‘Welcom to Bam’ stond er nog altijd op een vrolijk bord bij het binnenrijden van de stad, een mooi plaatje erbij van de beroemde citadel. Die citadel, opgetrokken uit bakstenen bijeengehouden door stro en modder, was nu weg, net als de rest van de stad, sinds de aardbeving van een half jaar geleden, die aan 20.000 mensen het leven kostte.

Niemand vertelt je ooit hoe een stad er een half jaar na een aardbeving eruit ziet, als het werk van de medici en doodgravers gedaan is, en de ingenieurs aan de beurt zijn. Ik wist dus niet wat me te wachten stond toen ik me door een oude bus liet afzetten op de rotonde aan de rand van de stad – het busstation bestond niet meer.

Lees meer Bam bam, my baby shot me down

000a28

In de onlangs verschenen verhalenbundel ‘Man zoekt vrouw om hem gelukkig te maken’ verhaalt de jonge Rotterdamse schrijver Yusef el Halal over de hilarische pogingen van een Marokkaanse jongen om de Baja Beach Club binnen te komen. De Baja, zo weet hij, is de plek waar zoveel gewillige blonde vrouwen rondlopen dat je als gezonde Hollandse jongen niet weet waar je kijken moet.

Helaas, Mehmed komt er niet in, zelfs niet wanneer hij de moeite heeft genomen om zijn haar te kroezen en zijn gezicht zwart te maken met schoensmeer. Negers worden namelijk niet geweigerd bij de Baja, zoveel staat volgens hem vast. Dat overkomt je alleen structureel als je Marokkaan bent, en verder incidenteel als je er niet ordi genoeg uitziet. De Baja is nogal gewild, vooral onder ballerige studenten en mensen bij wie het gebrek aan smaak zich ook op latere leeftijd manifesteert (kijk vooral eens op www.baja.nl voor een nadere kennismaking met het publiek, want van ieder feest verschijnt een fotoreportage – de blootste mensen op de foto’s zijn geen bezoekers, maar personeel).

Lees meer Siliconen, piercings en rfid-chips

000a27

Een vriend van mij zat ooit in een vliegtuig van een niet nader te noemen Afrikaanse maatschappij. Nou was het hem al opgevallen dat iemand een ijskast in z’n handbagage had meegenomen, maar hoe ernstig de situatie was, bleek pas toen de piloot tegen het einde van de startbaan besloot op de rem te trappen. Het toestel dreigde niet van de grond te komen. Daarop keerde de piloot terug naar het begin van de baan, om het nog een keer te proberen. Hij verzocht de passagiers te bidden om assistentie. Dat hielp.

Lees meer Het voorrecht van vliegen

000a26

Als domineeszoon ben ik, naast dat hinderlijke moraliserende toontje, natuurlijk ook begiftigd met de gave van de exegese, ofwel de uitleg van het Woord. Deze gave is onontbeerlijk bij de uitleg van de duistere passages in de Schrift, maar komt ook van pas bij het lezen van Cobouw – om maar een andere publicatie te noemen die breed gezag geniet, in dit geval in bouwerskringen.

Het bouwdagblad voerde in de editie van 5 maart op de voorpagina een artikel onder de titel ‘Kottman hekelt Marijke Vos’. René Kottman is de eerzame topman van Ballast Nedam, aannemer te Nieuwegein. Marijke Vos is een slinkse parlementariër van groenen huize, die zich ten doel gesteld heeft de bouwsector naar de afgrond te leiden. Marijke had in de Volkskrant, na de ontdekking van zoveelste schaduwboekhouding, gezegd de bouwtop ongeloofwaardig te vinden en dat was bij René in het verkeerde keelgat geschoten.

Wat zich daar in drie kolommetjes Cobouw afspeelde, was likkebaardend lekker voor de ware exegeet.

