Columns (voor De Ingenieur)

1806

In mijn tijd aan de TU Delft kreeg ik colleges bedrijfskunde van Jan in ’t Veld, een Taylorist van het zuiverste soort, die zijn colleges opdeelde in blokken van vijf minuten, waarbinnen hij in een rustig tempo een van te voren vastgesteld aantal sheets afwerkte. In ’t Veld kreeg ooit bezoek van de studievereniging van Industrieel Ontwerpen, die kwam klagen over te moeilijke tentamens. De studenten wisten dat ze hun klacht met cijfers moesten onderleggen, omdat ze anders sowieso niet serieus genomen werden. Ze hadden dus een mooie tabel gemaakt van de cijfers die studenten op bedrijfskunde scoorden, afgezet tegen andere vakken van hun faculteit. De tabel toonde zonneklaar dat bedrijfskunde een bovengemiddeld moeilijk vak was.

De studenten hadden echter de pech dat de aimabele In ’t Veld dit soort berekeningen zelf ook maakte. Uit een la trok hij de tabel met de prestaties die studenten uit verschillende faculteiten leverden op exact dezelfde colleges en tentamens. Daaruit bleek dat industrieel ontwerpers gemiddeld veel slechter scoorden dan anderen. Het probleem, analyseerde In ’t Veld, was dus niet dat de tentamens te zwaar waren, maar dat de io’ers ofwel dommer waren ofwel minder hard werkten dan andere Delftse studenten. Daar ging hij geen rekening mee houden.

Lees meer Universitaire knieval

1794

Het lijken mooie tijden voor technocraten momenteel. Waar het financiële stelsel kraakt, moeten zij de boel als oliemannetjes weer aan de gang helpen. Parlementen weten het niet meer en wenden zich tot kundige lieden, die normaalgesproken afstand bewaren tot de politieke smeer.

In het oude Rome deed men dat ook. Wanneer de situatie hopeloos leek, maakte de senaat de weg vrij voor een dictator, die tijdelijk een algehele volmacht kreeg om orde op zaken te stellen. Types als Lucius Quinctius Cincinnatus verjoegen dan de vijandige legers en keerden na gedane zaken terug naar hun boerderij. De senaat mocht dan weer op de winkel passen. De term ‘dictator’ is een beetje besmet geraakt sinds Julius Caesar zijn tijdelijke macht weigerde in te leveren, maar de gedachte is dezelfde gebleven: in opperste nood leg je je lot in handen van iemand die je vertrouwt om zijn competenties, en volg je ongezien zijn commando’s.

De technocraten die in Italië en Griekenland de euro moeten redden, zijn helemaal geen ingenieurs, maar bankiers, zij het van een ander type dat de crisis veroorzaakt heeft. Maar ‘bankier’ of ‘econoom’ klinkt niet vertrouwenwekkend genoeg om je portemonnee door te laten redden. ‘Technocraat’ heeft die lading kennelijk wel. Dat is curieus. Ik zie twee verklaringsgronden.

Lees meer Dictator, profeet en technocraat

1778

Ooit heb ik een Apple IIcx bezeten, de betaling in natura van een bevriende redactie, die een nieuwe had aangeschaft. Indertijd zat je aan Apple vast als je een tijdschrift wilde vormgeven. Ik gebruikte hem voor een vrijwilligersblaadje dat ik maakte. Het was een fijn ding, omdat er een heel groot beeldscherm bij zat, dat ik in mijn eentje nét kon tillen.

Net als mijn pc liep de Apple regelmatig vast. In plaats van een blauw scherm met onbegrijpelijke codes toonde het apparaat in dat geval een bommetje. Daaromheen kon je dan nog het werk zien dat je onherroepelijk kwijt was. Herstarten was de enige optie, en dan maar het beste ervan hopen. Anders dan bij Windows kon je bij Apple namelijk niet onder de motorkap kijken om te zien wat er mis was.

De meeste mensen willen helemaal niet onder de motorkap kijken. Dat was het briljante inzicht van de onlangs overleden Applevoorman Steve Jobs. Als het een beetje makkelijk werkt, vinden de meeste mensen het best. Apple bewaakt de motorkap van zijn apparaten dan ook als een leeuw. Iedereen mag apps voor de iPhone maken, maar Apple beslist of ze door de ballotage komen.

