Recensies van populair-wetenschappelijke boeken

James Maxwell: de saaie man die alles veranderde

000b10
Newton, Maxwell en Einstein gelden als de drie natuurkundigen wier vondsten een nieuw tijdperk in de fysica inleidden. Maar waar Newton en Einstein regelmatig een nieuwe biografie krijgen, blijft het stil rond James Clerk Maxwell. Basil Mahon brengt daar verandering in.

Isaac Newton legde de basis voor de mechanica, deed aan theologie en maakte ruzie. Albert Einstein stelde de relativiteitstheorie op, rotzooide aan met vrouwen en deed daarnaast van zich spreken in het publieke debat over nucleaire bewapening. James Clerk Maxwell (1831-1879), zo blijkt uit ‘The man who changed everything’ van Basil Mahon, bedacht een theorie waarin elektriciteit, magnetisme en licht samenkwamen, en deed nog een hele boel andere belangrijke dingen, maar niks dat je ook maar in de verste verte ondeugend zou kunnen noemen.

Lees verder James Maxwell: de saaie man die alles veranderde

De speurtocht naar gratis energie

000b09

Wat zou het toch mooi zijn als we om elektriciteit te maken geen brandstoffen meer op hoefden te stoken. Nikola Tesla, bedenker van de wisselstroom, droomde er al van. Sindsdien hebben honderden mensen, van serieuze wetenschappers tot gekken en oplichters, dezelfde droom achterna gejaagd. Het bonte gezelschap belandde in een fascinerend boek van Keith Tutt.

‘The scientist, the madman, the thief and their lightbulb’ van Keith Tutt is een merkwaardig boek. Dat komt omdat het weliswaar een duidelijk thema heeft – de speurtocht naar ‘gratis’ energie – maar tegelijk een veelheid aan genres vertegenwoordigt. Het lijkt te beginnen als een pamflet tegen het broeikaseffect, duikt dan de geschiedenis van de wetenschap in, spoort een paar bizarre personages op, behandelt wat fundamentele natuurkunde, spit patenten door en eindigt dan toch weer met het broeikaseffect.

Lees verder De speurtocht naar gratis energie

Van supernova tot dodo

000b08
‘A short history of nearly everything’ van Bill Bryson is momenteel een grote hit in Engeland en de VS. De titel suggereert enorme ambities, met dienovereenkomstige faalkansen, maar Bryson weet wonderwel overeind te blijven in een boek dat veel andere overbodig maakt.

Bill Bryson, vooral bekend als auteur van reisverslagen, jast er in dik 400 pagina’s (en nog eens honderd aan voetnoten en indices) de complete geschiedenis van het heelal doorheen, van de big bang tot het eerste leven op aarde, de evolutie daarvan en de modernste natuurkundige inzichten. Dat klinkt als een weliswaar bewonderenswaardige onderneming, maar ook eentje die gedoemd is ten onder te gaan aan informatiedichtheid. Niets is minder waar. Bryson rijgt de ene anekdote aan de andere en ziet op die manier kans de lezer op een aangename manier enorme hoeveelheden kennis door de strot te duwen.

Lees verder Van supernova tot dodo

De wetenschap van de islam

000b07
Boeken over wetenschapsgeschiedenis springen van de oude Grieken vaak meteen door naar de late middeleeuwen. ‘The enterprise of science in islam’ zal voor velen dan ook een kennismaking zijn met een volstrekt nieuwe wereld.

In westerse boeken over de geschiedenis en filosofie van de wetenschap komen moslims er bekaaid vanaf. De filosofen Ibn Sina (Avicenna) en Ibn Rushd (Averroës) worden meestal wel genoemd als belangrijke inspiratoren voor de middeleeuwse scholastiek, en als je geluk hebt al-Khwarizmi (Algoritmus, bekend van zijn boek ‘al-Jabr’, ‘Algebra’) voor zijn wiskundige methoden, maar dan heb je het wel zo’n beetje gehad.

Lees verder De wetenschap van de islam

De innovatie van de innovatie

000b06
De belangrijkste innovatoren van bedrijven zitten vaak niet op de researchafdeling maar bij de klanten. Eric von Hippel, hoogleraar bedrijfskunde aan MIT, legt in ‘Democratizing innovation’ uit hoe dat komt.

‘The rise of the creative class’ van Richard Florida, hoogleraar aan de Carnegie Mellon universiteit, is al een paar jaar de belangrijkste hype in de innovatiekunde. Volgens Florida valt de potentie van een stad af te lezen van het aantal creatievelingen dat er woont. Dat aantal kun je op zijn beurt weer aflezen van het aantal IT-bedrijven, homobars en nog zo wat factoren die op de aanwezigheid van vrije geesten wijzen. Heel simpel: als een stad niet hip is, komen er geen jonge talenten op af, dus blijven innovatieve bedrijven en economische hoogtijdagen uit.

Waar Florida vooral aantoont dat een correlatie tussen vrije individuen en innovatie bestaat, gaat Eric von Hippel een stap dieper, door te analyseren hoe die vrije individuen innovatie tot stand brengen. De traditionele innovatie, die gestalte krijgt op de researchafdeling, moet zeker niet afgeschreven worden, meent hij, maar een nieuwe vorm is in opkomst. Omdat de gebruiker daar een centrale rol in speelt, spreekt hij van democratisering van de innovatie.

Lees verder De innovatie van de innovatie

De dodelijke carrière van arsenicum

000b05
Populair-wetenschappelijke boeken zijn fascinerend of interessant, maar zelden schokkend. ‘Venomous earth’ van Andrew Meharg is een uitzondering. Mehargs geschiedenis van arsenicum laat de lezer verbijsterd achter.

