Blogs over 'Magda is overal'

Misschien was het een beetje overdreven van de organisatie om tijdens Woordnacht gisteren drie interviews met schrijvers tegelijk te laten plaatsvinden. Terwijl Bianca Boer en ik plaatsnamen op ons podium werden in twee zalen verderop Oek de Jong en Redmond O’Hanlon aan de tand gevoeld. Niettemin werd het een mooi gesprek over twee debuutromans die totaal verschillend zijn, maar waarin interviewer Alek Dabrowski toch overeenkomsten ontdekte.

Dat ging natuurlijk vooral over Rotterdam, de stad waar we allebei wonen en waar de verhalen zich voor een belangrijk deel afspelen. We vinden het allebei belangrijk dat de handeling zich op een specifiek benoemde plek afspeelt, met kloppende details. Ook hechten we aan nauwgezette historische research – maar misschien is dat wel dezelfde schrijverstrek. Het verhaal ontspringt aan de fantasie, maar de context moet nauw aansluiten bij de realiteit.

Een mooie afsluitende noot vond ik dat Rotterdam, dat altijd gezegend is geweest met een dichtersscene, de laatste vijf tot tien jaar ook als prozastad enige naam begint te maken. Marcel Möring, lang de enige, woont inmiddels in een bos, maar Ernest van der Kwast en Sanneke van Hassel trekken een nieuwe lichting. Over nog eens tien jaar is dit hopelijk geen onderwerp van gesprek meer, omdat het vanzelfsprekend is geworden. Rotterdam is pas een literaire stad als dat niet meer opmerkelijk is.

Naast dat Magda is overal een spannend verhaal is, dat je tot de laatste pagina’s in het ongewisse houdt over het lot van Magda en Dede Singh, die al vrij vroeg in het boek in een gletsjerspleet in Pakistan vast komen te zitten – los daarvan dus, is het ook een roman over radicalisering. Het verkent de politieke en religieuze motieven van ontsporende jonge mannen, de rancune, de verongelijktheid, maar evengoed de dromen en de hang naar verlossing.

Hoewel je als schrijver de vrijheid neemt om de gedachten en motieven van je karakters te sturen, heb ik me natuurlijk verdiept in de studies die van deze mannen gemaakt zijn, met name degenen die, zoals Dede in het boek, min of meer op eigen houtje opereren. Ze zijn doorgaans erg jong, hebben een beperkte kennis van hun eigen geloof en zijn daarom vatbaar voor propaganda. Hoewel het verleidelijk is om ze als gestoord weg te zetten, is dat zeker niet het geval. Radicalisering is geen mentale tekortkoming. Het is een beredeneerde keuze. Dede vertoont verontrustend gedrag en zijn verhouding tot zijn zuster is ongezond, maar gek is hij niet.

Jihadi’s en anarchisten

Een interessant idee dat ik aan John Gray’s boek Al Qaeda and what it means to be modern heb ontleend, is dat je de jihadi’s het best kunt vergelijken met de anarchisten die rond 1900 de westerse wereld onveilig maken. Ook zij hadden het idee dat je eerst door aanslagen de bestaande orde moest vernietigen, voordat je aan je utopia kon bouwen. Gray ontleent daar de gedachte aan dat we het jihadisme moeten zien als een moderniseringsbeweging. Ik ben geneigd het met hem eens te zijn.

Lees meer Radicalisering in Magda is overal

Bij de presentatie van Magda is overal vroeg Ernest van der Kwast welke muziek ik draaide tijdens het schrijven. Geen, zei ik. Geconcentreerd creatief werken vergt totale stilte. Liefst zit ik ergens op een hotelkamer in het buitenland, zodat ik ook geen Nederlands hoor als ik na het schrijven de straat op ga om een stuk te wandelen en het geschrevene tot me door te laten dringen.

