Portfolio wetenschaps- en techniekjournalistiek

Bij veel grote (politieke) beslissingen zijn de gevolgen niet met zekerheid voorspelbaar. Er is dus een risico dat het verkeerde besluit valt over bijvoorbeeld de opslag van nucleair afval. Hoe ga je met die onzekerheid om?

Stel dat mensen erg bang zijn dat de ondergrondse opslag van het broeikasgas CO2 onder hun woonplaats zal leiden tot een ‘blow out’, waarbij het gas in grote hoeveelheden ontsnapt en, omdat het zwaarder is dan lucht, iedereen verstikt. Wetenschappers zijn geneigd te reageren dat de kans hierop extreem klein is. Dat kunnen ze onderbouwen met kansrekening. Veel mensen vinden dat soort sommetjes onbevredigend. Liever doen ze een beroep op het voorzorgsprincipe, dat stelt dat je bij de geringste kans op grote gevolgen, voor huidige of toekomstige generaties, moet afzien van een bepaalde technologie.

Lees meer Ethisch omgaan met risico’s en beslissingen

Wetenschappers dragen verantwoordelijkheid voor de gevolgen van hun onderzoek. Dat klinkt logisch, maar de praktijk is veel weerbarstiger, omdat die gevolgen vooraf vaak niet te voorzien zijn.

‘Een poos geleden hebben wij de ontwikkeling van een nieuwe rioolwaterzuivering begeleid’, vertelt dr.ir. Ibo van de Poel. ‘Het ging om een technologie waarbij de bacteriën in bolletjes zaten. Dat beloofde zuiver water met minder grondbeslag. Wij waren erbij gehaald om mee te denken hoe je omgaat met de risico’s die bij de invoering van een nieuwe technologie horen. Omdat het water sneller gezuiverd werd, bestond bijvoorbeeld de kans dat de secundaire emissies hoger zouden zijn. Dit zijn emissies, zoals hormonen, waarvoor geen wettelijke normen bestaan, maar die je wel in de hand wilt houden.’

‘Al snel bleek dat er weinig expliciet geregeld was. De ontwerpers vonden dat dit probleem in de gebruiksfase moest worden opgelost, omdat de effecten zich moeilijk lieten voorspellen. De gebruikers wilden echter dat de risico’s al in de ontwerpfase waren afgedekt.’

Lees meer Verantwoordelijkheid heeft vele vaders

De huidige wetten op intellectueel eigendom maken het onder meer mogelijk dat genen gepatenteerd worden. Zo kan het gebeuren dat je ziekte eigendom is van een bedrijf.

De ziekte van Canavan is een erfelijke aandoening die de zenuwcellen in de hersenen aantast. Kinderen die het betreffende gen krijgen van allebei hun ouders (die zelf de ziekte niet hebben), overlijden doorgaans voor hun vierde levensjaar. Een medicijn is er nog niet, maar er wordt wel naar gezocht. Wie aan die zoektocht wil meedoen, zal daarvoor moeten betalen aan het kinderziekenhuis van Miami, want die heeft patent op het betreffende gen.

‘Maar genen zijn een onderdeel van de natuur, die helemaal niemand zou mogen bezitten’, betoogt dr. David Koepsell. ‘In andere delen van de wereld is het patenteren van genen niet mogelijk, maar in de Verenigde Staten wel, en daardoor is het in de praktijk ook elders afdwingbaar. Twintig procent van de menselijke genen zijn inmiddels eigendom van een bedrijf of organisatie. Ik vind dat dat verboden zou moeten worden.’

Lees meer Hoe je genen andermans eigendom kunnen zijn

Net als andere beroepsgroepen hebben ingenieurs een gedragscode. Maar ethisch handelen is meer dan alleen maar aan de regeltjes vasthouden.

‘Als je kijkt naar de ramp met de orkaan Katrina in New Orleans, moet je vaststellen dat alle betrokkenen zich aan de regels gehouden hadden, van de ingenieurs die de bezweken dijken ontwierpen en onderhielden, tot de rampenbestrijdingsorganisatie’, vertelt dr. David Koepsell. ‘Toch kon de ramp gebeuren en was de afhandeling slecht. Dat kwam omdat de regels niet toelieten dat mensen signalen oppikten.’

