Blogs in de categorie Artikel

U ziet de kop en weet eigenlijk wel dat u belazerd wordt, maar toch trapt u in de clickbait. Want u bent tóch nieuwsgierig. Dit artikel legt uit waarom en zal uw leven blijvend veranderen. Van nummer tien zal uw mond openvallen.

  1. Clickbait werkt. Een kop en plaatje neerzetten die meer beloven dan ze waarmaken weerhoudt u er niet van de volgende keer weer te klikken. Iedereen die een poosje op Facebook zit, weet dat het bekende Buzzfeed je bedelft onder matig interessante lijstjes. U hoeft die content niet eens te liken om haar te verspreiden onder uw vrienden. Als u erop klikt, vergroot u al de kans dat uw vrienden door Facebook dezelfde post als suggestie voorgeschoteld krijgen.
  2. Er is ook onderzocht wat het beste werkt: lijstjes, persoonlijke verhalen, dieren, populaire cultuur, nieuws, verrassingen en schokkende zaken. Je hebt drie of vier elementen nodig voor goed scorende clickbait. Lijstjes met vijftien of meer punten werken het best. De best bezochte posts op dit blog zijn overigens lijstjes met twaalf en zeven punten.
  3. Clickbait is niet nieuw. Het is alleen de nieuwe naam voor een fenomeen dat teruggaat naar het ontstaan van de populaire pers. De bedoeling was toen niet dat je nog een artikel las, maar dat je nog een krantje kocht. Maar het spervuur van sensationele koppen die naar bij nader inzien teleurstellende content leidden, was hetzelfde.
  4. Uiteraard houden de makers van clickbait bij waar u het vaakst in trapt. Een andere bekende site, LifeBuzz, laadt 172 trackers per pagina. Volgens sommige berekeningen kost alleen al het laden van die trackers Amerikaanse consumenten maandelijks vier miljoen dollar aan mobiele datakosten.
  5. Clickbait nestelt zich in uw brein. Lees deze fijne casestudy (pdf) van Buzzfeed. De site creërde samen met Virgin Mobile 190 posts die tot doel hadden niet om u te informeren over schattige poesjes, maar om u ervan te overtuigen dat Virgin een tof merk was. Dat lukte. De bekendheid van het merk nam met honderden procenten toe.
  6. Wie slechte clickbait maakt, krijgt straf van Facebook. Slechte clickbait verraadt zich doordat mensen het snel wegklikken. Dat houdt Facebook bij (daarom heeft uw Facebook app een eigen browser ingebouwd – anders zouden ze deze waardevolle informatie zomaar met Google delen).
  7. Omdat clickbait als woord inmiddels een beetje besmet is, spreken marketeers liever van de curiosity gap. Die beschrijft niet zozeer het klikdinges zelf als wel het proces dat erdoor op gang gebracht wordt in uw brein. Want daar gaat het uiteindelijk om.
  8. De natte droom van de clickbaitfabrikant is dat u zijn bericht niet alleen leest maar ook actief aanraadt aan uw vrienden. Viraal gaan met clickbait, wie wil het niet? Mocht u geïnteresseerd zijn in een lijst van 22 berichten die dit flikten, dan kunt u terecht bij Jeff Bullas, die claimt een ware artiest op dit terrein te zijn.
  9. Overigens retweet meer dan de helft van de mensen tweets zonder de link daadwerkelijk bezocht te hebben. Dus als iemand die u kent iets doorstuurt, is dat bepaald geen garantie dat hij er ook werkelijk naar gekeken heeft. Hij is alleen opgewonden geraakt van het plaatje en de samenvatting. Wanneer u deze bewering onderbouwd wilt zien, kunt u kijken naar figuur 5 in deze 15 pagina’s tellende pdf, waarin vier onderzoekers twittergedrag in detail analyseren. Zodra u dat gedaan hebt, weet u ook weer waarom de meeste mensen de voorkeur geven aan clickbait boven degelijke informatie.
  10. Het is mogelijk om van mensen individueel te bepalen in welke mate ze gevoelig zijn voor clickbait-technieken, aldus een ander kwartet onderzoekers in nog weer een vette pdf. Reken maar dat de drie grootste sociale medianetwerken in termen van clicks (Facebook, Pinterest en Twitter) weten hoe groot uw sukkeligheid is.
  11. Het is moeilijk om rijk te worden met alleen maar advertenties bij slim gemaakte clickbait content. Daarom wordt er ook geknoeid met de advertenties om de click maximaal uit te melken.
  12. Mocht u denken: het ergste aan clickbait is dat ik weer een paar minuten van mijn leven hebt verspild – hopelijk heeft u gelijk. Want clickbait is ook een handige manier om malware te verspreiden. Niemand klikt op de knop “download hier een virus”. Maar “bekijk hier de afscheidsvideo van Robin Williams” bleek behoorlijk effectief. De verlokking van sensatie verlaagt de alertheid. O ja, dankzij kunstmatige intelligentie wordt de inzet van clickbait voor oplichting steeds subtieler.
  13. Clickbait beïnvloedt bovendien de journalistiek. Journalisten kunnen geobsedeerd raken door het aantal clicks op hun artikelen, ook als er geen commerciële druk achter zit, omdat ze het zien als persoonlijke erkenning. Dat kan van invloed zijn op waarover ze berichten en hoe ze dat doen. Om nog maar te zwijgen over het gebruik van clickbait-technieken voor de verspreiding van fake news.
  14. Van fake news is het nog maar een kleine stap naar de politiek. Propaganda is van alle tijden. Maar je kunt dus ook wilde beweringen gebruiken om mensen te verleiden naar de site van je verkiezingscampagne te komen of weg te leiden naar dubieuze artikelen over je opponent. De Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 en de Braziliaanse van 2018 zaten er vol mee.
  15. Tot slot: mocht het plaatje van fotomodel Danielle enige rol gespeeld hebben bij uw besluit op deze post te klikken, dan bevindt u zich in goed (nou ja, in elk geval in groot) gezelschap. Sexisme en clickbait gaan goed samen.

