Blogs in de categorie Literatuur

Een schrijversechtpaar woont in een rustig deel van Tokyo. Onmin is er niet, maar ze leven ook voor een belangrijk deel langs elkaar heen. Dan wandelt de kat van de buren steeds vaker bij hen binnen. Beiden ontwikkelen ze een eigen relatie met het dier. Dat eenvoudige gegeven ligt ten grondslag aan The guest cat van Takashi Hiraide (in het Nederlands: De kat). Het wordt ook niet veel ingewikkelder.

Haraide neemt rustig de tijd om het oude huis rond een binnenplaats te beschrijven, de traditioneel vormgegeven tuin, een kleine enclave waar het leven in alle kalmte voorbij kan trekken. De kat komt aanwaaien, krijgt af en toe een visje, raakt zo vertrouwd met het echtpaar dat hij soms blijft slapen. Langzaam gaat hun leven om de kat draaien. Onvermijdelijk komt de dag dat het dier wegblijft. Ook die wending leidt niet tot groot drama.

De novelle is traag, het plot minimaal. Normaal gesproken heb ik daar geen geduld mee. Maar door deze 140 melancholische pagina’s gleed ik moeiteloos heen. Dat is te danken aan de serene schrijfstijl van Takashi Hiraide. De traagte komt niet voort uit zinloze uitwijdingen, maar door liefdevolle beschrijvingen van het leven rond de binnenplaats. Zo precies maat houden, het is weinigen gegeven.

‘Aardbei en chocola’ is vooral bekend van de gelijknamige film (Fresa y chocolate), maar de grondslag is een verhaal van Senel Paz, dat ruim 25 jaar na dato in het Nederlands vertaald is. Het is vooral belangrijk vanwege de rol die het gespeeld heeft bij het bespreekbaar en maatschappelijk acceptabel maken van homoseksualiteit op Cuba.

Hoofdpersoon David is een jonge communist, die tegen zijn zin in een toneelstuk van Ibsen speelt. Daarmee trekt hij de aandacht van Diego, homoseksueel en kenner van subversieve literatuur. Er ontwikkeld zich een vriendschap, die bij David veel twijfel zaait. Hij speelt met de gedachte Diego aan te geven wegens contrarevolutionaire activiteiten, maar de wederzijdse genegenheid lijkt het te winnen. Dan blijkt ook Diego iets in zijn schild te voeren.

De kracht van Paz’ verhaal zit erin dat hij weinig expliciet maakt – ongetwijfeld de reden waarom het op Cuba door de beugel kon. Door David als hoofdpersoon te kiezen in plaats van Diego weet hij de lezer bovendien mooi mee te nemen in de twijfels van een ontluikende homoseksuele jongeman. Dat Paz soms wat uitleggerig is zij hem vergeven. Het blijft een mooi en moedig verhaal.

Om aan zijn verstikkende huwelijk te ontkomen wendt de 73-jarige Désiré Cordier dementie voor. Zo verovert hij een plekje in een verzorgingstehuis. Daarvoor moet hij onberekenbaar worden, enkel incoherente taal uitslaan, zijn vrouw en kinderen niet meer herkennen en in zijn broek poepen, maar het is het waard. En dan blijkt ook zijn jeugdliefde in hetzelfde tehuis te zijn opgenomen. Een mooie premisse heeft De laatkomer van Dimitri Verhulst zeker.

Het is ook niet moeilijk te zien waarom het een verfilmde beststeller werd. Désiré moppert er een eind op los, de opservarties zijn pijnlijk en raak, de gebeurtenissen bij vlagen ontroerend en hilarisch. Het verhaal is knap opgebouwd. Op haperingen in de laconieke stijl zul je Verhulst niet betrappen.

Toch wringt er iets. Dat zit in het karakter van Désiré. Hoe kan iemand die verbitterd is geraakt in decennia huwelijk ineens zo opgeruimd kiezen voor de rol van demente bejaarde? Waarom kan hij het leven als aftakelende sul wel licht opnemen, terwijl hij het bij zijn vrouw niet uithield? Maar goed, ‘De laatkomer’ is ook eerder bedoeld als komedie dan als psychologische roman, vermoed ik.

Patrick Modiano won de Nobelprijs voor de literatuur in 2014. Ik begon daarom met enige verwachtingen aan Ring Roads, het laatste deel van zijn trilogie over de bezettingsjaren in Frankrijk. Het viel een beetje tegen. Stilistisch was er niets mis mee. Modiano weet het beklemmende leven onder de Duitse overheersing prachtig neer te zetten, soms in een paar woorden. Maar het verhaal…

Hoofdpersoon Serge strijkt neer in een dorpje waar zijn vader Chalva het hoofd boven water houdt in gezelschap van dubieuze lieden die hem ieder moment kunnen verraden. Zolang hij zijn nut bewijst, is hij veilig. Serge heeft zijn vader meer dan tien jaar niet gezien en houdt zijn identiteit verborgen. Halverwege de roman wordt duidelijk dat een pijnlijke gebeurtenis de oorzaak is van hun scheiding, terwijl ze tot die tijd als oplichters samen optrokken. Serge wil zijn vader redden, maar weet niet of dat op prijs gesteld wordt, gegeven ‘het incident’.

