
Nou heb ik in de loop der jaren best het nodige gezocht naar literatuur door en over ingenieurs, maar toch was mij al die tijd het complete oeuvre van Nevil Shute ontgaan. Als er in een Londense boekhandel niet een heel rijtje had gestaan dat puur door zijn omvang mijn aandacht trok, zou ik nog steeds niet van de man gehoord hebben. Een paar van zijn romans zijn in het Nederlands vertaald, maar al lang niet meer verkrijgbaar.
Ik kocht No Highway, omdat dit blijkens de achterflap een nerd in de hoofdrol had. Theodore Honey heet hij, en hij is ingenieur bij het Britse nationale luchtvaartlaboratorium, ergens vlak na de Tweede Wereldoorlog. Zelfs de andere ingenieurs vinden hem raar, met zijn interesse voor kwantumtheorie en exotische berekeningen aan de Egyptische piramiden.
Met zijn toepassing van de kwantumtheorie op de breukmechanica berekent hij echter wel dat bij een nieuw type vliegtuig na ongeveer 1400 vlieguren een staartstuk zal afbreken wegens metaalmoeheid. Dat zet een heel circus in gang. Zijn baas snapt de berekening niet, maar heeft een rotsvast vertrouwen in Honey, dus kaart het probleem aan bij de autoriteiten. Die willen meer bewijs zien. De gerenommeerde ontwerper van het vliegtuig gaat door het lint om de beschuldiging. De vliegtuigmaatschappij weigert toestellen aan de grond te houden op grond van vage sommen. Ondertussen tikt de tijd.
Lees verder Realistische fictie in No Highway van Nevil Shute








