Aanbevolen romans en novellen

In 1994 stond ik aan het Meer van Ohrid, op de grens van Macedonië en Albanië. De straten van het plaatsje Ohrid stonden vol borden in het Duits en Nederlands, maar buiten mij waren er geen toeristen. De Bosnische oorlog had de route afgesneden. Het meer was Mediterraan blauw, maar toen ik een dag later met de bus erlangs reest naar de grens met het zojuist geopende Albanië, leek het leigrijs. Dat was voor mij de trigger om Ieder zijn eigen meer van de Macedonische auteur Nenad Joldeski te kopen. Dit zegt de flaptekst:

“In het zuidwesten van Macedonië, dicht bij de Albanese grens, ligt het Meer van Ohrid. Iedereen beleeft dat meer op zijn eigen manier. Voor de een is het helderblauw, zilverachtig of wit, voor de ander is het inktzwart, zoals voor de aan heimwee lijdende Russische heer Nezlobinski.”

Lees meer Nenad Joldeski: Ieder zijn eigen meer

Of dogs and walls van Yuko Tsushima is een bundeltje met twee verhalen door een van Japans grootste schrijfsters van de vorige eeuw. Het zijn allebei raamvertellingen in het bestek van enkele tientallen kleine pagina’s.

Het eerste verhaal, The watery realm, begint met een vader die een plastic kasteel koopt voor het aquarium van zijn zoontje. Hij herinnert zich scenes uit zijn eigen jeugd en zijn moeder, die daarvandaan de rol van verteller overneemt om het over haar eigen pijnlijke jeugd te hebben en de verdrinkingsdood van haar man. De duistere godin van het water hangt als een sluier over het verhaal, dat zich in korte, feitelijke scenes ontrolt.

In het titelverhaal loopt een vrouw langs een muur die haar doet denken aan de hond van haar moeder. Binnen een pagina verschuift het perspectief: de ik-verteller wordt een zij, de ene keer aangeduid als ‘de dochter’ (als het gaat over de relatie met haar moeder) of ‘de zuster’ (als het gaat over de relatie met haar geestelijk gehandicapte broer). Net als in het eerste verhaal gaat de tijd bitterzoet voorbij.

Yuko Tsushima bezit dezelfde gave als Raymond Carver om een karakter in een paar alinea’s neer zetten, niet door ze te beschrijven, maar door ze iets te laten doen. Dit één-pond-Penguin-boekje bevat twee juweeltjes die smaken naar meer.

Francin zou willen dat zijn Maryska zicht wat meer als een fatsoenlijke vrouw zou gedragen, maar als hij een fatsoenlijke vrouw had willen hebben, had hij beter met iemand anders kunnen trouwen, althans zo denkt Maryska zelf erover, want bij haar spat de levenslust ervanaf en daar kan ze niks aan doen, hoe veel ze ook van Francin houdt. Ze fietst met korte rok, haar lange blonde harend wapperend in de wind, ze klimt in de schoorsteen van de brouwerij, ze slacht een varken en knipt de staart van de hond af. En ze flirt met iedereen, dat ligt nu eenmaal in haar aard.

Enfin, het is Bohumil Hrabal, dus het slapstickgehalte is hoog in de novelle Cutting it Short (in eigen land verfilmd als Postřižiny), een guitig portret van het provinciestadje Nymburk tussen de twee oorlogen. Het plot bestaat eruit dat Maryska haar streekjes uithaalt en dat haar man het met lede ogen aanziet, maar dat ze teveel van elkaar houden om ruzie te maken. Hrabal vertelt het met onnoemlijk veel plezier en daar word je als lezer ook weer vrolijk van.

Girl meets Boy van Ali Smith is een moderne variant op de mythe van Iphis en Ianthe die door Ovidius in de Metamorfosen werd opgetekend. Iphis is opgegroeid als jongen, maar eigenlijk een meisje. Ianthe wordt verliefd op haar. Het is wederzijds. De bruiloft is al gepland wanneer Iphis toch wat nerveus wordt hoe dat nou moet in de huwelijksnacht en smeekt de godin Isis om haar in een man te veranderen.

De versie van Ali Smith speelt zich af in Schotland. De onbezorgde Anthea rommelt wat aan in haar leven en heeft van haar zus Midge een baantje toegespeeld gekregen bij een commercieel waterbedrijf. De twee wonen samen in het oude huis van hun grootouders. Dan valt Anthea voor Robin, die onder het pseudoniem Iphis actie voert tegen het bedrijf. Robin trekt bij de twee zussen in. De minnaars hebben het gezellig met z’n tweeën, maar de tobberige Midge vraagt zich af hoe dat nou moet. Toen het boek geschreven werd in 2007, kende Schotland het homohuwelijk nog niet.

