Nieuwsberichten en achtergrondartikelen

Business as unusual

Finding the right business model is never easy, especially not for young companies. After all, there are so many factors that determine whether a new product or service will succeed. Yet it may be possible to identify success factors, which reduces the uncertainties for companies and their stakeholders, such as governments that want to stimulate innovations.

The actual environments that new companies operate in are often enough quite different from what they imagined. They even may change as the company enters the market. One company that researcher Kasia Zalewska-Kurek recently spoke to started by renting out devices with a touring app for hiking and cycling enthusiasts. Its business model was challenged when smartphones became widely available. People no longer required a dedicated device, just the app. Smartphones usually have GPS on board, which changes the way tours can be offered. The company found their customer base shifted from dedicated enthusiasts to families, and that there was a demand to provide information about hotel services with the app. By adapting the company survived.

Lees verder Business as unusual

Teaming up for big data

Big data offers exciting new opportunities for social research. Group processes that could only be described sketchily, because so much was happening at the same time, can now be analysed in detail, since a lot of data can be captured simultaneously.

Recently, Wi-Fi tags were introduced in a Dutch health care centre for the elderly with psychiatric problems. Both the 65 patients and staff wore them continuously for three weeks. Receivers in all rooms tracked their movements. The aim was to acquire detailed information about interactions between employees as well as between employees and patients in the health care centre, with the ultimate goal of providing better care.

‘Of course, the Wi-Fi tags only say something about proximity’, says assistant professor Maaike Endedijk, whose interest is in complex learning settings. ‘We cannot be sure if people have been interacting, but when they were in the same room together for some time, it is very unlikely they just ignored each other. Also, we don’t know the nature of the interaction.’

Still, this information is so much richer than traditional methods for social research like observation and questionnaires, according to Endedijk’s colleague Elze Ufkes, whose background is in social psychology. ‘In this field much research takes place in lab settings just because that’s an ideal way to closely observe important, but often subtle, group processes. But how does this knowledge translate to real world situations? That’s why it is so exciting to have new tools at our disposal.’


Endedijk and Ufkes specifically teamed up to explore the potential of new technologies. The Wi-Fi tags are easy to use, but still fairly limited in what they can achieve. There are more extensive tags that also record speech and the direction people are facing, but these are bulky and hence awkward to use. Smartphones might be an alternative, but these have their own drawbacks, such as mutually incompatible technologies. Even more serious are the privacy issues raised by following “research objects” 24 hours per day.

‘One of the things we encounter is that our traditional methods of analysis, which work fine if you have a couple of hundred questionnaires, simply cannot cope with millions of data points’, says Endedijk. ‘How do you extract information from that? We are lucky to work at a university where lots of expertise on big data is available, which we can call upon when searching for new analytical methods.’

With automated data collection and analysis new ways of doing research also come within reach. For instance, one could automatically send a questionnaire to participants for extra information about an incident as an interesting data pattern turns up, instead of finding out (or not) about it through a questionnaire weeks later, when recollection may already have become hazy. Also, it is easier to follow developments through time, as they emerge – until now, with interviews at regular intervals, researchers are likely to miss the crucial moments.

Currently, Endedijk and Ufkes focus on methodology, which brought them together from research areas that traditionally have very little to do with each other. ‘There is still so much to discover at the basic level, with implications for all social sciences’, Ufkes explains. ‘For instance, how do you read data from devices, how do you clean up this data, how do you perform a quick scan to see if the data is any good? We are developing protocols to deal with that, so others won’t any longer have to draw their own rules. This really is pioneering a new field.’


So, there is no question that a plethora of social data is about to open up. According to Endedijk and Ufkes it will certainly prove to be useful in numerous settings where people work together. Take, for example, the flexible office plans that are popular nowadays. What do they mean for interaction between employees? Or, the emergence of self-managing teams. What actually happens in these teams, which interactions at which moments appear to be vital for them to function efficiently?

Endedijk: ‘Many organisations strive to be learning organisations. Many want to be innovative. We do know something about what makes them learning or innovative, but not a lot. Closely following the interactions in these type of settings may tell us a lot more about the factors that lead to success. We may be in the pioneering phase right now, but we are convinced that this development will have a large impact.’

