Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

Judith Schalansky: Verzeichnis einiger Verluste

Ik las weer eens een gek boek, Verzeichnis einiger Verluste door Judith Schalansky, van wie ik eerder een ander curieus boek las. Dit boek, vertaald als Inventaris van enkele verliezen, bevat twaalf stukken over dingen die verloren zijn gegaan, van een atol in de Stille Oceaan en een villa in Rome tot de Kaspische tijger en de gedichten van Sappho.

Sommige stukken zijn intieme vertellingen, bijvoorbeeld over een meisje dat speelt tussen de ruïnes van een herenhuis. De ene keer lees je een stuk Wikipedia, de andere keer kruip je in de huid van de oude profeet Mani. Elk van de stukken vertelt op in een eigen stijl over verlies. Af en toe schoot mijn Duits tekort, vooral wanneer Schalansky voor lange, complexe zinnen koos. Tussen ieder van de stukken, telkens exact zestien pagina’s lang, bevindt zich een donkergrijze pagina met een afbeelding in zwarte inkt. Schalansky is namelijk ook ontwerpster. haar boeken hebben altijd een visuele component.

Ik vind het moeilijk hier iets van te vinden, net als de vorige keer. Het is ontegenzeglijk knap en intrigerend, maar het blijft ook een beetje hangen in abstracties. ‘Das wundersamste Buch des Jahres’, schreef Die Zeit erover. Daar sluit ik me maar bij aan.

Elif Shafak: 10 Minutes 38 Seconds in This Strange World

Een prostituée is vermoord. Haar hart is gestopt, maar haar hersens werken nog. In 10 Minutes 38 Seconds in This Strange World kruipt de Brits-Turkse schrijfster Elif Shafak in het hoofd van Leila, die in haar laatste tien minuten haar leven aan zich voorbij ziet trekken, van haar ongelukkige jeugd in Van tot de laatste treurige, maar niet ongelukkige jaren in een Istanbuls bordeel.

Dat deel van het boek is fantastisch: een sfeervolle schets van Van, in het uiterste oosten van Turkije, in de jaren vijftig en zestig, het ongemak van de jonge Leira, die zich vrij probeert te vechten terwijl haar vader juist steeds traditioneler wordt, de vlucht naar de moderniteit, naar Instanbul, de onvermijdelijke teleurstelling, het bedrog, de gelaten landing in het bordeel, het opbouwen van vriendschap aan de geminachte raffelranden van de samenleving. Allemaal meesterlijk verteld door Elif Shafak.

Wanneer Leila’s laatste gedachte uitdooft, gaat het boek nog ruim honderd pagina’s verder. Haar vriendinnen proberen haar een waardige begrafenis te geven. Dat is een mooie inzet om het verhaal af te ronden, maar het gesol met het lijk neemt slapstickachtige vormen aan en het vijftal bodysnatchers blijft hangen in karikaturen. Misschien is het contrast bewust, maar bij mij werkte het niet.

Olga Tokarczuk: De rustelozen

Is het eigenlijk wel een roman, De Rustelozen van Nobelprijswinnares Olga Tokarczuk? Die vraag begint zich na een pagina of tachtig op te dringen, als het tot de lezer begint door te dringen dat hij misschien niets meer gaat horen over Kunicki, de man wiens vrouw en dochtertje spoorloos verdwijnen op hun vakantie-eiland. Er is een ik-verteller, maar er zijn ook losse anekdotes en andere, niet afgeronde vertellingen.

In de loop van het boek beginnen zich de thema’s op te dringen: reizen, ontworteling, de ontleding van het menselijke lichaam – allemaal verschijnselen van de rusteloosheid uit de titel. De eenheid zit niet in de verhaallijnen, maar in de beelden, details en intuïtieve verbanden. ‘Constellatieromans’ noemt Tokarczuk het zelf. Heel knap en innovatief, ik heb het gefascineerd en in hoog tempo gelezen. Maar na afloop vroeg ik me wel een beetje af of Tokarczuk werkelijk iets te vertellen heeft.

Hans van Willigenburg: Houden van Trump

In de debuutroman van dichter Hans van Willigenburg heeft Donald Trump een beetje de rol die alcohol heeft in het werk van Charles Bukowski. De cynische cabaretier die de hoofdpersoon is van Houden van Trump weet ergens wel dat zijn obsessie met de Amerikaanse president weinig goeds gaat brengen, maar het genot van de ontregeling is te groot. Hij geniet van de optredens, hij fluistert Donalds naam in het oor van een escortdame, hij zoent het televisiescherm.

