Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

Nana Kwame Adjei-Brenyah: Friday Black

Friday Black is een verzameling dystopische verhalen van Nana Kwame Adjei-Brenyah, een van de opvallende jonge stemmen in de Amerikaanse literatuur. Dystopisch dekt de lading niet helemaal, want sommige verhalen zijn eerder absurd of een uitvergroting van de bestaande werkelijkheid. In elk geval is het naturalisme ver te zoeken. Het titelverhaal, bijvoorbeeld, gaat over een verkoper van dure skikleding die tijdens black friday een verkooprecord probeert te breken, terwijl de lijken van vertrapte klanten zich in de winkel opstapelen.

Ander verhalen bevatten een dialoog tussen een jonge man en de twee geaborteerde foetussen van zijn vriendin, of vertellen over een pretpark waar mensen zich mogen rechtvaardigen, ofwel vermeende indringers neerschieten (vertelt vanuit het perspectief van de employee die zich iedere dag tientallen keren moet laten omleggen). Dat laatste verhaal haalt duidelijk naar voren waar het in de bundel eigenlijk om gaat, namelijk racisme. De taak van de zwarte employee is zich in het scenario verdacht te gedragen, zodat de blanke klanten een goed gevoel overhouden aan de moord.

Lees verder Nana Kwame Adjei-Brenyah: Friday Black

Eka Kurniawan: Man Tiger

Een dorp aan de Javaanse zuidkust, ergens in de tweede helft van de vorige eeuw. Margio is een jongeman van een jaar of twintig, zonder opleiding of beroep. Hij staat wat te praten met zijn vrienden. Dan laat hij het groepje alleen, loopt naar het huis van de welgestelde Anwar Sadat en bijt hem de strot door. Dat was hij niet zelf, voert hij later ter verdediging aan. Het was de tijger die in hem leeft.

Met die bovennatuurlijke premisse begint Man Tiger van de Indonesische schrijver Eka Kurniawan. Het is een enigszins misleidende insteek, want eigenlijk is de roman een sociaal drama over twee buurfamilies, de een arm, de ander rijk, en wat zich tussen hen afspeelt. Macht, liefde, jaloezie, liefdadigheid, lust, vernedering. Kurniawan neemt de lezer als een ware verteller bij de hand om uit te leggen hoe de tijger wel moest ontwaken in de verlegen Margio.

Alles bij elkaar is het een met veel liefde voor detail geschreven noodlotsverhaal over een jongeman die wel iets van het leven zou willen maken, maar weet dat er niet zoveel in zit. De uitbraak van de tijger is tegelijkertijd bevrijdend en bezegelend.

Alix Nathan: The Warlow experiment

The Warlow experiment van Alix Nathan begon met een berichtje dat de schrijfster las in een oud jaarboek uit 1797, over een wetenschapper die een vrijwilliger had gevonden om zeven jaar lang ondergronds te leven, zonder een mens te zien of te spreken. Nathan zocht uit of ze iets meer erover kon vinden, maar nee, er was niets – niks over de opzet van het experiment, niks over het verloop niks over de afloop. Dus besloot ze haar fantasie de vrije loop te laten en een roman te schrijven.

Het verhaal begint met de ambitieuze Herbert Powyss, die een baanbrekend artikel wil schrijven over de menselijke ziel. Hij looft vijftig pond voor de rest van diens leven uit voor de vrijwilliger die zich zeven jaar wil laten opsluiten. De arbeider John Warlow meldt zich. Dat het niet goed kan gaan, is direct duidelijk. Warlows kelder is van alle gemakken voorzien, maar het zijn Powyss’ gemakken: heel veel boeken en een harmonium. Warlow kan daar niks mee. En hij kan ook niet goed genoeg schrijven om het dagboek met zieleroerselen bij te houden waarop Powyss later zijn artikel wil baseren.

Lees verder Alix Nathan: The Warlow experiment

Paul Auster: 4 3 2 1

Zoals Schrödingers kat tegelijkertijd leeft en dood is, zo bestaan er in 4 3 2 1 van Paul Auster vier parallelle versies van Archie Ferguson, die we als lezer volgen tot aan het eind van zijn studententijd. Conceptueel spannend, maar uiteindelijk ook een beetje saai.

Ik begon drie jaar geleden aan het boek, toen Paul Auster naar Rotterdam zou komen en ik het gesprek zou voorbereiden. Auster liet het op het laatste moment afweten vanwege gezondheidsproblemen en het boek belandde in de kast, waar het mij met zijn rug van ruim 800 pagina’s beschuldigend bleef aanstaren. Nu las ik het alsnog in één moeite uit.

Lees verder Paul Auster: 4 3 2 1

Judith Schalansky: Verzeichnis einiger Verluste

Ik las weer eens een gek boek, Verzeichnis einiger Verluste door Judith Schalansky, van wie ik eerder een ander curieus boek las. Dit boek, vertaald als Inventaris van enkele verliezen, bevat twaalf stukken over dingen die verloren zijn gegaan, van een atol in de Stille Oceaan en een villa in Rome tot de Kaspische tijger en de gedichten van Sappho.

Sommige stukken zijn intieme vertellingen, bijvoorbeeld over een meisje dat speelt tussen de ruïnes van een herenhuis. De ene keer lees je een stuk Wikipedia, de andere keer kruip je in de huid van de oude profeet Mani. Elk van de stukken vertelt op in een eigen stijl over verlies. Af en toe schoot mijn Duits tekort, vooral wanneer Schalansky voor lange, complexe zinnen koos. Tussen ieder van de stukken, telkens exact zestien pagina’s lang, bevindt zich een donkergrijze pagina met een afbeelding in zwarte inkt. Schalansky is namelijk ook ontwerpster. haar boeken hebben altijd een visuele component.

