U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Technologie

2005In ‘The Knowledge’ legt Lewis Dartnell uit welke kennis de mensheid nodig heeft om na een catastrofe de beschaving sneller op te bouwen dan de eerste keer.

Aan boeken en films over een postapocalyptische wereld is geen gebrek. Zonder uitzondering gaan die over de periode niet lang na de catastrofe, waarin de mensheid overleeft op de restjes van de voorbije beschaving. Lewis Dartnell, onderzoeker aan de University of Leicester en auteur van talloze populair-wetenschappelijke artikelen en boeken, vraagt zich iets anders af: hoe moet het daarna? Als de laatste ondergrondse benzinetank en afgelegen supermarkt geplunderd zijn, hoe moet de mensheid dan verder?

‘The Knowledge’ is een gedachte-experiment van 300 pagina’s, waarin Dartnell systematisch nagaat welke kennis de mensheid nodig heeft om de beschaving opnieuw op te bouwen. Zomaar een herhaling van de eerste beschavingsronde kan dat niet zijn. Dat duurt lang en sommige dingen zijn simpelweg onmogelijk. De industriële revolutie, bijvoorbeeld, werd gedreven door de beschikbaarheid van goed toegankelijke fossiele brandstoffen. Die zijn er bij de tweede poging niet meer. De tweede beschaving moet daarom op duurzame energie tot stand komen.

Lees meerHandboek voor herbouw van de beschaving

Ruim twintig jaar geleden ging ik als jonge journalist van de universiteitskrant voor het eerst langs bij Wubbo Ockels, die toen net benoemd was tot hoogleraar aan de TU Delft. Ik kwam er niet aan te pas. Ockels vertelde wat hij kwijt wilde en mij restte niets anders dan netjes op te schrijven wat hij zei.

Heel wat jaren ervaring later sprak ik hem nogmaals, dit keer over de superbus. Dat mondde uit in een relletje, dat we nooit hebben uitgesproken, omdat onze paden nooit meer kruisten. Ik weet wel dat hij aanvankelijk onderstaand stuk over de superbus, dat ik in 2010 op verzoek schreef voor een toekomstspecial van Natuurwetenschap & Techniek, niet wilde lezen. Of hij het na aandringen van een bevriende redacteur alsnog gedaan heeft, weet ik niet.

Volgens mij staat in de laatste alinea’s van het stuk precies waar het bij Ockels om draaide: een heilig geloof in eigen kunnen, ook als dat enigszins overdreven was, waar anderen graag in meegingen omdat het te mooi was om niet waar te zijn.

Lees meerHet raadsel Wubbo Ockels

1979Dankbaarheid is geen wetenschappelijk begrip. Het is immers niet een objectief verschijnsel, maar een subjectieve gemoedstoestand die zich onttrekt aan kilogrammen, seconden, ampères of andere erkende meeteenheden. Er valt dus veel voor te zeggen dat een dankwoord niet thuis hoort in een proefschrift. De dissertatie is immers het bewijs van wetenschappelijk vakmanschap waarmee de jonge gezel zich de evenknie van zijn meesters toont.

De Wageningse promovendus Jerke de Vries had daarom het grootste gelijk, toen hij het complete dankwoord uit zijn proefschrift scheurde in reactie op de instructie van zijn universiteit jegens wie hij zijn dankbaarheid mocht tonen. De Vries wilde God bedanken en dat mocht niet. Door het complete dankwoord te schrappen kon hij alsnog promoveren.

Daarmee zou de kous af kunnen zijn, ware het niet dat de zaak een fundamentele zwakheid van de universiteit aan het licht brengt: het onvermogen om op de juiste plek de lijn te trekken tussen wat wetenschap is en wat niet. Dat is ernstig genoeg om de affaire een staartje te doen krijgen.

Lees meerDe plek van God in een proefschrift

1973Sinds ik mijn maandelijkse column in De Ingenieur kwijt ben (vernieuwing bladformule, u kent dat wel) heb ik de Volkskrant ontdekt als podium voor mijn opinies over techniek en maatschappij. Hieronder een iets uitgebreidere versie van het artikel over privacy dat er vanochtend in stond.

