U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Magda is overal zit vol met historische verwijzingen en cameo’s. Een daarvan zit in de achternaam van Dede en Magda’s vader, Hamid al Raisoeni. Zo’n veelvoorkomende familienaam is dat niet in Marokko en wie erop googlet komt dan ook snel bij de naamgever, Mulai Ahmed al Raisoeni (1871-1925). De Osama bin Laden van Marokko, zoals Historisch Nieuwsblad hem ooit karakteriseerde.

Die karakterisering doet Al Raisoeni niet helemaal recht, al zijn de parallellen onmiskenbaar. Al Raisoeni kwam uit een prominente familie, kreeg ruzie, bracht als gevolg daarvan jaren in de gevangenis door en ontwikkelde daar een schijt aan alles. Hij werd roverhoofdman en piraat, maar zijn voornaamste business bestond uit het kidnappen van prominente (westerse) lieden voor losgeld. In één geval veroorzaakte hij er een internationaal incident mee, waaruit hij al overwinnaar tevoorschijn kwam: hij werd pasha van Tanger. Niet voor lang. Maar na wat politiek machinaties toch weer wel. Uiteindelijk was er een jongere deugniet uit het Rifgebergte die hem afzette en in de gevangenis wierp, waar hij stierf.

Lees meerMagda en Mulai Ahmed al Raisoeni

Een hele eer: de Leesclub van Alles Live gaat twee avonden wijden aan Magda is overal. Ik ben erbij om met de lezers te praten over de roman. De eerste avond is op maandag 21 januari in Utrecht, de tweede op maandag 28 januari in Rotterdam.

Voor de zomer was ik een keer bij de leesclub in Rotterdam, die toen De acht bergen van Paolo Cognetti besprak in gezelschap van de twee vertaalsters. Dat was een leerzame avond, met name op vertaalgebied. Met mij erbij zal het vooral over de inhoud gaan, maar dan kan het nog steeds alle kanten uit, van terrorisme en religie tot journalistiek en de grote stad. Ik ben benieuwd waar de lezers mee gaan komen.

Verhalenbundels verkopen niet goed, dus dat zal de reden zijn dat er ‘roman’ staat op de omslag van All that man is door de Britse schrijver David Szalay, die met het boek in 2016 de shortlist van de Man Booker Prize haalde. Maar het is dus een bundel van negen verhalen met een gezamenlijk thema, waardoor je zou kunnen zeggen dat het een eenheid is. En vooruit, tussen het eerste en negende verhaal bestaat een klein overlap in karakters om de cirkel te sluiten.

Er loopt namelijk wel degelijk een lijn door de verhalen, allemaal over mannen die er op de een of andere manier een puinhoop van hebben gemaakt. Aanvankelijk vooral met drank en vrouwen, maar naar mate de verhalen vorderen (en daarmee de leeftijd van de hoofdpersoon) komt er meer in het spel: een carrière op dood spoor, een mislukt huwelijk, gesneefde ambities, een leven dat bij nader inzien niet zo heel veel voorstelt of ooit heeft voorgesteld.

Het is een diverse cast die David Szalay opvoert. Een student die door Europa dendert met zijn interrail, een jongeman in een troosteloos Grieks vakantieoord, een Hongaarse krachtpatser, een Russische miljonair die op het punt staat alles te verliezen. Of je nu oud of jong bent, rijk of arm, er is altijd wel iets dat je aan je leven kunt verprutsen, lijkt de boodschap te zijn.

David Szalay trapt zijn hoofdpersonen niet zo de verdoemenis in als Malcolm Lowry zijn consul in Under the Vulcano, maar het gaat wel die richting uit. Het verschil is dat Szalay’s karakters zich bewust zijn van de leegte van hun bestaan, hoe ze zijn teruggeworpen op zichzelf – en niemand iets verwijten kunnen. Geen vrolijke kost, maar geweldig geschreven. Kraakhelder en mismoedig.