Het fijne aan Donald Trump is niet diens grootse prestatiedrang, maar de weerzin die hij bij anderen oproept. De cabaretier geniet met volle teugen. Ondertussen is een gehaaide, rancuneuze journaliste bezig zijn geheim te openbaren, wat desastreuze gevolgen zou kunnen hebben voor zijn carrière. Maar heeft ooit een alcoholist een biertje laten staan omdat één of ander wijf moeilijk dreigde te gaan doen. Nee toch?

Hans (hij is mijn uitgever bij Douane) zal het me maar moeten vergeven dat ik hem literair lager aansla dan Bukowski. Hij maakt het zichzelf ook niet makkelijk door te kiezen voor het perspectief van de tweede persoon enkelvoud. Stilistisch wordt dat al snel enigszins geforceerd. Dat neemt echter niet weg dat Houden van Trump een heerlijke roman is over hedendaagse mediagekte.

David Grossman praat bij B&M over Het leven speelt met mij

Oorspronkelijk zou David Grossman in het voorjaar naar Rotterdam komen om bij Boek & Meester te praten over zijn nieuwe roman Het leven speelt me mij. Toen werd het najaar en uiteindelijk wordt het een virtueel interview, aanstaande zaterdag 17 oktober om 20 uur. Er is beperkt plaats voor publiek in Arminius, maar het gesprek tussen Grossman en Ernest van der Kwast is ook via Zoom te volgen (kaartjes).

De roman gaat over Vera, een Joodse communiste die in de Tweede Wereldoorlog samen met de liefde van haar leven als partizaan vocht, maar daarna in ongenade is gevallen. Omdat ze weigert haar man af te vallen, wordt ze naar een strafkamp gestuurd. Haar dochter Nina wordt bij een tante ondergebracht. Voor het meisje voelt dat als verraad: haar moeder had ook kunnen kiezen de loyaliteit aan haar kind voorrang te geven boven die aan haar man.

Lees verder David Grossman praat bij B&M over Het leven speelt met mij

Vier keer Moldaviet: Neruda, Hostovský, Šindelka, Kriseová

Er zouden meer series moeten zijn als de Perlouses en Moldaviet van uitgeverij Voetnoot, mooie reeksen korte verhalen en novellen die een staalkaart bieden van een literaire cultuur, in genoemde gevallen de Franse en Tsjechische. Omdat ik een poosje in Praag gewoond heb, volg ik met name de Moldaviet met grote belangstelling, al liet ik de jongste vier delen veel te lang in de kast staan voor ik ze las.

Praagse kleine luyden is een novelle van Jan Neruda uit 1877, over een rechtenstudent die naar een rustige buurt denkt te verhuizen, zodat hij zich op een belangrijk examen kan voorbereiden. Al snel blijkt het grote huis waar hij een kamer huurt een web van kluchtige intriges te zijn waar hij onvermijdelijk in verstrikt raakt (en ook een beetje omdat hij niet zo heel veel zin heeft in zijn examens). De thematiek is enigszins gedateerd, maar de vertelwijze van Neruda is in de vertaling van Kees Mercks opmerkelijk eigentijds.

Lees verder Vier keer Moldaviet: Neruda, Hostovský, Šindelka, Kriseová

Lucy Ellmann: Ducks, Newburyport

Ruim twintig jaar geleden las ik Man or Mango van Lucy Ellmann. Een schrijfster om in de gaten te houden, dacht ik toen. Toch vergeten. Tot vorig jaar Ducks, Newburyport op de shortlist van de Booker belandde. Een dikke pil van duizend pagina’s, goeddeels bestaand uit één zin. Het fascineerde me direct, al zag ik er ook een beetje tegenop. Inmiddels heb ik het uit. Wat een indrukwekkende prestatie – en in weerwil van de premisse ook goed leesbaar.

De roman is een stream of consciousness van een nerveuzige huisvrouw in Ohio, die haar gedachten laat gaan over wapenbezit, Amerikaanse filmsterren, poffertjes, haar honden, Donald Trump, maar vooral over haar verhouding tot haar overleden moeder en haar oudste dochter Stacey. Een plot is er niet in de lange opeenvolging van associaties, maar langzamerhand krijg je als lezer wel een beeld van deze vrouw, die een wetenschappelijke carrière heeft laten lopen en nu geld verdient met het bakken van taarten. Tegen het eind gebeurt er zelfs iets waardoor er een thriller-element in het narratief sluipt. Al met al een beklemmend beeld van het hedendaagse Amerika.

