Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

De geur van guave is een interviewboekje uit 1982, of eerder een gesprek tussen Gabriel Garcia Marquez en zijn goede vriend Plinio Mendoza. Of nou ja, het is ook geen gesprek, want Mendoza weet natuurlijk al lang wat zijn vriend wil vertellen. Hij geeft gewoon een reeks voorzetten die Gabo mag inkoppen.

Het gaat over twee dingen. Ten eerste zijn leven. Zijn grootvader, de kolonel, bij wie hij opgroeide. De kleine hel van het internaat in Bogotá waar hij niettemin Kafka en Faulkner ontdekte. De vier eerste romans die slecht verkochten. Hoe zijn vrouw geld bij elkaar schraapte, terwijl hij Honderd Jaar Eenzaamheid schreef, in de hoop dat de vijfde poging dan wel succes zou brengen. Zijn bewondering voor Fidel Castro, die een heel goede eindredacteur was.

Lees meer Gabriel Garcia Marquez in gesprek met Plinio Mendoza

In 1994 stond ik aan het Meer van Ohrid, op de grens van Macedonië en Albanië. De straten van het plaatsje Ohrid stonden vol borden in het Duits en Nederlands, maar buiten mij waren er geen toeristen. De Bosnische oorlog had de route afgesneden. Het meer was Mediterraan blauw, maar toen ik een dag later met de bus erlangs reest naar de grens met het zojuist geopende Albanië, leek het leigrijs. Dat was voor mij de trigger om Ieder zijn eigen meer van de Macedonische auteur Nenad Joldeski te kopen. Dit zegt de flaptekst:

“In het zuidwesten van Macedonië, dicht bij de Albanese grens, ligt het Meer van Ohrid. Iedereen beleeft dat meer op zijn eigen manier. Voor de een is het helderblauw, zilverachtig of wit, voor de ander is het inktzwart, zoals voor de aan heimwee lijdende Russische heer Nezlobinski.”

Lees meer Nenad Joldeski: Ieder zijn eigen meer

Of dogs and walls van Yuko Tsushima is een bundeltje met twee verhalen door een van Japans grootste schrijfsters van de vorige eeuw. Het zijn allebei raamvertellingen in het bestek van enkele tientallen kleine pagina’s.

Het eerste verhaal, The watery realm, begint met een vader die een plastic kasteel koopt voor het aquarium van zijn zoontje. Hij herinnert zich scenes uit zijn eigen jeugd en zijn moeder, die daarvandaan de rol van verteller overneemt om het over haar eigen pijnlijke jeugd te hebben en de verdrinkingsdood van haar man. De duistere godin van het water hangt als een sluier over het verhaal, dat zich in korte, feitelijke scenes ontrolt.

In het titelverhaal loopt een vrouw langs een muur die haar doet denken aan de hond van haar moeder. Binnen een pagina verschuift het perspectief: de ik-verteller wordt een zij, de ene keer aangeduid als ‘de dochter’ (als het gaat over de relatie met haar moeder) of ‘de zuster’ (als het gaat over de relatie met haar geestelijk gehandicapte broer). Net als in het eerste verhaal gaat de tijd bitterzoet voorbij.

Yuko Tsushima bezit dezelfde gave als Raymond Carver om een karakter in een paar alinea’s neer zetten, niet door ze te beschrijven, maar door ze iets te laten doen. Dit één-pond-Penguin-boekje bevat twee juweeltjes die smaken naar meer.

Op de valreep van de Boekenweek het geschenk uit. Verreweg het beste van deze eeuw. Annejet van der Zijl kreeg het verhaal in de schoot geworpen: een Hollandse jongeman die verliefd wordt op een zwart meisje in het Charleston van de vroege negentiende eeuw, waar ze hun liefde, laat staan hun huwelijk verborgen moeten houden. Het zuiden van de Verenigde Staten is een wrede maatschappij, waar iedereen die zijn slaven niet als vee behandelt wordt uitgekotst.

Van zo’n verhaal kun je nogal een melodrama maken, maar Annejet van der Zijl houdt het zakelijk. Ze zet wat trucjes in om het verhaal spannend in elkaar te steken, maar verder heeft ze geen opsmuk nodig om met name Leon levendig neer te zetten. Juliette komt er bekaaider vanaf, ongetwijfeld bij gebrek aan bronnen. Want in het half jaar dat Van der Zijl had, heeft ze ook nog eens een indrukwekkende hoeveelheid onderzoek gedaan, aan beide kanten van de oceaan. Petje af.