Een poosje geleden wilde Nederland op het gebied van migratie graag samenwerken met Tunesië. Die samenwerking zou er wat Nederland betreft uit bestaan dat Tunesië voor wat kraaltjes en spiegeltjes een rotklus zou opknappen waar wij niet zo goed in zijn, namelijk het op humane wijze weren van arbeidsmigranten. Tunesië zei: dikke doei met je oneerbare voorstel. Los je problemen lekker zelf op.

Uit die gang van zaken zou je kunnen afleiden dat een effectieve aanpak van migratieproblematiek gebaat is bij internationale afspraken waar alle partijen voordeel bij hebben, niet alleen de Europese negervrezers. Daartoe bestaat momenteel een nogal nietzeggende poging in de vorm van een migratiepact. Sommigen gaat dat al te ver, want de rechten liggen misschien niet eenzijdig aan westerse kant. Ze willen zich terugtrekken uit het pact en voorzien een glorieuze overwinning van Brexitachtige proporties. (sg)

Na jaren sleuren is het Ernest van der Kwast gelukt om Erwin Mortier naar Rotterdam te lokken. Op vrijdag 14 december acht uur ‘s avonds bij Theater Rotterdam locatie Witte de With – schrijf het in de agenda en koop snel kaartjes, want de vorige editie van Boek & Meester met Paolo Cognetti was uitverkocht.

Mortier komt praten over zijn trilogie Boeken van Troost, waarvan hij het derde deel onlangs voltooide. Dat derde deel is te dun voor een zelfstandige uitgave, besloot de Bezige Bij, zodat ik nu een pil van bijna zevenhonderd pagina’s op mijn bureau heb liggen die ik in de komende twee weken moet lezen ter voorbereiding van het gesprek.

Anders and Ernest vind ik de eerste zin (‘Ik heb altijd gehuiverd voor de daad van het beginnen’) buitengewoon lelijk, maar de rest van de eerste alinea maakt dat meer dan goed. De taal meandert ritmisch, geen woord hetzelfde. Ik ben benieuwd. Maar goed, ongeacht wat ik er verder van vind, wordt het een mooie avond over schrijverschap, woordenrijkdom (waar Mortier bekend om staat) en het (on)vermogen de verschrikkingen van de oorlog op papier te vatten.

Goed, er schijnt dus een Joodse geldwichelaar te bestaan die in staat is de halve wereld te ontwrichten met zijn liberale gedachtengoed, van migranteninvasies aan de Amerikaanse zuidgrens tot de complete ondermijning van de Hongaarse identiteit en het omverhalen van de Nederlandse blackfacetraditie. Hij doet dat niet in zijn eentje, natuurlijk, daarvoor heeft hij laven zoals ik, die ook wel eens een soort Sorosmoney heeft aangenomen voor een factcheckingsite.

Wat ik niet snap is de neiging het te ontkennen: Soros heeft hier niks mee te maken. Dat is vaak feitelijk waar, uiteraard, maar daar gaat het niet om. Zo breng je jezelf onnodig in het defensief. Als de Koch-broers ongegeneerd mogen klimaathoaxen, als Arron Banks wegkomt met Brexitleugens, als schimmig geld de alt-right binnenstroomt, waarom zou je dan moeilijk doen omdat er ook een miljardair is die een inclusieve samenleving voorstaat? De enige juiste reactie luidt: So what? (sg)

De eerste twee wereldoorlogen hebben we verloren, mompelde de politicus tegen de spiegel, en daardoor is de situatie in Europa nu erger dan ooit. Er zal een derde, nog grotere oorlog nodig zijn om de vreemde smetten uit ons midden te verwijderen. Ik betreur dat bloedvergieten bij voorbaat, oefende hij, maar het kan ons niet verweten worden, want wij zijn niet de aanstichter ervan.

