Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

Ronja von Rönne: Ende in Sicht

Ronja von Rönne’s roman Ende in Sicht kocht ik vanwege de oppervlakkige gelijkenis van mijn eigen novelle Venus in het gras: een oudere vrouw genaamd Hella neemt op een roadtrip een verwarde tiener mee die ze langs de kant van de weg heeft aangetroffen. Ze wil het kind natuurlijk terugbrengen naar de ouders, maar die saboteert dat, zodat ze met elkaar opgescheept zitten. Daar houdt de gelijkenis zo’n beetje op.

Bij Ronja von Rönne is de oude vrouw op weg naar euthanasie en probeert de puber zelfmoord te plegen. In elkaas gezelschap vinden ze de zin van het leven terug – dat weet je vanaf de eerste pagina, want het heeft alle kenmerken van een feelgood roman en die eindigt niet in mineur. Het duo maakt niet bijster enerverende maar bij vlagen wel vermakelijke avonturen mee. Hoewel Von Rönne als alwetende verteller inkijkje geeft in de gedachten van beide vrouwen, blijft het waarom van beider doodswens in het luchtledige hangen. Iets met een afwezige moeder en eenzaamheid. Voor echte wanhoop is geen plek, want het moet wel een beetje gezellig blijven.

Frank Westerman: De slag om Srebrenica

De titel De slag om Srebrenica is een beetje misleidend. Dit is een verzameling reportages die Frank Westerman maakte als oorlogscorrespondent in voormalig Joegoslavië. Daar zit één spannende poging bij om de enclave te bereiken, maar het merendeel speelt zich verder van het front af. De reportage uit het vernietigde Vukovar is prachtig, net als die uit de herbouwde stad jaren later.

Deze bundel laat de sterkte en zwakte van Westerman als auteur zien. Hij in onovertroffen in zijn ooggetuigeverslagen. De zoektocht naar en uiteindelijke ontmoeting met Mirjana Markovic, de echtgenote van Slobodan Milosevic, is een toonbeeld van vasthoudende journalistiek (en bij vlagen hilarisch). Het hart van het boek, een reconstructie van de val van Srebrenica, is degelijk maar ontbeert de vonk van de rest van het boek.

Maxim Biller: Im Kopf von Bruno Schulz

In de novelle Im Kopf von Bruno Schulz van Maxim Biller schrijft de hoofdpersoon (die echt bestaan heeft) een brief aan zijn collega-schrijver Thomas Mann om die ervan op de hoogte te stellen dat een dubbelganger van hem is opgedoken in het Poolse stadje Drohobycz. Een zinsbegoocheling, uiteraard, maar eentje die wel behoorlijk uit de hand loopt.

Dit allemaal valt niet los te zien van de tijd waarin het zich afspeelt. Het is 1938. Drohobycz zal het jaar erna door de Sovjets veroverd worden, daarna door de nazi’s en vervolgens weer door de Sovjets (het ligt nu in Oekraïne). Het zijn hallucinante tijden, zeker voor een Jood. Ik vond het een mooie novelle, maar Maxim Biller ontbeert in zijn manier van schrijven net de doorleefde krankzinnigheid van verwante auteurs als Mikhail Bulgakov.

Henry David Thoreau: Canoeing in the Wilderness

Canoeing in the Wilderness klinkt avontuurlijker dan ‘Studeerkamergeleerde gaat kamperen’, maar dat laatste dekt dit reisverslag van Henry David Thoreau beter. Het beslaat een week lange tocht langs de meren, moerassen en bossen van Maine halverwege de negentiende eeuw. Thoreau vertelt in detail wat hij ziet en meemaakt, wat op den duur nogal eentonig is. Dat is echter niet de voornaamste attractie van dit dunne boekje.

Ik heb me vooral vermaakt met de interactie tussen Thoreau en de door hem ingehuurde Indiaan, Polis, voor wie dit helemaal niet de wildernis is, maar de achtertuin waar hij af en toe een eland schiet en toeristen rondleidt. Terwijl Thoreau het steeds zwaarder krijgt, banjert Polis vrolijk voort en vist zijn opdrachtgever uit het bos als die weer eens verdwaald is. Thoreau schrijft het allemaal feitelijk op, maar je proeft als het ware Polis’ gevoel dat hij met een onnozele op stap is.

Lees verder Henry David Thoreau: Canoeing in the Wilderness

Truman Capote: In cold blood

In cold blood van Truman Capote is een controversiële klassieker op de grens van fictie en journalistiek. Het reconstrueert in detail de moord op een gezin in Kansas in 1959, volgt de moordenaars en de politieagenten tot in en voorbij de rechtszaal. Allemaal waar gebeurd, volgens Capote, die weliswaar heel gedegen onderzoek deed, maar ook scènes en dialogen uit zijn duim zoog. De feiten zijn lang geleden, dat het boek nog relevant is heeft te maken met de stijl.

Truman Capote grijpt de lezer bij de strot met zijn dwingende manier van schrijven. De enorm gedetailleerde beschrijvingen brengen het rurale Kansas en zijn bewoners tot leven. Juist door het bij feitelijkheden te houden en empathie met de slachtoffers te vermijden geeft hij je als lezer het gevoel dat je er zelf bij bent in plaats van dat iemand het aan je vertelt.

