Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

The Rescue: eenvoudig maar nagelbijtend

Het is een standaard opgebouwde documentaire: interviews met betrokkenen, historische beelden en een paar nagespeelde scenes. Je weet hoe het afloopt: de twaalf jongetjes en hun coach worden gered uit de diepe grot in Thailand. Toch zit je twee uur lang met een adrenalinekick in je bioscoopstoel te kijken naar The Rescue. Dat komt door het hoofdverhaal, de schier onmogelijke reddingsoperatie. Tegelijkertijd krijg je mooie psychologische en sociologische doorkijkjes.

Wat mij indertijd het meest bevreemdde: waarom moesten er nou weer westerse duikers aan te pas komen en waarom moest de documentaire om hen draaien? Er zijn in Thailand ongetwijfeld ook goede duikers. Dat raadsel wordt meteen in het begin van de film opgelost. Grotduiken is een extreem specialisme, waartoe een bepaald soort mannen zich aangetrokken voelt: eenzaam, vaak gepest op school, een flink eind in het autistische spectrum. Zij zijn in staat om in een claustrofobische, aardedonkere omgeving volstrekt methodisch te werk te blijven gaan. Het was slikken voor de getrainde jonge mannen van de Thaise marine, maar zij bezaten niet de vaardigheden van het groepje buitenlanders van middelbare leeftijd.

Lees verder The Rescue: eenvoudig maar nagelbijtend

Angelika Schrobsdorff: Jericho, eine Liebesgeschichte

Angelika Schrobsdorff brak in 1961 door met de erotische roman Die Herren. Ze leefde afwisselend in Berlijn, Parijs en Jeruzalem. Ik las haar relaas over een vierde stad: Jericho, eine Liebesgeschichte. De hoofdpersoon daarvan is een vrouw die verliefd wordt op de stad en daar telkens heen reist als ze in Jeruzalem verblijft – zonder er te gaan wonen. Jericho blijft zo een halve fata morgana, een onbestemd ideaal waar je van kunt proeven, maar dat je je niet eigen kunt maken.

De eerste helft van het boek gaat vooral over haar bezoeken aan een vervallen hotel in de oase die Jericho is, de oudste en diepst gelegen stad ter wereld. Dit zijn melancholische, sfeervolle passages. Het karakter van het boek kantelt zodra de intifada begint. Ineens moet er allerlei politiek uitgelegd worden. Het stoffige Jericho wordt een brandpunt van internationale persaandacht. De Palestijnse stedelingen, tot dan toe een dociel gezelschap, bloeien op.

Schrobsdorff zelf is de laatste om te rouwen over het herwonnen Palestijnse zelfbewustzijn. Haar hoofdpersoon feest mee met haar vrienden in Jericho, als het erop lijkt dat het de hoofdstad van Palestina gaat worden. De meer journalistieke invalshoek van het tweede deel vond ik, vanuit literair oogpunt, echter minder interessant dan de dromerige observaties op de eerste tachtig pagina’s.

Ödön von Horváth: Glaube Liebe Hoffnung

Van Ödön von Horváth las ik eerder Jugend ohne Gott, een subtiel maar vernietigend commentaar op het nazisme. Zijn toneelstuk Glaube Liebe Hoffnung is evengoed sociaal geëngageerd. Hoofdpersoon is de 24-jarige Elisabeth die een boete heeft opgelopen omdat ze korsetten heeft verkocht zonder te beschikken over een (dure) colportagevergunning. Ze had het geld niet om geld te kunnen verdienen. In haar pogingen het probleem op te lossen raakt ze steeds verder in de penarie – hetzelfde mechanisme dat je bijvoorbeeld ook in de toeslagenaffaire ziet.

Von Horváth baseerde het verhaal op een waar gebeurde geschiedenis, hem aangedragen door een vriend die bij het gerechtshof werkte en zag hoe allerlei ‘kleine paragrafen’ in de wet mensen straffen omdat ze onfortuinlijk zijn in het leven. De auteur waakt ervoor zijn verontwaardiging uit de dialogen te laten spannen, maar toch ligt het er allemaal wat te dik bovenop om als literatuur geslaagd te zijn. Ik vond het aardig, maar bepaald geen meesterwerk.

The French Dispatch slaat de plank mis

Gaandeweg The French Dispatch bekruipt de kijker het gevoel dat de naam van het stadje waar de film zich afspeelt, Ennui sur Blasé, ook iets zegt over de gemoedstoestand van regisseur Wes Anderson tijdens het maken ervan. Anderson trekt de lijn door die hij bij Grand Budapest Hotel insloeg. Alle aandacht gaat uit naar het visueel perfectioneren van de individuele scènes. Het verhaal komt er bekaaid vanaf.

