000b16
Zodra mensen gaan reflecteren op de alomaanwezigheid van camera’s, bestaat de neiging om klaagzangen over de teloorgang van de privacy ten beste te geven. Dat kan best wezen, zegt John McGrath, maar eigenlijk gaat die veronderstelling uit van een verouderd mensbeeld.

Bij de bestrijding van criminaliteit en terreur is een steeds grotere rol weggelegd voor de technologie. Mailtjes worden gescand, telefoons afgetapt, camera’s geplaatst. Vooral dat laatste wil nog wel eens onderwerp zijn van debat. Het merkwaardige feit doet zich namelijk voor dat steeds meer mensen op die invasie van hun privacy reageren met exhibitionisme. Met andere woorden: ze ontlenen er genoegen aan.

Lees meer Hoe Big Brother onze vriend werd

000b15
Er is niks mis mee om de wetenschapsgeschiedenis te zien als een opvolging van genieën of een optocht van ideeën, maar de moderne wetenschap heeft minstens zoveel te danken aan instituties. John Gribbin schreef een boek over de ontstaansgeschiedenis van de invloedrijkste, de Royal Society.

Wanneer je, zoals John Gribbin, al twee decennia lang een paar boeken per jaar publiceert, de meeste met mooie verkoopcijfers, dan weet je natuurlijk hoe je een boektitel kiest. ‘The fellowship’ heeft, door de associatie met het eerste deel van ‘The lord of the rings’, al een hint van avontuur. De cover van het boek is ook nog eens opgemaakt als een filmposter met een pay-off (‘they demanded to see the world for themselves…’) die rechtstreeks uit het repertoire van de marketeer komt.

Lees meer De Royal Society: wetenschap als gezelschapsspel

000b14
De mechanische Turk, een automaat die schaak speelde, deed in zijn decennialange loopbaan rond 1800 velen versteld staan en inspireerde sommigen tot technologische doorbraken. De levensgeschiedenis van de automaat is door Tom Standage prachtig opgetekend.

Halverwege de achttiende eeuw trokken allerlei automaten, gebaseerd op de techniek van uurwerken en draaiorgels, veel bekijks onder beter gesitueerde Europeanen. Reizende wetenschappers stelden ze tentoon en lieten ook allerlei andere tekenen der vooruitgang zien, zoals chemische reacties en magnetische verschijnselen. Doel was het publiek te verbazen en veel van de ‘wetenschappelijke experimenten’ zouden nu als goocheltrucs gezien worden.

In 1769 deed de Fransman Pelletier met zo’n voorstelling het Weense hof aan. Keizerin Maria Theresia had haar geniale jonge ambtenaar Wolfgang von Kempelen daarbij uitgenodigd, omdat hij bekend stond om zijn mechanische inzicht en dus zou kunnen verklaren hoe Pelletier zijn kunstjes klaarde. Vermoedelijk uit ergernis over het arrogante gedrag van de Fransman verklaarde Von Kempelen dat hij dit allemaal ook kon, en beter.

Lees meer De lotgevallen van de Turk

000b13
Je kon er natuurlijk op wachten en nu is-ie er dan ook: ‘How to build a nuclear bomb – and other weapons of mass destruction’ door ervaringsdeskundige Frank Barnaby. De vlag blijkt de lading echter niet zo goed te dekken.

Een nucleaire explosie is een enerverende gebeurtenis. Eerst is er een lichtflits, dan een korte stilte die gepaard gaat met een hittegolf. Daarna volgt de knal, waarna een wind eerst van de explosie afwaait en vervolgens erheen. Frank Barnaby was er als jonge onderzoeker bij, toen Britse wetenschappers in 1953 een test uitvoerden in de Australische woestijn en hij vertelt over zijn ervaring in ‘How to build a nuclear bomb’. De auteur heeft een leven lang ervaring met (militair) nucleair onderzoek en weet dus waar hij over praat.

Wie verwacht dat Barnaby echt een kookboek wijdt aan de fabricage van massavernietigingswapens (nucleair, biologisch of chemisch), zit ernaast. Daarvoor is hij een te fatsoenlijke wetenschapper, dus terroristen in spe zullen teleurgesteld zijn in ‘How to build a nuclear bomb’. Barnaby legt wel in grote lijnen uit hoe de wapens in elkaar zitten, maar het gaat hem om de organisatie eromheen.

Lees meer Hoe bouw ik een kernbom

000b12
Dat je kunt liegen met statistieken, is een cliché. Dat je er ook domme fouten mee kunt maken, zal niemand verbazen. Wie ‘Reckoning with risk’ ter harte neemt, zal de sufste fouten voortaan vermijden en bijvoorbeeld geen onschuldige mensen meer naar het gevang sturen.

Op 18 juni 1964 was Juanita Brooks op weg naar haar huis in San Pedro, een wijk van Los Angeles, zo begint Gerd Gigerenzer een van de hoofdstukken van ‘Reckoning with risk’, waarvan onlangs een goedkope paperback verscheen. Juanita’s tas werd geroofd door een blonde vrouw met een paardenstaartje, die ervandoor ging samen met een zwarte man met een snor en een baard in een gele auto.

