Alain Mabanckou – Broken Glass

Quartier Trois Cents is een arbeidersbuurt in Pointe-Noire, de economische hoofdstand van de Republiek Congo (Brazzaville). Het is de plek waar schrijver Alian Mabanckou opgroeide en waar veel van zijn romans zich afspelen. Dat geldt ook voor Broken Glass, waarin een aan lager wal geraakte leraar het leven van de stamgasten in de bar Credit Gone West beschrijft. Zoals je mag verwachten gaat het vooral over alcohol en lagere menselijke driften, met af en toe een vleugje mededogen.

Vanwege het ontbreken van interpunctie – het is tenslotte de semi-coherente monoloog van een dronkelap – moest ik me er even toe zetten, maar als je eenmaal in de flow zit, leest het lekker weg. Dat het zich in een straatarm Afrikaans land afspeelt, komt slechts zijdelings aan bod, bijvoorbeeld als een van de stamgasten vertelt over het onbedoelde racisme van de Franse schoonouders die hij ooit had. Verder zou de bar overal kunnen staan. Dat vond ik ergens wel weer jammer.

Esther Kinsky – Rombo

Eigenlijk zijn boeken als Rombo van Esther Kinsky niet aan mij besteed. Het is een nagenoeg plotloze verzameling impressies: veel landschapsbeschrijvingen, passages uit encyclopedieën en verhalen van bewoners uit het dal in Friulië dat in mei 1976 getroffen werd door een zware aardbeving, met heftige naschokken in september. De natuurramp verandert niet alleen mensenlevens, maar ook het landschap.

Toch heb ik het boek gefascineerd zitten lezen. Gewoon omdat het op niks anders leek. Kinsky wisselt moeiteloos van stijl tussen de afstandelijke landschapsbeschrijvingen en empathische menselijke verhalen, zelfs zonder dat het nadrukkelijk opvalt (in het eerste geval zijn de zinnen wat langer – dat is een van de tekenen). En als het af en toe wat wijdlopig werd, kon ik rustig een stukje overslaan, in de wetenschap dat ik toch geen belangrijke plotinformatie zou missen.

Gerda Blees: Wij zijn licht

Het uitgangspunt van Wij zijn licht, de bekroonde debuutroman van Gerda Blees, is een krantenberichtje over een woongemeenschap die besloot te gaan leven van het licht. Energie uit voedsel was niet meer nodig. Dat ging goed tot een van hen overleed aan ondervoeding. Blees’ roman is nadrukkelijk geen reconstructie maar een poging zich in te leven wat mensen beweegt om elkaar op deze manier gek te maken.

Bijzonder aan het boek is vooral de wijze van vertellen. Er is een alwetende verteller, die in ieder hoofdstuk een andere gedaante aanneemt, van voorwerpen tot abstracties. In het slothoofdstuk is de verteller het licht zelf. Halverwege is het verhaal zelf de verteller en geeft alvast aan de lezer weg wat er de komende bladzijden te gebeuren staat. Mooi gevonden, maar op een gegeven moment vond ik het een beetje geforceerd aandoen.

Aimé Césaire: Return to my native land

Cahier d’un retour au pays natal, in de Engelse versie die ik las Return to my native land is het meesterwerk van schrijver Aimé Césaire, die als politicus jarenlang zijn Martinique vertegenwoordigde in het Franse parlement. Het narratieve gedicht van zestig pagina’s begint met een verteller die zich bewust wordt van zijn plek in het leven en eindigt met een harde veroordeling van het koloniale systeem.

Poëzie is niet mijn sterkste kant. Dit gedicht is bovendien duidelijk bedoeld om voor te dragen. Je voelt de woede steeds verder opstijgen en wilt daar een stem bij horen. Waarschijnlijk kun je het op twee manieren lezen. Zin voor zin proberen te begrijpen wat Aimé Césaire bedoelt te zetten. Of de sfeer en intenties oppikken terwijl je de tekst over je heen laat komen. Ik koos voor het laatste. Dat was genoeg om de kracht te proeven die eruit opspat.

Lees verder Aimé Césaire: Return to my native land

William Golding & Aimée de Jongh: Lord of the Flies

Zelf kende ik alleen de reputatie van Lord of the Flies, als een parabel over het uiteenvallen van de beschaving onder een groepje jongens dat strand op een eiland. Ik stelde het me voor als een vrij gruwelijk boek, maar voor de bewerking tot graphic novel door Aimée de Jongh geldt dat in elk geval niet. Ja, er vallen twee doden, maar om de verwilderde jongens nou neer te zetten als de kinderen van de duivel (zoals de titel suggereert) is wat overdreven.

Enfin, ik las de graphic novel in de eerste plaats omdat ik het werk van Aimée de Jongh bewonder (en de gigantische productie die ze draait). Visueel vond ik het minder overdonderend dan Dagen van Zand, maar dat kan ook gewenning zijn aan de manier waarop ze kleur – meer dan de illustraties zelf – gebruikt om sfeer op te roepen. Uiteindelijk vond ik het beeld sterker dan het verhaal.

