Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

Intan Paramaditha: Apple and Knife

Apple and Knife is een bundel horrorverhalen van de Indonesische schrijfster Intan Paramaditha. Er gebeuren, zoals dat gaat in horror, merkwaardige en onaangename zaken met het nodige bloed en verder. Ik zou willen dat ik er meer over te zeggen had, maar behalve dat het zich in Indonesië afspeelt is er niet veel bijzonders aan voor wie bekend is met het werk van Edgar Allan Poe. Laten we het er maar op houden dat horror niet helemaal mijn smaak is (ik kocht het boek vanwege Indonesië).

Alfred Hayes: My face for the world to see

Onwillekeurig dacht ik Humphrey Bogard en Lauren Bacall erbij, bij de scenarioschrijver en would be actrice die in een gedoemde relatie belanden in het Hollywood van de jaren vijftig in de roman My face for the world to see van Alfred Hayes. Hij red haar van een dronken zelfmoordpoging en zoals dat gaat: if you save a life you own it. De verhouding die uit het incident voortkomt is begrijpelijkerwijs niet gelijkwaardig.

Voor een vrij clichématig verhaal over een cynische man die zich “ontfermt” over een veel jongere, impulsieve vrouw is de roman behoorlijk genuanceerd. Het wordt vanuit zijn perspectief verteld, maar het is toch vooral een studie van wat haar beweegt. Welke trauma’s dreven haar naar Hollywood, dat haar niets te bieden heeft? Helaas blijft de psychologie vrij schematisch en schrijft Hayes een over the top einde aan zijn boek. Met plezier gelezen, maar geen meesterwerk.

Kees Versluis: Altijd zondag

De afrekening met de beklemmende gereformeerde jeugd is een erkend, maar ook sleets subgenre in de Nederlandse literatuur. Ik begon daarom enigszins sceptisch aan de roman Altijd zondag van mijn goede vriend Kees Versluis. Al snel bleek echter dat de flaptekst van de uitgeverij de lading volstrekt niet dekte. Het is een tragikomisch verhaal over een gezin dat niet zozeer strikt gelovig is, als wel volstrekt disfunctioneel.

Moeder is een borderliner die haar bed niet uitkomt, totdat ze houvast vindt bij de Gereformeerde Bond (die zich overigens aan de milde kant van het orthodox-christelijke spectrum bevindt), aanvankelijk tot vreugde van de rest van het gezin. Naar mate ze haar overtuigingen begint op te dringen valt het gezin echter uit elkaar. Vader trekt zich terug in zijn werk. De twee lamlendige pubers Bram (de ik-verteller) en Daan proberen zichzelf zoveel mogelijk aan alles te onttrekken, zowel de geloofsijver van hun moeder als de pogingen van hun vader om hen liefde voor het zeilen bij te brengen.

Lees verder Kees Versluis: Altijd zondag

The Penguin Book of Bengali Short Stories

The Penguin Book of Bengali Short Stories is precies wat de titel belooft, namelijk een bloemlezing uit honderd jaar Bengaalse korte verhalen. Dat die geschiedenis zo kort is, komt omdat de vorm van het korte verhaal door de Britten in Bengalen is geïntroduceerd. Het gevolg daarvan is dat zeker de eerste helft van het boek bol staat van epigonisme. Sherlock Holmes, maar dan in Calcutta, dat werk.

Gaandeweg werden de verhalen interessanter, naar mate de auteurs een eigen stem begonnen te vinden en de sociale en politieke omstandigheden een zwaardere stempel te drukken, maar de originaliteit bleef ver te zoeken. Ik had moeite de eindstreep te halen.

Aharon Appelfeld: Badenheim 1939

De meeste romans over Duitsland in de loop van de jaren dertig laten zien hoe de repressie geleidelijk toenam en de geesten rijp gemaakt werden voor de massamoord op de Joden. In Badenheim 1939 kiest Aharon Appelfeld, die als onderduiker in Roemenië de Tweede Wereldoorlog overleefde, voor een andere invalshoek.

Badenheim is een vakantieoord dat in trek is bij Joden. Het vakantieseizoen 1939 begint als gebruikelijk, maar gaandeweg blijkt dat vooral Joden zich moeten melden bij de sanitaire afdeling. Niet-Joden trekken weg, het stadje raakt afgesloten van de buitenwereld. Ondertussen houden de achtergeblevenen hardnekkig de schijn op dat het vakantie is en dat ze alle zorgen van zich af moeten zetten. Zodra duidelijk wordt dat iedereen naar Polen getransporteerd zal worden, beginnen ze te fantaseren over het geweldige leven dat hun daar te wachten staat. Zelfs als ze met z’n allen in vrachtwagons gepropt worden, klinkt het monter: ‘Dit betekent vast dat de reis kort zal duren’.

Badenheim 1939 is een knappe novelle, op bijna laconieke toon geschreven, over het ophouden van schijn, en daarmee ook over de grenzeloze capaciteit tot optimisme van de menselijke geest. Appelfeld weet ingenieus in het midden te houden of zijn personages werkelijk geloven in hun illusies of dat ze zich slechts proberen te wapenen tegen defaitisme.