Geschreven voor een brochure van de Universiteit Twente

Het raadsel Wubbo Ockels

Ruim twintig jaar geleden ging ik als jonge journalist van de universiteitskrant voor het eerst langs bij Wubbo Ockels, die toen net benoemd was tot hoogleraar aan de TU Delft. Ik kwam er niet aan te pas. Ockels vertelde wat hij kwijt wilde en mij restte niets anders dan netjes op te schrijven wat hij zei.

Heel wat jaren ervaring later sprak ik hem nogmaals, dit keer over de superbus. Dat mondde uit in een relletje, dat we nooit hebben uitgesproken, omdat onze paden nooit meer kruisten. Ik weet wel dat hij aanvankelijk onderstaand stuk over de superbus, dat ik in 2010 op verzoek schreef voor een toekomstspecial van Natuurwetenschap & Techniek, niet wilde lezen. Of hij het na aandringen van een bevriende redacteur alsnog gedaan heeft, weet ik niet.

Volgens mij staat in de laatste alinea’s van het stuk precies waar het bij Ockels om draaide: een heilig geloof in eigen kunnen, ook als dat enigszins overdreven was, waar anderen graag in meegingen omdat het te mooi was om niet waar te zijn.

Lees verder Het raadsel Wubbo Ockels

Webtaal op de snijtafel

Zoekmachines, mobiele apparaten en behoefte aan interactiviteit zijn de drijvende krachten achter een nieuwe versie van de webtaal html, die nog volop in ontwikkeling is, maar deels ook al ingevoerd. De nood is hoog.

Veel mensen weten dat de postbode van internet, IPv4, een protocol uit de jaren zeventig is dat met lapmiddelen in de lucht gehouden wordt, omdat de overgang naar IPv6 zo traag verloopt. Minder bekend is dat de taal waarin webpagina’s geschreven wordt, html versie 4, ook alweer vijftien jaar oud is – en piept en kraakt dat het een lieve lust is.

Lees verder Webtaal op de snijtafel

Ontwerp en morele noodzaak


Tot tien jaar geleden bracht farmaciereus Merck de ontstekingsremmer rofecoxib op de markt met de naam Vioxx. De verkoop werd gestopt na de publicatie van een artikel waaruit bleek dat het middel misschien de kans op hartfalen verhoogde. Maar niet meteen. Er ging vier jaar overheen voordat Merck uit eigener bewering het middel introk. Sommige schattingen stellen het aantal doden als gevolg van Vioxx gebruik op 50.000.

Het Amerikaanse Congres onderzocht de zaak. Het gepubliceerde artikel was deels door wetenschappers in dienst van Merck geschreven en de slechtste resultaten waren eruit gefilterd. De Amerikaanse voedsel- en warenautoriteit FDA had zich doof gehouden voor signalen, omdat de afdeling ‘controle’ geen adviezen mocht uitbrengen die de afdeling ‘toelating’ in een kwaad daglicht zou stellen. Talloze rechtszaken lopen nog. Merck heeft vijf miljard dollar op de balans gereserveerd om de schade te betalen.

De Vioxx affaire kwam slechts zijdelings ter sprake tijdens de werkconferentie Science and integrity in the modern university, die eind maart aan de TU Delft gehouden werd. Ze werd ingebracht door prof. David Resnik, bioethicus aan het American National Institut of Environmental Health Sciences. Hij pleitte voor strenge ethische normen in de wetenschap, liefst ook in de vorm van steekproeven om te controleren of wetenschappers zich aan de regels houden, zoals in de sport gebruikelijk om dopingzondaars op heterdaad te betrappen.

Lees verder Ontwerp en morele noodzaak

De criminalisering van het menselijk tekort

Artsen, verkeersleiders en anderen die als professional andermans leven in handen hebben, worden steeds vaker persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van fouten die ze onvermijdelijk wel eens maken bij de uitoefening van hun beroep. Ingenieurs raakt dat nu nog niet, omdat technische ontwerpfouten doorgaans slechts indirect fatale gevolgen hebben. Maar dat is een kwestie van tijd.

Toen de politie haar vond in de kofferbak van haar stiefvader, had het meisje een prop in haar mond, die met een verband om haar hoofd op zijn plek werd gehouden. Onderzoek wees uit dat haar moeder de prop drie dagen daarvoor had ingebracht. Ze had het kind vervolgens onder het bed geschoven en alleen gelaten. Daar in het donker was ze overleden, drie jaar oud en zwaar ondervoed. De stiefvader was op weg om het lijkje in de bossen te dumpen.

