U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Recensie

Een complottheorie kun je met een paar biertjes op eruit flappen, maar je kunt er ook werk van maken, zoals Coen Vermeeren in 9/11 is gewoon een complot. Verplichte lectuur voor iedereen die wil weten hoe je zo’n redenering fatsoenlijk opzet.

Bouwers van complottheorieën hebben een grote voorsprong op hun (wetenschappelijke) concurrenten. Waar die laatsten geacht worden een sluitende redenering op basis van feiten op te zetten, hoeven de eersten slechts een los eindje te vinden om te beweren dat de complete conclusie niet deugt. Zelf hoeven ze niet zoveel te doen, want ja, daar hebben ze de middelen niet toe en bovendien zijn ze slachtoffer van machtige samenzweerders.

Het valt dus te prijzen dat Coen Vermeeren, directeur van het Delftse Studium Generale, niet over één nacht ijs gaat bij het ontvouwen van zijn samenzweringstheorie dat 9/11 niet door Al Qaeda gepleegd werd maar door (of in elk geval met medewerking van) elementen in de Amerikaanse overheid. In meer dan 300 pagina’s gaat hij systematisch alle rapporten en onderzoeken af om ze verdacht te maken.

Lees meerCoen Vermeerens superieure 9/11 complottheorie

2008In ‘Faith and wisdom in science’ probeert Tom McLeish de discussie over geloof en wetenschap naar een hoger niveau te tillen door terug te grijpen op de tijd van Newton.

Hedendaagse discussies over de relatie tussen religie en wetenschap worden gedomineerd door types die niet alleen vinden dat de een superieur is over de ander, maar ook vaak dat beide elkaars tegenstander zijn. Meer gematigde lieden vinden dat ze elkaars terrein simpelweg niet moeten betreden. Nog gematigder lieden proberen compromissen te bereiken.

Alle drie de benaderingen vinden geen genade in de ogen van Tom McLeish, hoogleraar natuurkunde aan Durham University en praktiserend christen. In zijn boek ‘Faith and wisdom in science’ betoogt hij dat wetenschap net als religie voortkomt uit de menselijke behoefte zijn oorsprong te kennen en zijn omgeving te duiden. Aan religieuze scherpslijpers, die bijvoorbeeld de evolutietheorie verwerpen, maakt McLeish geen woorden vuil. Hij richt zich op de wetenschap, die volgens hem haar ‘verhaal’ is kwijtgeraakt.

Lees meerEen theologie van de wetenschap

2005In ‘The Knowledge’ legt Lewis Dartnell uit welke kennis de mensheid nodig heeft om na een catastrofe de beschaving sneller op te bouwen dan de eerste keer.

Aan boeken en films over een postapocalyptische wereld is geen gebrek. Zonder uitzondering gaan die over de periode niet lang na de catastrofe, waarin de mensheid overleeft op de restjes van de voorbije beschaving. Lewis Dartnell, onderzoeker aan de University of Leicester en auteur van talloze populair-wetenschappelijke artikelen en boeken, vraagt zich iets anders af: hoe moet het daarna? Als de laatste ondergrondse benzinetank en afgelegen supermarkt geplunderd zijn, hoe moet de mensheid dan verder?

‘The Knowledge’ is een gedachte-experiment van 300 pagina’s, waarin Dartnell systematisch nagaat welke kennis de mensheid nodig heeft om de beschaving opnieuw op te bouwen. Zomaar een herhaling van de eerste beschavingsronde kan dat niet zijn. Dat duurt lang en sommige dingen zijn simpelweg onmogelijk. De industriële revolutie, bijvoorbeeld, werd gedreven door de beschikbaarheid van goed toegankelijke fossiele brandstoffen. Die zijn er bij de tweede poging niet meer. De tweede beschaving moet daarom op duurzame energie tot stand komen.

Lees meerHandboek voor herbouw van de beschaving

1964Bij hackers denk je in de eerste plaats aan whizzkids die handig zijn in het manipuleren van computercode zonder dat iemand anders het merkt, soms met goede, soms met kwade bedoelingen. Als Allessandro Delfanti, hoogleraar te Milaan, het heeft over biohackers bedoelt hij echter niet zozeer de onderzoekers die knippen en plakken met DNA, maar mensen die proberen het vakgebied overhoop te halen met hun roep om openheid.