Van arsenicum is al heel, heel lang bekend hoe giftig het is. De Romeinse keizer Nero gebruikte het om zijn rivaal Britannicus het hoekje om te helpen. Enkele eeuwen daarvoor echter beweerde Hippokrates, de oerarts, dat arsenicum in kleine doses juist als medicijn kon dienen, met name voor de genezing van huidziekten. Tijdens de middeleeuwen werd arsenicum door sommigen aangewezen als veroorzaker van de pest, wat geen rem zette op het zoeken van nieuwe arsenicum-medicijnen. Rattengif was ook een populaire toepassing.

Arsenicums carrière als massamoordenaar kwam pas goed op gang met de ontdekking van koperarseniet in 1778. Dit goedkope zout leverde een prachtig groene kleurstof en belandde massaal in het behang van de negentiende-eeuwse huiskamer. Behangpapier bevatte gemiddeld dertig gram arsenicum per vierkante meter. De schatting is dat alleen al de Britse huishoudens in 1858 samen enkele tientallen miljoenen tonnen arsenicum aan de muur hadden hangen.

Lees verder De dodelijke carrière van arsenicum

Hoe Kurt en Albert de tijd lieten verdwijnen

Het Einstein jaar is alweer bijna voorbij, maar op de valreep is toch nog een origineel en fascinerend boek verschenen over de grote man. ‘A world without time’ van Palle Yourgrau vertelt hoe Einstein en zijn beste vriend Kurt Gödel een universum zonder tijd bedachten – en hoe dat idee vervolgens werd doodgezwegen.

Toen Albert Einstein al lang gepensioneerd was, meldde hij zich toch nog vaak op het instituut in Princeton waar hij zijn laatste arbeidszame jaren had doorgebracht. Daar had hij weinig meer te doen, gaf hij toe; hij kwam alleen nog om met het voorrecht te genieten met Kurt Gödel naar huis te kunnen lopen. Tijdens lange wandelingen bespraken ze onder meer politiek, filosofie en de verbazingwekkende ontdekking die de laatste gedaan had: als de relativiteitstheorie klopte, dan was het goed denkbaar dat tijd niet bestond.

Lees verder Hoe Kurt en Albert de tijd lieten verdwijnen

Waarom de meter een meter lang is

000b03
Noodlot, oorlog, jaloezie, fraude, ontberingen en diep menselijke drama’s – het zijn niet ingrediënten die je meteen voor ogen hebt bij de geschiedenis van de geodesie. Maar ‘De maat van alle dingen’ van Ken Alder, over het ontstaan van de meter, heeft het allemaal.

Sinds de opkomst van de elektronische nieuwlichterij is de meter officieel verworden tot de afstand die licht in vacuüm aflegt in een 299.792.458ste deel van een seconde, maar de echte meter blijft natuurlijk die platina staaf in Parijs. Dat leert iedereen op school. Wat daar niet bij verteld wordt, is de dramatische totstandkoming van die meter. Dat gemis wordt door Ken Alder op magistrale wijze goedgemaakt.

In 1792 trokken vanuit Parijs twee prominente astronomen naar respectievelijk Duinkerken en Barcelona. Hun doel: het nauwkeurig opmeten van het land. Hun hogere doel: het vaststellen van de aardomtrek langs de meridiaan van Parijs en de wereld zo een universele lengtemaat bezorgen. De meter zou een veertigmiljoenste van die omtrek worden.

Lees verder Waarom de meter een meter lang is

De waarheid over Superman

000b02
Amerikaanse superhelden als Batman en X-men zijn de laatste jaren ook in Nederland doorgebroken, niet in het minst door een aantal verfilmingen. Wetenschap speelt een rol in hun verhalen, maar science fiction is het niet. Wat dan wel?

Om erachter te komen dat dr. Bruce Banner een megadosis gammastraling nooit zou overleven, laat staan dat hij er in boze momenten van zou kunnen gaan muteren om te veranderen in de ongelooflijke Hulk, daarvoor hoef je ‘The science of superheroes’ van Lois Gresh en Robert Weinberg niet te lezen. Dat superhelden onmogelijk zijn, geloven we zo ook wel.

Natuurlijk is het wel erg leuk om al die supereigenschappen eens onder de loep te nemen. Volgens zijn bedenkers zou Superman bijvoorbeeld zo sterk zijn, omdat de zwaartekracht op zijn thuisplaneet Krypton veel groter is. Hoe groot dan, vragen Gresh en Weinberg zich af. Ze rekenen wat en komen uit op een planeet die 3000 keer zwaarder is dan de zon. Zo’n planeet is een gasbal waar het vrij lastig leven zal zijn.

Lees verder De waarheid over Superman

Kunstmest en gifgas, het leven van Fritz Haber

000b01
De helft van het voedsel dat wereldwijd verbouwd wordt, groeit dankzij een uitvinding van Fritz Haber, kunstmest. Dat van deze wetenschapper niet overal standbeelden staan is te wijten aan zijn tweede belangrijke vondst, het gifgas dat van de Eerste Wereldoorlog een hel maakte.

‘Between genius and genocide’ vat in de titel al de tragedie van Fritz Haber samen, een Duitse patriot die het vaderland boven alles stelde, maar uiteindelijk moest vluchten omdat hij jood was. Geroemd om de kunstmest, verguisd om het gifgas. Rijk geboren, nog rijker geworden, maar gestorven als een balling zonder vaste woon- of verblijfplaats. Biograaf Daniel Charles vindt het een tragedie en draagt er in een zakelijke stijl zorg voor dat dit bij de lezer ook zo overkomt.

Lees verder Kunstmest en gifgas, het leven van Fritz Haber