Anjet Daanje: Het lied van ooievaar en dromedaris

Het lied van ooievaar en dromedaris, de alom gelauwerde roman van Anjet Daanje, laat zich op meerdere niveaus lezen. Gelukkig maar, want wie het echt helemaal wilt doorgronden heeft een ingewikkelde puzzel te leggen. Ik ga dat hier niet allemaal uitanalyseren, maar alleen kort uitleggen hoe ik het lees.

Daanje jaagt de lezer de roman in met een beeldende, gruwelijke scène waarin een vrouw de echtgenote van een predikant moet afleggen die in het kraambed gestorven is. De overledene is de moeder van Eliza May Drayden, de hoofdpersoon van de roman (althans, dat wil de uitgever u laten geloven). Eliza May en haar zus Millicent vergaren later faam als schrijfsters. Een derde zus, Helen, overlijdt op jongere leeftijd. Millicent trouwt met de opvolger van haar vader in de pastorie. De door de dood geobsedeerde Eliza May trekt met tegenzin bij het echtpaar in.

Lees verder Anjet Daanje: Het lied van ooievaar en dromedaris

‘Dodenherdenking gekaapt door nazihaters’

De politiek correcte elite grijpt de dodenherdenking consequent aan om extreem-rechts gedachtengoed in een kwaad daglicht te stellen. Dat wekt wrevel bij politici in die hoek van het parlement. Zij herdenken voortaan met een omgekeerde vlag.

De dodenherdenking zorgt al langer voor onrust in extreem-rechtse gelederen. Drie jaar geleden, bijvoorbeeld, greep Arnon Grunberg zijn speech tijdens de herdenking aan om moslimhaat aan de orde te stellen. Dit jaar is het bezoek van de Oekraïense president Zelensky, nazaat van holocaustslachtoffers, aanleiding tot misbaar. Het constante drammen dat fascisten slechte dingen doen, is sommige politici een doorn in het oog. Het karakter van 4 mei zou daardoor te eenzijdig worden.

Lees verder ‘Dodenherdenking gekaapt door nazihaters’

Honden kopiëren gedrag wolf

Sinds de wolf in Nederland gesignaleerd is, verschijnen in de media steeds meer berichten over schapen die achteraf door honden doodgebeten blijken te zijn. Een verontrustende ontwikkeling vinden schapenhouders,

“Er lijkt sprake te zijn van copycat-gedrag door honden”, zegt Agnes Deigh van de Vereniging Schapenhouders tegen de Wolf (VSW). “Honden merken dat de wolf er een eind op los mag happen en desondanks sympathie krijgt van zogenaamde natuurliefhebbers, dus die denken: dan mogen wij het ook. De wolf haalt het slechtste boven in de hond. Zonder wolf zouden alle lammeren van Nederland veilig zijn.”

Lees verder Honden kopiëren gedrag wolf

Thomas Bernhard: Wittgensteins Neffe

Thomas Bernhard, deels opgegroeid in Rotterdam, was het enfant terrible van de Oostenrijkse literatuur. Hoeveel prijzen zijn landgenoten hem ook gaven, hij bleef hen haten. Maar goed, Bernhard haatte zo’n beetje alles en iedereen. Een van de uitzonderingen was Paul Wittgenstein, een zonderlinge neef van de bekende filosoof. Over die vriendschap schreef Bernhard Wittgensteins Neffe.

De vertelling begint veelbelovend met beide protagonisten op een steenworp van elkaar in hetzelfde ziekenhuis, maar niet in staat elkaar te bezoeken. Daarna begint Bernhard terug te kijken op hun vriendschap, waarin kankeren op anderen een belangrijke rol blijkt te spelen. Enfin, het is allemaal virtuoos opgeschreven, maar ik werd nogal moe van deze Waldorf en Statler van de Weense theaterwereld, die een eind om zich heen slaan om maar niet teveel aan introspectie te hoeven doen.

James Baldwin: Go tell it on the mountain

Go tell it on the mountain van James Baldwin is andere koek dan If Beale Street could talk, dat ik eerder deze week las. Dit is een vader-zoondrama dat zich grotendeels afspeelt tijdens één kerkdienst in Harlem.

Terwijl de veertienjarige Johnny in vervoering raakt, laten zijn vader, moeder en tante hun levens aan zich voorbijgaan in de kerkbanken. Hoewel Johnny de hoofdpersoon van het verhaal is, draait het grotendeels om zijn vader Gabriel, een prediker die gebukt gaat onder zondes die hij voor zichzelf probeert goed te praten. Hij deed me denken aan de whisky-priester uit Graham Greens The power and the glory, ook zo’n formidabel, getormenteerd karakter. Een ploert, maar toch een met wie je meeleeft.

Kortom, dit is een indrukwekkende debuutroman over schuld en boete. Je moet, denk ik, wel enigszins bijbelvast zijn om werkelijk te begrijpen wat er in de vier hoofdrolspelers omgaat.