Dat laatste gok ik, want uit het verhaal wordt het niet duidelijk. Het gaat heel veel over het dronkemansgebral van de journalist/afperser en zijn vriend de ex-legionair, die de vader in hun omgeving dulden. Wat precies het arrangement is, wordt nergens helder. Waarom Serge zo omslachtig te werk gaat bij het ‘redden’ van zijn vader blijft ook in nevelen gehuld. Vrijwel achteloos pleegt Serge een zinloze moord die alleen maar ellende kan veroorzaken. En als vader en zoon uiteindelijk op de vlucht slaan, denk je ook niet: die zien ze nooit meer terug.

Kortom, wat mij vrijwel vanaf de eerste bladzijde hinderde was het compleet ontbreken van logica of noodzaak voor de handelingen van de personages. Men doet maar wat – terwijl je zou denken dat Joden die in bezet Frankrijk het vege lijf willen reden wat meer geconcentreerd te werk zouden gaan. Misschien is dat geklungel juist het punt dat Patrick Modiano wil maken, maar ik houd nu eenmaal van wat meer coherentie. (Overigens is dit een van Modiano’s vroegste romans, dus beschouw dit niet als een oordeel over zijn auteurschap als geheel)

A general theory of oblivion van José Eduardo Agualusa is het eerste boek van een Angolese auteur dat ik ooit las. Een veilige keuze, min of meer, als je aanneemt dat de shortlist van de Man Booker Prize een kwaliteitsstempel is. Het onderwerp intrigeerde me ook direct: op de avond voor de onafhankelijkheid van Angola metselt een Portugese vrouw zich in in haar appartement in Luanda. Dertig jaar verschanst ze zich daar, tot een kleine gauwdief via het balkon binnensluipt.

In de loop van het verhaal glippen steeds meer personages het plot binnen, dat op den duur nogal onoverzichtelijk wordt. Een buurman die een nijlpaard op zijn balkon houdt, bijvoorbeeld, en zijn oude vriend, de politieke gevangene die miljonair geworden is en die hem uit het appartement uitkoopt. Op een gegeven moment duikt er een alwetende verteller op die samenzweert met de lezer (“laten we nu terugkeren naar …”). Er valt dus wel een en ander aan te merken op het werk van Agualusa.

Maar wat een heerlijke roman. Korte, snappy scènes. Kleurrijke personages. Bizarre wendingen. Af en toe een gedicht ertussendoor. Allemaal geschreven in een kraakheldere stijl. Agualusa laat misschien af en toe een steek vallen, maar ‘A general theory of oblivion’ verdient een groot publiek. Er is overigens een Nederlandse vertaling.

Nadat ik Italo Calvino’s klassieker ‘Invisible Cities’ uitgelezen had, voelde ik me een beetje dom. Binnen een raamvertelling met Marco Polo en Kublai Khan biedt Calvino tientallen beschrijvingen van abstracte steden. Ik had werkelijk geen idee wat ik hiermee moest. De wikipedia-pagina met een matrix van de verschillende soorten steden bracht enige uitkomst. De steden zijn parabels over de menselijke conditie. Zo ver was ik ook gekomen.

De betiteling roman impliceert dat er een verhaal verteld gaat worden. Dat doet Calvino hier niet, anders dan in If on a winter’s night a traveller, ook een conceptuele roman. Invisible Cities is een matrix van ideeën. Calvino verdient alle bewondering om zijn originaliteit en de mathematische precisie waarmee hij zijn ideeën vormgeeft. Ik zal hem blijven lezen om ervan te leren als schrijver, niet zozeer omdat zijn boeken me werkelijk raken.

Het boek heet Minna needs rehearsal space.
Het boek is geschreven door Dorthe Nors.
Het boek gaat over Minna.
Minna’s vriendje Lars heeft het uitgemaakt.
Minna is ongelukkig.
Minna is bijna veertig.
Minna wil een kind.
Minna heeft een opdringerige zus die Elisabeth heet.
Minna mist haar vader.
Minna is hard aan vakantie toe.
Het boek heeft niet zo’n bijzonder verhaal.
Het boek is experimenteel geschreven.
Het boek houdt niettemin de aandacht vast.
Christian heeft het boek met plezier gelezen.