Ik vind het moeilijk hier iets van te vinden, net als de vorige keer. Het is ontegenzeglijk knap en intrigerend, maar het blijft ook een beetje hangen in abstracties. ‘Das wundersamste Buch des Jahres’, schreef Die Zeit erover. Daar sluit ik me maar bij aan.

Elif Shafak: 10 Minutes 38 Seconds in This Strange World

Een prostituée is vermoord. Haar hart is gestopt, maar haar hersens werken nog. In 10 Minutes 38 Seconds in This Strange World kruipt de Brits-Turkse schrijfster Elif Shafak in het hoofd van Leila, die in haar laatste tien minuten haar leven aan zich voorbij ziet trekken, van haar ongelukkige jeugd in Van tot de laatste treurige, maar niet ongelukkige jaren in een Istanbuls bordeel.

Dat deel van het boek is fantastisch: een sfeervolle schets van Van, in het uiterste oosten van Turkije, in de jaren vijftig en zestig, het ongemak van de jonge Leira, die zich vrij probeert te vechten terwijl haar vader juist steeds traditioneler wordt, de vlucht naar de moderniteit, naar Instanbul, de onvermijdelijke teleurstelling, het bedrog, de gelaten landing in het bordeel, het opbouwen van vriendschap aan de geminachte raffelranden van de samenleving. Allemaal meesterlijk verteld door Elif Shafak.

Wanneer Leila’s laatste gedachte uitdooft, gaat het boek nog ruim honderd pagina’s verder. Haar vriendinnen proberen haar een waardige begrafenis te geven. Dat is een mooie inzet om het verhaal af te ronden, maar het gesol met het lijk neemt slapstickachtige vormen aan en het vijftal bodysnatchers blijft hangen in karikaturen. Misschien is het contrast bewust, maar bij mij werkte het niet.

Olga Tokarczuk: De rustelozen

Is het eigenlijk wel een roman, De Rustelozen van Nobelprijswinnares Olga Tokarczuk? Die vraag begint zich na een pagina of tachtig op te dringen, als het tot de lezer begint door te dringen dat hij misschien niets meer gaat horen over Kunicki, de man wiens vrouw en dochtertje spoorloos verdwijnen op hun vakantie-eiland. Er is een ik-verteller, maar er zijn ook losse anekdotes en andere, niet afgeronde vertellingen.

In de loop van het boek beginnen zich de thema’s op te dringen: reizen, ontworteling, de ontleding van het menselijke lichaam – allemaal verschijnselen van de rusteloosheid uit de titel. De eenheid zit niet in de verhaallijnen, maar in de beelden, details en intuïtieve verbanden. ‘Constellatieromans’ noemt Tokarczuk het zelf. Heel knap en innovatief, ik heb het gefascineerd en in hoog tempo gelezen. Maar na afloop vroeg ik me wel een beetje af of Tokarczuk werkelijk iets te vertellen heeft.

Hans van Willigenburg: Houden van Trump

In de debuutroman van dichter Hans van Willigenburg heeft Donald Trump een beetje de rol die alcohol heeft in het werk van Charles Bukowski. De cynische cabaretier die de hoofdpersoon is van Houden van Trump weet ergens wel dat zijn obsessie met de Amerikaanse president weinig goeds gaat brengen, maar het genot van de ontregeling is te groot. Hij geniet van de optredens, hij fluistert Donalds naam in het oor van een escortdame, hij zoent het televisiescherm.

Het fijne aan Donald Trump is niet diens grootse prestatiedrang, maar de weerzin die hij bij anderen oproept. De cabaretier geniet met volle teugen. Ondertussen is een gehaaide, rancuneuze journaliste bezig zijn geheim te openbaren, wat desastreuze gevolgen zou kunnen hebben voor zijn carrière. Maar heeft ooit een alcoholist een biertje laten staan omdat één of ander wijf moeilijk dreigde te gaan doen. Nee toch?

Hans (hij is mijn uitgever bij Douane) zal het me maar moeten vergeven dat ik hem literair lager aansla dan Bukowski. Hij maakt het zichzelf ook niet makkelijk door te kiezen voor het perspectief van de tweede persoon enkelvoud. Stilistisch wordt dat al snel enigszins geforceerd. Dat neemt echter niet weg dat Houden van Trump een heerlijke roman is over hedendaagse mediagekte.

David Grossman praat bij B&M over Het leven speelt met mij

Oorspronkelijk zou David Grossman in het voorjaar naar Rotterdam komen om bij Boek & Meester te praten over zijn nieuwe roman Het leven speelt me mij. Toen werd het najaar en uiteindelijk wordt het een virtueel interview, aanstaande zaterdag 17 oktober om 20 uur. Er is beperkt plaats voor publiek in Arminius, maar het gesprek tussen Grossman en Ernest van der Kwast is ook via Zoom te volgen (kaartjes).

De roman gaat over Vera, een Joodse communiste die in de Tweede Wereldoorlog samen met de liefde van haar leven als partizaan vocht, maar daarna in ongenade is gevallen. Omdat ze weigert haar man af te vallen, wordt ze naar een strafkamp gestuurd. Haar dochter Nina wordt bij een tante ondergebracht. Voor het meisje voelt dat als verraad: haar moeder had ook kunnen kiezen de loyaliteit aan haar kind voorrang te geven boven die aan haar man.

Lees verder David Grossman praat bij B&M over Het leven speelt met mij