Portfolio wetenschaps- en techniekjournalistiek

000a25

Katka nam me mee naar een ruimte in een andere vleugel van het gebouw. Ze straalde als altijd, in weerwil van haar serieuze zelf, en ze wist alles over de wiskundige fundamenten van neurale netwerken. De ruimte stond vol met kasten van blauw gemoffeld staal. Voor een van die kasten stond een stoel, precies op de plek waar de massieve rij door een nisje onderbroken werd. Ik zag een beeldscherm en een toetsenbord.

‘Hij is Russisch’, legde Katka verontschuldigend uit. ‘Kijk, daar lopen de waterleidingen.’

‘Waterleidingen?’ vroeg ik.

Lees meer Keep it simple, stupid

000a24

Toen ik twaalf jaar oud was, verscheen een gedaante voor mij, die mij begiftigde met bijzondere telepatische gaven als medium. Het bijzondere lag erin dat ik kon communiceren met apparaten, als het ware hun diepste gevoelens kon leren kennen. Ik erken dat ik deze gave misbruikt heb om informatica te gaan studeren. Terwijl anderen zwoegden op het schrijven van ingewikkelde programma’s, straalde ik de computer gewoon in. Maar goed, dit is niet het moment om oude koeien uit de sloot te halen.

Ik heb namelijk een bericht ontvangen van gene zijde.

Lees meer Nano nano

000a23

In de zonovergoten werkkamer van de collegevoorzitter komen twee mannen binnen. De ene is het joviale type, een beetje gedrongen, brede glimlach, duidelijk blij om de voorzitter te zien. De tweede is zwijgzamer. Hij posteert zich in een hoek en bespiedt het tafereel vanachter zijn zonnebril. De voorzitter neemt enigszins verbouwereerd het woord.

‘Goedemiddag, meneer Hasboelatov. U bent de zaakwaarnemer van professor Timofejev, heb ik begrepen. Waarmee kan ik u van dienst zijn?’

‘Ah, een man die meteen ter zake komt – daar houd ik van. Net als met de vrouwtjes, niet waar, voorzitter? Maar goed, ter zake dus. Zoals u weet heeft mijn goede vriend Pjetr Sergejitsj Timofejev vorig jaar vijf keer gescoord in de academische Champions League.’

Lees meer Champions League

Laat ik maar beginnen met een bekentenis: ik ben geen lid van het Kivi. Toch was ik onmiddellijk sterk geïnteresseerd in de gedragscode die het instituut onlangs in de nasleep van de bouwfraude openbaarde, mede omdat ik me over die affaire op deze plek nogal opgewonden had. Ik wilde wel eens weten aan welke strenge morele normen fatsoenlijke ingenieurs voortaan zouden moeten voldoen. Dus surfte ik naar de website, waar ik stuitte op een ‘alleen voor leden’. De gedragscode voor ingenieurs was geheim.

Lees meer Gedragscode

000a21

Volgestouwd met dorpelingen reed het minibusje over een redelijk rechte weg door bergachtig gebied in Oost-Turkije, op het dak drie fonkelnieuwe ijskasten, nog in het krimpfolie van de fabriek, en een apathische geit. Binnen klonk snerpende Koerdische muziek. De chauffeur hield zijn linkerhand – die met de sigaret – aan het stuur, terwijl hij met de rechterhand zat te sms’en. ‘God is groot’ stond in sierlijke plastic letters op de voorruit, dus de kans dat er iets mis zou gaan was minimaal, maar de enige niet-dorpeling in het busje vroeg zich toch af of de bescherming van boven zich ook tot hem uitstrekte.

Ik vond een vreemde combinatie: een geit op het dak van een busje waarin iedereen druk met zijn mobieltje bezig was. Ergens had ik altijd vermoed dat de introductie van mobiele telefonie voorafgegaan moest zijn door een verbod op het vastbinden van geiten aan imperials. Hier dacht men kennelijk dat die twee dingen helemaal niets met elkaar te maken hadden. Rare boel.

Lees meer Het einde van de shalvar

000a20

Het bericht was te klein om de Nederlandse media te halen, maar opmerkelijk was het wel: de ruim 2500 medewerkers van het Britse Phones 4U moeten het sinds een dikke maand zonder e-mail stellen. Hun baas denkt dat ze zo drie uur meer productieve tijd per dag overhouden. Als ze iets aan elkaar te melden hebben, moeten ze maar bellen. Best toepasselijk voor een telefoonwinkel.