In de NRC van afgelopen zaterdag stond een essay van René van Woudenberg, met als portee dat de wetenschappelijke bewijsgrond ruimte laat om ook op zoek te gaan naar een wetenschappelijk bewijs voor Gods bestaan. Een oud argument, dat de plank mis slaat. Een argument bovendien waar juist theologen zich verre van zouden moeten houden, al heeft ook de wetenschap boter op haar hoofd. Hier mijn weerwoord.

De gedachte dat wetenschap en religie gescheiden werelden zijn, de zogeheten non overlapping magisteria, is van relatief recente datum. Ze komt niet voort uit een waargenomen toenemende, hinderlijke bemoeienis van religie met de wetenschap, maar eerder uit het omgekeerde, een wetenschap die steeds minder raakvlakken met de religie ervaart. Misschien dat het juist daarom des te meer opvalt wanneer het kortstondig schuurt.

Er is echter meer aan de hand. Men hoort sommige kerkgangers nog wel eens klagen over de evolutietheorie, maar nooit dat de wetenschap in zijn algemeenheid een bedreiging zou zijn voor het geloof en daarom aan de deur geweerd dient te worden. Wetenschappers die menen dat religie in zijn geheel bij het grof vuil hoort en in ieder geval geen plek heeft binnen de academie, zijn eenvoudiger te vinden. De bedenkingen zijn, met andere woorden, eenzijdig. De vraag is waarom.

De sleutel zou wel eens kunnen liggen in een opmerking van historicus Johan Huizinga, in zijn boek Homo ludens, waar hij stelt dat alle aspecten van de menselijke cultuur een spelelement in zich dragen, met uitzondering van de moderne wetenschap sinds de achttiende eeuw. Ergens in haar weg door de moderne tijd heeft de wetenschap haar relativeringsvermogen verloren en is bevangen door een dodelijke ernst. Een onnodige ernst ook, want de regels van het academische spel bepaalden al sinds het prille begin dat er in de wetenschap geen ruimte was voor God.

