Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

Michelle van Dijk: Witter dan sneeuw

Judith Mulder, de hoofdpersoon van Witter dan Sneeuw, de jongste roman van Michelle van Dijk (disclaimer: ik ken de auteur als zo’n twintig jaar), is te slim om in haar tienerjaren nog te hechten aan de eendimensionale God van haar ouders. De warmte die een Pinkstergemeente kan bieden, voelt ze evenmin. Dus breekt ze met het geloof en kiest voor de vrijheid van veel seks, maar ook onbevredigende relaties, een burnout en op een haar na dakloosheid.

Het zou een standaard Nederlandse geloofsafvalroman kunnen zijn, ware het niet dat je deze op twee totaal verschillende manieren kunt lezen. Vanuit de seculiere invalshoek is Judith een door haar religieuze jeugd getraumatiseerde jonge vrouw, die daarmee afrekent door alles te doen wat God verboden heeft, en als ze daarmee klaar is eindelijk rust vindt in haar leven. Maar als je met een meer religieus oog kijkt, lees je over een jonge vrouw die verward raakt als ze het veilige geloofshuis verlaat, het dwaalspoor van de troosteloze seks betreedt, maar uiteindelijk toch nog verlossing vindt, weliswaar niet door een terugkeer naar de kerk, maar wel door afstand te nemen van het zondige pad.

Lees verder Michelle van Dijk: Witter dan sneeuw

Ishmael Reed: Flight to Canada

Flight to Canada van Ishmael Reed speelt zich tegelijkertijd af tijdens de Amerikaanse burgeroorlog en in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Raven Quickskill ontsnapt van een plantage in Virginia en is zo onverstandig een gedicht te publiceren waarin hij zijn reisplannen (met een Jumbo Jet) verraadt. Hij krijgt er tweehonderd dollar voor, zodat hij zijn reis ook daadwerkelijk kan maken. Het gedicht is nog niet gepubliceerd, maar iedereen kent het al. Op de vlucht voor zijn eigenaar Massa Swille ontmoet hij een reeks gedenkwaardige karakters, waaronder Abraham Lincoln en Princess Quaw Quaw, met wie hij een stormachtige relatie begint. Getweeën ontsnappen ze naar Canada over een koord dat over de Niagara watervallen is gespannen.

Valt er chocola te maken van dit verhaal? Nee, eigenlijk niet – en dat doet er ook niet toe. De verwikkelingen zijn onnavolgbaar, niet in het minst door de voortdurende anachronismen. Het is met veel plezier geschreven, vol spitse dialogen. Uiteindelijk gaat het uiteraard over vrijheid. Het vergt weinig fantasie om in Massa Swile, die ook na het einde van de oorlog tot het uiterste gaat om zijn bezit terug te halen, een symbool te zien van de aanhoudende ongelijkheid.

Tijdens het lezen bekroop me het gevoel dat het nodige mij ontging, bij gebrek aan voldoende kennis over de zwarte gemeenschap in de jaren zestig en zeventig. In alle schijnbare chaos zit echter een systematische verkenning van de manieren waarop zwarte Amerikanen omgingen met de slavernij en omgaan met de hedendaagse achterstelling. Van Uncle Robin, de trouwe dienaar van Massa Swile (en vervalser van diens testament), tot Stray Leechfield, die als pornoacteur hoopt genoeg geld te verdienen om zichzelf vrij te kopen (“Alles wat ik op deze manier met mijn lichaam verdien, is voor mezelf”). Absolute aanrader als je tegen een absurdistisch stootje kunt.

Tarjei Vesaas: The Ice Palace

Noorwegen, ergens halverwege de vorige eeuw. Twee meisjes van elf, het muurbloempje en de populairste van de klas, sluiten vriendschap. De avond nadat ze elkaar hebben laten merken hoeveel ze voor elkaar voelen, gaat het verlegen meisje op ontdekkingstocht naar een bevroren waterval. Ze wurmt zich door een nauwe spleet, wordt bevangen door de kou en is daarna onvindbaar. Met dat gegeven begint The Ice Palace (vertaald als Het IJspaleis) van de Noorse schrijver Tarjei Vesaas.

Het boek gaat over het schuldgevoel van Siss, het meisje dat achterblijft. Is hun ontmoeting de oorzaak dat Unn niet naar school kwam? Ook anderen vermoeden dat er iets gebeurd is, maar ze kan niks vertellen, want dat heeft ze haar vriendin beloofd. Een belofte die ze niet gaat breken, want dan zou ze Unn verraden. Siss trekt zich steeds verder terug in zichzelf en neemt zo als het ware de plaats van haar verdwenen vriendin in.

Ik heb de novelle in één ruk uitgelezen. Dat was vooral te danken aan de manier waarop Vesaas in korte maar subtiele zinnen voortdurend de spanning weet op te voeren. Het leest voor een belangrijk deel als een thriller. Als psychologische roman vond ik het minder goed uit de verf komen. Met name de groepsdynamiek van de schoolkinderen onderling kwam nogal bedacht over. De natuurbeschrijvingen daarentegen zijn majestueus.