Natuurlijk zijn er altijd wetenschappers geweest die informatie achterhielden voor hun collega’s, maar de laatste decennia is geheimzinnigheid bijna een norm geworden in het academische bedrijf, redeneert Delfanti. Onderzoekers publiceren bijvoorbeeld genoeg om credits te halen, maar willen wel voorkomen dat anderen vervolgonderzoek kunnen uitvoeren waar ze zelf nog mee willen scoren. Het vastleggen van patenten wordt zelfs aangemoedigd. Wetenschap gaat niet langer meer over het verwerven en delen van zoveel mogelijk kennis.

Gelukkig is er een tegenbeweging. Open source, ontstaan in de computerwereld, strekt zich meer en meer uit tot andere terreinen, zoals de levenswetenschappen. In zijn boek ‘Biohackers, the politics of open science’ laat Delfanti het belang van die tegenbeweging zien, zonder radicaal te worden: establishment en uitdagers hebben elkaar nodig om scherp te blijven.

Lees meerHackers in biotechnologie

Wie een boek over wetenschap schrijft voor een breder publiek, heeft twee keuzes. Ofwel mikken op de leek en alles simpel uitleggen, voorzien van de nodige anekdotes, ofwel op een iets serieuzere toon een verdieping aanbrengen voor mensen die eerder over het onderwerp gelezen hebben (en de anekdotes dus al kennen). Jonathan Dowling maakt die keuze niet in ‘Schrödinger’s killer app’, een boek over de race om de eerste kwantumcomputer te bouwen, met curieuze gevolgen.

Lees meerDe NSA en de eerste kwantumcomputer

Artsen, verkeersleiders en anderen die als professional andermans leven in handen hebben, worden steeds vaker persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van fouten die ze onvermijdelijk wel eens maken bij de uitoefening van hun beroep. Ingenieurs raakt dat nu nog niet, omdat technische ontwerpfouten doorgaans slechts indirect fatale gevolgen hebben. Maar dat is een kwestie van tijd.

Toen de politie haar vond in de kofferbak van haar stiefvader, had het meisje een prop in haar mond, die met een verband om haar hoofd op zijn plek werd gehouden. Onderzoek wees uit dat haar moeder de prop drie dagen daarvoor had ingebracht. Ze had het kind vervolgens onder het bed geschoven en alleen gelaten. Daar in het donker was ze overleden, drie jaar oud en zwaar ondervoed. De stiefvader was op weg om het lijkje in de bossen te dumpen.

De moeder kreeg zes jaar cel en gedwongen behandeling. Daarmee was de Amerikaanse justitie nog niet tevreden. Er was een medeplichtige. De stiefvader, zou je misschien denken, maar die ging vrijuit. In plaats daarvan ging de officier van justitie achter een sociaal werker aan.

Lees meerDe criminalisering van het menselijk tekort

1851Dark Market was een website waar hackers creditcardnummers en andere lucratieve informatie met elkaar verhandelden – tot een FBI-infiltrant de zaak ontmantelde. Het boek van Misha Glenny erover leest als een thriller.

Zoals een goede James Bond film begint ‘Dark Market’ in Engeland, waar de systeembeheerder van een chemisch bedrijf vreemde activiteiten signaleert op het werkstation van een van de ingenieurs. Hij besluit met beheersoftware een kijkje te nemen op het werkstation en ziet een enorme brij aan cijfers voorbijtrekken, overduidelijk financiële informatie: rekeningnummers, passwords, credit cards. De beheerder gaat ermee naar zijn baas, die onmiddellijk de politie belt.

De lokale inspecteur neemt de uit Nigeria afkomstige ingenieur in hechtenis, doorzoekt diens appartement, maar kan de enorme hoeveelheid bewijsmateriaal verder moeilijk duiden. Dus belt hij met de landelijke cyberpolitie en vraagt of iemand toevallig bezig is met een zaak waar een zekere Freddy Brown bij betrokken is, want die heeft hij net gearresteerd. Aan de andere kant is het stil. Ze hebben freddybb te pakken, een van de grote vissen van Dark Market.