Lees verder Lucy Ellmann: Ducks, Newburyport

Nolans Tenet is één lange adrenalinekick

Als de held moet kiezen tussen het redden van de wereld en het meisje, kiest de held altijd voor het meisje. Vervolgens redt hij alsnog ook de wereld. Tenet is op die filmregel geen uitzonder, behalve dat regisseur Christopher Nolan het emotionele gedoe eromheen achterwege laat. Want wij, zijn publiek, moet en zal dik twee uur achter elkaar opgejaagd in de bioscoopzaal zitten en dan zijn romantische scenes alleen maar stoorzenders. Aan karakterontwikkeling doet Nolan ook niet.

Dialoog in Tenet dient twee doelen: 1) het plot vooruit helpen, en 2) de kijker nog iets bijbrengen van waar dat plot in ‘s hemelsnaam op slaat. De aarde wordt aangevallen vanuit de toekomst. Er is een Russische oligarch die de aarde om zeep wil helpen. Dit kan hij doen als hij negen voorwerpen verzamelt die samen ‘het algoritme’ vormen. En er bestaat een aantal machines waarmee je de ‘entropie’ van voorwerpen kunt ‘omdraaien’, met als gevolg dat je niet vooruit, maar achteruit leeft in de tijd.

Lees verder Nolans Tenet is één lange adrenalinekick

Aleksandr Skorobogatov: De wasbeer

Het is niet moeilijk om een absurdistische hervertelling van het bijbelboek Job te zien in De wasbeer van Aleksandr Skorobogatov, de Witrussische auteur die sinds jaar en dag in België woont. Het zit hem namelijk niet mee in het leven, deze wasbeer. Zijn ouders, broers en zussen worden opgepeuzeld door de wolven. Zijn geliefde gaat de showbizz in, wat inhoudt dat ze opgezet in een natuurhistorisch museum belandt. Maar hij slaat zich erdoorheen en vindt uiteindelijk troost bij God de Heer, die hem leert golfen.

Op weg daarheen snelt de wasbeer van het ene avontuur naar het andere, solliciteert tevergeefs bij de grootste commerciële bank ter wereld, rijdt op een locomotief die geen rails nodig heeft, levert strijd met aliens, probeert te vliegen, breekt al zijn ledematen ontelbare malen en overweegt om de haverklap zelfmoord, als zijn leven al niet om andere redenen aan een zijden draadje hangt. In alles wordt hij achtervolgd door de schrijver, die het verhaal vertelt aan zijn metgezel, de lezer. Ergens halverwege zetten schrijver en lezer het samen op een zuipen, waardoor ze een cruciale passage missen waarin de wasbeer trouwt met een overspelige haaibaai.

Kortom, wie niet per se gehecht is aan logica komt danig aan zijn trekken in deze roman over een nietige eenling die zich door het leven worstelt. Het boek heeft één zwaar minpunt: het babbelt als een dolle. Alsof je Herman Brusselmans leest. Dat is eventjes leuk, maar dik 500 pagina’s houdt een mens niet vol. Wie op iedere pagina de helft overslaat, mist niks. Op dit vlak had een eindredacteur goed werk kunnen leveren.

Yoko Ogawa: The housekeeper and the professor

Een alleenstaande moeder gaat werken als huishoudster van een wiskundige die na een ongeluk alleen zijn laatste tachtig minuten kan onthouden, dus geen nieuwe herinneringen meer aanmaken. Iedere dag opnieuw stelt ze zich voor. Iedere dag werkt hij aan zijn rekenkundige problemen. Op een gegeven moment wordt ook haar zoontje vaste gast in het krappe appartement. Dat is de premisse van The housekeeper and the professor van Yoko Ogawa.

Tussen het drietal ontwikkelt zich een merkwaardige genegenheid. De huishoudster en haar zoon hechten zich aan de hulpeloze oude man. De professor zelf hecht zich iedere dag opnieuw aan hun aanwezigheid. Samen ondernemen ze kleine dingen, bijvoorbeeld een bezoek aan de kapper. Het grote avontuur is een bezoek aan een honkbalwedstrijd. De professor kent alle statistieken uit zijn hoofd, maar hij heeft nog nooit een echte wedstrijd bijgewoond.

Er staan nogal wat formules in deze roman, want de professor neemt zijn missie serieus om zijn gasten wat bij te brengen over getaltheorie. De verdienste van Yoko Ogawa is dat zij de theorieën volkomen ongeforceerd in het verhaal weeft. Het is een literaire juxtapositie, de eeuwigheid van de getallen tegenover de vergankelijkheid van het leven. In alle kleine wendingen zit betekenis, tot aan de laatste zin toe. Een knap maar ook ontroerend meesterwerk.