Romans van Michael Chabon

Michael Chabon – Moonglow

Moonglow, vertaald als Maangloed, is in vele opzichten een typische Michael Chabon roman (kom hem woensdagavond live horen vertellen bij Donner Rotterdam). Fantastische verhalen die absurditeit en ontroering in elkaar laten overvloeien. Rechtlijnige karakters wier gevoel voor orde juist ontregelend werkt. De schaduw van de Tweede Wereldoorlog die nog altijd over het jodendom ligt.

Het boek is ‘a novel’, ‘a memoir’, ‘a pack of lies’, afhankelijk van op welke pagina je bent. Het centrale karakter is de grootvader van een verteller die Mike Chabon heet. Ruwweg vier verhaallijnen zijn er: zijn speurtocht, in opdracht van Eisenhower, naar nazi-rakettenbouwer Wernherr von Braun in de nadagen van het Derde Rijk; zijn eigen transformatie tot rakettenbouwer tijdens een jaar in de gevangenis wegens zware mishandeling; zijn verhouding tot zijn door de oorlog zwaar getraumatiseerde vrouw; en zijn jacht op een python die de kat van de buurvrouw opgevroten zou hebben.

Natuurlijk hangt het allemaal samen, maar in vergelijking met eerder werk ontbeert Moonglow een centraal plot dat de actie voortdrijft. Omdat de vier verhalen door elkaar verteld worden, moet je je als lezer regelmatig even herpakken om een oude draad op te pikken. Een slecht boek is het zeker niet, maar het haalt niet het niveau van, bijvoorbeeld, Kavalier en Clay.

Michael Chabon komt naar Rotterdam

De tweede keer (*) dat ik redacteur mag zijn Boek & Meester(**) en weer is het een van mijn favoriete schrijvers: Michael Chabon, winnaar van de Pulitzer Prize 2001 (dat is na de Nobelprijs toch wel de belangrijkste literaire onderscheiding ter wereld). Al zijn boeken zijn een explosie van fantastische verhalen en gedenkwaardige karakters, een beetje zoals bij Gabriel Garcia Marquez, maar dan met de Joodse diaspora als inspiratiebron.

In De Jiddische Politiebond onderzocht een hard boiled detective de moord op de messias (dat wil zeggen op de hoop) in de streek in Alaska waar de Joodse gemeenschap na de Tweede Wereldoorlog naartoe gebracht was. De wonderlijke avonturen van Kavalier en Clay (waarvoor Chabon de Pulitzer kreeg) ging over twee neven die vlak voor de oorlog een comic-boek business opzetten in New York, maar eigenlijk ook over de behoefte aan superhelden onder de vervolgde Joden van Europa.

Maangloed, Chabons nieuwste boek, is intiemer dan zijn eerdere werk (zeg ik halverwege het lezen). Een kleinzoon tekent de verhalen van zijn grootvader op. Het lijkt een familiekroniek, totdat grootvader begint te vertellen over zijn race door Europa in de laatste dagen van de oorlog, op jacht naar raketgeleerde Wernher von Braun. Dan gaat het toch weer over pijnlijke herinneringen en de noodzaak toch nog iets van de toekomst te maken.

Lees verder Michael Chabon komt naar Rotterdam

Michael Chabon – A model world

Van Michael Chabon las ik twee heerlijke romans, The Yiddish policemen’s union en The amazing adventures of kavalier and Clay. Alle reden dus om vol vertrouwen te beginnen aan zijn verhalenbundel A model world. Dit vroege werk dreigde op een deceptie uit te lopen, tot ik bij de laatste tachtig bladzijden belandde.

In zes verhalen maken we kennis met Nathan Shapiro. Hij is acht als hij op vakantie in Nags Head begint te beseffen dat zijn ouders uit elkaar zullen gaan en zestien als hij naakt en dronken binnen sluipt bij Chaya Feldman. Tussendoor moet hij onder andere op uitje met de nieuwe vriendin van zijn vader en wordt hij hopeloos verliefd op de buurvrouw. De verhalen kunnen zich meten met de beste andere tragikomedies over vroegwijze joodse jongens (en daar zijn nogal veel schrijvers van).