Lees meer Het evangelie van Kottman

000a25

Katka nam me mee naar een ruimte in een andere vleugel van het gebouw. Ze straalde als altijd, in weerwil van haar serieuze zelf, en ze wist alles over de wiskundige fundamenten van neurale netwerken. De ruimte stond vol met kasten van blauw gemoffeld staal. Voor een van die kasten stond een stoel, precies op de plek waar de massieve rij door een nisje onderbroken werd. Ik zag een beeldscherm en een toetsenbord.

‘Hij is Russisch’, legde Katka verontschuldigend uit. ‘Kijk, daar lopen de waterleidingen.’

‘Waterleidingen?’ vroeg ik.

Lees meer Keep it simple, stupid

000a24

Toen ik twaalf jaar oud was, verscheen een gedaante voor mij, die mij begiftigde met bijzondere telepatische gaven als medium. Het bijzondere lag erin dat ik kon communiceren met apparaten, als het ware hun diepste gevoelens kon leren kennen. Ik erken dat ik deze gave misbruikt heb om informatica te gaan studeren. Terwijl anderen zwoegden op het schrijven van ingewikkelde programma’s, straalde ik de computer gewoon in. Maar goed, dit is niet het moment om oude koeien uit de sloot te halen.

Ik heb namelijk een bericht ontvangen van gene zijde.

Lees meer Nano nano

000a23

In de zonovergoten werkkamer van de collegevoorzitter komen twee mannen binnen. De ene is het joviale type, een beetje gedrongen, brede glimlach, duidelijk blij om de voorzitter te zien. De tweede is zwijgzamer. Hij posteert zich in een hoek en bespiedt het tafereel vanachter zijn zonnebril. De voorzitter neemt enigszins verbouwereerd het woord.

‘Goedemiddag, meneer Hasboelatov. U bent de zaakwaarnemer van professor Timofejev, heb ik begrepen. Waarmee kan ik u van dienst zijn?’

‘Ah, een man die meteen ter zake komt – daar houd ik van. Net als met de vrouwtjes, niet waar, voorzitter? Maar goed, ter zake dus. Zoals u weet heeft mijn goede vriend Pjetr Sergejitsj Timofejev vorig jaar vijf keer gescoord in de academische Champions League.’

Lees meer Champions League

Laat ik maar beginnen met een bekentenis: ik ben geen lid van het Kivi. Toch was ik onmiddellijk sterk geïnteresseerd in de gedragscode die het instituut onlangs in de nasleep van de bouwfraude openbaarde, mede omdat ik me over die affaire op deze plek nogal opgewonden had. Ik wilde wel eens weten aan welke strenge morele normen fatsoenlijke ingenieurs voortaan zouden moeten voldoen. Dus surfte ik naar de website, waar ik stuitte op een ‘alleen voor leden’. De gedragscode voor ingenieurs was geheim.

Lees meer Gedragscode

000a21

Volgestouwd met dorpelingen reed het minibusje over een redelijk rechte weg door bergachtig gebied in Oost-Turkije, op het dak drie fonkelnieuwe ijskasten, nog in het krimpfolie van de fabriek, en een apathische geit. Binnen klonk snerpende Koerdische muziek. De chauffeur hield zijn linkerhand – die met de sigaret – aan het stuur, terwijl hij met de rechterhand zat te sms’en. ‘God is groot’ stond in sierlijke plastic letters op de voorruit, dus de kans dat er iets mis zou gaan was minimaal, maar de enige niet-dorpeling in het busje vroeg zich toch af of de bescherming van boven zich ook tot hem uitstrekte.

Ik vond een vreemde combinatie: een geit op het dak van een busje waarin iedereen druk met zijn mobieltje bezig was. Ergens had ik altijd vermoed dat de introductie van mobiele telefonie voorafgegaan moest zijn door een verbod op het vastbinden van geiten aan imperials. Hier dacht men kennelijk dat die twee dingen helemaal niets met elkaar te maken hadden. Rare boel.

Lees meer Het einde van de shalvar