Onoda: absurde, komische en ontroerende film

Drie uur lang kijken naar twee verwarde Japanse soldaten die na 1945 nog bijna dertig jaar de oorlog voortzetten op een Philippijns eiland – ik moest me er even overheen zetten, maar werd beloond met een prachtfilm over de kameraadschap tussen luitenant Hiroo Onoda en zijn secondant Kinshichi Kozuka. Zij krijgen in de nadagen van de oorlog de waargebeurde opdracht om een guerilla voor te bereiden op het eiland Lubang in afwachting van de terugkomst van het Japanse leger. Die opdracht wordt nooit teruggetrokken, dus zij blijven op hun post.

Dat absurde gegeven leidt tot absurde scènes, maar ultiem is dat niet waar de film over gaat. Wanneer de omstandigheden eenmaal een feit zijn, blijven er twee mannen over die in isolatie proberen te overleven, volledig op elkaar aangewezen, strijdvaardig maar ook bang voor ontdekking, omdat dit hun opdracht in gevaar zou kunnen brengen.

Na de dood van Kozuka in een schermutseling met eilandbewoners moet Onoda het in zijn eentje rooien, tot men zijn commandant uit de oorlog opspoort om hem het bevel te verstrekken zich alsnog over te geven. Het hoogtepunt van de film, een scène die tegelijkertijd intens smerig en liefdevol is, is dan al lang geweest. Toch leef je als kijker tot het laatst mee met Onoda, wiens leven bijkans voorbij gegaan is als een zinloos ritueel. Die zinloosheid daalt in bij de overgave. Het is dat hij daadwerkelijk nog gevaarlijk was, anders zou het hem vergund zijn geweest tot in lengte van dagen de trotse buitenpost van het keizerlijke leger te zijn.

Fleur Jaeggy: SS Proleterka

Je puberdochter meenemen op een cruise met allemaal gedistingeerde dames en heren tot wie je zelf ook een zekere afstand voelt, omdat zij niet financieel geruïneerd zijn en jij wel. Op de een of andere manier vindt Johannes, de vader van de hoofdpersoon in SS Proleterka van de de Zwitserse schrijfster Fleur Jaeggy, het een goed idee. Hij kent zijn dochter ook nauwelijks, want die woont bij haar moeder, of eigenlijk bij haar grootmoeder of in een internaat. Logischerwijs verveelt het kind zich te pletter en legt het aan met diverse bemanningsleden.

Het verhaal wordt vertelt vanuit de ouder geworden dochter, die naamloos blijft. De vader is overleden, ze haalt herinneringen op aan hem en aan haar treurige jeugd, omringd door mensen die weinig liefde voor haar voelen – de afwezige vader misschien nog wel het meest.

De vertelstijl van Fleur Jaeggy is even afgemeten en afstandelijk als de verhouding tussen haar hoofdpersonen. Korte zinnen, harde oordelen. Knap hoe ze met een paar woorden situaties en karakters kan neerzetten. Er wordt in 100 pagina’s ontzettend veel verteld. Alleen jammer dat Jaeggy in de laatste pagina’s een overbodige deus ex machina nodig heeft om het verhaal rond te breien. Dat doet een beetje af aan deze verder zo precies uitgevoerde novelle.

Wolfgang Hilbig: Oude afdekkerij

Op het eerste gezicht lijkt Oude Afdekkerij van de Duitse auteur Wolfgang Hilbig te gaan over Oost-Duitse jeugdherinneringen. De naamloze hoofdpersoon was als kind gefascineerd door een vervallen kolencentrale en de bossen daaromheen. Hij zwierf er rond, tegen de wil van zijn ouders, en maakte zichzelf tot een outcast met zijn zonderlinge gedrag. Als jongeman keert hij er terug.

Het proza is pittig. Lange, associatieve zinnen die veel beschrijven, maar weinig uitleggen. De jeugdherinneringen en de terugkeer lopen door elkaar heen, zodat je soms in het ongewisse blijft of de observaties het heden of het verleden beschrijven. Andere keren maakt Wolfgang Hilbig het expliciet door de kindertijd te noemen of de kolencentrale te omschrijven als het abatoir dat het in latere jaren is geworden. Het resultaat is een intrigerend en bij vlagen hallucinant verhaal.

Ongeveer halverwege het boek begonnen mij aanwijzingen op te vallen dat het boek niet alleen gaat over een jongeman die zich probeert te verhouden tot zijn eenzame jeugd, maar dat het ook een duistere allegorie is voor de toenmalige DDR, waar Hilbig (1941-2007) opgroeide en werkte, tot hij er in 1985 uitgezet werd. Hoe de schrijver dat precies voor elkaar krijgt, laat ik in het midden, maar het maakt Oude Afdekkerij een des te indrukwekkender novelle.

