de helft fractievoorzitter.

Haar ziekte hield ze stil, zodat haar overlijden vorige week voor velen als een schok kwam. Vandaag kan iedereen afscheid van haar nemen. Morgen is de begrafenis.

De grote Rotterdamse kunstkalender

1751

Hier gaat om gevochten worden: een scheurkalender op groot formaat met elke dag een ander werk van een Rotterdamse kunstenaar. De grote Rotterdamse kunstkalender verschijnt in het najaar en is bedoeld voor 2012, dus je krijgt 366 kunstwerken om in te lijsten.

Maar dan moet-ie er wel eerst komen. Daar gaan we nu eens niet met subsidie voor zorgen, maar met crowd funding. Pluk je dag, heet het. Iedereen krijgt de gelegenheid voor 250 euro een dag te sponsoren. Je (bedrijfs)naam verschijnt dan op het kalendervel van die dag en wordt door duizenden gezien.

Kortom, ga snel naar de site van de kunstkalender en reserveer je verjaardag of andere gedenkwaardige datum, voordat iemand anders ermee aan de haal gaat!

Paradoxaal cultuurbeleid, deel 2

1750

Gisteren schreef ik over de tegenstelling tussen het projectsubsidiestelsel en cultureel ondernemerschap: het maken van winst wordt afgestraft. Vandaag: hoe je als overheid cultureel ondernemerschap, ook op kleine schaal, wél kunt stimuleren.

Eigenlijk zouden de subsidies natuurlijk helemaal afgeschaft moeten worden. Wat niet failliet mag (met name cultureel erfgoed) is geen bedrijf en hoort op de gemeentelijke begroting. Wat wel failliet mag is een onderneming en wordt niet gesubsidieerd. In plaats daarvan gaat de gemeente een inkooprelatie aan met culturele organisaties. De overheid bepaalt wat ze wil hebben en betaalt daar die organisaties voor. Het culturele subsidiestelsel vertoont teveel overeenkomsten met de aloude industriepolitiek.

Maar goed, vooralsnog is dat een brug te ver. Gelukkig is binnen het subsidiestelsel ook al het nodige mogelijk. Ten eerste zouden instellingen ook uit projectsubsidies vermogen moeten kunnen opbouwen. Dat is binnen de regels mogelijk. Wanneer je namelijk een aantal keer voor een vergelijkbaar project subsidie hebt gekregen, is die per definitie structureel. Instellingen weten dat niet, maar het is wel zo. Zeker wanneer Rotterdam verwacht dat voorheen structureel gesubsidieerde instellingen op projectbasis verder gaan, kan ze ondernemerschap en continuïteit van organisaties stimuleren door flexibeler om te gaan met vermogensvorming uit projectsubsidies. Weerstandsvermogen is immers een voorwaarde om het risico aan te kunnen gaan dat bij ondernemerschap hoort.

Een tweede manier voor Rotterdam om cultureel ondernemerschap te stimuleren is het verschuiven van subsidies naar garanties. Terecht wordt geconstateerd dat organisaties meer publieksinkomsten kunnen verwerven. Het probleem daarbij is dat de kosten gemaakt moeten worden, terwijl de onzekerheid over inkomsten toeneemt. Dat zorgt voor koudwatervrees. De gemeente zou inspanningen op dit vlak kunnen belonen door niet de activiteit te subsidiëren, maar een garantie achter de publieksomzet te leggen.

Kortom, er valt niet alleen bij de instellingen, maar ook bij de gemeente nog wel wat inzicht te winnen op cultureel ondernemerschap.

Paradoxaal cultuurbeleid op z’n Rotterdams

1749

Gisteren besprak de raadscommissie de startnotitie van het college voor de cultuurplanperiode 2013-2016. De schaduw van veertig miljoen aan bezuinigingen hangt daar uiteraard zwaar boven. Het college volgt een logische lijn: instellingen moeten meer ondernemerschap tonen, efficiënter met hun vastgoed omgaan, meer samenwerken in de back-office. Kortom, allemaal dingen waarvan ik zeg: dikke duim omhoog.

Er zit echter ook een voorstel in waar ook de commissie gelukkig vraagtekens bij zette, namelijk bovenop de bezuiniging nog een extra verschuiving van vierjarige subsidies naar projectsubsidies. Het idee is dat er dan een grotere pot is waar buiten de boot vallende instellingen uit kunnen vissen. Sympathiek bedacht, maar het slaat de plank behoorlijk mis.

