Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

Sayaka Murata: Baren en Moorden

Ergens in een toekomstig Japan kan iedereen die een moord wil plegen daarmee wegkomen door eerst tien kinderen te baren. Dat is de premisse van de novelle Baren en Moorden van Sayaka Murata. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van de zus van een ‘bevaller’, zoals mannen en vrouwen genoemd worden die via hun (al dan niet kunstmatige) baarmoeder een kind op de wereld zetten. Slachtoffer van de moorden heten ‘overlijder’ en worden geëerd om hun offer voor tien nieuwe levens.

Het vergt nogal inlevingsvermogen om je als lezer deze werkelijkheid eigen te maken. Dat Murata daarin slaagt is alleszins knap. Ze doseert de informatie op zo’n manier dat je stap voor stap die wereld in getrokken wordt. Maar begrijpen hoe het in elkaar zit is iets anders dan meevoelen. Uiteindelijk is de vertelling te afstandelijk en onwerkelijk om echt indruk te maken.

Kaveh Akbar: Martyr!

Als een boek Martyr! heet en gaat over een jongeman met Iraanse roots die op zoek is naar een bestemming in het leven, gaan je gedachten al gauw uit naar radicalisering en een terreurdaad. En misschien is dat ook wel precies wat Kaveh Akbar en diens uitgever je willen laten geloven als je deze roman ter hand neemt. Maar nee, dit is een persoonlijke zoektocht over betekenis geven aan je leven die het zoekt in het persoonlijke in plaats van het grootse gebaar.

Kaveh Akbar is een vaardige verteller die goed weet te doseren met flashbacks, plotwendingen en psychologische beschouwingen. Alleen de finale plotwending kwam wel heel erg als een deus ex machina uit de lucht vallen om allerlei verhaallijnen aan elkaar te breien, waardoor het verhaal alsnog iets gekunstelds kreeg. Ik heb het met veel plezier gelezen en het talent spat van de pagina’s, maar het geheel overtuigde uiteindelijk niet.

Aleksandr Skorobogatov: Achter de donkere wouden

Aleksandr Skorobpgatov, de hoofdpersoon van Achter de donkere wouden door Aleksandr Skorobogatov, verkeert in diepe rouw. Zijn vijftienjarige zoon is door een gruwelijk misdrijf om het leven gekomen. De gebeurtenis confronteert hem met het verlies, maar ook met zijn eigen tekortkomingen: tien jaar ervoor heeft hij het huis verlaten om er nooit meer terug te komen, terwijl hij zijn zoon nog zo beloofd had dat hij er altijd zou zijn om hem te beschermen. Over peilloos verdriet gaat het, over onvermogen en de tevergeefse zoektocht naar troost.

Het boek is geschreven als een monoloog tegen de overleden zoon (dus eigenlijk tegen zichzelf). Plotmatig zit het sterk in elkaar, met steeds nieuwe invalshoeken over de achtergrond van de moord. De rouw staat echter centraal, los van het plot. Af en toe vond ik het zelfbeklag wat larmoyant worden, maar over het geheel vond ik het een krachtig verhaal, met veel ingehouden woede en uiteindelijk toch nog iets van een hoopvol slot.

Cho Nam-Joo: Kim Jiyoung, geboren 1982

De premissie van Kim Jiyoung, geboren 1982, de bestseller van Cho Nam-Joo trok me aan: een jonge moeder imiteert de stemmen van andere vrouwen, levend en zelfs dood. Een intrigerende binnenkomer voor een roman, die me deed denken aan De Vegetariër van Hang Kang. Dit deel van het plot is echter al na tien pagina’s voorbij.

Wat daarna volgt is een lange litanie, compleet met voetnoten ter bewijs, over de vele manieren waarop werkende vrouwen in Zuid-Korea worden achtergesteld. En nog een slothoofdstuk waarin Jiyoungs psychiater ten tonele verschijnt om te vertellen dat ‘de symptomen’ aan het verdwijnen zijn. Prima natuurlijk om een roman te wijden aan een groot maatschappelijk probleem. Maar zet er geen vlag op die de lading volstrekt niet dekt.

(en bij de derde druk had zo onderhand die d/t-fout op de achterflap wel gecorrigeerd mogen zijn)

Peyami Safa: Surgical Ward 9

Surgical Ward 9 van Peyami Safa verscheen in het jaar dat Turkije overging van Ottomaans Turks in Arabisch schrift, naar modern Turks in Latijns schrift. Het gaat over een puber met een ernstige botziekte, die daarvan graag genezen wil worden maar moeite heeft om de offers te brengen die de artsen van hem vragen (zoals: loop voortaan met een kruk om je kapotte knie te ontlasten). Ondertussen is hij ook nog tot over zijn oren verliefd op de vier jaar oudere Nüzhet, die op het punt staat uitgehuwelijkt te worden.

Het is een mooi en verdrietig verhaal dat in eigen land als klassieker geldt. Een deel van de lading gaat verloren in de vertaling, licht het nawoord toe. Safa gebruikt soms Ottomaanse en soms Turkse woorden die in het Engels dezelfde vertaling krijgen. Af en toe komt dat verschil even aan de oppervlakte, bijvoorbeeld in de Ottomaanse naam van het ene ziekenhuis en de Turkse naam van een ander, moderner ziekenhuis. Het verhaal over een jongen wiens been misschien geamputeerd moet worden om zijn leven te redden, gaat over veel meer dan alleen die jongen.