Lees meer De academicus als homo non ludens

In de aanloop naar de Olympische Spelen was ik drie weken in Zuid-Korea om een aantal reportages te maken over de technologische vooruitgang in het land. Er heeft zich daar in veertig jaar tenslotte een economisch mirakel voltrokken: van netto ontvanger van ontwikkelingshulp naar gever. Dat gebeurde op de vleugels van een aantal grote bedrijven als Samsung en Hyundai, maar inmiddels is een jonge generatie opgestaan die voor zichzelf begint. Wie weet bijvoorbeeld dat Whatsapp en andere chatprogramma’s zijn afgekeken van een Koreaanse pionier: Kakao?

De verhalen staan achter de betaalmuur bij De Ingenieur, maar de tweede aflevering is vrij toegankelijk. Het is de weerslag van een interview met Jung-ho Oh, maker van de Hubo-robot, die bij een wedstrijd van het Pentagon alle concurrenten te vlug af was. Fijne man om te interviewen: geen beleefdheden, gewoon recht voor zijn raap antwoorden. Zuid-Koreanen zijn nogal anders dan Japanners en Chinezen, met wie het altijd lastig contact leggen is. De derde aflevering, die in het maartnummer verschijnt, is volgens mij het interessantst. Die gaat over jongeren, startups en een overheid die bereid is voor de troepen uit te lopen.

Nepnieuwsbestrijding en zelfrijdende auto’s hebben op het eerste gezicht weinig gemeen, tot je je realiseert dat aan beide software ten grondslag ligt die morele beslissingen neemt. Het ene stuurt de vrijheid van meningsuiting bij, het andere besluit mogelijk over leven en dood. Ontwerpmethoden die de morele kant van kunstmatige intelligentie meenemen, bestaan nauwelijks. Daar moet verandering in komen, aldus de IEEE.

De nadrukkelijk eerste versie van een document dat moet leiden tot normen voor ethische software-ontwikkeling, verscheen eind vorig jaar. ‘Ethically aligned design’ stelt zich ten doel een aanzet te zijn voor een wereldwijde discussie. ‘We hebben het hier in feite over de totstandkoming van een nieuwe vorm van due diligence, gepaste zorgvuldigheid’, zegt projectleider John Havens namens het IEEE Global Initiative for Ethical Considerations in Articifial Intelligence and Autonomous Systems. Hij legt uit dat de standaard niet bedoeld is om bepaalde ethische normen af te dwingen. Het gaat erom dat de ontwerper alle ethische aspecten zorgvuldig afweegt.

Lees meer Bewust kunstmatig intelligent ontwerpen

In 2007 verkocht AkzoNobel zijn medische poot Organon in Oss voor elf miljard euro aan het Amerikaanse Schering Ploug, dat later opging in MSD. Drie jaar later al was sprake van ontslag van alle 2.200 werknemers, waarvan de helft in de R&D werkzaam was. Het ging eerst niet door, later grotendeels alsnog. Wat vandaag rest aan R&D in Oss is Pivot Park, een ‘biotoop’ voor startups in de geneesmiddelen waar MSD nog een klein aandeel in heeft. De productiefaciliteiten van Organon zijn inmiddels doorverkocht aan het Zuid-Afrikaanse Aspen Pharma en zijn toeleverancier voor anderen geworden, zonder grote noodzaak zelf te innoveren.

Kortom, toen Akzo een vijandig bod kreeg van zijn branchegenoot PPG, doemde het spookbeeld onmiddellijk op: patenten inleveren bij het nieuwe moederbedrijf, eigen R&D afbouwen en productie ten dienste stellen van anderen. Geen appetijtelijke toekomst voor een trots bedrijf, dat de boot in niet mis te verstane woorden afhield.

