
Het was al voorbij middernacht toen er op mijn deur geklopt werd. De hoteleigenaar, een oudere Chinese man, verontschuldigde zich dat de politie me wilde spreken. Er stonden vijf mannen in burger om hem heen. Dit was politie van het speciale soort en ze vragen morgen terug te komen was geen optie. Even de deur dichtdoen om me aan te kleden ook niet.
Een paar seconden later stonden ze binnen. Twee hielden me aan de praat, terwijl de andere drie behoedzaam de kamer en mijn spullen doorzochten. Ik moest mijn paspoort laten zien. Wat deed u in Iran? Wat deed u in Pakistan? Wat deed u in Maleisië? Waarom bezoekt u Indonesië? Gelukkig had ik genoeg goede argumenten paraat om mezelf neer te zetten als christelijke toerist in plaats van moslimterrorist. Mijn bezoekers ontspanden en bogen hun vragen moeiteloos om van wantrouwend naar nieuwsgierig. Binnen een uur mocht ik weer gaan slapen.