Maar er is wel degelijk muziek. Het eerste deel van de roman, bijvoorbeeld, kenmerkt zich door een vrij jachtige sfeer. Dat zit in het plot, maar ook in het taalgebruik, het ritme van de zinnen. Als ik stukken daarvan redigeer heb ik daar vaak muziek bij als die van de Nederlandse dj Duncan Meulema of het Duitse collectief Der Dritte Raum:

Lees meer De muziek bij Magda is overal

Magda is overal zit vol met historische verwijzingen en cameo’s. Een daarvan zit in de achternaam van Dede en Magda’s vader, Hamid al Raisoeni. Zo’n veelvoorkomende familienaam is dat niet in Marokko en wie erop googlet komt dan ook snel bij de naamgever, Mulai Ahmed al Raisoeni (1871-1925). De Osama bin Laden van Marokko, zoals Historisch Nieuwsblad hem ooit karakteriseerde.

Die karakterisering doet Al Raisoeni niet helemaal recht, al zijn de parallellen onmiskenbaar. Al Raisoeni kwam uit een prominente familie, kreeg ruzie, bracht als gevolg daarvan jaren in de gevangenis door en ontwikkelde daar een schijt aan alles. Hij werd roverhoofdman en piraat, maar zijn voornaamste business bestond uit het kidnappen van prominente (westerse) lieden voor losgeld. In één geval veroorzaakte hij er een internationaal incident mee, waaruit hij al overwinnaar tevoorschijn kwam: hij werd pasha van Tanger. Niet voor lang. Maar na wat politiek machinaties toch weer wel. Uiteindelijk was er een jongere deugniet uit het Rifgebergte die hem afzette en in de gevangenis wierp, waar hij stierf.

Lees meer Magda en Mulai Ahmed al Raisoeni

Een hele eer: de Leesclub van Alles Live gaat twee avonden wijden aan Magda is overal. Ik ben erbij om met de lezers te praten over de roman. De eerste avond is op maandag 21 januari in Utrecht, de tweede op maandag 28 januari in Rotterdam.

Voor de zomer was ik een keer bij de leesclub in Rotterdam, die toen De acht bergen van Paolo Cognetti besprak in gezelschap van de twee vertaalsters. Dat was een leerzame avond, met name op vertaalgebied. Met mij erbij zal het vooral over de inhoud gaan, maar dan kan het nog steeds alle kanten uit, van terrorisme en religie tot journalistiek en de grote stad. Ik ben benieuwd waar de lezers mee gaan komen.

Vandaag heb ik het manuscript van mijn debuutroman Magda is overal ingeleverd bij de eindredacteur. Het is best moeilijk om een punt te zetten achter een tekst waar je bijna twintig jaar aan gewerkt hebt en iedere keer weer dingen aan ziet waarvan je denkt: dat kan beter. Vanaf half november mag iedereen voor zichzelf uitmaken of het wat is. Hier alvast een teaser, de eerste twee alinea’s:

Drie uur lang was oma dood. Toen leefde ze weer. Dat zag je niet vaak, dat mensen zomaar uit de dood opstonden, de verpleegsters van het Dijkzigt Ziekenhuis niet en wij als ex-nabestaanden al helemaal niet. Nou was oma natuurlijk niet zomaar iemand. Oma was Femke Singh-Jelgersma, Yankee Femke, straatmeisje uit Rotterdam Feijenoord, bedwinger van kaaimannen, lerares van ontheemde kinderen, en nog veel meer in een leven dat bijna een hele eeuw omspande.

Aanvankelijk wees ook helemaal niets op oma’s wederopstanding. Dood en rouw hadden hun vaste pad gevolgd. Grootmoeder had bewegingloos in het bed gelegen, haast onmerkbaar ademend, na een handvol laatste woorden. Haar lichaam was verbonden met apparatuur aan weerszijden van het bed, dat wel. Maar het leven gleed gestaag weg uit haar verbroosde lijf. De aanwezigen verzoenden zich met hun verdriet.