
De rechter heeft gesproken: de curator van Watt krijgt geen gelijk bij zijn vordering dat de gemeente Rotterdam verantwoordelijk is voor de aangerichte schaden en dus moet betalen aan de schuldeisers. Grosso modo geeft de rechtbank twee argumenten.
Juridisch technisch is het argument dat enkele schuldeisers vanaf het begin goed op de hoogte waren van de situatie bij Watt, zodat hun vorderingen niet terecht zijn. Omdat de curator namens alle schuldeisers optreedt en dus enkele daarvan geen schuldeiser zijn, sneuvelt de vordering namens alle schuldeisers. De rechtbank laat expliciet open of er andere schuldeisers zijn, die wel de gemeente aansprakelijk kunnen stellen.
De tweede gaat over de reikwijdte van de door de gemeente afgegeven garantie. De tekst van de garantie geeft geen beperking in tijd, maar de rechter lijkt mee te gaan in de interpretatie van de gemeente dat de garantie ophield zodra WaterFront aan het roer stond bij Watt. De interpretatie van WaterFront is altijd geweest dat de garantie zich ook uitstrekte tot lijken die nadien nog uit de kast vielen (zeker toen bleek dat de gemeente zelf een enorm lijk verstopt had, waarschijnlijk uit vrees dat WaterFront zou afhaken als we ervan wisten).
Of en zo ja hoe er nog een vervolg komt, is niet duidelijk. We gaan eerst met z’n allen de uitspraak eens goed bestuderen. Wat er ook gebeurt, een groot poppodium krijgt Rotterdam voorlopig niet.

Spectaculaire vuurpijl rond Megaupload vandaag, maar het begin van een minstens zo interessante strijd met potentieel veel grote impact op cyberspace stond gisteren in de krant: Kodak gaat ten onder. Het bedrijf probeerde al een half jaar een deel van zijn waardevolle patenten te verkopen, maar potentiële kopers dachten dat ze minder kwijt zouden zijn als Kodak helemaal geen geld meer had.
De uitverkoop van in totaal 11.000 patenten kan nu beginnen, vergelijkbaar met de veiling van de Nortel patenten vorig jaar. Het bankroete telecombedrijf had er 6000. Apple en Microsoft waren er zo op gebrand Google buiten de deur te houden dat ze 4,5 miljard dollar overhadden voor Nortels portfolio. Google sloeg binnen een maand terug door voor 12,5 miljard Motorola Mobile over te nemen, vooral vanwege de patenten.

Het is een warme dag, dus prof.dr. Peter-Paul Verbeek loopt in een fleurig overhemd door het doolhof van het Cubicus gebouw op de UT-campus. In voorkomende gevallen trekt hij daar een min of meer passend colbertje bij aan – het uniform van een generatie die zich aantoonbaar niet wil laten leiden door oude conventies. Een visitatiecommissie die enige tijd geleden de door hem geleide opleiding kwam beoordelen, bevestigde dat beeld. Ze oordeelde dat er weliswaar niets mis was, maar constateerde ook dat de Twentse benadering van de filosofie zich, tegen de traditie in, wel heel erg liet leiden door de praktijk in plaats van de theoretische beschouwing. De opleiding droeg als het ware onvoldoende stropdas.
Verbeek, begeesterd: ‘Maar dat is toch juist het prachtige van de techniekfilosofie! Filosofen hebben de neiging om eerst een abstracte theorie op te stellen en die dan toe te passen op de werkelijkheid. In het geval van technologie dringt de werkelijkheid zich op aan de filosofie. Technologie stuurt het debat. Wij passen vaak geen bestaande filosofie toe op techniek, maar ontwikkelen nieuwe kaders omdat de oude kaders niet altijd voldoen voor nieuwe technologieën. Techniekfilosofie is per definitie pionierswerk, omdat je steeds voor nieuwe uitdagingen gesteld wordt.’
‘De kritiek luidt dan vaak: de ethiek hobbelt achter de techniek aan. Als ethici zich zo opstellen, komen ze inderdaad terecht in de rol van Waldorf en Statler, de oude mannetjes uit de Muppets, die steeds achteraf mopperen dat het niet deugt. Ik vind dat de ethiek naast de techniek moet lopen, niet erachteraan. Ethici moeten medeontwerper zijn van technische systemen. Ja, dan maak je vuile handen, maar dat is nou juist het mooiste van mijn werk. Het is niet alleen interessant of een stuk technologie ethisch verantwoord is of niet. Het gaat erom helder te maken wat die technologie betekent in het leven van mensen en om op grond daarvan besluiten te kunnen nemen over de toepassing.’