Lees meer Autoritaire technologie

1770

Op dit moment staat op mijn diploma een uitstervende titel, ingenieur. De TU’s geven tegenwoordig immers MSc’s af. En het zou zomaar kunnen gebeuren dat mijn diploma straks is verstrekt door een instituut dat niet meer bestaat. De universiteiten van Delft, Leiden en Rotterdam praten namelijk over fusie, aldus een artikel waarmee de NRC in de komkommertijd uitpakte. De nieuwe universiteit zou de naam dragen van de oudste onder hen, Universiteit Leiden.

Nou doen dergelijke fusiegeruchten eens in de ongeveer tien jaar de rondte, dus zo’n vaart zal het niet lopen – en de betrokkenen ontkennen met klem dat er over meer gesproken wordt dan intensieve samenwerking – maar anderzijds is het niet voor niets dat het idee steeds terugkeert. Een alfa-, beta- en gamma-universiteit op een half uur reizen van elkaar, in iedere wereldstad zouden dat drie filialen van hetzelfde instituut zijn. Kortom, zo’n gek idee is die fusie niet.

Een van de voornaamste motieven om te fuseren, zo opperde de krant, was dat de combi-universiteit hoger zou eindigen op internationale ranglijstjes van academische toppers, omdat ze samen meer citaten in toptijdschriften scoren dan afzonderlijk. Toen ik dat las, rook ik lont. Het is immers een illusiestrategie. Je suggereert dat de universiteit beter wordt, maar in werkelijkheid wordt ze alleen maar groter.

Lees meer Universiteit Inholland

1753

Jaren geleden interviewde ik Johan Blaauwendraad, een gereformeerde hoogleraar civiele techniek, die op dat moment rector magnificus was van de TU Delft. Hij vertelde dat in zijn kringen techniek als een ‘veilige’ studiekeuze werd gezien, omdat studenten daarbij niet geconfronteerd werden met kwesties die hun geloof aan het wankelen konden brengen. Dit in tegenstelling tot studies als astronomie, biologie en theologie. Wie zich op de techniek concentreerde had geen last van ingewikkelde keuzes tussen goed en kwaad. Blaauwendraad was het daar volstrekt mee oneens. Techniek had juist wel een ethische dimensie.

Zo rond 21 mei, toen de Amerikaanse predikant Harold Camping het einde der tijden voorspelde, moest ik terugdenken aan dat idee van de ‘veilige studie’. Camping was opgegroeid in een christelijk gereformeerd gezin in Californië – ook daar heeft het calvinisme van Nederlandse snit wortel geschoten. Hij studeerde in 1942 af in de civiele techniek aan Berkeley, niet de minste universiteit. Kortom, ook een gereformeerde jongen die voor een veilige studie gekozen had.

Lees meer Beunen in de theologie

1745

Nederland kent een select gezelschap van wetenschapsjournalisten, die optreden als bemiddelaar tussen onderzoekers en het grote publiek. De meesten hebben een bèta-achtergrond en zijn dus tot op zekere hoogte in staat de merites van wetenschappelijke resultaten te beoordelen. Hoewel zij vaak genoeg fouten maken, kunnen lezers van kranten en tijdschriften er doorgaans op rekenen dat de grootste kolder hen niet bereikt.

Die kolder tiert welig op internet, waar iedere pseudo-wetenschap en samenzweringstheorie een eigen niche van geïnteresseerden bedient. Dit circuit is gescheiden van de populair-wetenschappelijke websites, maar op een aantal plekken ontmoeten beide elkaar. Een zo’n plek is NuJij.nl, een zustersite van de populaire nieuwssite Nu.nl. Op NuJij kan iedereen een link naar een bericht plaatsen dat hij interessant vindt. Anderen kunnen er vervolgens op stemmen en erover discussiëren.

NuJij heeft een categorie ‘wetenschap’. Daar tref je dus berichten aan waarvan internetters vinden dat ze over wetenschappelijk gaan. Dit levert een fascinerende mix op. Op een willekeurige dag in april bekeek ik eens wat het populairste wetenschapsnieuws van de afgelopen maand was.

Lees meer Bètaroddels

1735

Plotseling was hij er, ‘De Ingenieur’, een naamloze man op het strand van Sirte. Het klonk als ‘De Pinguin’, ‘De Lange’ of een van die andere fijne bijnamen die geheimzinnige mannen hebben in avonturenverhalen. Dat De Ingenieur ook nog een Zweedse schone bij zich had, daar op het strand in Libië, maakte het filmbeeld voor mij compleet.

Toen de Nederlandse Lynx helikopter landde en de bemanning prompt gearresteerd werd, gedroeg De Ingenieur zich in mijn verbeelding zoals James Bond in zulke gevallen pleegt te doen. Hij vroeg permissie om een sigaret op te steken en volgde onverstoord de lachende mannen met de kalashnikovs, volstrekt zeker van zijn zaak dat hij hier wel weer uit zou komen.