Los van de administratieve druk die dat bij dienst en instellingen gaat opleveren, staat dit voorstel namelijk op gespannen voet met het gevraagde ondernemerschap. Dat heeft te maken met de aard van projectsubsidies. Simpel gezegd: als je op een project verlies draait, moet je het zelf oplossen, maar als je winst maakt, moet je die inleveren. Sterker nog, als je winst maakt moet je uitkijken dat gemeente en fondsen er geen verlies van maken.

Dat werkt zo. Stel je maakt op een festival 2000 euro winst. Je maakt een keurige afrekening. Dan zegt de gemeente: u heeft 2000 euro winst gemaakt, dat houden wij in op de subsidie, want die is niet bedoeld om winst van te maken. Het SNS Reaalfonds reageert net zo. Dan moet je van je 2000 euro winst dus 4000 euro inleveren. In de praktijk maken instellingen het geld daarom schoon op, al dan niet met boehoudkundige trucs.

Het gevolg is dat ze het jaar erop niet een potje hebben dat ze kunnen gebruiken om meer risico te nemen, bijvoorbeeld een extra act op het festival boeken zonder zekerheid dat de horeca-inkomsten meestijgen. Omdat dit verschijnsel bekend is, mogen structureel gesubsidieerde instellingen wel geld oppotten. Die kunnen dan ook meer ondernemerschap tonen, want ze hebben kapitaal om de risico’s af te dekken. Extra verschuiving van gelden naar projectsubsidies zet dus een rem op het ondernemerschap, omdat verlies afgestraft wordt, maar winst niet beloond.

Gelukkig valt daar wat aan te doen. Maar dat komt morgen wel.

Woordkunst: PvdA Rotterdam wipt eigen wethouder

1742

Oke, deze verraste mij dus volledig: de PvdA Rotterdam zegt het vertrouwen op in haar eigen wethouder Dominic Schrijer. Dominic werd al zo lang gedoogd in het college dat ik erop vertrouwde dat hij de eindstreep zou halen.

Niet dus. Hij struikelt over uitspraken in de krant dat hij niet zoveel op sociale zaken wil bezuinigen als zijn collega’s willen. Da’s niet verantwoord naar de allerzwaksten in de samenleving, zegt Schrijer. Daar kan hij best gelijk in hebben, maar het is erg oncollegiaal dat in de krant te zetten nog voordat je het in het college hebt besproken. Het vertrek van Schrijer is vooral om die reden onvermijdelijk.

De linkse oppositie ruikt uiteraard bloed (GroenLinks, SP). Want daar wipt de PvdA ogenschijnlijk haar eigen wethouder, omdat die er een te sociaal beleid op na wil houden. Hoe ga je daar een draai aan geven als je Richard Moti heet en fractievoorzitter van de PvdA bent? Nou, zo:

“De economische crisis heeft diepe sporen achtergelaten in Rotterdam. Het is onder deze omstandigheden dat ook de begroting van de gemeente Rotterdam onder druk staat. Juist nu ziet de PvdA het als haar primaire verantwoordelijkheid om aan het roer te staan bij het maken van deze keuzes. Een verantwoordelijkheid die voortvloeit uit het ruime mandaat dat de kiezer in 2010 aan de PvdA in Rotterdam gegeven heeft. Nu hiervoor weglopen zal de meest kwetsbare groepen in de samenleving het hardst raken.”

Het kan aan mij liggen, maar dit lijkt toch echt te impliceren dat de bezuinigingen op sociaal beleid nodig zijn voor de kwetsbaarsten in de samenleving. “Dames en heren kwetsbaren, door Dominic te wippen hebben wij u voor een ramp behoed.” Woordkunst van de bovenste plank, waarvoor hulde.

Curator Watt start procedure tegen gemeente

1734

Het zat er al even aan te komen, maar vandaag is het zo ver. De curator van Watt gaat de gemeente voor de rechter dagen wegens het niet nakomen van garanties. De procedure kan jaren gaan duren, want tot nu toe graaft de gemeente zich behoorlijk in.