Na acht jaar ga ik mijn appartement aan het Weena verlaten. Nog nooit heb ik ergens zo lang gewoond, en met plezier, maar nu is het tijd voor iets anders, elders in de stad. Het is een riant appartement, maar met een opgroeiend kind in huis niet ideaal.
Het Weena is nu een zootje, maar over een jaar loop je langs een boomrijke laan in vijf minuten naar het nieuwe Rotterdam CS. Ik heb er een ruime werkkamer in gemaakt, omdat ik kantoor aan huis heb, en alle sanitair vernieuwd. Meer foto’s na de klik en volledige omschrijving op Funda.

Twee uur lang op het puntje van je stoel zitten bij een spionagethriller met een verwaarloosbaar aantal actiescènes – dat is Tinker Tailor Soldier Spy. Het verhaal start eenvoudig: de gepensioneerde Britse spion Smiley krijgt de opdracht een mol te zoeken in de top van de geheime dienst.
Wat volgt is een ingewikkeld schaakspel waarin velen wat te verbergen hebben, niet alleen geheime contacten met de Russen, maar ook persoonlijke ambities en trauma’s. Smiley worstelt zich door logboeken om snippertjes informatie te verzamelen die hem uiteindelijk brengen bij een dood gewaande collega, die zonder het te weten de sleutel in handen heeft.
Lezen, gesprekken voeren, rondsnuffelen, het heeft allemaal een laag James Bond gehalte, maar er gaat bijna geen minuut voorbij zonder dat je als kijker een nieuwe kluif krijgt toegeworpen. Het hoeven niet altijd explosies te zijn.
De onverstoorbare Smiley wordt prachtig neergezet door Gary Oldman. Regisseur Tomas Alfredson doorsnijdt zijn chronologische vertelling met flashbacks, die vooral bedoeld zijn als sfeerbeelden en om de verhoudingen tussen personages te schetsen. Zelden een thriller met zoveel geslaagde lagen gezien.

Tien jaar geleden schreef ik in De Ingenieur een column dat het allemaal wel meeviel met de snelheid van ontwikkelingen op internet. Indertijd kreeg ik één reactie, van Wim Dik, die indertijd al een paar jaar weg was als topman van KPN. Hem frustreerde het ook dat iedereen het steeds maar over stormachtige ontwikkelingen had, terwijl het tempo in werkelijkheid best meeviel. Niet de technologie zit in een stroomversnelling, maar de tijd die mensen wereldwijd in mediagebruik steken. Men wil steeds meer van hetzelfde.
Zonder dat ik het wist was tegelijkertijd Sargasso begonnen. Tien jaar later is er weer een terugkijkmomentje. En zie: tien jaar geleden was Sargasso een weblog en nu is Sargasso nog steeds een weblog. Mijn two cents zijn dat dit over tien jaar nog steeds het geval zal zijn. Bloggen is namelijk nog lang niet passé. Er zijn momenteel dik 150 miljoen blogs, een aantal dat wel een stootje kan hebben.