Lees meer Gedragscode is meer dan regeltjes volgen

Wetenschappers hebben geen vrijbrief om alles te doen wat ze in het belang van hun onderzoek achten. Ze zullen hun motieven goed moeten uitleggen.

Natuurlijk zijn wetenschappers gebonden aan dezelfde beperkingen als anderen in de maatschappij: respectvol omgaan met anderen, geen fraude plegen, enzovoort. Er zijn zelfs extra regels waaraan ze zich moeten houden, bijvoorbeeld op het gebied van dierproeven of omgang met nucleair materiaal en gemuteerde organismen die niet in het milieu terecht mogen komen. Dat zijn heldere gevallen. Er is echter ook een groot grijs gebied waar je van geval tot geval moet bekijken of iets ethisch verantwoord is.

In medisch onderzoek loopt het belang van onderzoekers en patiënten bijvoorbeeld niet altijd synchroon. Patiënten hebben maar één belang: genezen worden. Voor onderzoekers gaat het echter om het verwerven van kennis. Bij het testen van een nieuw medicijn, om maar een voorbeeld te geven, krijgt de ene groep het niet en de andere wel, omdat anders de werkzaamheid niet goed vastgesteld kan worden. Maar zo wordt wel een groep mensen een weg naar genezing onthouden (of niet – de artsen weten immers nog niet zeker of het medicijn goed werkt).

Lees meer Grijs gebied in naam der wetenschap

Privacy is een gevoelig onderwerp, waar burgers veel waarde aan hechten. Ze weten alleen niet zo goed waarom. Maar als privacy echt belangrijk is, dan is het ook nodig om precies te weten waarom het belangrijk is. Aan ethici is het daarom om de theoretische argumenten en praktische implicaties daarvan helder te krijgen.

Onderwerpen die raken aan de privacy, zoals het elektronisch patiënten dossier (epd) en camera’s in openbare ruimtes, zijn al gauw het onderwerp van verhit maatschappelijk en politiek debat. Mensen zien de voordelen van nieuwe informatietechnologie, maar vinden het tegelijkertijd beangstigend dat er zoveel over hen bekend is. Emoties spelen daarbij vaak een doorslaggevende rol, omdat de argumenten zich moeilijk laten formuleren, laat staan tegen elkaar afwegen.

‘Het begrip privacy is als een vergaarbak gaan werken’, zegt prof.dr. Jeroen van den Hoven. ‘Iedereen vult het begrip anders in. Er ontstaat in discussies echter vaak een onvruchtbare tweedeling. De ene groep is tegen camera’s, tegen grote (gekoppelde) databases, enzovoort. De andere groep is juist voor, onder het motto: ik heb niks te verbergen.’

Lees meer Privacy is geen eenduidig begrip

Zuid-Korea is binnen dertig jaar in een onvoorstelbaar tempo uitgegroeid tot een industriële grootmacht. Dat is goeddeels het werk van een aantal grote conglomeraten, zoals Samsung, Hyundai en LG, die voortbouwend op andermans ideeën net iets slimmere en goedkopere auto’s, beeldschermen en mobieltjes produceren. Heel veel incrementele innovatie dus. Om een volgende stap in innovatiecultuur te zetten kijkt het land naar Europa en de Verenigde Staten.

De rokers staan op straat buiten de hippe koffietenten van Digital Media City, een complex van enkele tientallen futuristische gebouwen aan de rand van Seoul. Het Korea Virtual Reality / Augmented Reality complex, bijvoorbeeld, bestaat uit twee torens van twintig verdiepingen, eentje voor research, eentje voor business. Onderin zit een theater waar populaire K-Pop bands holografisch optreden. Ertegenover bevindt zich het Korean Film Archive en aan hetzelfde plein zit het hoofdkwartier van mediabedrijf MBC, dat naadloos overgaat in een shopping mall.

Digital Media City is in een notendop hoe Zuid-Korea zichzelf graag ziet. Imposante architectuur, innige samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven om het land technologisch vooruit te stuwen, en burgers die vooraan staan om nieuwe dingen uit te proberen.