Nou heb ik zelf gelukkig geen collega’s, maar ik val soms in op de plek van iemand die wel collega’s heeft. Het bombardement van onzinnige informatie is inderdaad behoorlijk rampzalig. Waarom moet het hele bedrijf weten dat er een bos sleutels gevonden is bij de receptie? Als iemand ze kwijt is, komt hij daar heus zelf wel achter. Die taart van de jarige op de zevende verdieping komt via mond-tot-mond reclame ook wel op. En als het management echt iets belangrijks te melden heeft, dan komen ze het maar persoonlijk vertellen. Directieven per mail gaan toch het ene oor in en het andere uit. Kortom, ik zie wel wat in de ideeën van Jon Caudwell, de dappere ceo van Phones 4U.

Lees meer E-mail maakt lui

000a19

Amechtig piepte Ascensor Artilleria zich een eind omhoog. Ik stak mijn hoofd door het raampje naar buiten en merkte het vuil tussen de zwarte olie van de tandradbaan op. De kabel die de kabine omhoog trok, zag er oud uit, net als de rest van het systeem. De vernis op het hout was dof uitgeslagen en het nepleer van de zittinkjes oogde plakkerig. Het was heet.

Met een schok kwamen we tot stilstand. Iemand deed het deurtje open. Via een dranghekje, waaraan je nog kon zien dat het ooit van chique glimmend koper geweest was, liep ik naar buiten. Naast het machinegebouw had ik een prachtig uitzicht over de haven en de stad. Er hing een wolk van zomerstof over de stad, maar met het blote oog zag ik nog zeker tien andere tandradbanen lopen. Ze zagen er niet allemaal zo romantisch uit. Eentje leek te zijn opgetrokken uit golfplaten, rood uitgeslagen van de roest.

Lees meer Pesos voor de tandradbaan

000a18

Ik heb ooit eens een eerlijke hoogleraar meegemaakt die mij een wetenschappelijk artikel toeschoof met de woorden: ‘Ik snap er niks van, maar misschien kun jij er eens naar kijken.’ Het kostte me vervolgens een dag om te begrijpen wat de auteurs bedoelden met hun vage formules, en om te concluderen dat ik hier niks mee kon. Deze ervaring noem ik bewijsstuk één.

Bewijsstuk twee is een wetenschappelijk artikel dat ik ooit schreef, waarin ik uitrekende dat er oneindig veel bewijzen bestaan voor de stelling van Gödel en dat Douglas Hofstadter een denkfout had gemaakt toen hij zijn beroemde ‘Gödel, Escher, Bach’ schreef. Een anonieme reviewer stuurde het terug: ‘I could scarcely believe what I was reading’. Dit verhaal was triviaal, naief en zo nog wat. Kortom, iedere wetenschapper kon onmiddellijk zien wat een rotzooi dit was.

Lees meer Blablaformuleblameting blablahypothesebla

000a17

Nadat iedereen uitgestapt was, liep ik helemaal naar voren en veroverde zo de voorste plek in de Yurikamome, de onbemande monorail over de baai van Tokyo. Het werd een mooie reis naar het licht. Het oude haventerrein Odaiba was tegenwoordig een consumentenparadijs, met enorme warenhuizen, vermaakscomplexen en wat dies meer zij. In de avonduren, zoals nu, werd de horizon gedomineerd door de gekleurde lichten van het grote reuzenrad bij Palette Town, een van de gigantische architectonische hoogstandjes aan de baai. Ik had al veel moderne steden gezien, New York, Londen, Berlijn met zijn nieuwe Potzdamer Platz, maar dit sloeg in schaal werkelijk alles. Kortom, het was allemaal behoorlijk indrukwekkend.

Lees meer In de etalage

000a16

Staatssecretaris Joop Wijn van Economische Zaken vervoegde zich achter het katheder. Hij was in pak, maar toch casual, zoals dat tegenwoordig hoorde, als je wilde uitdrukken dat je een serieus man was, maar toch beschikte over enige zelfspot. Ik was er in mijn hoedanigheid als journalist, dus ik had de tekst die hij ging uitspreken al voor me. ‘Gesproken tekst telt’ stond erboven. Dat werd dus opletten, want voor je het wist week hij van zijn tekst af en belandde een verkeerd citaat in de krant.

Ik bladerde alvast wat vooruit, op zoek naar de plek waar hij zijn klaagzang over de teloorgang van de R&D in Nederland zou beginnen. Ah, daar stond het, op pagina drie. Het ging slecht met de innovatie in Nederland. Dat kwam niet door de bedrijven, want bedrijven waren onderworpen aan de markt en marktwerking was goed. Dus als Nederlandse bedrijven uitermate krenterig waren met R&D-uitgaven, dan was daar niks mis mee.

Lees meer Leve de verspilling