Recensies van populair-wetenschappelijke boeken

Codes voor creativiteit

833b
Er bestaat geen recept voor creativiteit, maar creatieve mensen hanteren wel degelijk methodes om succesvolle nieuwe ideeën te genereren, betoogt Andrew Razeghi in ‘The riddle’.

Amerikaanse boeken met ‘how to’ in de titel dienen doorgaans gewantrouwd te worden. Andrew Razeghi, docent aan de befaamde Kelogg School of Management, heeft echter een overtuigend boek geschreven met ‘The riddle; where ideas come from and how to have better ones’. Het uitgangspunt is eenvoudig: als creativiteit niet volstrekt toevallig voorkomt bij een select gezelschap mensen, dan moeten er dus factoren zijn die het beïnvloeden. En als je die factoren kent, dan kun je creativiteit tot op zekere hoogte sturen.

Er bestaan drie soorten creativiteit, betoogt Razeghi: artistiek, wetenschappelijk en conceptueel. Het probleem is dat mensen voornamelijk de eerste twee kennen. Pablo Picasso creëerde unieke kunstwerken was daarom een artistiek genie, Albert Einstein had volstrekt nieuwe inzichten en was een wetenschappelijk genie. Beide vormen van creativiteit zijn redelijk in zichzelf gekeerd. Voor conceptuele creativiteit is iets anders nodig: inzicht in de behoeften van anderen en een onconventionele manier van denken om een oplossing voor die noden te bedenken. Dit is de creativiteit van de ingenieur.

Lees verder Codes voor creativiteit

Het periodiek systeem van de wiskunde

833a
‘Finding moonshine’ is populaire wiskunde in de vorm van een dagboek. Over symmetrie gaat het, maar vooral over een groepje wereldvreemde wiskundigen.

Marcus du Sautoy is hoogleraar wiskunde in Oxford. In 2001 won hij de presitieuze Berwick prijs van de London Mathematical Society voor de meest getalenteerde jonge wiskundige. Als dit soort wetenschappers van statuur zich aan een populair boek wagen, wordt het doorgaans een werk waarin ze hun vakgebied in begrijpelijke bewoordingen proberen uit te leggen. Een meer persoonlijke of anekdotische benadering van de wetenschap is meestal voorbehouden aan journalisten. Du Sautoy echter weet het beste van twee werelden te verenigen. Sterker nog, dit zou wel eens een van de meest persoonlijke wetenschapsboeken ooit kunnen zijn.

Het verhaal begint in augustus 2005 in de Sinai, aan de Rode-Zeekust. Du Sautoy wordt veertig en vraagt zich af hoe het zover heeft kunnen komen. Toen hij twaalf was, nam zijn wiskundeleraar hem apart en raadde hem wat boeken aan. Zelf was hij zich van geen bijzondere aanleg voor wiskunde bewust. De volgende zaterdag ging hij met zijn vader naar een boekwinkel in Oxford, keerde terug met een stapel boeken en was verkocht.

Lees verder Het periodiek systeem van de wiskunde

Het is nog nooit zo veilig geweest

830
Sinds 11 september 2001 lijkt de wereld in de greep van angst te zijn. Dan Gardner pakt de getallen erbij en prikt de angst door: het leven is nog nooit zo risico-arm geweest als nu.

Nadat ze de beelden van de vliegtuigen die zich in het World Trade Centre in New York boorden, hadden gezien, stapten Amerikanen massaal in de auto om zich te verplaatsen. Voor hen even geen vliegen – veels te gevaarlijk. Dat effect hield ongeveer een jaar aan, becijferde statisticus Gerd Gigerenzer. Omdat vliegen ondanks de aanslagen gemiddeld veiliger bleef dan autorijden, liepen Amerikanen door de switch naar de auto een groter risico op een dodelijk ongeluk. De aanslagen op het WTC kostte bijna 3000 mensen het leven. De daaropvolgende switch naar de auto nog eens 1600.

De Canadese wetenschapsjournalist Dan Gardner opent zijn boek ‘Risk; the science and politics of fear’ met dit aansprekende voorbeeld om een betoog op te zetten dat irrationaliteit van angst onder de loupe neemt. Wat volgt is een weelde aan voorbeelden van hoe mensen risico’s inschatten (vaak verkeerd) en welke psychologische mechanismes daaraan ten grondslag liggen.

