
Ik heb ooit eens een eerlijke hoogleraar meegemaakt die mij een wetenschappelijk artikel toeschoof met de woorden: ‘Ik snap er niks van, maar misschien kun jij er eens naar kijken.’ Het kostte me vervolgens een dag om te begrijpen wat de auteurs bedoelden met hun vage formules, en om te concluderen dat ik hier niks mee kon. Deze ervaring noem ik bewijsstuk één.
Bewijsstuk twee is een wetenschappelijk artikel dat ik ooit schreef, waarin ik uitrekende dat er oneindig veel bewijzen bestaan voor de stelling van Gödel en dat Douglas Hofstadter een denkfout had gemaakt toen hij zijn beroemde ‘Gödel, Escher, Bach’ schreef. Een anonieme reviewer stuurde het terug: ‘I could scarcely believe what I was reading’. Dit verhaal was triviaal, naief en zo nog wat. Kortom, iedere wetenschapper kon onmiddellijk zien wat een rotzooi dit was.