Watt nam ooit op verzoek van de gemeente een grote schuldenlast en onvoordelige contracten over van de vorige exploitant, die aan de vooravond van het jongerenjaar failliet dreigde te gaan. Watt kreeg toen de verzekering dat alle lijken uit deze kast voor rekening van de gemeente waren.

Dat ontkent de gemeente nu. Ten eerste stelt ze dat ze nauwelijks een rol had bij de overname en ten tweede dat ze alleen beloofd had de lijken in de kast te houden tot die bij Watt werd afgeleverd. Anders gezegd: die sufferds van Watt haalden zich volgens de gemeente welbewust en zonder rugdekking een miljoenenschuld en een onbekend aantal lijken op de hals.

Enfin, u mag zelf bedenken hoe plausibel u dat verhaal vindt. Gokken hoe lang de procedure gaat lopen mag in het commentaarveld.

Watt, het politieke sluitstuk (alhoewel…)

1729

Gisteravond vond dan eindelijk het debat over het rekenkamerrapport inzake Watt plaats. Ik was er niet bij, maar gelukkig kun je het helemaal naluisteren. Uiteraard gebeurde er niks van belang meer, hoewel het gedraai van raadsleden en college bij vlagen komisch was.

Het draaide allemaal om het woord ‘verwachtingen’. De rekenkamer had dat woord geïntroduceerd om geen uitspraak te hoeven doen in hoeverre ze vond dat de op papier gestelde afspraken tussen Watt en de gemeente juridisch sluitend waren.

De politici grepen het woord aan om het helemaal niet over de papieren afspraken te hoeven hebben, maar te doen alsof er alleen maar vage soort-van-afspraken waren, die vooral in het hoofd van derde partijen bestonden. Als die partijen het gevoel hadden dat er harde afspraken waren, hadden ze die maar op papier moeten zetten met de handtekening van de gemeente eronder.

Enfin, die papieren zijn er dus, want ik ben nu eenmaal zo’n hinderlijk type die al zijn mail bewaart. Ik mag nog niet zeggen wat de curator gaat doen, maar ik durf wel te voorspellen dat dit toch niet de laatste keer geweest is dat de gemeenteraad zich over het dossier gebogen heeft.

Inspreektekst over Watt

1721

Gisteren had ik inspreektijd gevraagd in de commissie JOCS van de Rotterdamse gemeenteraad, om vervolgens bevraagd te worden. Het was een stevige discussie, die ik niet helemaal hier kan weergeven. Hieronder wel de voorbereidende tekst die ik naar de commissie gestuurd had.

“In haar reactie op het rapport van de rekenkamer over Watt en opnieuw in de beantwoording van vragen door uw lid Anton Molenaar, geeft het college een trap na in de richting van Watt door te doen voorkomen alsof stichting CAR zelf verantwoordelijk is voor de fatale beslissing om MyTown Horeca bv over te nemen. Aanvankelijk wilde ik dit laten passeren, maar op verzoek van de heer Molenaar zal ik toch een korte toelichting geven.

CAR (dwz WaterFront en What’s Live) is altijd een pertinent tegenstander van de overname geweest. We hebben op diverse momenten de verantwoordelijke wethouder en ambtelijke dienst gewezen op de risico’s, die CAR niet kon dragen. Uiteindelijk zijn wij slechts akkoord gegaan na nadrukkelijke toezeggingen dat de gemeente alle schade uit de overname zou dekken. Zelf konden wij die schade vooraf niet overzien, omdat wij geen inzicht kregen in de accountantsrapporten die de gemeente had laten maken.

Op het moment van de overname zat de gemeente aan het stuur bij CAR. De door de gemeente aangestelde kwartiermaker was tijdelijk voorzitter. De juridische dienst van de gemeente stelde het contract op en verwerkte concessies die de gemeente rechtstreeks aan de verkopers deed. De rest van het bestuur van CAR hoorde vaak pas achteraf wat er speelde, vergezeld van de opmerking dat men zich geen zorgen moest maken, want er was immers een afspraak dat de gemeente de schade zou afvangen.

Vlak voor de overname definitief werd, heeft CAR nogmaals nadrukkelijk aan de bel gehangen dat de kosten wat betreft zowel schulden als geluidsproblematiek uit de hand dreigden te lopen. Dat inzicht was voor de gemeente, die wist dat CAR het risico niet dragen kon, geen reden om de zaak af te blazen.”