Lees verder Het is nog nooit zo veilig geweest

Techniekfilosofie in de praktijk

811a
‘Denken ontwerpen maken’ is een degelijke inleiding in de techniekfilosofie, met veel nadruk op de praktijk.

De vier auteurs van ‘Denken ontwerpen maken’ zijn alle van gereformeerde huize en drie van hen zijn hoogleraar reformatorische wijsbegeerte aan een van de technische universiteiten. Door het calvinistische sausje over het boek moet de seculiere lezer zich echter niet laten weerhouden. Het boek heeft namelijk voor op veel andere techniekfilosofieën dat het niet blijft steken in abstracties, maar dicht op de praktijk zit.

Dat uit zich bijvoorbeeld in uitgebreide bespreking van cases, zoals de bouw van een fabriek voor meerlaagscondensatoren in Roermond, waar auteur Maarten Verkerk, die voor hij hoogleraar werd in Eindhoven bij Philips werkzaam was, bij was betrokken. De oude fabriek was technisch niet optimaal en hetzelfde gold voor de arbeidsomstandigheden. De beschrijving van de overwegingen die tot een nieuw ontwerp leidden, leest eigenlijk als pure bedrijfskunde.

Lees verder Techniekfilosofie in de praktijk

Silicon Valley als democratisch experiment

811
Dat Silicon Valley in vijftig jaar hét centrum van de hightech in de wereld kon worden, komt door een tegendraadse aanpak van innovatie en personeelsbeleid, betoogt Christophe Lécuyer in ‘Making Silicon Valley’.

De beschutte ligging aan een baai maakte van San Francisco de ideaalste haven aan de Amerikaanse westkust. Maar toen de radio werd uitgevonden was er ook een nadeel: signalen vanuit de haven bereikten de open zee niet. Daarom vestigde radio-amateurs zich op het schiereiland aan de kust, waar ze een kolonie vormden van slimme elektrotechnici die graag de nieuwste snufjes met elkaar uitwisselden.

Die houding zou enorm bijdragen aan de opkomst van Silicon Valley, zoals het schiereiland vele decennia later zou gaan heten, stelt Christophe Lécuyer, een historicus die werkt bij de Chemical Heritage Foundation, in zijn boek ‘Making Silicon Valley’. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond een trek van mensen, dus ook van technici, van de oost- naar de westkust. Die technici streken als vanzelfsprekend neer op de plek waar hun soortgenoten zich bevonden.

Lees verder Silicon Valley als democratisch experiment

Bètacanon voor gevorderden

785a
Met ‘The canon’ presenteert Natalie Angier een stevige inleiding in de wetenschappelijke basiskennis. Ze heeft een uiterst degelijk boek geschreven, maar hoewel ze zonder meer haar hart en ziel erin gelegd heeft, wil het maar niet gaan leven.

Binnenkort verschijnt de Nederlandse Bètacanon, een verzameling van vijftig artikelen over vijftig onderwerpen door vijftig auteurs, bijeengebracht door een commissie van wetenschappers die op haar beurt bijeengebracht is door de Volkskrant. Heuse Nederlandse drang naar draagvlak, zeg maar.

Natalie Angier, wetenschapsjournaliste van de New York Times en winnaar van een Pulitzer prijs, pakt dat anders aan. Ze heeft gewoon zelf besloten wat de bètabasiskennis dient te zijn en heeft dat opgeschreven in een boek, ‘The canon’. Een commissie van tien wetenschappers stond haar bij met vakkennis en ze voerde talloze gesprekken. Zo heeft ze vermoedelijk dezelfde input gekregen, maar dan zonder democratische saus.

Lees verder Bètacanon voor gevorderden

Capra over Leonardo

785
Fritjof Capra geeft een draai aan het werk van Leonardo da Vinci, die volgens hem door ingenieurs verkeerd begrepen wordt. Ook als je het niet met hem eens bent, zet hij je aan het denken over de fundamenten van het wetenschappelijke denken.

Fritjof Capra is, voorzichtig uitgedrukt, een controversieel wetenschapper. Alweer dertig jaar geleden schreef hij ‘The tao of physics’, waarin hij een metafoor van Niels Bohr uitwerkte, die stelt dat er een verband is tussen de interpretatie van de kwantummechanica en de oosterse manier van denken. Capra trok de lijnen zo enthousiast door dat hij nogal ver afdreef van de wetenschappelijke mainstream, maar wel met open armen binnengehaald werd in het New Age wereldje. Sindsdien schreef hij een aantal boeken met op zijn zachtst gezegd vage stellingen over harmonieus samenleven.