Joseph Brodsky: Watermark

Voor wie wel eens op een heiïge winterse dag in Venetië geweest is, biedt Watermark van Joseph Brodsky een fijne sfeerimpressie. Onder zonlicht is de stad prachtig blauw en wit (als je de toeristen even wegdenkt), maar mist trekt het mysterieuze karakter omhoog: steegjes waarvan je het einde niet ziet, gedempte geluiden. Het is sowieso al een stad waar je makkelijk verdwaalt, maar in de winter moet je er echt goed thuis zijn om je onderkomen terug te vinden.

Brodsky, die jarenlang de winters schrijvend in Venetië doorbracht, babbelt er vrolijk op los in Watermark, een allegaartje van anekdotes, waarnemingen en bespiegelingen. Erudiet zonder opdringerig te worden. Aangenaam om te lezen, vooral als het aan je eigen herinneringen appelleert, maar niet het meesterwerk waarvoor het soms gehouden wordt.

Aline: echt alleen maar strips

In veel striptijdschriften wordt ook het nodige geouwehoerd. Niet in Aline, dat eerder dit jaar een prijs ontving tijdens het festival in Angoulême. Initiatiefnemer Wasco drukte me onlangs #8 in handen, dat geheel (zij het losjes) aan vogels gewijd is.

De ruim dertig auteurs lopen uiteen van oudgediende René Windig tot Fynn van der Ziel, die dit jaar de Small Press Award won. De illustratie- en vertelstijlen lopen zo uiteen dat het bij elkaar een mooie staalkaart van het hedendaagse beelverhaal vormt. Jammer dat ik er niet eerder van wist, want dan had ik Tetiana Khlon getipt, wier cynische duif Gennady ook wel een plekje verdiend had.

Maria Dermoût: De tienduizend dingen

De tienduizend dingen is het belangrijkste boek van de bijna vergeten schrijfster Helena Anthonia Maria Elisabeth Dermoût-Ingerman. Indertijd (1955) werd het geroemd, zelfs in het Engels vertaald. Time Magazine vergeleek haar met Hemingway. De gloriedagen van de roman zijn voorbij, maar ze is er nog wel.

Daarmee is direct ook het thema van de roman zelf aangekaart, die zich afspeelt op Ambon in de koloniale tijd aan het begin van de twintigste eeuw. Het toneel is een oude, vervallen plantage, De tuin Kleyntjes, waar een achtergebleven oude dame mijmert over de zielen die op het landgoed rondwaren. De roman bestaat deels uit losse verhalen over de lotgevallen van de gestorvenen: een Schotse professor, een Makassaarse matroos, een lokale lichtekooi, drie kleine meisjes uit het voorgeslacht. Aan het eind komen allen samen op een lyrisch feest der nostalgie. De roman is in vele opzichten een ghost story, zoals die in de negentiende eeuw populair waren.

Maar daar gaat hiet niet om. De kracht van de roman zit niet in het plot, maar in de sfeertekening. Met een bewonderenswaardige stilistische beheersing tekent Maria Dermoût het eiland, de natuur, de mensen, de vergankelijkheid, de overweldiging. Een machtig portret van iets dat is verdwenen. Bij vlagen, vooral als het koloniale systeem zich even naar voren dringt, voelt het boek gedateerd aan. Maar het schrijverschap van Maria Dermoût staat recht overeind.

Abdulhaq Mahamadou wordt nieuwe Moslim des Vaderlands

De Dordtse snackbarhouder Abdulhaq Mahamadou is per 1 januari 2025 de Moslim des Vaderlands. Het wordt zijn taak om namens de complete islamitische gemeenschap in Nederland excuses aan te bieden zodra een geloofsgenoot zich misdraagt.

Als uitbater van een dönerzaak in de Dordtse wijk Krispijn heeft Abdulhaq Mahamadou ruim twintig jaar ervaring met Nederlanders die zeggen waarop het staat. “Zo onderhand ken ik echt alle varianten op ‘Ik wil graag een kapsalon met extra saus en dat je opdondert naar je eigen land’. Je krijgt een zekere bedrevenheid in het distantiëren. Een ondernemer als ik zet zijn verbolgenheid snel opzij. Dat is beter voor de omzet. Ik denk dat de jury mij heeft uitgekozen om mijn onverstoorbaarheid en incasseringsvermogen. Dat heb je wel nodig in deze rol.”

Mahamadou ziet er niet tegen op om voor ieder wissewasje spijt te betuigen. Sterker nog, hij stelt er eer in om zoveel mogelijk spijtbetuigingen te lanceren: “Ik mik op zeker duizend sorry’s per jaar. Als ik mijn werk goed doe, scheelt dat tientallen burgemeesters veel tijd. Dan hoeven ze immers niet telkens imams bijeen te roepen voor een verklaring, wanneer een verwarde man met een Arabische naam iets misdaan heeft. Ik lever de excuses gewoon uit voorraad, desgevraagd met extra saus.”

Lees verder Abdulhaq Mahamadou wordt nieuwe Moslim des Vaderlands