
Ab Klink doet niet meer mee. In een brief aan partijbestuur en fractie analyseert hij rechtlijnig dat Geert Wilders geen betrouwbare partner is. Dit is de cruciale passage uit de brief:
“Hij [Wilders] stelde bij de komende presentatie van het akkoord met een volstrekt en totaal(!) ander verhaal te komen dan de VVD en het CDA. Hij raadde de collega’s aan om op dat moment maar een andere kant op te kijken en voorspelde dat de hoofden van de coalitiepartners rood zouden kleuren. Een samenbindende visie zou echt niemand hoeven te verwachten.”
Anders gezegd: Wilders zal weliswaar zijn fractie op het juiste moment ‘voor’ laten stemmen, maar zich verder voortdurend publiekelijk distantiëren van het kabinet, dat ondertussen bij de eigen achterban minder populaire anti-moslimmaatregelen moet doorvoeren. Kortom, Wilders stelde een rattenstreek in het vooruitzicht.
Machtspoliticus Verhagen heeft dit ongetwijfeld als een machtsspel willen uitvechten. De streng gereformeerde Klink is meer van de principes, al legt hij zijn bommetje onder de formatie ook, omdat hij denkt dat het kabinet praktisch niet werkbaar zal zijn. Klink legt tevens een bommetje onder het CDA door als volgt uit de school te klappen:

El secreto de sus ojos gaat over een gepensioneerde officier van justitie, die besluit een boek te schrijven over de geruchtmakende zaak van een verkracht en vermoord meisje ten tijde van de Argentijnse dictatuur. Een fraaie setting voor een psychologische thriller.
De film schakelt soepel heen en weer tussen heden en verleden, zodat duidelijk wordt dat de hoofdpersoon indertijd al geobsedeerd was door de zaak, die hij zelf opgelost heeft. De spanning zit dan ook niet in de zoektocht naar de dader, maar in een ander geheim, dat zich langzamerhand ontvouwt.
Er wordt goed geacteerd, zelfs zo goed dat enkele uiterst komische scènes volkomen natuurlijk opgaan in de serieuze toon van de film en ook de romantische verhaallijn tussen de officier en zijn baas geloofwaardig blijft. Dat is ook een beetje het probleem: El secreto de sus ojos is zo vaardig gemaakt dat het allemaal wat gladjes wordt. Goede film, maar niet eentje die bijblijft.

De avond begon te vallen, zodat de temperatuur weer naar de veertig graden zakte. Buiten joeg Sahara-zand door de onverharde straten van het dorp. Ik zat op een versleten stoel in het koffiehuis, omringd door een stuk of twintig nerveuze Berbers. Er stond een voetbalfinale op het punt van beginnen. Aan het barretje, verweerd door de hitte van vele jaren dienst, bestelde ik een dosis cola en een grote fles water. Twee liter vocht zou ik de komende anderhalf uur wel nodig hebben.
Ik keek om me heen. Alles hier was mat, geschuurd door het alomtegenwoordige zand, van het glas in de ramen tot de tegels op de vloer. De houten stoelen waren ooit gelakt geweest, net als het staal van de kleine vitrine op de bar waarin de eigenaar een paar stukken brood en rollen koekjes bewaarde, voor degenen die iets wilden eten bij hun muntthee, frisdrank of sinaasappelsap. Zelfs de colafles oogde vermoeid. Het leek ondenkbaar dat iemand nog eens een materiaal zou uitvinden dat tegen deze omstandigheden bestand was.