Jonathan mag bij gebrek aan bewijs naar huis. Het is het woord van zijn advocaat tegen dat van het meisje. Hij is vastbesloten nooit meer zoiets te doen. Daarvoor heeft hij van de psychiater een werkboek meegekregen. Als hij maar netjes zijn oefeningen maakt, zal hij zich niet meer misdragen, en al helemaal niet jegens het nieuwe buurmeisje in haar strakke badstofbroekje. Echt, aan Jonathan, de hoofdpersoon in Muidhond van Inge Schilperoord, dat ik eindelijk las (het verscheen in 2015), zal het niet liggen.

Als lezer weet je al vrij snel dat dit goed kan gaan. Jonathan is niet zo slim en laat zich makkelijk meeslepen in obsessies. Het eenzame meisje klampt zich aan hem vast. Samen zorgen voor de hond Milk en de naamloze muidhond, een gewonde vis die Jonathan uit een meertje heeft opgevist. Jonathan ziet kans de vis een beetje op te lappen, maar kijkt dan machteloos toe hoe het steeds slechter gaat met de vis, die uiteindelijk met zijn buik boven komt drijven.

Nu moet ik goed opletten, dacht Jonathan. Nu. Het begint nu. Hij legde zijn trillende handen in zijn schoot en wreef met de duim van zijn rechterhand langzaam over het kootje van zijn linker, in de hoop dat het hem kalm zou maken.

De eerste zinnen van Muidhond

Schilperoord dwingt de lezer knap in de gedachtengang van de zedendelinquent. Het is moeilijk om een hekel te krijgen aan Jonathan, ondanks wat hij gedaan heeft en weer zal doen. Hij doet zo zijn best om zich te gedragen, maar het lukt hem gewoon niet. Aan het eind wijkt Schiperoord weg van de gebeurtenis waar ze op aanstuurt, naar een niet minder gruwelijk einde. Dat is ergens wat gemakzuchtig. Dit neemt echter niet weg dat ze met Muidhond een beklemmend verhaal geschreven heeft dat de lezer onvermijdelijk bij de strot grijpt en door de pagina’s sleurt.

Na een nachtmerrie besluit de jonge vrouw Yeong-hye om vegetariër te worden. Zoiets doe je in Zuid-Korea alleen als je een strikte boeddhist bent. Dus haar man, de verteller in het eerste deel van De vegetariër, vindt het maar genant. Hij kan zich met haar eigenlijk niet meer in het openbaar vertonen, zeker niet nadat ze bij een etentje met zijn baas geen hap door haar keel heeft gekregen.

In dat eerste deel van de roman, die in 2016 de Man Booker International Prize won, lijkt het alsof schrijfster Han Kang je een Murakami-achtig universum binnen gaat leiden, met steeds mysterieuzere gebeurtenissen. Dat is niet het geval. In het tweede deel wordt Yeong-hye’s gedrag beschreven vanuit het perspectief van haar zwager, die haar uit de kleren wil praten. Het gemak waarmee dat lukt beangstigt hem – en dat is niet geheel onterecht. Het derde deel laat Yeong-hye’s oudere zus aan het woord. Er is dan niets bovennatuurlijks aan het verhaal, alleen gruwelijke werkelijkheid.

Han Kang, gevierd in eigen land, schreef de eerste twee delen, ‘De vegetariër’ en ‘Mongolenvlek’, oorspronkelijk als afzonderlijke verhalen. Pas het derde deel, ‘Vlammende bomen’, verbindt ze aan elkaar, zij het op een manier die net wat te uitleggerig is. Zodra die uiteenzetting achter de rug is, slaat dat derde deel een eigen koers in naar een indrukwekkende finale.

Een Franse fotograaf en illustratrice, op bezoek in Seoul, struikelen over een kleine boedhistische monnik die Frans blijkt te spreken. Zij zien in hem een manier om het authentieke Korea te leren kennen, hij in hen hefboom om in het buitenland te geraken. De ontmoeting zet een hele reeks aan vreemde gebeurtenissen in gang in The Little Buddhist Monk van de Argentijnse auteur César Aira.

Na wat struinen door de straten van Seoul en een goede lunch met champagne stapt het trio op de trein naar een afgelegen tempel waar nooit toeristen komen, aldus de monnik. De perfecte plek voor fotograaf om zijn bijzondere techniek op los te laten. Terwijl hij bezig is, begint wel op te vallen dat de overige monniken zich vreemd gedragen. Heel intrigerend, al moet er wel een deus ex machine aan te pas komen om het verhaal tot een goed einde te brengen.

Aira is een ouderwetse verteller. Niks show don’t tell, de Argentijn kent de gedachten van al zijn karakters en beschrijft de gebeurtenissen van een afstand. Voor een vreemd verhaal als dit werkt dat prima. Maar door het afgeraffelde plot aan het eind blijf je als lezer toch met een onbevredigd gevoel achter.