Lees meerPortret van de cybermaffia

1847‘Levenswerk’ van Nick Lane is een degelijk boek over de verschillende stadia van de evolutie, maar ontbeert het vuur van de echte verteller.

Het is een bekende tijdschriftentruc: maak een lijstje. De tien beste zus, de vijf opvallendste zo. Dat er vervolgens weinig opmerkelijks in het lijstje staat, doet er weinig toe. Mensen zijn nu eenmaal dol op de suggestie van overzichtelijkheid. Dat werkt vast ook met boeken, moet bioloog en wetenschapsjournalist Nick Lane gedacht hebben, toen hij ‘Levenswerk, de tien sterkste staaltjes van de evolutie’ schreef.

Die tien staaltjes zijn – laten we ze meteen maar weggeven – het begin van het leven, dna, fotosynthese, de complexe cel, seks, beweging, gezichtsvermogen, warmbloedigheid, bewustzijn en dood. Dat lijstje is niet erg origineel, het zijn allemaal onderwerpen die op de middelbare school aan bod komen. Ook bij nader inzien bevat het boek inhoudelijk geen verrassingen. Dus komt het aan op de uitvoering.

Lees meerEvolutieleer zonder vonk

1807‘The Information’ luidt de pretentieuze titel van het nieuwe boek van James Gleick, dat zoveel verschijningsvormen van informatie behandelt dat de lijn zoek raakt.

Er zijn, in zijn algemeenheid, twee soorten boeken over de geschiedenis van de computer. Het eerste soort volgt vooral de apparaten. Dit verhaal begint meestal bij de nooit gebouwde apparaten van Charles Babbage in de negentiende eeuw, bij ponsmachines en analoge rekenmachines, om pas goed op gang te komen bij de komst van de eerste digitale computer aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Het tweede soort heeft een iets ruimer perspectief. Niet het apparaat staat centraal, maar de informatie die het verwerkt.

‘The Information’ van James Gleick, die bekendheid verwierf met biografieën van Richard Feynmann en Isaac Newton, valt in de tweede categorie – en ook binnen die categorie heeft het een zeer ruim blikveld. Gleick begint zijn geschiedenis van de informatieverwerking in Afrika, waar stammen al eeuwenlang complexe boodschappen overbrengen. Hij trekt er rustig zestien pagina’s voor uit.

Vervolgens meandert hij via de klassieken (opkomst van het schrift, Aristoteles’ reflecties over taal en betekenis) en de Renaissance (de eerste woordenboeken) flux naar de negentiende eeuw, om alsnog uitgebreid stil te staan bij Babbage en diens assistente Lady Ada Byron Lovelace, die de geschiedenis ingegaan is als de eerste programmeur, zij het voor een denkbeeldige machine.

Lees meerVan trommel tot transistor

1774
Geluidsoverlast is een onderschat milieuprobleem, dat meer gezondheidsproblemen en ontregeling van de natuur oplevert dan menige andere bron van vervuiling, betoogt John Stewart in een breed overzicht van het veld.

John Stewart is al meer dan dertig jaar actievoerder, met name tegen verkeersoverlast. Hij zag kans een extra landingsbaan voor Heathrow te blokkeren en werd in 2008 door de Independent on Sunday uitgeroepen tot de meest effectieve milieuactivist van het Verenigd Koninkrijk. Wanneer je aan zijn boek ‘Why noise matters’ begint, weet je dus dat zijn doel is een alarmbel te luiden, niet een evenwichtig betoog te houden.

Wat het boek niettemin waardevol maakt, is dat het een breed overzicht schetst over een veld dat nauwelijks als een eenheid gezien wordt. Bovendien maakt hij vanuit zijn oogpunt gehakt van twee ontwikkelingen die andere delen van de milieubeweging nou juist sterk propageren, namelijk zeetransport en windenergie.

Lees meerOver muzak en gestrande walvissen


×