Ook minister Henk Kamp van Economische Zaken betoonde zich geen voorstander: ‘Gelet op de wijze waarop PPG de overname wil financieren en gezien de overlap in activiteiten is te verwachten dat het streven naar kostenreductie zal leiden tot het ter discussie komen van het hoofdkantoor in Amsterdam, de onderzoekscentra in Deventer en Sassenheim en de staffuncties in Arnhem.’

Lees meer AkzoNobel als nationaal belang

Aan alarmerende voorbeelden van cybermisdaad is geen gebrek. Iedere deskundige – en vermoedelijk ook de meeste ondeskundigen – zal aangeven dat vastlopende computers de maatschappij kunnen platleggen en dat de risico’s alleen maar groter worden. De aandacht voor cybersecurity is groot, maar de beschikbare bestrijdingsmacht beperkt. Dat werpt de vraag op: waar moeten de prioriteiten liggen?

In augustus 2012 drongen hackers die opereerden onder de naam ‘Het snijdende zwaard der gerechtigheid’ (maar waarachter de regering van Iran vermoed werd) binnen op het netwerk van de Arabische staatsoliemaatschappij Saudi Aramco. Met een virus genaamd Shamoon besmetten ze 30.000 computers, waarvan de harde schijven gewist werden. De operationele systemen van het bedrijf bleven buiten schot en dat was maar goed ook, want het herstel duurde tien dagen. Als gedurende die tijd de grootste olieproducent ter wereld had moeten stoppen met pompen, was de economische schade niet te overzien geweest.

Weinigen buiten de wereld van cybersecurity-experts zullen de zaak Shamoon kennen. In Nederland zullen meer belletjes gaan rinkelen bij de zaak van Frank R. uit Cuijk, die honderden meisjes aanzette tot webcamseks, de beelden opnam om te verspreiden en twintig meisjes ook daadwerkelijk misbruikte.

Lees meer Van cyberspionnen tot kinderlokkers

In de Rijksbegroting van 2016 stond nog ferm dat Nederland dit jaar zou beginnen met de invoering van railbeveiligingssysteem ERTMS. Twee maanden later stond het besluit alweer op losse schroeven. Niet dit jaar, maar ooit wel eens, bezwoer staatssecretaris Sharon Dijksma. Het is het zoveelste uitstel in een lange reeks. Wat is er toch zo moeilijk aan?

Natuurlijk is de invoering van ERTMS (European Rail Traffic Management System) technisch complex. Dat begint er al mee dat het niet één standaard is, maar een verzameling van standaarden, die verschillende varianten kennen. De interpretatieruimte binnen de varianten maakt dat het eindresultaat per leverancier verschilt. Een aantal Nederlandse trajecten (Amsterdam-Utrecht, HSL-Zuid, Hanzelijn en het A15-tracé van de Betuweroute) is inmiddels met ERTMS uitgerust, mar dat betekent niet dat ze hetzelfde zijn.

Lees meer ERTMS, een never ending story

Meer mensen op de wereld hebben een mobieltje dan toegang tot drinkwater, laat staan tot een toilet. In die zin kun je de digitale revolutie dus zeker een succes noemen. Er zijn ook legio voorbeelden te geven van mensen die zich dankzij internet aan de armoede hebben kunnen ontworstelen, bijvoorbeeld omdat ze op afstand de prijzen van gewassen kunnen bijhouden en op grond daarvan betere beslissingen nemen wat te verbouwen of wanneer te oogsten.

Maar, zo vroeg de Wereldbank zich af, als je er van een afstandje naar kijkt, los van de individuele successen, zijn samenlevingen als geheel er wat mee opgeschoten? En dan blijkt er nogal wat af te dingen op het succes, stelt een lijvig rapport, Digital Dividends, dat onlangs verscheen.

Lees meer Internet vergroot de ongelijkheid

Disruptive innovations not only change the shape of technology and markets, but often pose legal challenges as well. Building your own electricity grid or flying with a drone in your backyard, for instance, may land you in legal troubles, because lawmakers did not foresee the possibilities created by new technologies. Therefore, to prevent the law from hampering innovation, and indeed to make law facilitate innovation, it is essential to timely investigate legal consequences of technological development.

