Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

In A Confession (lees gratis) vertelt Leo Tolstoy over zijn geloof, hoe hij het meekreeg, hoe hij het afwees en hoe hij het hervond. De Orthodox Russische kerk vond het zo bedreigend dat het in eigen land niet mocht verschijnen, ondanks de roem van de auteur. Tolstoy wijst het rationele, dogmatische geloof af. Hij ziet meer in een mystiek Godsgeloof, dat veel gemeen heeft met het boeddhisme.

At the time it was so essential for me to believe in order to live that I subconsciously hid from myself the contradictions and obscurities of religious dogma. But there was a limit to the amount of meaning that could be read into the rituals.

Het is een mooi, persoonlijk boekje, waarin Tolstoy ook openhartig over zijn zelfmoordneigingen vertelt. Het is daarmee een goede inleiding in het gedachtegoed van een van de grondleggers van het christen-anarchisme. Mahatma Ghandi was een van de bewonderaars van dit deel van Tolstoys oeuvre, zodat de rijkweidte ervan enorm genoemd mag worden.

De val, Pech, Smithy is een bundel met drie verhalen van Friedrich Dürrenmatt. Het eerste gaat over de zitting van een (Russisch) politburo, waar één lid niet komt opdagen en vervolgens de machtsverhoudingen dramatisch beginnen te verschuiven. In het tweede verhaal strandt een handelsreiziger in een dorpje, waar hij deelneemt aan een spelletje van een groepje gepensioneerde juristen, die hem steeds verder in het nauw drijven. Smithy, de hoofdpersson in het derde verhaal, ruimt lijken op voor de maffia in New York, een baantje dat geen garantie biedt op een rustige oude dag.

De Zwitser Dürrenmatt (1921-1990) is een ouderwetse verhalenverteller: kop, staart, plot, pointe. De Val en Smithy vond ik een beetje voorspelbaar, maar Pech was vindingrijk, met een hoofdpersoon die een verontrustende ontwikkeling doormaakt. Het is een van Dürrenmatts bekendste verhalen, dat ook voor radio, televisie en toneel bewerkt werd. Dit is zo’n boekje dat je met heel veel plezier leest, maar dat ook snel weer wegwaait uit je geheugen.

Ik mag graag op de veranda van een vakantiehuisje naar de vogels kijken. Dat is echter iets anders dan tien pagina’s lezen over iemand die dat aan het doen is. Dat trek ik niet echt, ervoer ik tijdens het lezen van Walden van Henry David Thoreau, een van Amerika’s grote schrijvers en denkers van de negentiende eeuw, die bij zijn leven overigens vrij onbekend bleef. Walden is het verslag van een tweejarig verblijf in een hut bij het gelijknamige meertje in Massachusetts. Door zo eenvoudig mogelijk te leven wilden hij doordringen tot de kern van het bestaan.

Dat leidt tot mooie en bij vlagen vermakelijke passages over de noodzaak van kleding en onderkomen, in contrast van wat mensen daarvan maken zodra ze wat beter af zijn. De lange passages over praktische zaken die hij moet regelen om zijn autarkische levensstijl tot stand te brengen vond ik minder boeiend, al dragen die natuurlijk wel bij aan het scheppen van de sfeer. De stijl is bijna journalistiek, met veel gevoel voor detail.

Lees meer Henry David Thoreau: Walden

Homo faber van Max Frisch geldt als een van de hoogtepunten van de naoorlogse Duitstalige literatuur. Dat komt door de rijkheid aan thema’s die Frisch aansnijdt: kunst en technologie, weemoed naar de jonge jaren, ratio versus emotie, Griekse mythologie, toeval en lot. Over dat laatste struikelde ik. Het was allemaal wel heel geforceerd.

Walter Faber is een wijfelmoedige ingenieur van vijftig jaar, die als een soort James Bond grote aantrekkingskracht uitoefent op 25 jaar jongere vrouwen. Hij overleeft in Mexico een vliegtuigongeval met een man die de broer blijkt te zijn van een studievriend. Ze gaan samen naar Guatemala, waar de studievriend zelfmoord blijkt te hebben gepleegd. Later op een schip naar Europa ontmoet Faber een jonge vrouw die de dochter blijkt te zijn van wie hij niet wist of hij die had. Al die tijd verlangt hij wanhopig terug naar zijn jeugdliefde Hanna, terwijl hij kennelijk nooit eerder de behoefte heeft gevoeld haar op te sporen.

Enfin, er trekt een spoor van psychologische ongerijmdheden en toevalligheden door deze roman. Betekenisvolle passages en nodeloos (seksistisch) gebabbel wisselen elkaar moeiteloos af. Wat voor Max Frisch pleit is dat hij me niettemin 200 pagina’s lang geboeid heeft. Het las lekker weg, terwijl Duits niet mijn beste taal is. De vertelvaardigheid van Frisch heeft de tand des tijds doorstaan, maar voor het verhaal geldt dat, vrees ik, niet.

Über die Dummheit (hier gratis te downloaden) is een rede die Robert Musil in maart 1937 hield in Wenen, exact een jaar voor de Anschluss, die zijn schaduw op dat moment al vooruit wierp. Toch gaat het nergens expliciet over politiek, al laat het zich in de eerste zin al raden in welke context het verhaal begrepen mag worden:

Einer, so sich unterfängt, über die Dummheit zu sprechen, läuft heute Gefahr, auf mancherlei Weise zu Schaden zu kommen; es kann ihm als Anmaßung ausgelegt werden, es kann ihm sogar als Störung der zeitgenössischen Entwicklung ausgelegt werden.