Met ‘The science of Leonardo’ keert Capra terug naar een harder onderwerp, namelijk de wetenschappelijke inzichten van Leonardo da Vinci. Zijn uitgangspunt is dat Leonardo altijd verkeerd begrepen wordt, omdat naar hem teruggekeken wordt met een Newtoniaanse blik. De talloze apparaten in Leonardo’s schetsboeken lijken een mechanische geest te verraden, maar dat is een misverstand aldus Capra. Leonardo was veel meer een organisch denker. Zijn machines zijn een holistisch geheel, geen stappenplan van mechanische oorzaken en gevolgen.

Lees verder Capra over Leonardo

De mensheid in een suikerklontje

766b
Nooit durven toegeven dat quantummechanica je eigenlijk boven de pet gaat? Dan is het boek van Marcus Chown voor jou. Of anders voor je moeder.

Achterin ‘Quantum theory cannot hurt you’ van Marcus Chown zit een verklarende woordenlijst van bijna dertig pagina’s. Alle begrippen van de quantummechanica, van absoluut nulpunt tot zwaartekracht, komen er aan bod in bewoordingen die ook begrijpelijk moeten zijn voor wie op de middelbare school geen natuurkunde heeft gehad.

En daar zou Chown wel eens een gat in de markt aangeboord kunnen hebben. De meeste populair-wetenschappelijke boeken veronderstellen een basiskennis en natuurkundig redeneervermogen dat ongeveer overeenkomt met natuurkunde in de bovenbouw van het vwo. Hetzelfde geldt voor bladen als New Scientist, waar Chown voor werkt, en zelfs voor de wetenschapsbijlagen van Volkskrant en NRC. Voor veel mensen is dat niveau te hoog gegrepen, ookal zijn ze in principe geïnteresseerd in bètawetenschappen. Die groep is groot, als je de oplage van Quest in gedachten houd. Mochten ze na Quest toch nog kennishonger houden, dan is er nu een bruggetje naar de steviger kost.

Lees verder De mensheid in een suikerklontje

Cryptografie met plaatjes

766a
In ‘Geheimtalen’ racen twee gerenommeerde Britse wetenschapsjournalisten door de geschiedenis van de cryptografie. Veel plaatjes, weinig diepgang.

Stephen Pincock en Mark Frary vliegen in hoog tempo langs twintig eeuwen cryptografie, van de codes die Julius Caesar gebruikte om zijn tegenstanders te misleiden tot aan de kwantumcryptografie die op het punt van doorbreken staat. Onderweg passeren ze onder meer een samenzwering tegen koningin Elizabeth I, codes uit de Kamasutra en natuurlijk het cryptografische spionnenspel van de Tweede Wereldoorlog.

Lees verder Cryptografie met plaatjes

Grafentheorie voor dummies

723b
Grafen, ofwel netwerken vormen een hoekje van de wiskunde waar het stikt van de toepassingen. Peter Higgins is erin geslaagd een toegankelijke en behoorlijk diepgaande inleiding in het vakgebied te schrijven.

Een boek over grafen kan natuurlijk niet zonder de vermaarde Koningsberger bruggen. Kon Immanuel Kant, de beroemde filosoof die dagelijks klokke vier een wandelingetje maken ging, alle bruggen van de stad precies één keer aandoen? De intuïtie zei van niet, maar het was een Zwitser, Leonhard Euler, die het wiskundige bewijs leverde dat zulks onmogelijk was en daarmee een van de grondleggers van de grafentheorie werd, ofwel de wiskunde die zich bezig houdt met knooppunten en verbindingen daartussen.

Peter Higgins, hoogleraar wiskunde aan de Universiteit van Essex en uitvinder van de cirkelsudoku, pakt het degelijk en tegelijkertijd speels aan. Zijn boek ‘Nets, puzzles and postmen’ is opgebouwd in min of meer dezelfde hoofdstukken als je in een studieboek verwachten zou, maar hij brengt de theorie met meer flair aan de hand van voorbeelden. Het is het bekende trucje: waar een lesboek de abstracte theorie presenteert en dan een bekend voorbeeld geeft ter illustratie, redeneert de popularisator vanuit het voorbeeld naar de theorie toe. Het vakmanschap van Higgins maakt dat de overgang zo goed als ongemerkt gaat.

Lees verder Grafentheorie voor dummies