Nederland koerst nog altijd af op een gedoogkabinet. Het rommelt weliswaar in het CDA, maar Maxime Verhagen is woordkunstenaar genoeg om met een akkoord naar buiten te komen waarin op het eerste gezicht geen onvertogen woord staat. Daarmee overtuigt hij zijn fractie en het CDA-congres: “Geert zegt misschien minder frisse dingen (en daar zal ik hem stevig op aanspreken), maar het daadwerkelijk te voeren beleid is CDA-beleid.” Het zou nog waar zijn ook.
Maar dan moet er geregeerd worden. Opiniemakers houden het erop dat Wilders het kabinet zal gijzelen, maar is dat ook zo? Er is reden genoeg om aan te nemen dat precies het omgekeerde het geval zal zijn: het CDA neemt Wilders in de tang en Job Cohen kijkt lachend toe.
Het begint er al mee dat Wilders in zijn drang om te regeren veel meer bezuinigingen zal moeten slikken dan hij en zijn achterban willen. Als compensatie eist hij extra harde anti-immigratiemaatregelen. Die krijgt hij, met steun van de VVD. Het CDA protesteert, er wordt wat water bij de wijn gedaan en ten slotte sneuvelt het voorstel in de Eerste Kamer, waar het kabinet geen meerderheid heeft, als er al niet een paar CDA-dissidenten in de Tweede Kamer volhouden dat ze het kabinet steunen, maar dit te ver vinden gaan. Simpel gezegd: het CDA heeft een hele cascade aan machtsmiddelen om Wilders’ voorstellen de nek om te draaien, als ze er echt geen trek in heeft. De breed uitgemeten onrust in de partij brengt die middelen in stelling.
En wat moet Wilders dan? Hij kan natuurlijk de stekker uit het kabinet trekken. Maar dat ultieme machtsmiddel, waarmee hij het kabinet in gijzeling zou houden, is zo bot als wat. Niet iedereen die breekt betaalt, maar in Wilders’ geval wordt het wel heel lastig betogen dat de gedoogsteun een succes was, zowel bij zijn achterban (getroffen door de bezuinigingen) als bij zijn coalitiepartners (zie je wel, niet betrouwbaar). Zodra Geert Wilders zijn handtekening onder het gedoogakkoord zet, heeft Maxime Verhagen hem klem. (gc)

Toen bij een drugsscène White Rabbit klonk, wist ik het zeker: Brooklyn’s Finest van regisseur Antoine Fuqua hangt aan elkaar van de clichés. De film volgt drie agenten die allen toegeven aan de verleiding om zich niet te gedragen zoals een agent siert.
Eentje vermoordt drugsdealers omdat zijn vrouw astma krijgt van de vermolmde lucht in zijn huis en hij dus wil verhuizen. De tweede is undercover en gaat wel erg in zijn dekmantel op, terwijl de derde onverschillig voor de gebeurtenissen om hem heen op zijn pensioen afkoerst (gespeeld door Richard Gere, de enige die een beetje fatsoenlijk acteert). Een en ander gaat gepaard met heel veel geknal.
Want dat is Brooklyn’s Finest: een twee uur lange adrenalinestoot. Daardoor valt het rammelende scenario pas op als je weer buiten staat en je afvraagt waar het eigenlijk over ging. Maar goed, in zijn categorie zeker niet de slechtste.

Vandaag wordt Watt leeggehaald. Alles wat niet verkoopbaar is, gaat de vuilcontainer in. Denk aan dorre planten en kapotte stoelen, maar ook aan stapels promo-cd’s en vergeten brooddoosjes van ontslagen medewerkers. Denk vooral aan heel veel papier.
Op het laatste moment zijn we gisteren bezig geweest om zoveel mogelijk van het archief te redden, niet alleen dat van Watt zelf, maar ook dat van WaterFront en zijn voorgangers De Vlerk en Via Ritmo – vijftien jaar Rotterdamse popgeschiedenis. Het zijn vooral posters en flyers, die nu bij mij in de opslag liggen. De komende maanden ga ik het wat verder uitzoeken en naar het gemeentearchief brengen.
In het pand aan de West-Kruiskade ligt ook nog een groot deel van het Nighttown archief, achter een gesloten deur waarvan de sleutel zoek is. Niemand die zich erom bekommert. Onze curator is grondiger dan die van Nighttown, zou je kunnen zeggen.

Op zich ben ik een liefhebber van magisch realisme, maar dan meer in de trant van Gabriel Garcia Marquez, die mythische elementen in een plausibele werkelijkheid giet, dan van Jorge Luis Borges, die extreem fantasievol met alles een loopje neemt.
Michal Ajvaz is een discipel van Borges. Het korte verhaal ‘De Kever’ is bij mijn weten het enige dat van hem in het Nederlands vertaald is. En ik moet zeggen: in kleine doses is deze vorm van magisch realisme zeer te genieten. Ik ben het met de NRC-recensent eens dat de passages over konijnen en voetnoten het hoogtepunt vormen. Citaat, waarin de hoofdpersoon zich ergert aan een kever die een cruciale passage in een boek bedekt en zich niet laat verjagen:
“Als ik bedenk op hoeveel andere plaatsen die kever zou kunnen zitten – hij zou zich op prachtige en bedwelmend geurende boeken kunnen neerzetten, op de borst van een slapende maagd, hij zou op een rijk verlucht gotisch handschrift kunnen neerstrijken, op zeldzame bibliofiele uitgaven, en als hij er al bij blijft uitgerekend op het boek over konijnen te moeten zitten, dat zo b eroerd geschreven is dat het lijkt of het ook door een konijn geschreven is, dan had hij toch op zijn minst twee regels hoger kunnen gaan zitten.”

