
Halverwege de achttiende eeuw trokken allerlei automaten, gebaseerd op de techniek van uurwerken en draaiorgels, veel bekijks onder beter gesitueerde Europeanen. Reizende wetenschappers stelden ze tentoon en lieten ook allerlei andere tekenen der vooruitgang zien, zoals chemische reacties en magnetische verschijnselen. Doel was het publiek te verbazen en veel van de ‘wetenschappelijke experimenten’ zouden nu als goocheltrucs gezien worden.
In 1769 deed de Fransman Pelletier met zo’n voorstelling het Weense hof aan. Keizerin Maria Theresia had haar geniale jonge ambtenaar Wolfgang von Kempelen daarbij uitgenodigd, omdat hij bekend stond om zijn mechanische inzicht en dus zou kunnen verklaren hoe Pelletier zijn kunstjes klaarde. Vermoedelijk uit ergernis over het arrogante gedrag van de Fransman verklaarde Von Kempelen dat hij dit allemaal ook kon, en beter.