Hetgeen geschiedde. Terwijl de Nederlandse regering met het zweet op het voorhoofd bezig was de helikopterbemanning aan de machthebbers in Sirte te ontfutselen, zaten De Ingenieur en de Zweedse lerares alweer in veiliger oorden. Later bleek dat De Ingenieur er helemaal niet om gevraagd had gered te worden en zelfs had tegengesparteld. Revolutie gaande? Internationale interventie op komst? Ach, ik sla me er wel doorheen, maak je om mij niet druk, ik ben tenslotte De Ingenieur.

Lees meer De ingenieur op het strand

1731

Dik een jaar geleden was het alweer dat ir. Anton Grout van ingenieursbureau Drijver & Van der Graaf op ditzelfde bankje in het stadhuis van Duitendam zat, wachtend tot hij werd toegelaten tot het werkvertrek van wethouder Sentewaaier. Anton Grout zat er inmiddels een half uur. Er was ambtelijk vooroverleg gaande, zoals dat heette, en het was geen goed teken wanneer dat uitliep.

In de binnenzak van zijn colbertje brandde een krantenartikel: ‘Tunnel onder stadhuis gaat 100 miljoen meer kosten’. Er werd kort gemeld dat de grond onder het stadhuis slapper was dan gedacht. De maatregelen om verzakking te voorkomen zouden de kosten opdrijven. Daarna kwamen meerdere raadsleden aan het woord, die zeiden zich misleid te voelen door de wethouder. Een van hen constateerde dat het ingenieursbureau zijn zaakjes kennelijk niet op orde had.

De deur ging open. Een ambtenaar met wie Anton Grout het afgelopen jaar veelvuldig contact gehad had, keek hem aan. Diens gezicht stond zorgelijk. Binnen, aan de lange ovalen tafel, zaten twaalf mensen. De wethouder, precies in het midden van zijn entourage, noodde zijn gast tegenover hem plaats te nemen, zodat hij door twee flanken van ambtenaren werd ingesloten.

Lees meer Een mooie tunnel (2)

1716

‘Het is zijn schuld’, zei werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes, de beschuldigende vinger in mijn richting wijzend. Ik kon niet goed verstaan wat hij verder zei, maar waarschijnlijk had zijn medewerker hem gevraagd waarom hij in ’s hemelsnaam zojuist toegegeven had dat hij wel bereid was genoegen te nemen met minder algemene lastenverlichting voor het bedrijfsleven, als het kabinet in ruil daarvoor meer geld uittrok voor innovatie. Dat was geen populaire boodschap voor zijn achterban, wist Wientjes, maar ja, ik had het hem nu eenmaal en public gevraagd en hij was er niet de man naar om te duiken als er een lastige vraag kwam. Als je van andere klare wijn verwacht, moet je ook zelf bereid zijn die te schenken.

Even daarvoor had Wientjes namelijk een oproep aan het kabinet gedaan om te durven kiezen. In tijden van bezuinigingen kunnen niet meer duizend bloemen bloeien, dus moest de regering kiezen voor een aantal kansrijke economische sectoren en daar vol op inzetten. Niet middels ouderwetse industriepolitiek (ook bedrijven zijn lastig vooruit te branden als ze eenmaal de subsidieruif geroken hebben) maar door te investeren in branchebrede innovatie.

Lees meer Stoppen met innovatiebeleid

1688

De vorig jaar overleden auteur James Graham Ballard is vooral bekend van zijn door Steven Spielberg verfilmde boek ‘Empire of the Sun’. Tot zijn omvangrijke oeuvre behoort ook de roman ‘High-Rise’, waarin een van alle technologische gemakken voorzien flatgebouw centraal staat. Het falen van de hitech systemen in het veertig verdiepingen tellende gebouw blijkt het slechtste in mensen boven te brengen.

Wanneer technologie als acteur optreedt in de literatuur, leidt dat vrijwel altijd tot verontrustende taferelen. Technologie ontmenselijkt. Omdat ze geen moraal kent, draagt ze bij aan het ontstaan van een immorele wereld. Het is een lijn die ook sommige techniekfilosofen voorstaan: technologie als een negatieve, onpersoonlijke kracht in de samenleving, die mensen van elkaar vervreemdt. Met zo’n eendimensionale visie kom je niet weg bij Ballard.

Lees meer Lessen uit de hoogbouw