Iedereen met een mobiele telefoon krijgt daarbij een behoorlijk privacybestendige berichtenservice: sms. Daarvoor geldt een stuksprijs. Daarom zijn veel Nederlanders geswitcht naar WhatsApp. Dat is namelijk gratis.

Toen WhatsApp vorige week werd overgenomen door Facebook, leidde dat tot golfje van verontwaardiging. Mensen vreesden voor hun privacy, omdat Facebook andere gebruiksvoorwaarden hanteert. Maar in plaats van terug te schakelen naar sms, installeerden velen het Russische alternatief Telegram. Want gratis. Kennelijk vinden we privacy wel belangrijk, maar het mag geen geld kosten.

Lees meerPrivacy is geen gebraden kippetje

1968Voor het eerst in jaren had ik vandaag weer eens een stuk in de Volkskrant, over zelfplagiaat. Hieronder een iets uitgebreidere versie.

Econoom Peter Nijkamp heeft verzuimd om genoeg woordjes te veranderen als hij in een artikel informatie uit eerder werk recyclede. Dat heet zelfplagiaat en daar moet hij nu voor hangen. Collega’s zijn geschokt, de universiteit stelt een onderzoek in, er komt een rapport en daarna gaat men over tot de orde van de dag – terwijl iedereen die erbij betrokken is, had kunnen weten dat er iets niet klopte en bewust zijn ogen ervoor sloot. Nijkamps productiviteit (en die van vele anderen) was menselijkerwijs niet haalbaar.

Als wetenschapsjournalist met academische achtergrond heb ik het relatief makkelijk. Ik hoef niet zelf een inzicht te hebben, niet zelf onderzoek te doen, niet zelf een artikel door het wetenschappelijke publicatieproces te loodsen. Ik hoef alleen maar me in te lezen, een interview te houden met een wetenschapper en op te schrijven wat die zegt. Op deze manier lukt het mij op zijn best twee tot drie fatsoenlijke artikelen per week te publiceren.

Hoe kan het dan dat een wetenschapper, die zoveel meer tijd in informatievergaring zou moeten investeren, meer dan een artikel per week publiceert? Toegegeven, een hoogleraar kan hoger scoren als hij zijn naam aan alle artikelen van zijn medewerkers verbindt, omdat hij een paar opmerkingen geplaatst heeft bij het concept. Maar die praktijk rust vaak meer op de ijdelheid dan op de werkelijke prestatie van de betreffende hoogleraar.

Lees meerTien artikelen per jaar is genoeg

1964Bij hackers denk je in de eerste plaats aan whizzkids die handig zijn in het manipuleren van computercode zonder dat iemand anders het merkt, soms met goede, soms met kwade bedoelingen. Als Allessandro Delfanti, hoogleraar te Milaan, het heeft over biohackers bedoelt hij echter niet zozeer de onderzoekers die knippen en plakken met DNA, maar mensen die proberen het vakgebied overhoop te halen met hun roep om openheid.

Natuurlijk zijn er altijd wetenschappers geweest die informatie achterhielden voor hun collega’s, maar de laatste decennia is geheimzinnigheid bijna een norm geworden in het academische bedrijf, redeneert Delfanti. Onderzoekers publiceren bijvoorbeeld genoeg om credits te halen, maar willen wel voorkomen dat anderen vervolgonderzoek kunnen uitvoeren waar ze zelf nog mee willen scoren. Het vastleggen van patenten wordt zelfs aangemoedigd. Wetenschap gaat niet langer meer over het verwerven en delen van zoveel mogelijk kennis.

Gelukkig is er een tegenbeweging. Open source, ontstaan in de computerwereld, strekt zich meer en meer uit tot andere terreinen, zoals de levenswetenschappen. In zijn boek ‘Biohackers, the politics of open science’ laat Delfanti het belang van die tegenbeweging zien, zonder radicaal te worden: establishment en uitdagers hebben elkaar nodig om scherp te blijven.