James Baldwin: If Beale Street could talk

If Beale Street could talk is een (verfilmde) klassieker. James Baldwin vertelt het verhaal van de zwangere Tish, die in het Harlem van de jaren zestig probeert haar verloofde Fonny vanachter de tralies te krijgen. Hij zit vast op verdenking van verkrachting, omdat hij de enige zwarte was in de line-up van verdachten die de politie organiseerde. Gaandeweg wordt duidelijk waarom de politie het op Fonnie gemunt heeft.

Baldwin is een topauteur, dus personages en setting komen prachtig naar voren in de roman. Maar naar mijn smaak was het toch te sentimenteel. Dat hoort een beetje bij dit soort sociaal realisme, dat de karakters neerzet als slachtoffer van een onrechtvaardige samenleving. Geheel conform de realiteit van het tijdperk, maar als roman vond ik het daarom een beetje te schematisch en voorspelbaar.

JA21 gaat sensitivity readers inzetten

Joost Eerdmans en Annabel Nanninga van JA21 gaan sensitivity readers aanstellen om hun Twitter-tijdlijn te kuisen en te voorkomen dat interne discussies uit de hand lopen door beledigend taalgebruik.

“We worden regelmatig voor fascist of nazi uitgemaakt en het moet maar eens afgelopen zijn met dat soort uitlatingen”, legt het duo uit. Het is beiden al langer een doorn in het oog dat zij vanwege hun extreem-rechtse standpunten geassocieerd worden met het extreem-rechtse gedachtegoed. “Dat je een bepaald standpunt uit betekent niet vanzelf dat je achter dat gedachtegoed staat”, zegt Eerdmans. “En ik kan het weten, want ik heb in de loop van mijn politieke carrière echt allerlei standpunten gehad zonder dat daar gedachtegoed aan ten grondslag lag.”

Lees verder JA21 gaat sensitivity readers inzetten

Elizabeth Strout: Oh William!

Lucy Barton, de hoofdpersoon van Oh William! door Pulitzerprijswinnaar Elizabeth Strout, is zo’n oudere vrouw die met twee wijntjes op tijdens een feestje naast je komt zitten en over haar leven begint te vertellen. Strout zet haar volkomen overtuigend neer, wat zonder meer een prestatie is. Het is werkelijk niet eenvoudig om een roman lang een vloeiende conversatiestijl vast te houden.

Als er oeverloos tegen je aan gebabbeld wordt, mag je hopen dat het een beetje interessant is. Lucy is met haar ex naar het platteland van Maine geweest op zoek naar zijn roots en heeft daar niet bijster veel beleefd behalve dat ze over van alles en nog wat gemijmerd heeft. Dat kun je interessant vinden. De jury van de Booker Prize 2022 vond van wel. Ik vond van niet.

Pedofielen blij met taboe op sekspraat

Op fora voor pedofielen klinkt veel bijval voor inspanningen van conservatieve ‘bezorgde ouders’ om praten over seks met jonge kinderen weer taboe te maken. Met name het onderdeel ‘weerbaarheid’ van de Week van de lentekriebels is hun een doorn in het oog.

“Wij vertellen kinderen altijd al dat ze niet moeten praten over de dingen die we met hen ‘ontdekt’ hebben”, aldus een anoniem forumlid. “Zogenaamde kinderpsychologen werkten dat tegen door kinderen juist openlijk over piemels en kutjes te leren praten. Daarom is het fijn dat er nu maatschappelijke steun komt om gesprekken hierover taboe te verklaren. We verschillen misschien van mening over het doel van het taboe, maar het voelt toch als een vorm van erkenning.”

Lees verder Pedofielen blij met taboe op sekspraat

Percival Everett: The trees

The Trees van Percival Everett, vorig jaar op de shortlist van de Booker, begint als een moordmysterie. Iemand heeft het voorzien op leden van de Klu Klux Klan in Money, Mississippi, een gehucht dat vooral bekend is om een geruchtmakende lynchmoord in 1955. Naast de directe slachtoffers, nazaten van de moordenaars uit 1955, wordt ook steeds het lijk van een zwarte man gevonden. Dezelfde zwarte man, die telkens verdwijnt uit het mortuarium.

De lokale sheriff is niet blij met de (zwarte) FBI-agente die erop af gestuurd wordt en ingewikkelde vragen stelt. Het is immers zonneklaar dat de zwarte man de dader is, want als er een witte man dood is, dan heeft de dichtstbijzijnde zwarte het gedaan. Hoe die dat voor elkaar gekregen heeft terwijl hij zelf ook dood is, is het op te lossen raadsel.

Percival Everett hanteert een nonachalante stijl om het racisme in de zuidelijke staten aan de orde te stellen, met veel (flauwe) humor. Tot iets over de helft van het boek werkt dat goed. Daarna begint Everett zich te vertillen. Om de wijdverspreide lynchpraktijken te spiegelen voert hij complete legers zwarte zombies op die door het hele land witte supremacisten over de kling te jagen, tot in het Witte Huis toe. De zeggingskracht van het verhaal wordt er niet beter op – en dat is jammer.