Almost a century ago a dentist in The Hague used a knitting needle to stop his electricity meter monitoring his power consumption. The public prosecutor then charged him with theft. At the time, however, theft was defined as ‘taking away a good’ and it was unclear whether electricity was something that could be taken away. The Supreme Court decided that, since electricity had economical value, it should at least be treated as a good.

‘So, the problem of laws not keeping up pace with technology is hardly new’, says Professor Michiel Heldeweg, who specialises in the legal aspects of innovation. ‘Nowadays, too, there are plenty of developments that escape regulation. Take driverless cars. Obviously, their introduction has serious legal consequences, especially when it comes to responsibility in case of an accident. Currently, however, Dutch law only says that the driver of a car must be properly licensed. The issue of a car without a driver is simply not dealt with.’

This doesn’t mean these cars drive around in a legal no man’s land. Many laws allow exceptions to be made, for instance by including a clause that gives authorities the right to bypass, within limits, certain parts of the regulation. But then still it is necessary to think thoroughly about the consequences before applying an exception. Pushing aside the law just because it is inconvenient for technological development is equally undesirable. At the same time, legal regimes can be useful to accommodate technological experimentation.

Grid

Recently Heldeweg has been devoting much attention to the energy grid. When the energy market was liberalized, to prevent monopolies, European governments explicitly separated the roles of energy producers/providers and of grid operators. Under the law individuals could become producers, for instance by installing solar panels on their roofs. They are allowed to sell surplus electricity to their energy company, but to collectively set-up and operate a local, smart grid would be against the law.

The latter situation was simply not envisaged upon liberalization. Currently, as distributed (or decentralised) energy production is becoming more widespread, for instance a neighbourhood installing its own wind turbine, pressing questions arise – and no easy ones.

‘The technical issues alone are already quite bewildering’, Heldeweg explains. ‘Who owns the neighbourhood grid? Who owns the energy in the grid? Is value added tax owed when you supply your neighbour with electricity? Who is to blame if the system fails? If the majority of people in your neighbourhood joins the system, can you still opt out? Do you want your neighbours to know how much electricity you use and at which moments? And so on.’

These issues within a decentralised grid seem complicated enough. However, when you get to regional, national and international levels they are even more complex, because maintaining stability inside the larger, more geographically dispersed grid will become a real challenge. New types of technical and administrative coordination will be necessary, as well as legal rules to determine who decides and on what criteria.

Regulation

Apart from purely legal and technological questions, there are also political and ethical issues to consider – and not just in the case of the energy grid. ‘Regulation must facilitate socially desirable developments’, Heldeweg remarks. ‘Light touch regulation leaves more freedom to citizens, but does not guarantee a level playing field. Those with more means and expertise already have an advantage, not only when it comes to conflicts of interest between citizens and companies, but between citizens as well. If a neighbourhood grid turns a profit, there’ll be discussions on who is entitled to what. On the other hand, strict regulation may prevent innovation from taking place at all.’

In these situations there are no straightforward answers, which is exactly what raises Heldeweg’s interest. He proposes more room to manoeuvre for local governments, to encourage communities in managing their own energy affairs. ‘As with any technological development the essential thing is that a comprehensive system of checks and balances is put into place, to ensure that the benefits are fairly shared.’

Geschreven voor een brochure van de Universiteit Twente

In places where large groups of people gather, be it for a music event or a football match, there are always risks that things get out of hand, potentially with lethal consequences. Behavioural sciences and technology meet to devise new methods of crowd control – though technological innovations may also make this task more difficult.

‘In the Netherlands there is a lot of expertise on crowd control, for instance with event organisers, the police and local authorities’, says assistant professor Peter de Vries, who studies the behaviour of large groups and methods to influence them. ‘Keeping large crowds in check is important in order to prevent calamities. Professionals use many channels to communicate with crowds, both verbal and non-verbal.’

Lees meer Checking out the crowd