De ontwikkeling van Wes Anderson doet me denken aan die van Quentin Tarantino. Ook de laatste kreeg na een aantal briljante films de vrije hand en een groot budget, dat hij verkwanselde om onsamenhangende films (het Kill Bill duo) te maken die slechts dienden als vehikel om een obsessie uit te leven. Zonde van het talent. Hopelijk komt het nog goed.

Nana Ektvimishvili: The pear field

De achttienjarige Lela, inwoner van de “Idiotenschool” in een buitenwijk van Tbilisi, heeft twee doelen in haar leven. Ten eerste het jongetje Irakli geadopteerd krijgen door een Amerikaans echtpaar dat zich als weldoener aandient. Ten twee het vermoorden van Vano, de leraar die haar al jarenlang verkracht. Het is een gewelddadige, troosteloze omgeving die Nana Ektvimishvili schetst in The pear field (vertaald als Het Perenveld), de debuutroman waarmee ze op de longlist van de Booker belandde.

Ektvimishvili won ook prijzen als filmmaakster en die achtergrond proef je tijdens het lezen van de roman. De stijl is beschrijvend zonder veel opsmuk. Slechts af en toe krijgt de lezer een blik in Lela’s hoofd – en dat gebeurt dan in droombeelden die je ook zou kunnen verfilmen. Er klinkt ook geen oordeel van de schrijfster door in het verhaal. Het is alleen maar rauwe werkelijkheid waarin de kinderen van de school bij het perenveld zich bewegen. Ze kunnen hun gevoelens vaak beter uitdrukken met hun vuisten dan met woorden, maar ze weten zelf ook wel dat het allemaal zinloos is. Het laat zich een beetje raden hoe het afloopt met Lela’s ambities.

Kazuo Ishiguro: Klara and the Sun

Klara and the sun, de jongste roman van nobelprijswinnaar Kazuo Ishiguro, begint als een conventioneel science fiction verhaal, over een kunstmatig intelligent robotmensje wier taak het is om een ziek meisje gezelschap te houden. Het onwaarschijnlijke zit niet in de emotionele hyperintelligentie van Klara, die ook de verteller van de roman is, maar in het feit dat de ontwerpers kennelijk bedacht hebben dat elementaire WikiPedia-kennis niet nodig is voor zo’n robot. Klara kan wel de meest subtiele intermenselijke communicatie duiden, maar weet niet wat de zon is.

Na de inleidende eerste helft van de roman, waarin de lezer al de nodige vooruitwijzingen krijgt, volgt halverwege een plottwist waarbij blijkt dat Klara’s primaire rol helemaal niet is om het meisje gezelschap te houden. Vanaf dat moment krijgt het verhaal een meer filosofische en religieuze lading, op dezelfde manier waarop Ishiguro dat ook in Never let me go deed. Dit deel maakt de slappe aanloop meer dan goed.

Het meesterschap van Ishiguro zit met name in de timing. Hij voedt de lezer telkens nieuwe stukjes informatie, waardoor die wel door moet lezen. Niet de botte bijl van de cliffhanger, maar terloopse opmerkingen die je niet kunt negeren. Al snel, bijvoorbeeld, is duidelijk dat het voor mensen in Klara’s wereld belangrijk is om ‘lifted’ te zijn, maar wat dat precies is, wordt pas gaandeweg duidelijk. Zo sleurt Ishiguro zijn lezers door het verhaal heen aan de hand van een empathische robot.

Colum McCann: Let the Great World Spin

Slechts zelden grijpt een roman mij meteen al in de eerste zin of alinea. Mijn favoriete voorbeeld is het begin van Paul Austers Leviathan. Maar de eerste zinnen van Colum McCann in Let the Great World Spin zijn nog sterker, omdat ze onmiddellijk intrigeren zonder Austers gewelddadige shock effect.

Those who saw him hushed. On Church Street. Liberty. Cortlandt. West Street. Fulton. Vesey. It was a silence that heard itself, awful and beautiful. Some thought at first that it must have been a trick of the light, something to do with the weather, an accident of shadowfall. Others figured it might be the perfect city joke – stand around and point upward, until people gathered, tilted their heads, nodded, affirmed, until all were staring upward at nothing at all, like waiting for the end of a Lenny Bruce gag.