Lees meer Korea als westers bruggenhoofd in Azië (1)

Traditioneel is het de overheid die in Zuid-Korea de koers van de economie bepaalt. Door subsidies voor R&D te verstrekken, maar ook door de banken te vertellen welke investeringen de voorkeur hebben. De huidige regering wil een cultuuromslag, maar ingesleten gewoonten verander je niet zomaar, zeker niet als die gewoonten het land in ruim dertig jaar zo hoog de wereldeconomie in gekatapulteerd hebben.

‘Uiteraard kunnen we niet om Samsung en Hyundai heen, maar zij kunnen slechts een klein deel van de jaarlijkse afstudeerders absorberen’, zegt Gitae Shim van het Korea Institute for Advancement of Technology (KIAT), een overheidsdienst die vergelijkbaar is met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). ‘Daarom heeft de regering besloten in te zetten op startups. Dat vergt een heel ander beleid, meer bottom-up georiënteerd. Vroeger hadden we als KIAT top-down beleid. We pikten een onderwerp op en zetten vervolgens projecten uit. Nu leggen we bredere vragen neer bij de markt en zien wie daarop reageert. Bij de beoordeling van R&D-voorstellen letten we vervolgens sterk op het perspectief van werkgelegenheid.’

‘De aanpak verschilt nog wel per agentschap van de overheid, maar het top-down denken is aan het verdwijnen’, vult Shims collega Eun-woo Song aan. Ze wijst erop dat dit ook niet past in de internationale insteek die het R&D-beleid heden ten dage heeft. Zuid-Korea kijkt hiervoor met name naar Europa en Amerika, waarmee diverse overeenkomsten bestaan. Daarin is voor overdreven overheidsbemoeienis weinig plek.

Lees meer Korea als westers bruggenhoofd in Azië (2)

Noem Nederland in Zuid-Korea en het duurt niet lang of de naam Guus Hiddink valt. De coach leidde zijn gastland in 2002 naar de vierde plek op het wereldkampioenschap voetbal. Dat was reden voor feest, maar het was ook reden voor waardering om de manier waarop Hiddink zijn team had samengesteld. Als buitenstaander had hij geen idee dat hij spelers diende te selecteren op basis van eerdere verdiensten en evenwichtige verdeling over clubteams. Hij stelde gewoon de beste spelers op. Toen hem te verstaan gegeven werd dat dit niet paste in de Koreaanse cultuur, boog hij niet maar ging de confrontatie aan.

‘Natuurlijk was Hiddink niet de enige die de Koreanen vertelde dat ze meer moesten kijken naar de individuele kwaliteiten van mensen in plaats van hun achtergrond’, zegt consultant Peter Underwood. ‘Maar het succes dat hij ermee haalde op het wereldkampioenschap heeft indruk gemaakt. De kracht van Korea boven Japan is een enorme bereidheid tot snelle verandering.’

Underwood ziet net als Wijlhuizen een nieuwe generatie opkomen, die niet alleen bereid is het roer om te gooien, maar daar ook toe in staat. Veel jongeren hebben als student enige tijd in het buitenland doorgebracht en zijn in staat om out of the box te denken.

Lees meer Korea als westers bruggenhoofd in Azië (3)

Na de desastreuze Koreaanse oorlog, die in 1953 eindigde met een wapenstilstand langs wat inmiddels ’s werelds zwaarst bewaakte grens is, lagen beide ontstane landen in puin. Het noorden werd economische overeind gehouden door Russen en Chinezen, het zuiden was aan zichzelf overgeleverd. Tot halverwege de jaren zestig was Zuid-Korea een van de armste landen ter wereld – iets waar nog veel mensen herinneringen aan hebben. Toen besloot de militaire regering om het potentieel aan goedkope arbeidskrachten aan te boren voor een door export gedreven industrialisering.

Daarbij werd ook besloten dat het land zich moest concentreren op een aantal sectoren: staal (inclusief scheepsbouw en automobielindustrie), elektronica en chemie. Daarvoor werd een reeks onderzoeksinstituten opgezet en buitenlandse financiering gezocht. Japan, de Verenigde Staten en Nederland werden de grootste investeerders. De uitvoering kwam in handen van een beperkt aantal ambitieuze ondernemers, die zo een machtsbasis opbouwden waar ze nu nog op teren.

Lees meer De almachtige chaebol