De moeder kreeg zes jaar cel en gedwongen behandeling. Daarmee was de Amerikaanse justitie nog niet tevreden. Er was een medeplichtige. De stiefvader, zou je misschien denken, maar die ging vrijuit. In plaats daarvan ging de officier van justitie achter een sociaal werker aan.

Lees verder De criminalisering van het menselijk tekort

Proefdier kan plaatsmaken voor laboratoriumchip

Het vakgebied van de microfluïdica is inmiddels een jaar of twintig oud. Simpel gezegd komt het erop neer dat kleine hoeveelheden vloeistof door kanalen in een chip verplaatst worden met bijvoorbeeld minuscule elektrische velden of druk. De vloeistof kan langs kamers met een reactievloeistof geleid worden en langs sensoren, die iets zeggen over de (veranderende) samenstelling ervan.

De eerste jaren stonden vooral in het teken van de beheersing van de technologie: hoe verplaats je de vloeistof en hoe kun je de eigenschappen ervan meten. Al snel deed de term ‘lab on a chip’ opgeld, omdat de chip de traditionele reageerbuis verving. Inmiddels is het vakgebied echter volwassen en blijkt de chip dingen te kunnen die in de reageerbuis ondenkbaar zijn.

‘Multiplex screening bijvoorbeeld’, vertelt de Groningse hoogleraar analytische chemie prof.dr. Sabeth Verpoorte. ‘Daarbij verdeel je van een patiënt afgenomen kankercellen over honderden putjes op een chip, waarna je ze ieder blootstelt aan een bepaalde cocktail van medicijnen om te kijken welk mengsel het beste aanslaat. Normaal gesproken is het finetunen van de beste medicijnenmix erg moeilijk, maar met de chip kun je vele combinaties snel testen.’

Lees verder Proefdier kan plaatsmaken voor laboratoriumchip

Introverte popgebouwen

Poppodia stellen vanwege hun geluidsproductie en bezoekers die verwachten dat alles tegen een stootje kan, speciale eisen aan architecten en ingenieurs. Het levert vaak gesloten gevels op.

De afgelopen tien jaar zijn poppodia ineens statussymbolen geworden voor met name middelgrote steden. Opvallende nieuwe gebouwen verrezen: Breda kreeg Mezz, Haarlem het Patronaat, Tilburg 013, Eindhoven de Effenaar, Zwolle Hedon, Almere Muzinq, en daarmee is de lijst verre van compleet. Dat was wel even wat anders dan in het verleden, toen popmuziek het moest doen met afdankertjes. Paradiso in Amsterdam, een in onbruik geraakte kerk, was een blauwdruk van het gemiddelde poppodium: spartaans en in menig opzicht onhandig ingericht.

Lees verder Introverte popgebouwen

Nanobuisje wondermolecuul

Vijftig keer zo sterk als roestvrij staal is het nanobuisje – en dat is nog maar een van de uitzonderlijke eigenschappen die het molecuul in korte tijd tot de lieveling van de hitec gemaakt hebben. Er valt echter nog veel meer aan te ontdekken.

Nanobuisjes zijn op verschillende manieren te maken, bijvoorbeeld door methaangas bij hoge temperatuur over metaaldruppeltjes te leiden, maar de meeste komen op hetzelfde neer: zorg dat je onder extreme omstandigheden losse koolstofatomen krijgt. Die atomen groeperen zich vervolgens als vanzelf in het kippengaasraster van het nanobuisje. Van de zeshoeken van koolstofatomen – een benzeenring – was al bekend dat elektronen zich er soepeltjes door bewegen, terwijl de ring zelf uiterst stevig is. Vervat in een buisje geeft dat een aantal bijzondere eigenschappen. Er bestaan overigens ook meerwandige nanobuisjes, de equivalent van een rol kippengaas.

Lees verder Nanobuisje wondermolecuul

De levende chip komt eraan

Met de paplepel kreeg Ronald Dekker de elektrotechniek ingegoten. Niet zo gek dus dat hij het ging studeren en een baan bij Philips kreeg. Daar bedacht hij silicon on anything, elektronische circuits op allerlei ondergronden, tot aan dunne filmpjes plastic toe.

Sinds kort is hij deeltijdhoogleraar in Delft, waar hij de ruimte krijgt voor zijn nieuwste fascinatie: chips met echte hartspiercellen erop. De combinatie van stamcellen en elektronica lijkt een vreemde, maar vloeit rechtstreeks voort uit eerder onderzoek.

Lees verder De levende chip komt eraan