De politie reageerde alert en arresteerde Janet en Malcolm Collins. Om de zaak rond te krijgen, maakte de officier van justitie een schatting van het percentage blonde vrouwen in Los Angeles, het percentage met paardenstaartjes, het percentage snorren, het percentage gele auto’s, enzovoort. Al die kansen werden vermenigvuldigd en de kans dat de Collinsen toevallig al deze eigenschappen hadden, bleek één op twaalf miljoen. De kans dat ze onschuldig waren, was dus minuscuul. De jury was onder de indruk en het stel verdween achter de tralies.

Lees meer Licht op verwarrende kansen

000b11
Twee eeuwen lang was ‘De cijfferinghe’ van Willem Bartjens hét rekenlesboek van de Lage Landen. De originele versie werd onlangs opnieuw uitgegeven, maar is vooral interessant vanwege de moderne inleiding.

Hoewel hij in de loop der tijd tot een autoriteit van jewelste uitgroeide, was Willem Bartjens (1569-1638) bij zijn leven een eenvoudige schoolmeester, een beroep dat hij als twintigjarige oppikte. Over zijn leven is niet zoveel bekend. In 1618 verkaste hij met vrouw en zeven kinderen uit Amsterdam naar Zwolle, vermoedelijk op voorspraak van een vriend. Waarschijnlijk wilde het protestantse stadsbestuur van het grotendeels katholieke Zwolle een schoolmeester van het juiste geloof (protestants dus; de tachtigjarige oorlog was nog gaande).

In 1604 schreef Bartjens ‘De cijfferinghe’, een niet al te bijzonder rekenlesboek, dat zich in weinig onderscheidde van vergelijkbare boeken, al gaf Bartjens iets meer sommetjes op en ging hij iets flexibeler om met rekenregels.

Lees meer Rekenen volgens Bartjens

000b10
Newton, Maxwell en Einstein gelden als de drie natuurkundigen wier vondsten een nieuw tijdperk in de fysica inleidden. Maar waar Newton en Einstein regelmatig een nieuwe biografie krijgen, blijft het stil rond James Clerk Maxwell. Basil Mahon brengt daar verandering in.

Isaac Newton legde de basis voor de mechanica, deed aan theologie en maakte ruzie. Albert Einstein stelde de relativiteitstheorie op, rotzooide aan met vrouwen en deed daarnaast van zich spreken in het publieke debat over nucleaire bewapening. James Clerk Maxwell (1831-1879), zo blijkt uit ‘The man who changed everything’ van Basil Mahon, bedacht een theorie waarin elektriciteit, magnetisme en licht samenkwamen, en deed nog een hele boel andere belangrijke dingen, maar niks dat je ook maar in de verste verte ondeugend zou kunnen noemen.

Lees meer James Maxwell: de saaie man die alles veranderde

000b09

Wat zou het toch mooi zijn als we om elektriciteit te maken geen brandstoffen meer op hoefden te stoken. Nikola Tesla, bedenker van de wisselstroom, droomde er al van. Sindsdien hebben honderden mensen, van serieuze wetenschappers tot gekken en oplichters, dezelfde droom achterna gejaagd. Het bonte gezelschap belandde in een fascinerend boek van Keith Tutt.

‘The scientist, the madman, the thief and their lightbulb’ van Keith Tutt is een merkwaardig boek. Dat komt omdat het weliswaar een duidelijk thema heeft – de speurtocht naar ‘gratis’ energie – maar tegelijk een veelheid aan genres vertegenwoordigt. Het lijkt te beginnen als een pamflet tegen het broeikaseffect, duikt dan de geschiedenis van de wetenschap in, spoort een paar bizarre personages op, behandelt wat fundamentele natuurkunde, spit patenten door en eindigt dan toch weer met het broeikaseffect.

Lees meer De speurtocht naar gratis energie

000b08
‘A short history of nearly everything’ van Bill Bryson is momenteel een grote hit in Engeland en de VS. De titel suggereert enorme ambities, met dienovereenkomstige faalkansen, maar Bryson weet wonderwel overeind te blijven in een boek dat veel andere overbodig maakt.

Bill Bryson, vooral bekend als auteur van reisverslagen, jast er in dik 400 pagina’s (en nog eens honderd aan voetnoten en indices) de complete geschiedenis van het heelal doorheen, van de big bang tot het eerste leven op aarde, de evolutie daarvan en de modernste natuurkundige inzichten. Dat klinkt als een weliswaar bewonderenswaardige onderneming, maar ook eentje die gedoemd is ten onder te gaan aan informatiedichtheid. Niets is minder waar. Bryson rijgt de ene anekdote aan de andere en ziet op die manier kans de lezer op een aangename manier enorme hoeveelheden kennis door de strot te duwen.

Lees meer Van supernova tot dodo

000b07
Boeken over wetenschapsgeschiedenis springen van de oude Grieken vaak meteen door naar de late middeleeuwen. ‘The enterprise of science in islam’ zal voor velen dan ook een kennismaking zijn met een volstrekt nieuwe wereld.

In westerse boeken over de geschiedenis en filosofie van de wetenschap komen moslims er bekaaid vanaf. De filosofen Ibn Sina (Avicenna) en Ibn Rushd (Averroës) worden meestal wel genoemd als belangrijke inspiratoren voor de middeleeuwse scholastiek, en als je geluk hebt al-Khwarizmi (Algoritmus, bekend van zijn boek ‘al-Jabr’, ‘Algebra’) voor zijn wiskundige methoden, maar dan heb je het wel zo’n beetje gehad.

Lees meer De wetenschap van de islam