Amnestie regelen is zo eenvoudig niet

1820

Dictators regelen meestal amnestie op het moment dat ze ten onder dreigen te gaan, in ruil voor vrijwillig vertrek. Gekozen leiders proberen zichzelf met wetten te bevoordelen tijdens hun zittingsperiode. Denk aan Berlusconi en dezer dagen aan Desi Bouterse, die het vervelend vindt dat dertig jaar oude moorden hem nog steeds worden nagedragen. Deze tweede strategie is nodig als je de touwtjes in je land niet volledig in handen hebt.

In het geval van Berlusconi is de opzet niet helemaal geslaagd. Bouterse gaat zijn wet wel door het parlement krijgen, niet door volksvertegenwoordigers het pistool op de borst te zetten, maar gewoon door politiek gekonkel. Al zegt Bouterses advocaat de amnestiewet helemaal niet nodig te hebben, omdat hij sowieso vrijspraak wil, geen veroordeling en dan amnestie.

Bouterses troef op dit moment is niet zozeer zijn mogelijkheid te marchanderen met coalitiegenoten, maar zijn populariteit bij de bevolking, slim gepaaid met verkiezingsbeloften. Het maakt het lastig hem nu achter de tralies te krijgen, ook al zou de amnestiewet niet worden aangenomen. De steun van het volk kun je echter net zo makkelijk verliezen (om over konkelende politici nog maar te zwijgen). En dan krijg je alsnog gedonder, zoals nu dreigt voor Hugo Chavez in Venezuela. Hij regelde ook een amnestie voor zichzelf en zijn vriendjes, maar nu zijn positie wankel is, wordt die amnestie onmiddellijk ondergraven.

Ook in andere landen in de regio (Chili, Argentinië, Uruguay) sleten zelf geregelde amnestiewetten van leiders met een luchtje weg, zodra democratisch gekozen leiders vaste voet aan de grond hadden. Bouterse kan deze ronde misschien nog winnen, maar hij zal in het zadel moeten sterven, wil de gerechtigheid hem niet achterhalen. (sg)