Lees meerHackers in biotechnologie

1954

De Nederlandse ontwerper Daan Roosegaarde kwam in oktober in het nieuws met een idee om de smog in Beijing te lijf te gaan met koperen spoelen, die deeltjes uit de lucht trekken. De burgemeester van de Chinese hoofdstad vond het zo’n mooi idee, dat hij Roosegaarde een park ter beschikking stelde om het uit te proberen. In dezelfde week zag een andere Nederlandse ontwerper, Dave Hakkens, de schijnwerpers op zich gericht doordat Motorola zijn idee oppikte voor een modulair mobieltje, waarvan je de onderdelen kunt vervangen, net als bij een pc.

Waren er in Beijing en bij Motorola dat geen deskundige ingenieurs die dit zelf konden bedenken, was mijn eerste gedachte. Toen ik me er even in verdiepte, bleek Motorola al een jaar bezig te zijn met het idee. De ontmoeting met Hakkens was voor het bedrijf echter het moment om ermee naar buiten te komen. Bij Roosegaarde kon ik de achtergrond niet achterhalen (vermoedelijk bij gebrek aan kennis van het Chinees), maar het lijkt me sterk dat de kunstenaar op vakantie een inval had, het stadhuis binnenliep en het de burgemeester aansmeerde. Ook hier moet op de achtergrond meer meespelen. Er waren dus wel deskundige ingenieurs, maar ze kwamen niet aan bod.

Lees meerCelebritytechniek

Zoekmachines, mobiele apparaten en behoefte aan interactiviteit zijn de drijvende krachten achter een nieuwe versie van de webtaal html, die nog volop in ontwikkeling is, maar deels ook al ingevoerd. De nood is hoog.

Veel mensen weten dat de postbode van internet, IPv4, een protocol uit de jaren zeventig is dat met lapmiddelen in de lucht gehouden wordt, omdat de overgang naar IPv6 zo traag verloopt. Minder bekend is dat de taal waarin webpagina’s geschreven wordt, html versie 4, ook alweer vijftien jaar oud is – en piept en kraakt dat het een lieve lust is.

Lees meerWebtaal op de snijtafel

Een jaar of vijf geleden zat ik in de radiostudio bij Sophie Hilbrand (leuk mens!) om te vertellen over mijn boek ‘Het zit in een lab’, waarin ik het tanende gezag van de wetenschap analyseerde. Ik was uitgenodigd, omdat het boek nogal kritisch is over de academische praktijk. Tegen het einde van het gesprek zei Sophie: ‘Je houdt echt van ze, he?’

Dat kon ik moeilijk ontkennen. Wetenschappers zijn mijn soort. Ik heb bewust niet voor een universitaire carrière gekozen, maar uit puur journalistiek hout ben ik ook niet gesneden. Ik moest aan het incident terugdenken, toen ik onlangs een betoog van collega Joost van Kasteren las, waarin hij ons wetenschapsjournalisten verwijt teveel op schoot bij het onderwerp te zitten en er te weinig naar te blaffen. Veel van wat Joost schrijft, snijdt hout.

Lees meerWetenschapsjournalistiek

1944

Zelden zal een technologie zich in zo’n hoog tempo zo impopulair gemaakt hebben bij het grote publiek als het drilboren naar schaliegas. De inkt van het rapport van Witteveen+Bos was nog niet droog of half Nederland had zich al schaliegasvrij verklaard. Als je niet beter wist, zou je haast denken dat ze het erom deden, economieminister Kamp en de ingenieurs van W+B, een volstrekt technocratisch rapport afscheiden als aftrap voor de discussie of Nederland naar schaliegas moet gaan boren. Ze moeten zich op de burelen van Greenpeace en Milieudefensie een kriek gelachen hebben bij zoveel gehannes van de tegenpartij.

Zelf keek ik redelijk agnostisch toe, tot het moment dat de frustratie van voorstanders zich uitte in een ingezonden stuk in de Volkskrant van ‘trendwatcher’ Adjiedj Bakas, die door de krant kennelijk bevoegd geacht werd om iets zinnigs te zeggen over de materie. Alle toename in welvaart is het resultaat van technologische vooruitgang, redeneerde Bakas, dus alle technologische vooruitgang leidt tot toename in welvaart. Boren naar schaliegas is technologische vooruitgang, dus wie daartegen is, is tegen groei van de welvaart. Ik vrees dat er ook nog wel wat ingenieurs te vinden zijn die dit een sluitende redenatie vinden.

Lees meerHet schaliegasdebacle


×