Francin zou willen dat zijn Maryska zicht wat meer als een fatsoenlijke vrouw zou gedragen, maar als hij een fatsoenlijke vrouw had willen hebben, had hij beter met iemand anders kunnen trouwen, althans zo denkt Maryska zelf erover, want bij haar spat de levenslust ervanaf en daar kan ze niks aan doen, hoe veel ze ook van Francin houdt. Ze fietst met korte rok, haar lange blonde harend wapperend in de wind, ze klimt in de schoorsteen van de brouwerij, ze slacht een varken en knipt de staart van de hond af. En ze flirt met iedereen, dat ligt nu eenmaal in haar aard.

Enfin, het is Bohumil Hrabal, dus het slapstickgehalte is hoog in de novelle Cutting it Short (in eigen land verfilmd als Postřižiny), een guitig portret van het provinciestadje Nymburk tussen de twee oorlogen. Het plot bestaat eruit dat Maryska haar streekjes uithaalt en dat haar man het met lede ogen aanziet, maar dat ze teveel van elkaar houden om ruzie te maken. Hrabal vertelt het met onnoemlijk veel plezier en daar word je als lezer ook weer vrolijk van.

Girl meets Boy van Ali Smith is een moderne variant op de mythe van Iphis en Ianthe die door Ovidius in de Metamorfosen werd opgetekend. Iphis is opgegroeid als jongen, maar eigenlijk een meisje. Ianthe wordt verliefd op haar. Het is wederzijds. De bruiloft is al gepland wanneer Iphis toch wat nerveus wordt hoe dat nou moet in de huwelijksnacht en smeekt de godin Isis om haar in een man te veranderen.

De versie van Ali Smith speelt zich af in Schotland. De onbezorgde Anthea rommelt wat aan in haar leven en heeft van haar zus Midge een baantje toegespeeld gekregen bij een commercieel waterbedrijf. De twee wonen samen in het oude huis van hun grootouders. Dan valt Anthea voor Robin, die onder het pseudoniem Iphis actie voert tegen het bedrijf. Robin trekt bij de twee zussen in. De minnaars hebben het gezellig met z’n tweeën, maar de tobberige Midge vraagt zich af hoe dat nou moet. Toen het boek geschreven werd in 2007, kende Schotland het homohuwelijk nog niet.

Vlak voor het eind, als de actie zich kortstondig uit Inverness naar Londen verplaatst, dreigt de roman even te ontsporen. Er worden wereldproblemen bij gehaald, de ceo van Midge’s bedrijf biedt haar een topbaan aan, terwijl hij haar naam niet eens weet, maar haar wel probeert aan te randen. Na dat intermezzo keert het intieme verhaal terug dat Girl meets Boy tot dat moment was, en werkt keurig naar een happy end toe. Fris en vlot geschreven, met een scherpe boodschap zonder moeilijk te doen. Leuk boek.

De Russische muur van Alisa Ganijeva is een curieus boek. Verschillende perspectieven buitelen over elkaar heen. Er zitten lange passages in van een andere roman, geschreven door een personage dat kort voorbijkomt. De lezer bladert voortdurend heen en weer naar de zestien pagina’s verklarende woordenlijst vanwege termen uit een handvol Kaukasische talen.

Dit is het verhaal: in de hoofdstad van de Russische deelrepubliek Dagestan gaat het verhaal rond dat de Russen een muur langs de grens aan het bouwen zijn. De muur is misschien niet fysiek, maar in elk geval wel symbolisch. Door het wegvallen van de Sovjet Unie is ook de lijm opgelost die de deelrepubliek met zijn dozijn nationaliteiten bijeen hield. Wat wordt de nieuwe identiteit? Iedere minderheid eist zijn plek op. En de islamisten hebben ook een antwoord.

Lees meer Alisa Ganijeva: De Russische muur

Er hangt een blauwzwarte sluier over Dark Waters, de film over het Teflon-schandaal van DuPont. Ook de camera doet mee aan het creëren van een zwaarmoedige sfeer, terwijl advocaat Rob Bilott het opneemt tegen de chemiereus, aanvankelijk op verzoek van een boer met vergiftigd vee, maar uiteindelijk strijdend aan de zijde van duizenden mensen die teveel kankerverwekkende stoffen hebben binnengekregen.