De curator van Watt heeft gisteren zijn eerste bevindingen bekend gemaakt. Die staan nog niet op de website (maar tegen de tijd dat je klikt misschien wel), maar de pers was er als de kippen bij om Robert van Moorsel om uitleg te vragen.
Hij vermoedt namelijk ook dat de gemeente hier afspraken niet is nagekomen en zo de schuldeisers van Watt bewust benadeeld heeft. En dat mag niet. In juristentaal: “De curator zal de positie van de Gemeente Rotterdam in het faillissement nader nderzoeken, waaronder – maar niet beperkt tot – de vraag of het de Gemeente onder de gegeven omstandigheden vrijstond om, zonder zich de belangen van schuldeisers aan te trekken, de in het vooruitzicht gestelde continuïteit van de Stichting Culturele Activiteiten Rotterdam en/of Mytown Horeca B.V. te beëindigen.”
Cruciaal voor het vervolg wordt ongetwijfeld het rapport dat de Rotterdamse Rekenkamer over de affaire aan het opstellen is. Mijn verhoor is over anderhalve week. Van mensen die ‘al geweest’ zijn, begrijp dat ik dat zo’n gesprek uren kan duren. Ik ben benieuwd.

De inwoners van de Salomonseilanden, een archipel ten oosten van Papua Nieuw Guinea, gaan vandaag naar de stembus. De vorige keer dat ze dit deden, in 2006, leidde dit tot grootschalige rellen, waarbij de Chinese minderheid het moest ontgelden. Er was op dat moment al een vredesmacht onder Australische leiding op de eilanden, omdat die verkiezingen een eind moesten maken aan een burgeroorlog tussen autochtone etnische groepen.
Die vredesmacht is er nu nog, en is zelfs versterkt met het oog op de verkiezingen. Alcohol is sinds maandag verboden en er is speciale inkt uit India ingevlogen om te zorgen dat mensen na het stemmen niet hun vinger kunnen schoonmaken en opnieuw stemmen, zoals vorige keer gebeurde. De campagne is op een paar incidenten na rustig verlopen. Er zijn 500 kandidaten (op 500.000 inwoners), die in een districtenstelsel strijden om 50 zetels in het parlement. De uitslag wordt in het weekend verwacht.
Net als in The Matrix, dat voor een aanzienlijk deel als voorbeeld van Inception mag gelden, is aan het begin van de film een meester-leerling scène nodig om de context van het verhaal uit te leggen en en passant enkele filmische hoogstandjes te tonen.
In dit geval laat meester-dromendief Cobb (Leonardo di Caprio) aan nieuweling Ariadne (Ellen Page, bekend als hoofdrolspeelster van Juno) zien hoe mensen in een collectieve droom kunnen belanden en daar elkaars onderbewuste manipuleren. De klus waar ze samen voor staan is de erfgenaam van een groot energieconcern de gedachte ingeven om het bedrijf op te splitsen.
De film speelt zich af in een vliegtuig, waar de erfgenaam een slaapmiddel in zijn drankje krijgt en elektronisch in een collectieve droom gebracht wordt. In die droom wordt hij ontvoerd, maar omdat hij een training tegen dromendiefstal heeft ondergaan, proberen agenten hem neer te schieten. Wie sterft in een droom, ontwaakt daar namelijk uit. In de droom wordt de erfgenaam opnieuw in een droom gebracht, waar hij in een vriendelijker omgeving belandt. Daar overreed Cobb hem in een aan James Bond ontleende derde droomlaag te stappen, waarin hij een kluis van zijn vader moet openen. Alsof dat niet ingewikkeld genoeg is, interfereert ook nog eens een persoonlijk trauma van Cobb alle dromen.
Het is de verdienste van regisseur Christopher Nolan dat hij dit complexe verhaal toch inzichtelijk weet te houden door tussen de verschillende droomlagen heen en weer te schakelen. Pas helemaal aan het eind zaait hij welbewust verwarring met een aantal dubbelzinnige scènes. Een seconde voor een draaiend tolletje uitsluitsel zou moeten geven, is de film afgelopen. Briljant.