Audre Lorde: The master’s tools will never dismantle the master’s house

Ik las een kleine bundel met essays van de Amerikaanse schrijver en filsoof Audre Lorde: The master’s tools will never dismantle the master’s house. Het essay waar de titel naar verwijst is online beschikbaar.

De rode lijn die door de betogen loopt is dat je als zwarte, lesbische feminist in ‘welwillende kringen’ geacht wordt vooral dat te zijn. Het titelessay is geschreven voor een symposium ter gelegenheid van de dertigste verjaardag van Simone de Beauvoir’s Le Deuxième Sexe. Dat feministische oerboek ging over witte vrouwen uit de middenklasse, observeert Lorde, en het is goed dat er nu ook oog is voor het perspectief van zwarte en arme vrouwen. Maar niemand kwam op het idee dat de zwarte feministe misschien wel iets over het existentialisme zou willen zeggen.

Naast dit observerende essay bevat de bundel ook een aantal meer activistische oproepen, onder andere over de inzet van erotiek en woede, die voortkomen uit de observatie. Zwarte vrouwen moeten zelf in actie komen en met kracht hun plek opeisen, want ook buitenstaanders die denken oog te hebben voor hun rechten, beseffen niet dat ze nog steeds beperkingen opleggen.

Jona Lendering: Libanon, een korte geschiedenis

Mijn vroegste herinnering aan ‘Libanon’ is een ansichtkaart uit Beiroet die mijn ouders kregen toen ik een jaar of zes was. Het zal 1975 geweest zijn, 1976 misschien. Vrienden berichtten dat zij de stad gingen verlaten omdat er vlak bij hun huis een raket was neergekomen. Dat er een burgeroorlog was uitgebroken (en wat dat dan betekende) begreep ik niet. Ik vroeg mij vooral af wat er gebeurd was met de astronaut die in de raket gezeten moest hebben.

Later belandde Libanon in mijn blikveld als de Fenicische beschavingsbron en via het gewelddadige nieuws dat nog decennia zou aanhouden. In 2005 was ik een week in het land tijdens een rondreis door het Midden-Oosten. Jaarlijks word ik daaraan herinnerd doordat ik de reisliteratuur in mijn rugzak verpak in een tasje van Librairie Antoine, een grote boekhandel in Beirut, waar ik indertijd ‘Snow’ van Orhan Pamuk kocht. Kortom, mijn beeld van Libanon is nogal versnipperd.

Lees verder Jona Lendering: Libanon, een korte geschiedenis

Hulsing en Čapek: Voetsporen

In Voetsporen verbeeldt Milan Hulsing vijf korte verhalen van Karel Čapek – of liever gezegd: verhaaltjes, want het zijn simpele (moord)mysteries uit de nadagen van de carrière van de Tsjechische auteur, die op dat moment al het toneelstuk had geschreven waarmee hij de term ‘robot’ in het internationale vocabulaire lanceerde.

De aandacht in dit boek gaat daarom logischerwijs uit naar de beelden van Milan Hulsing, die hier alle ruimte neemt om zijn kenmerkende monochrome stijl te etaleren. Prachtig, maar ik vond het niet genoeg om de flauwe verhaallijnen omhoog te trekken.

Susan Abulhawa: Ochtend in Jenin

Ochtend in Jenin van Susan Abulhawa volgt het lief maar vooral leed van vier generaties Palestijnen, vanaf de komst van de eerste Zionisten tot het begin van deze eeuw. Over verlies gaat het, van huizen, van familieleden, van geschiedenis, identiteit en thuisgevoel.

Activistische literatuur is niet vanzelf goede literatuur. Dat bewijst deze roman weer eens. Er is teveel in het bij vlagen ongeloofwaardige en melodramatische plot gepropt. Maar effectief is het wel. Je krijgt een levensecht inzicht in hoe de verdrijving van Palestijnen in zijn werk gaat, en blijft verontwaardigd achter.

Samantha Harvey: Orbital

Het hele adagium ‘show don’t tell’ lapt Samantha Harvey aan haar laars in Orbital, de roman waarmee ze in 2024 de Booker Prize won. In bij vlagen lyrische bewoordingen beschrijft ze de aarde vanuit het International Space Station. Ze kruipt in de hoofden van de zes bewoners, legt hun kwetsbaarheden bloot. Ze beschrijft de krappe ruimte, de gewichtloosheid. Met evenveel gemak beschrijft ze de angst op de grond, op een Philippijns eiland, voor een typhoon die vanuit de ruimte bijna abstract lijkt.

En het werkt. Dat zit vooral in Harveys extreme taalbeheersing, de afwisseling van de zinnen, dan weer zakelijk en afgemeten, dan weer lange, poëtische passages. Geen van de karakters komt (voor mij) echt tot leven, maar dat geeft niet omdat de eigenlijke hoofdpersoon de aarde is, in al zijn magistrale nietigheid. Indrukwekkend.