Lees meer Robert Musil: Über die Dummheit

Rotterdam Late Night kan voorlopig niet plaatsvinden. Om de energie in goede banen te leiden zet het team nu iedere dag een nieuwe Ode aan Rotterdam voor, de literaire tekst waarmee schrijver en presentator Ernest van der Kwast iedere editie van de talkshow opent. Veel van de teksten werden al gebundeld in Het wonder dat niet omvalt, waarvan een Duitse vertaling in het verschiet ligt – niet gek voor een reeks literaire portretten van Rotterdammers.

Naast een mooi verhaal over een minder bekende Rotterdammer bieden de video’s een kijkje bij de bekende Rotterdammer in huis. Types als Wilfried de Jong en Jack Wouterse weten wel hoe je een tekst voordraagt, voor mensen als Paul Elstak ligt dat wat anders. Maar het plezier spat er wel vanaf.

Flatland van Edwin A. Abbott is een van de raarste romans die ik ooit gelezen heb. De hoofdpersoon is A. Square, een vierkant dat leeft in een tweedimensionale wereld. In het eerste deel leidt hij de lezer rond in zijn samenleving. In het tweede deel bezoekt hij Lijnland, waarvan hij de bewoners voor simpele zielen verslijt omdat ze zich zijn tweedimensionale wereld niet kunnen voorstellen, om zich vervolgens dankzij een bezoeker uit Ruimteland te realiseren dat zijn eigen voorstellingsvermogen ook beperkt is.

De roman hinkt op drie gedachten. Ten eerste is het een satire op de starre gedragsnormen van de Victoriaanse samenleving (het boek dateert uit 1884). In de tweede plaats is het een lesje in geometrie. En tot slot is het een filosofische beschouwing over het menselijke tekort. Abbott studeerde op zijn 23ste cum laude af in de klassieke talen, wiskunde én theologie, en dat klinkt allemaal in het verhaal door. Zijn carrière speelde zich af in het onderwijs en ook dat valt te merken.

Al met al is het moeilijk te zeggen of dit nou een goede roman is. Daarvoor wijkt het teveel af van de standaard, al is hij ergens wel verwant aan Gulliver’s reizen. Het is ook een uitdaging om te lezen als je niet bekend bent met geometrische concepten, vermoed ik. Maar voor wie eens iets totaal anders wil lezen dan een psychologische roman, valt dit zeer aan te bevelen.

Het is 1348 in James Meeks roman To Calais, in ordinary time. De pest heerst in Frankrijk, maar nog niet in Engeland. Toch zet een gezelschap uit de Cotswolds koers naar Calais, dat in die tijd in Britse handen was. Ieder heeft daarvoor zijn eigen redenen. De horige boogschutter Will is op zoek naar vrijheid. Jonkvrouw Bernadette is op verzoek geschaakt door Wills opdrachtgever Laurence Haket. De lagere kerkbeambte Thomas gaat terug naar zijn huis in Avignon en is bij gebrek aan beter ieders biechtvader.

De spanning is om te snijden. Bernadettes vader wil zijn dochter terug. Will worstelt met zijn homoseksuele gevoelens. Een van de andere boogschutters houdt er tegen de zin van de anderen een Franse slavin op na. Bernadette werkt iedereen op de zenuwen met haar nuffige gedrag. En dan blijkt ook nog eens dat de pest wel degelijk in Engeland is gearriveerd. Het levert een enerverend verhaal op dat alleen maar verliezers kan opleveren.

Lees meer James Meek: To Calais, in ordinary time

De geur van guave is een interviewboekje uit 1982, of eerder een gesprek tussen Gabriel Garcia Marquez en zijn goede vriend Plinio Mendoza. Of nou ja, het is ook geen gesprek, want Mendoza weet natuurlijk al lang wat zijn vriend wil vertellen. Hij geeft gewoon een reeks voorzetten die Gabo mag inkoppen.

Het gaat over twee dingen. Ten eerste zijn leven. Zijn grootvader, de kolonel, bij wie hij opgroeide. De kleine hel van het internaat in Bogotá waar hij niettemin Kafka en Faulkner ontdekte. De vier eerste romans die slecht verkochten. Hoe zijn vrouw geld bij elkaar schraapte, terwijl hij Honderd Jaar Eenzaamheid schreef, in de hoop dat de vijfde poging dan wel succes zou brengen. Zijn bewondering voor Fidel Castro, die een heel goede eindredacteur was.

Lees meer Gabriel Garcia Marquez in gesprek met Plinio Mendoza

In 1994 stond ik aan het Meer van Ohrid, op de grens van Macedonië en Albanië. De straten van het plaatsje Ohrid stonden vol borden in het Duits en Nederlands, maar buiten mij waren er geen toeristen. De Bosnische oorlog had de route afgesneden. Het meer was Mediterraan blauw, maar toen ik een dag later met de bus erlangs reest naar de grens met het zojuist geopende Albanië, leek het leigrijs. Dat was voor mij de trigger om Ieder zijn eigen meer van de Macedonische auteur Nenad Joldeski te kopen. Dit zegt de flaptekst:

“In het zuidwesten van Macedonië, dicht bij de Albanese grens, ligt het Meer van Ohrid. Iedereen beleeft dat meer op zijn eigen manier. Voor de een is het helderblauw, zilverachtig of wit, voor de ander is het inktzwart, zoals voor de aan heimwee lijdende Russische heer Nezlobinski.”

Lees meer Nenad Joldeski: Ieder zijn eigen meer