De met prijzen overladen roman vervlecht een aantal levensverhalen van beschadigde mensen die elkaar raken in New York op de dag in 1974 dat een koorddanser tussen de twee torens van het WTC wandelt. Een Ierse monnik die zijn appartement in de Bronx open stelt voor de drugsverslaafde tippelaars op zijn stoep. De vrouw van een rechter die rouwt om haar in Vietnam omgekomen zoon. De kunstenares die even terug is van het platteland waar ze zich heeft teruggetrokken. Niet allemaal even interessante personages, maar McCann geeft ze allemaal een eigen stilistische stem. Bovenal slaagt hij erin de treurigheid te beschrijven zonder het optimisme te laten varen. Aanrader.

Dear Comrades: interessant maar vlak

Tegelijkertijd met de gebeurtenissen in The Courier speelde zich elders in de Sovjet Unie een ander drama af, namelijk de in bloed gesmoorde staking van Novotsjerkassk. Arbeiders legden in die stad het werk neer uit ontevredenheid over prijsverhogingen en productiequota. Er vielen tientallen doden. Pas na de val van de Sovjet Unie mocht erover gepraat worden en kregen de doden een fatsoenlijk graf.

De film Dear Comrades beschrijft de gebeurtenissen vanuit het oogpunt van een van de partijbonzen uit de stad, wier dochter zich aansluit bij de staking. Er zijn vier dingen die ze niet kan geloven: dat de partij de prijsverhogingen doorvoert, dat de arbeiders staken, dat KGB en leger daarop met geweld reageren, en dat haar dochter daarbij omkomt. De groeiende vertwijfeling is mooi in beeld gebracht.

Minder waarschijnlijk is het tweede deel van de film, waarin de vrouw op zoek gaat naar haar vermiste dochter in gezelschap van een KGB-officier die bereid is zijn leven in de waagschaal te stellen voor een vrouw die hij nauwelijks kent. En dan volgt er ook nog een melodramatisch slot, dat van een menselijk drama een feelgood movie probeert te maken.

The Courier biedt aangenaam vermaak

The Courier is de verfilming van het waargebeurde verhaal over een Britse zakenman die tijdens de koude oorlog wordt ingeschakeld om documenten over de plaatsing van kernwapens op Cuba, afkomstig van een mol in het Russische veiligheidsapparaat, naar het westen te smokkelen.

Dat het niet helemaal goed afloopt weet je dus bij het begin al, maar regisseur Dominic Cooke weet er niettemin een spannende film van te maken. Het acteerwerk is keurig op orde, maar niet meer dan dat. Benedict Cumberbatch speelt de rol die hij altijd speelt, namelijk die van ongenaakbare man met een uitdrukkingsloos gezicht. Merab Ninidze, als de sovjet-overloper, legt meer gevoel in zijn spel, zonder te overdrijven. Kortom, The Courier is goed voor een avond aangenaam vermaak.

Dune, nogal een deceptie

Allicht waren mijn verwachtingen wat te hoog gespannen, want regisseur Denis Villeneuve had met zijn vorige film, Blade Runner 2049, een verpletterende indruk op me gemaakt, maar ik kwam behoorlijk teleurgesteld de bioscoop uit na het zien van Dune, zijn verfilming van Frank Herberts science fiction klassieker. Bordkartonnen karakters, een plot van likmevestje, tot het uiterste opgezwollen muziek en matige visuele effecten. Ik kon helemaal niks bedenken waarvan ik onder de indruk was.

Ja, ik weet dat Dune (het boek) een belangrijke inspiratiebron voor Star Wars is geweest. Maar die films zijn er nu eenmaal, en als je dan het boek verfilmt, weet je dat de vergelijking gemaakt gaat worden (in elk geval met de eerste drie Star Wars films uit de jaren zeventig). Luke Skywalkers training om de messias te worden is dieper doordacht dan die van Paul Atreides. Darth Vader is een interessantere slechterik. Er zit wat humor in. De muziek van John Williams is iconisch. En de duinen van Dune zagen we ook al op Tatooine, inclusief zandmonsters.

Nog één detailpuntje en dan stop ik met zeiken. Er wordt een hele scène uitgetrokken om uit te leggen dat Dune zo droog is dat je er een pak moet dragen om alle lichaamsvocht vast te houden. Vervolgens gaan de helden blootshoofds de woestijn in (zie foto), waarbij ze niet alleen een enorme hoeveelheid vocht uitademen, maar ook nog slangetjes in hun neus hebben die helemaal nergens naartoe gaan. Leg dan niks uit. Heel jammer allemaal, want Villeneuve liet eerder dus zien dat hij wel degelijk andermans klassieker kan nemen en daar op een intelligente, overdonderende manier op voortborduren.