De schuld ligt bij links, verzekerde hij zichzelf. Zij werken de noodzakelijke zuiveringen tegen met hun internationale solidariteit, die ze met economische welvaart hebben opgetuigd om het volk te verblinden. Er zal eerst vernietigd moeten worden om Europa te kunnen herbouwen zoals God het gewild heeft. Sinds Jezus Christus was er eigenlijk niemand meer zo geknipt voor de rol van verlosser geweest als hijzelf, bedacht de politicus. Hij opende de deur, het applaus tegemoet. (sg)

Als de onderhandelingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU over nieuwe handelsrelaties vastlopen, kunnen de Britten altijd nog terugvallen op de WTO-regels, zo is de veronderstelling. Maar dan moeten het VK wel zelfstandig lid zijn van de WTO. Ook de gesprekken daarover vlotten echter niet.

Ergens vorig jaar werd de Moldavische diplomate Corina Cojocaru de toegang geweigerd tot Groot-Brittannië. Dat boeide toen niemand, want Moldavië is een onbetekenend land aan de rand van Europa en daarbinnen stelde Cojocaru ook niet zoveel voor. Behalve dat ze de officiële onderhandelaar namens haar land is bij de Wereldhandelsorganisatie WTO. En toen ze zich moest buigen over het Britse verzoek om deel te nemen aan een verdrag aangaande overheidsaanbestedingen, dacht ze: als ik al niet toegelaten word, hoe kunnen onze bedrijven dan eerlijk toegang krijgen tot de Britse markt?

En dus zei Cocojaru: nee. Zo dreigt het VK de toegang ontzegd te worden tot een markt die wereldwijd 1,7 biljoen dollar omvat. Voor de Britten is het een reminder dat Brexit niet alleen betekent dat Londen zelfstandig met Washington kan praten, maar dat het ook met Cisinau om tafel moet.

Lees meerOok Britse onderhandelingen met de WTO zitten vast

Tripoli, Libië, ergens in de jaren zestig. Vanwege zijn leeftijd hoort de vroegwijze Hadachinou nog in de wereld der vrouwen, hoewel hij inmiddels meer een jongen dan een jongetje is. Hij luistert af, scharrelt door de bloedhete straten, wordt in vertrouwen genomen door tantes, dienstmeisjes en hoeren die hun klaagzangen graag toevertrouwen aan een jongetje dat ze toch niet snapt.

Veel auteurs zouden de ontluikende verlangens van Hadachinou centraal stellen in een boek als dit, maar daar gaat het Kamal ben Hameda niet om in Under the Tripoli sky. De zwerftochten van het jongetje zijn alleen de aanleiding om verschillende vrouwenmilieus te schetsen in de patriarchale maatschappij. Mannen komen er verder niet aan te pas in het verhaal, behalve als voorwerp van verachting.

Een plot heeft de novelle verder niet. Het begint met Hadachinous besnijdenis en eindigt met een bezoek aan een oude begraafplaats. Tussendoor scharrelt hij wat rond en vertelt door wat tegen hem gezegd wordt. Niet heel opwindend, maar wel een sfeervol tijdsbeeld. Ben Hameda woont overigens in Nederland, al schrijft hij in het Frans.

Koop hem bij bol.com

De hopman van het CDA schreef een boek over zijn voorvader Gerlacus. Die nam dienst in het leger van een buitenlandse mogendheid die Nederland bezet hield. Nee, niet de Wehrmacht, maar het Napoleontische leger. Toen de kansen van de Fransozen keerden, liep hij net zo makkelijk over naar het Nederlandse leger. In die hoedanigheid hielp hij nog de Belgen een bloedig lesje te leren.

Als ik zo’n voorvader had, zou ik het geheim houden, maar Buma junior meent Gerlacus als voorbeeld te moeten voorhouden aan het huidige Nederland, ‘dat een verhaal nodig heeft’. Maar welk verhaal dan in ‘s hemelsnaam? Dat het oké is om met alle winden mee te waaien? Dat we wat minder zwaar aan landverraad moeten tillen? Dat we teruggekeerde Syriëgangers een baan bij het Korps Mariniers moeten aanbieden? Dat we terugmoeten naar de tijd waarin patriciërs overal mee wegkwamen? Ik zie allerlei verhalen, maar geen daarvan is fris. (sg)


×