De missers in de eerste helft zijn rap vergeten na deze juweeltjes, die makkelijk de opmaat tot een novelle zouden kunnen zijn. Ik wilde in elk geval graag meer lezen over de vroegwijze Nathan. Maar Michael Chabons romans verdienen toch de voorkeur.

Op zoek naar een papegaai

Het Engelse platteland tijdens de oorlog. Een man wordt vermoord en een praatgrage papegaai ontstolen aan een Duitse oorlogswees. Dat is een klusje voor de gepensioneerde inspecteur, die zich liefst met zijn bijen zou bezighouden.

The Final Solution van Michael Chabon, over wie ik eerder schreef (1, 2) is een novelle die is opgezet als een detective in de traditie van Sherlock Holmes. Chabon is een uitstekende verteller en een betere stilist dan Conan Doyle, maar aan diens vernuft kan hij niet tippen. Erg ingenieus steekt het plot niet in elkaar.

Toch boeit het tot het eind, niet zozeer omdat je wilt weten wie het gedaan heeft, maar vanwege het eigenlijke raadsel: wat zijn die cijferreeksen die de papegaai voortdurend zingt? Een leuk boekje om tussendoor te lezen.

De avonturen van Kavalier en Clay

Josef Kavalier is een joodse ontsnappingskunstenaar die aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog Praag ontvlucht. Hij belandt in New York, bij zijn neef Sam Clay. Samen verzinnen ze The Escapist, een superheld die het opneemt tegen de nazi’s.

Zo begint The amazing adventures of Kavalier en Clay van Michael Chabon, die ik eerder al had leren kennen als een heerlijke verhalenverteller. Het is zo’n boek dat je liefst in een ruk zou uitlezen, ware het niet dat het 650 bladzijden telt. Joe en Sam worden succesvol, verliezen hun geld weer, zijn (on)gelukkig in de liefde – twee verbonden levens trekken voorbij. En dan zijn ze aan het eind van het boek nog geen veertig. Er zijn zoveel open eindjes dat er rustig een vervolg zou kunnen verschijnen.

Een psychologische roman is het niet, en ondanks Joe’s angsten over zijn achtergebleven familie in Praag, gaat het ook niet over de oorlog. Het heeft alle trekken van een avonturenroman – zeker het nogal uit de toon vallende hoofdstuk over Joe’s tijd als soldaat op Antarctica – maar dat klinkt dan weer te oppervlakkig. Ook dit tweede boek dat ik van Chabon lees, kruipt weer briljant tussen de genres door. Dat op zich is al een verbluffende prestatie. Op naar nummer drie.

Michael Chabon – The Yiddish policemen’s union

Na de mislukte poging in 1948 om een staat te stichten in Palestina, is een grote groep statenloze joden in Alaska beland. Zestig jaar later besluiten de Verenigde Staten dat het mooi geweest is: de joden moeten hun boeltje maar pakken en maken dat ze wegkomen. In die algehele sfeer van crisis vindt inspecteur Meyer Landsman een doodgeschoten junkie op een hotelkamer. De speurtocht naar de dader leidt hem naar de kringen van de Verbover, een ultra-orthodoxe secte die tevens de plaatselijke onderwereld domineert.

The Yiddish policemen’s union‘ van Michael Chabon is een hardboiled detective in de traditie van Raymond Chandler, compleet met rokende en drinkende hoofdpersoon en een femme fatale in de persoon van Landsmans baas en ex-vrouw Bina. Er is een overschot aan shabby hotels, zwijgzame doch gewelddadige klerenkasten, personages die meer weten dan ze willen vertellen en daar heel stoïcijns over doen. En er is de mysterieuze vrouw van de almachtige Verbover rebbe, tevens moeder van de dode.

Plotmatig overspeelt Chabon zijn hand enigszins met onnodig ingewikkelde wendingen, maar het taalplezier spettert van de pagina’s af (reden waarom de vertaling wellicht een minder goed idee is). De treffende beeldspraken buitelen over elkaar heen en alle personages blijven zo exact binnen de lijnen van hun clichés dat hierin de hand van een absolute stilistische meester herkend mag worden.