In een Hollywoodfilm zou de advocaat ook nog eens ontslagen worden en zijn vrouw zien weglopen om de heroïek aan te zetten, maar regisseur Todd Haynes wil niet te ver van de waarheid afdrijven. Anderzijds kiest hij ervoor alle vrolijkheid weg te laten. Zelfs de gezinsscènes, met her en der een schaars grapje, zijn bleek. Dat Bilott gaandeweg meerdere prijzen won voor zijn inzet krijgen we niet te zien.

De documentaire stijl zit Dark Waters in de weg. Zonder de wetenschap dat het verhaal echt gebeurd is, zou het een vrij vlakke film zijn met hoofdpersonen die maar niet gaan leven. Verontwaardiging over de gebeurtenissen maakt dat je alsnog twee uur geboeid zit te kijken. Van de affaire werd twee jaar geleden overigens ook een veelgeprezen documentaire gemaakt, The Devil we Know. Die heb ik niet gezien, maar ik kan me voorstellen dat het een belemmering voor Haynes was om zich teveel vrijheden te veroorloven.

Bilott zelf strijd nog altijd door. Hij heeft voor 3500 slachtoffers rondom de fabriek in West-Virginia 671 miljoen dollar schadevergoeding van DuPont geregeld, maar is nu bezig namens Teflon-slachtoffers in de rest van de Verenigde Staten. De Nederlandse Teflonfabriek in Dordrecht sproeide in het verleden kilo’s van het spul over de stad uit. Niets aan de hand, zei DuPont indertijd. Nederlands onderzoek loopt nog. Iets zegt me dat de laatste film over dit onderwerp nog niet gemaakt is.

De hoofdpersoon van De Kolibri, de nieuwe roman van Sandro Veronesi, is een oogarts die alles graag bij het oude houdt. Marco Carrera heet hij. Het verhaal gaat over zijn levenslange liefde voor Luisa, leven en dood van zijn ouders, de kleindochter in wie hij uiteindelijk zijn levensbestemming vindt. Uiteraard blijft er helemaal niets bij het oude. De kolibri moet hard met zijn vleugels klapperen om een beetje op zijn plek te blijven.

Naast het melancholieke verhaal valt De Kolibri op door de mix van stijlen. De roman begint op negentiende-eeuwse wijze, met een verteller die de lezer bij de hoofdpersoon introduceert en hints geeft van wat hem te wachten staan. Even makkelijk schakelt Veronesi echter naar moderne stijlmiddelen, zoals transcripties van mailtjes, zonder dat het geforceerd overkomt. Ook de betogen over milieurampen en vluchtelingen vallen als vanzelf op hun plek.

Kortom, Sandro Veronesi is een topgast voor Boek & Meester. Een rasverhalenverteller die vele stijlen beheerst en actuele thema’s niet schuwt in wat verder een tijdloze familieroman is. Hij is op 28 februari in Worm te Rotterdam, vanaf 20 uur. Eerst een interview door Ernest van der Kwast, daarna gelegenheid tot vragen stellen, zowel publiek als persoonlijk tijdens de signeersessie. Koop nu kaartjes.

Leonora Carrington was een Brits-Mexicaanse schrijfster en schildenares van de surrealistische school. Ik las een bundel met al haar korte verhalen, die ze in het Engels, Frans en Spaans schreef. Het is een klein literair oeuvre, net als haar schilderijen overigens. Maar het is wel behoorlijk uniek.

Het zijn korte, plotloze verhalen met veel bizarre ontmoetingen, pratende dieren, donkere bossen en andere sprookjeselementen. Allemaal hebben ze iets duisters, morbide over zich – inderdaad ook zoals veel sprookjes. Een moraal of pointe is er dan weer niet. De naoorlogse vertellingen (ongeveer een derde van het totaal) hebben merendeels een iets andere toon: wat moderner, met her en der referenties aan de actualiteit en soms zelfs iets dat op een verhaallijn lijkt.

Al met al een intrigerende bundel, maar als je een paar verhalen achter elkaar gelezen hebt, begint het wel een beetje op een maniertje te lijken. In detail voorspelbaar is een surrealistisch verhaal nooit, maar na de zoveelste absurde wending kijk je daar niet meer van op. De verhalen van Leonora Carrington zijn de moeite waard, maar kunnen best in kleine doses genoten worden.