Verontrustende Ishiguro

1334

Natuurlijk vraag je je op de eerste bladzijde van ‘Never let me go‘ van Kazuo Ishiguro af wat de 31-jarige hoofdpersoon Kathy precies bedoelt, als ze zegt dat ze een zorger is, wier donoren het zo ontzettend goed doen. Maar dan begint ze te vertellen over haar jaren op de luxe kostschool Hailsham, en haar vrienden Ruth en Tommy.

Pas honderd bladzijden verder begrijp je wat die kostschool is en waarom geen van de kinderen er ouders hebben en de hoeders zo geheimzinnig doen. Er ontrolt zich een verontrustend verhaal, waarin de kwetsbaarheid van het leven voortdurend door de puberbeslommeringen heen schemert.

Ishiguro is geen groot stylist. De manier waarop hij consequent scènes aan elkaar praat met kleine flash forwards, is zelf irritant te noemen. Maar hij bezit de gave om je morele verontwaardiging te voeden met een precieze dosering van informatie over het lot dat Kathy, Ruth en Tommy te wachten staat.

‘Never let me go’ is een moeilijk te plaatsen boek. Het is een Bildungsroman, maar ook een horrorstory, een morele parabel en een toekomstvisie. In ieder geval literatuur op de hoogste trede.