
De afrekening met de beklemmende gereformeerde jeugd is een erkend, maar ook sleets subgenre in de Nederlandse literatuur. Ik begon daarom enigszins sceptisch aan de roman Altijd zondag van mijn goede vriend Kees Versluis. Al snel bleek echter dat de flaptekst van de uitgeverij de lading volstrekt niet dekte. Het is een tragikomisch verhaal over een gezin dat niet zozeer strikt gelovig is, als wel volstrekt disfunctioneel.
Moeder is een borderliner die haar bed niet uitkomt, totdat ze houvast vindt bij de Gereformeerde Bond (die zich overigens aan de milde kant van het orthodox-christelijke spectrum bevindt), aanvankelijk tot vreugde van de rest van het gezin. Naar mate ze haar overtuigingen begint op te dringen valt het gezin echter uit elkaar. Vader trekt zich terug in zijn werk. De twee lamlendige pubers Bram (de ik-verteller) en Daan proberen zichzelf zoveel mogelijk aan alles te onttrekken, zowel de geloofsijver van hun moeder als de pogingen van hun vader om hen liefde voor het zeilen bij te brengen.