The Father, geslaagd op twee fronten

Met een topacteur als Anthony Hopkins kun je een film laten slagen puur op het acteerwerk. En Hopkins is in vorm in The Father, als een dementerende man. Alleen al met zijn ogen is hij fenomeel, de doffe blik van de verwarring, de twinkeling als hij ineens een idee krijgt, de verontwaardiging wanneer iemand zijn herinneringen afwijst.

Maar regisseur en scenarist Florian Zeller doet meer dan alleen registreren hoe de vader steeds meer de weg kwijt raakt en de dochter (ook mooi neergezet door Olivia Colman) steeds onzekerder wordt of zij de verzorging nog wel aankan. Door het verhaal niet lineair te vertellen, op een manier die in de verte aan het werk van Christopher Nolan doet denken (maar dan subtieler), trekt hij de kijker zowel in het perspectief van de vader als van de dochter mee.

Kortom, dit is een op twee fronten geslaagde film. Alle prijzen dubbel en dwars verdiend.

Thomas Mann: Der Zauberberg

In een vlaag van overmoed nam ik mij voor om deze zomer Der Zauberberg van Thomas Mann, 1100 pagina’s Duits dus, te lezen. Het lukte. Maar daarmee is alles wel zo’n beetje gezegd. Ik heb me erdoorheen geworsteld en soms een beetje gesmokkeld als de blaaskaken Settembrini en Naphta weer eens in een oeverloos twistgesprek belandden. Dit hoogtepunt in de wereldliteratuur valt voor mij in dezelfde categorie als Anna Karenina en Madame Bovary. Zo’n verhaal waar je voortdurend de hoofdpersoon een schop onder z’n kont wil geven om op te houden met de aanstelleritis.

De hoofdpersoon op de toverberg heet Hans Castorp, die voor drie weken zijn neef Joachim gaat bezoeken in een luxe sanatorium, dat wordt gerund door twee kwakzalvers met een artsendiploma. De patiënten worden bezig gehouden met vijf maaltijdmomenten per dag en ‘ligkuren’. Er zijn echte zieken en mensen die het wel goed uitkomt dat iemand ze ziek noemt. In de laatste categorie valt Hans, een 23-jarige puber, die met een verkoudheid wordt gediagnostiseerd en dan zeven jaar blijft hangen.

Lees verder Thomas Mann: Der Zauberberg

Gunnar Gunnarsson: De goede herder

Voor de 27ste keer gaat Benedikt aan het begin van de winter de IJslandse bergen in om achtergebleven schapen te zoeken. Al op de eerste pagina’s van De goede herder proef je dat Gunnar Gunnarsson zijn hoofdpersoon moed aan het inpraten is. Dit is nu eenmaal wat hij altijd doet vlak voor kerst. Ook Sigridur, de huisvrouw op de laatste hoeve voor de wildernis, is er niet gerust op. Ze bedelft de dorpelingen, die vertrouwen op de goedheid van Benedikt om ook wat andere klusjes voor hen te klaren, onder sarcastische opmerkingen.

Veel later dan gepland gaat Benedikt uiteindelijk op pad met zijn hond Leo en zijn hamel Knoest. De winter slaat toe, een sneeuwstorm raast over. Met moeite weet Benedikt een hol te bereiken dat hij ooit heeft uitgegraven om in te schuilen, terwijl zijn proviand slinkt. En dan heeft hij ook nog geen schaap gevonden.

Lees verder Gunnar Gunnarsson: De goede herder

Philip Dröge: Moederstad

Met Jakarta heb ik helemaal niets. Vol, vuil en niet bezienswaardig. Ik raad iedereen die erheen gaat aan om meteen de trein naar Bogor te nemen – al is dat tegenwoordig zo goed aan de hoofdstad vastgegroeid. Toch slaagt Philip Dröge (van wie ik eerder Tambora las) er zowaar in iets van zijn liefde voor de stad op mij over te brengen met Moederstad, een verhaal over de moderne stad, de archeologische erfenis van de Nederlanders en zijn voorouders van wie de eerste al vlak na de oprichting van Batavia aan wal ging.

Door die omstandigheid kan Philip Dröge zo’n beetje de complete historie van de stad schetsen aan de hand van zijn familiegeschiedenis. Zo wordt een verhaal dat anders abstract zou blijven ineens heel persoonlijk. Daardoorheen weeft hij een aantal bezoeken aan de moderne stad, waarin hij op zoek gaat naar plaatsen waar zijn verwanten gewoond hebben. En passant komen ook wat andere plekken van belang voorbij – en de constatering dat het oude Batavia behoorlijk onzichtbaar is geworden, maar tegelijkertijd alomtegenwoordig, bijvoorbeeld omdat de infrastructuur van wegen en wijken intact is gebleven.

Lees verder Philip Dröge: Moederstad