Lees verder Truman Capote: In cold blood

Putu Wijaya: Telegram

Telegram van de Balinese auteur Putu Wijaya geldt als een mijlpaal in de Indonesische literatuur vanwege het spel met fantasie en werkelijkheid, dat doet denken aan het werk van Cortázar. De lezer weet op een gegeven moment niet meer wat hij nou moet geloven van wat hem wordt verteld.

De hoofdpersoon is een naamloze Balinese journalist in Jakarta (maar uit de context blijkt dat hij de eerstgeborene is, dus Putu of Wayan heet, want zo gaat dat op Bali). Hij krijgt een telegram dat zijn moeder ernstig ziek is, en beseft: nu komen er talloze verplichtingen op hem af, voorgeschreven door de eeuwenoude traditie. Zijn leven in Jakarta kan zomaar ten einde komen. In zijn zoektocht naar uitvluchten wordt het verhaal hallucinant.

Lees verder Putu Wijaya: Telegram

Heinrich Böll: Und sagte kein einziges Wort

Fred Bogner en zijn vrouw Käte kunnen de eindjes niet aan elkaar knopen in het Duitsland van vlak na de oorlog. Met drie kinderen bewonen ze een kamer ergens in een troosteloze stad. In zijn frustratie om de armoede heeft Fred een van de kinderen geslagen. Uit angst dat hij het weer zal doen heeft hij het huis verlaten en zwerft van adres naar adres. Zijn salaris geeft hij aan Käte, zelf bietst hij een bestaan bij elkaar.

Und sagte kein einziges Wort van Nobelprijswinnaar Heinrich Böll vertelt vanuit twee perspectieven een dag in het leven van Fred en Käte. Ze hebben afgesproken in een hotel om samen te kunnen zijn en te bespreken of het mogelijk zal zijn om bij elkaar te blijven, ook al houden ze nog steeds veel van elkaar. Ik vond het een lieve, kleine roman, zonder opschmuck verteld, over twee sukkelaars die moeite hebben perspectief te vinden.

George Eliot – Middlemarch

Middlemarch van George Eliot speelt zich af in het kleinburgerlijke milieu in een fictief Engels stadje zo rond 1830. Het gaat over de dingen die kleinburgers belangrijk vinden: bezit, huwelijk en reputatie. Het plot en de karakters konden me daardoor niet boeien, met uitzondering van de nuchtere Mary Garth, die helaas weinig airtime krijgt.

Toch was het geen straf om Middlemarch te lezen. Dat komt omdat George Eliot een ontzettend goede schrijfster is. Ze observeert scherp en zet haar karakter subtiel maar haarfijn neer. Bij vlagen is dat ontzettend grappig, al zal het oorspronkelijk niet zo bedoeld zijn. Hoewel er stilistisch ook wel wat aan te merken valt (het perspectief zwabbert een beetje) maakt de manier waarop Eliot de afzonderlijke scènes schetst het lezen van deze dikke pil meer dan waard.

Jona Lendering – Oudheidkunde is een wetenschap

Oudheidkunde in de media is doorgaans een bombardement van leuke weetjes, liefst met de toevoeging ‘baanbrekend nieuw inzicht’. Soms is zelfs het weetje onwaar: vooral als het een Bijbeltekst zou bevestigen of ontkrachten is waakzaamheid geboden. De echte doorbraken vinden doorgaans in stilte plaats door nauwkeurige analyse van een heleboel data. De jaarringen van heel veel stukken hout tellen, bijvoorbeeld, of je door duizenden kleitabletten heen worstelen.

Oudheidkunde is een wetenschap van Jona Lendering is in de kern een overzicht van het wetenschappelijke arsenaal dat oudheidkundigen tegenwoordig tot hun beschikking hebben: dateringsmethoden, taalkundige inzichten, luchtfoto’s en radar, dna-analyse, patroonherkenning met kunstmatige intelligentie en meer. Helaas raken veel wetenschappers dat overzicht kwijt, waardoor het bijvoorbeeld kan gebeuren dat taalkundigen vrolijk publiceren over papyri zonder in de gaten te hebben dat het om vervalsingen gaat, want dat is een onderwerp waar andere collega’s zich mee bezig houden.

Lees verder Jona Lendering – Oudheidkunde is een wetenschap

Javier Marías: Tomas Nevinson

Javier Marías wordt alom geroemd om zijn stijl. En het moet gezegd: Tomas Nevinson, in eigen land en ook hier de hemel in geprezen, leest verbazingwekkend soepel. Zelfs de uitlegdialogen, die snel houterig worden, komen natuurlijk over. Marías sleurde me in hoog tempo door het boek heen.

Het plot begint ook goed. Tomas Nevinson, een geheim agent in ruste, wordt van stal gehaald om een terroriste op te sporen. Het moet één van de drie vrouwen zijn die de laatste tijd in een Spaans provinciestadje zijn neergestreken. Hij moet uitzoeken wie van de drie het is en haar dan doden. Weet hij het niet zeker, dan moet hij de meest waarschijnlijke omleggen of desnoods alle drie. De roman gaat over Nevinsons worsteling met zijn geweten: waar ligt de balans tussen een misschien onterechte moord en een mogelijke terreuraanslag met tientallen doden?

Lees verder Javier Marías: Tomas Nevinson