De landelijke bijeenkomst over Kunduz vorige week begint langzaam door te sijpelen naar de media. Met dank aan de column van journalist Kustaw Bessems, die noteerde dat Mariko Peters zich stekelige opmerkingen permitteerde over de meer exotische doelen van de missie.
Zoals bekend heeft GroenLinks zichzelf die missie ingerommeld en is ook zelf verantwoordelijk voor het optuigen van een onhaalbare kerstboom aan randvoorwaarden. De afgelopen maanden begon ik een beetje te vrezen dat de fractie zelf geloofde in de volle missie. Het inkijkje bij Mariko stelt me gerust: de fractie bezit voldoende realiteitszin om te weten dat er nogal wat hopeloze aspecten aan de zaak zitten.
Vervelend is wel dat de partij hier de komende jaren nog periodiek mee getreiterd gaat worden. Allicht dat Mariko’s opmerkingen de aanzet kunnen zijn tot een ook publiekelijk wat reëler standpunt. Dat hoeft niet intrekken van de steun te zijn, maar de beleden verwachtingen mogen wel wat omlaag geschroefd worden.

Briljant plan van wethouder Marco Pastors Florijn: Rotterdamse bijstandsgerechtigden moeten gaan werken voor hun geld, en wel in de Westlandse kassen, alwaar tuinders staan te springen om hun Polen en Roemenen in te ruilen voor ongemotiveerde Hollandse steuntrekkers.
Let wel, Marco gaat dit niet doen zoals bij alle vorige mislukte roeptoeterij. Hij gaat het helemaal anders aanpakken. Dit keer gaat het wel lukken. En het gaat Rotterdam geen geld kosten, maar opleveren, want Marco zit met een joekel van een gat in zijn begroting, dus die gaat echt geen geld uitgeven aan een kansloos plan. Uitzendbureau Rotjeknor gaat zeker weten aan de weg timmeren.

Het lijken mooie tijden voor technocraten momenteel. Waar het financiële stelsel kraakt, moeten zij de boel als oliemannetjes weer aan de gang helpen. Parlementen weten het niet meer en wenden zich tot kundige lieden, die normaalgesproken afstand bewaren tot de politieke smeer.
In het oude Rome deed men dat ook. Wanneer de situatie hopeloos leek, maakte de senaat de weg vrij voor een dictator, die tijdelijk een algehele volmacht kreeg om orde op zaken te stellen. Types als Lucius Quinctius Cincinnatus verjoegen dan de vijandige legers en keerden na gedane zaken terug naar hun boerderij. De senaat mocht dan weer op de winkel passen. De term ‘dictator’ is een beetje besmet geraakt sinds Julius Caesar zijn tijdelijke macht weigerde in te leveren, maar de gedachte is dezelfde gebleven: in opperste nood leg je je lot in handen van iemand die je vertrouwt om zijn competenties, en volg je ongezien zijn commando’s.
De technocraten die in Italië en Griekenland de euro moeten redden, zijn helemaal geen ingenieurs, maar bankiers, zij het van een ander type dat de crisis veroorzaakt heeft. Maar ‘bankier’ of ‘econoom’ klinkt niet vertrouwenwekkend genoeg om je portemonnee door te laten redden. ‘Technocraat’ heeft die lading kennelijk wel. Dat is curieus. Ik zie twee verklaringsgronden.

Tilda Swinton heeft al grote hoeveelheden lof toegezwaaid gekregen voor haar rol in We need to talk about Kevin, waarin ze de moeder van een onmogelijke zoon speelt. Dat is terecht. Het is een rol waarin veel wezenloos gekeken moet worden en daar is Swinton een meester in.
De film zelf is traag, en ondanks het gegeven (je weet dat de jongen een slachting gaat aanrichten op zijn school) nogal saai. Telkens weer dezelfde scènes met een steeds oudere Kevin: moeder dwingt zichzelf om aardig te zijn voor haar kind, kind toont onwil en misdraagt zich, maar wordt subiet een engeltje als vader in de buurt komt, waarna confrontatie volgt tussen vader en moeder, zodat moeder zich toch weer dwingt om aardig te zijn, enzovoort.
Slechts een paar keer zie je een glimp van karakterontwikkeling, bijvoorbeeld als Kevin ziek is en ineens heil zoekt bij zijn moeder in plaats van vader. Telkens hoop je op een verdieping van de karakters, maar dan keert het refrein in zijn volle, trage glorie terug. ‘We need to talk about Kevin’ is zeker geen slechte film, maar te monotoon om de aandacht bijna twee uur vast te houden.