Ernest van der Kwast: Schooljaren

Drie weken geleden verscheen Schooljaren van Ernest van der Kwast en de roman is alweer aan zijn derde druk toe. Meer dan in zijn eerdere romans – eigenlijk altijd tragikomedies – weet Van der Kwast deze keer de balans te vinden tussen komedie en ontroering.

Het verhaal volgt een vriendengroep door vijf jaren op de middelbare school, van kinderen tot semi-volwassenen. Er zijn running gags die telkens terugkeren, maar de karakters groeien ook en krijgen daardoor diepgang. Herkenbaarheid alom, voor iedereen die ooit op school heeft gezeten of er nu nog op zit. Dat laatste is cruciaal, want deze roman lijkt specifiek geschreven voor deze doelgroep, die bij literatuurlessen maar al te vaak geconfronteerd wordt met verhalen die ver buiten hun belevingswereld liggen.

NB: ik ken Ernest al bijna dertig jaar en via mijn stichting Letterhaven loopt een project rondom het boek om het boek te geven aan duizenden scholieren in Rotterdam, in combinatie met een lespakket (waar het schrijven van een boekverslag hopelijk geen deel van uitmaakt).

Joseph Andras: Faraway the Southern Sky

Faraway the Southern Sky van Joseph Andras volgt de voetstappen van Ho Chi Minh in diens Parijse jaren. Daar is het nodige over bekend, want de latere vader van de revolutie in Vietnam werd door de geheime dienst in de gaten gehouden. Andras wisselt beschrijvingen van het huidige Parijs af met historische feiten over de man die in de eerste plaats een antikoloniale activist was en koos voor het communisme als de stroming in het westen die het meeste uitzicht bood op onafhankelijkheid voor Vietnam.

Andras won ooit voor zijn eerste roman de Prix Goncourt, die hij weigerde omdat schrijven volgens hem geen wedstrijd is. Het stilistische talent spat van de tachtig pagina’s. Het is me alleen niet duidelijk waarom er ‘a novel’ op de cover staat, want dit is toch echt non-fictie. Tenzij je vindt dat het in dat geval minder poëtisch geschreven had moeten zijn. Hoe dan ook, het was een leerzaam genoegen om te lezen.

Daniël Dee: Bijna vijftig en nog steeds niets bereikt

Aan het eind van Bijna vijftig en nog steeds niets bereikt laat Daniël Dee zijn vriend C, die hier Marcel heet, het boek alvast afkraken: “weinig verheffend of verrassend … verhalen zonder plot of pointe … klagen over futiele ongemakken … in een stijl die het midden houdt tussen oeverloze breedsprakigheid en Rotterdamse no-nonsense.” Het is een pijnlijke recensie, vooral omdat die niet ver bezijden de waarheid is.

Zo is er wel meer pijnlijk en niet ver bezijden de waarheid aan dit boek. Daniël Dee schrijft openhartig over zijn scheiding, gebrekkige omgang met zijn kinderen, alcoholisme, nieuwe liefde en onmacht op allerlei andere vlakken. De etalage waarin Dee zijn tekortkomingen legt, maakt je als lezer tot een wat ongemakkelijke voyeur. Tegelijkertijd heb je soms het gevoel dat je ook niet verder komt dan de etalage, dat het je niet vergund is een blik in de winkel zelf te werpen.

NB: De vorige keer zat ik nog wat verstopt in Dee’s roman, maar deze keer passeer ik onder eigen naam de revu (op pagina 189), dus valt er aan mijn betrokkenheid niets te ontkennen.

David Szalay: Flesh

István is een emotioneel onverschillige puber en later man wiens conversationele vaardigheden vooral bestaan uit ‘goh’, ‘is goed’ en ‘geen idee’. Niettemin willen alle vrouwen sex met hem in Flesh van David Szalay, tevens auteur van het prachtige All that man is. István verdient zijn geld als militair en later als bodyguard. Szalay beschrijft het allemaal in een afstandelijke, kort afgemeten stijl die past bij het vlakke karakter van zijn hoofdpersonage. Niet bijster interessant, wel goed geschreven.

Dan, op tweederde van het boek, bezit István ineens de motivatie, verstandelijke vermogens en sociale vaardigheden om een projectontwikkelaar in Londen te zijn (het geld komt van zijn miljardairsvrouw Helen, het enige niet-platte karakter in het verhaal, hoewel je als lezer wel begrijpt waarom ze haar bodyguard zou neuken, maar niet waarom ze met hem zou trouwen). Zodra István failliet gaat is hij deze karaktereigenschappen ook weer kwijt. In die passages verandert Szalays schrijfstijl mee: langere zinnen, psychologische beschouwingen, zelfs iets van empathie. De noodzaak van dit alles blijft in nevelen gehuld.

Lees verder David Szalay: Flesh

Albert Camus: A happy death

A happy death is een vroeg werk van Albert Camus dat pas na zijn dood verscheen. De hoofdpersoon heeft dezelfde naam, Patrice Meursault, als die van De vreemdeling. Er wordt ook een moord gepleegd en de dader is er onverschillig over, net als over zijn eigen naderende dood.

Er zijn ook verschillen. Deze Meursault pleegt de moord om het geld van het slachtoffer te stelen. Hij wordt niet gepakt en kan van het fortuin een leuk leven leiden. Omdat dit toch niet bevredigend blijkt, trekt hij zich terug in een huis aan de kust, waar hij overdenkt wat geluk betekent en uiteindelijk sterft aan tbc.

Lees verder Albert Camus: A happy death