
Amerikaanse boeken met ‘how to’ in de titel dienen doorgaans gewantrouwd te worden. Andrew Razeghi, docent aan de befaamde Kelogg School of Management, heeft echter een overtuigend boek geschreven met ‘The riddle; where ideas come from and how to have better ones’. Het uitgangspunt is eenvoudig: als creativiteit niet volstrekt toevallig voorkomt bij een select gezelschap mensen, dan moeten er dus factoren zijn die het beïnvloeden. En als je die factoren kent, dan kun je creativiteit tot op zekere hoogte sturen.
Er bestaan drie soorten creativiteit, betoogt Razeghi: artistiek, wetenschappelijk en conceptueel. Het probleem is dat mensen voornamelijk de eerste twee kennen. Pablo Picasso creëerde unieke kunstwerken was daarom een artistiek genie, Albert Einstein had volstrekt nieuwe inzichten en was een wetenschappelijk genie. Beide vormen van creativiteit zijn redelijk in zichzelf gekeerd. Voor conceptuele creativiteit is iets anders nodig: inzicht in de behoeften van anderen en een onconventionele manier van denken om een oplossing voor die noden te bedenken. Dit is de creativiteit van de ingenieur.