Vlak voor het eind, als de actie zich kortstondig uit Inverness naar Londen verplaatst, dreigt de roman even te ontsporen. Er worden wereldproblemen bij gehaald, de ceo van Midge’s bedrijf biedt haar een topbaan aan, terwijl hij haar naam niet eens weet, maar haar wel probeert aan te randen. Na dat intermezzo keert het intieme verhaal terug dat Girl meets Boy tot dat moment was, en werkt keurig naar een happy end toe. Fris en vlot geschreven, met een scherpe boodschap zonder moeilijk te doen. Leuk boek.

De Russische muur van Alisa Ganijeva is een curieus boek. Verschillende perspectieven buitelen over elkaar heen. Er zitten lange passages in van een andere roman, geschreven door een personage dat kort voorbijkomt. De lezer bladert voortdurend heen en weer naar de zestien pagina’s verklarende woordenlijst vanwege termen uit een handvol Kaukasische talen.

Dit is het verhaal: in de hoofdstad van de Russische deelrepubliek Dagestan gaat het verhaal rond dat de Russen een muur langs de grens aan het bouwen zijn. De muur is misschien niet fysiek, maar in elk geval wel symbolisch. Door het wegvallen van de Sovjet Unie is ook de lijm opgelost die de deelrepubliek met zijn dozijn nationaliteiten bijeen hield. Wat wordt de nieuwe identiteit? Iedere minderheid eist zijn plek op. En de islamisten hebben ook een antwoord.

Lees meer Alisa Ganijeva: De Russische muur

De hoofdpersoon van De Kolibri, de nieuwe roman van Sandro Veronesi, is een oogarts die alles graag bij het oude houdt. Marco Carrera heet hij. Het verhaal gaat over zijn levenslange liefde voor Luisa, leven en dood van zijn ouders, de kleindochter in wie hij uiteindelijk zijn levensbestemming vindt. Uiteraard blijft er helemaal niets bij het oude. De kolibri moet hard met zijn vleugels klapperen om een beetje op zijn plek te blijven.

Naast het melancholieke verhaal valt De Kolibri op door de mix van stijlen. De roman begint op negentiende-eeuwse wijze, met een verteller die de lezer bij de hoofdpersoon introduceert en hints geeft van wat hem te wachten staan. Even makkelijk schakelt Veronesi echter naar moderne stijlmiddelen, zoals transcripties van mailtjes, zonder dat het geforceerd overkomt. Ook de betogen over milieurampen en vluchtelingen vallen als vanzelf op hun plek.

Kortom, Sandro Veronesi is een topgast voor Boek & Meester. Een rasverhalenverteller die vele stijlen beheerst en actuele thema’s niet schuwt in wat verder een tijdloze familieroman is. Hij is op 28 februari in Worm te Rotterdam, vanaf 20 uur. Eerst een interview door Ernest van der Kwast, daarna gelegenheid tot vragen stellen, zowel publiek als persoonlijk tijdens de signeersessie. Koop nu kaartjes.

Leonora Carrington was een Brits-Mexicaanse schrijfster en schildenares van de surrealistische school. Ik las een bundel met al haar korte verhalen, die ze in het Engels, Frans en Spaans schreef. Het is een klein literair oeuvre, net als haar schilderijen overigens. Maar het is wel behoorlijk uniek.

Het zijn korte, plotloze verhalen met veel bizarre ontmoetingen, pratende dieren, donkere bossen en andere sprookjeselementen. Allemaal hebben ze iets duisters, morbide over zich – inderdaad ook zoals veel sprookjes. Een moraal of pointe is er dan weer niet. De naoorlogse vertellingen (ongeveer een derde van het totaal) hebben merendeels een iets andere toon: wat moderner, met her en der referenties aan de actualiteit en soms zelfs iets dat op een verhaallijn lijkt.

Al met al een intrigerende bundel, maar als je een paar verhalen achter elkaar gelezen hebt, begint het wel een beetje op een maniertje te lijken. In detail voorspelbaar is een surrealistisch verhaal nooit, maar na de zoveelste absurde wending kijk je daar niet meer van op. De verhalen van Leonora Carrington zijn de moeite waard, maar kunnen best in kleine doses genoten worden.

Euthanasie, seks en revolutie, dat zijn de ingrediënten van Ayu Utami‘s roman Larung. Wat de drie onderwerpen gemeen hebben is dat ze geen gebruikelijk gespreksonderwerp zijn in Indonesië. Althans, niet in het openbaar. De openhartigheid van Utami opende een heel nieuw genre in de Indonesische literatuur.

Larung, de hoofdpersoon van de roman, is een stille jongeman die in het eerste deel zijn dementerende grootmoeder ombrengt door beheksing. Daarna verdwijnt hij buiten beeld voor de liefdesperikelen van een groep jonge vrouwen in de aanloop naar de val van Suharto. Larung keert in het derde deel terug als een leider van het verzet tegen de dictatuur die een aantal jongemannen in veiligheid moet brengen.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Larung als roman matig geslaagd is. Daarvoor hangen de delen teveel als los zand aan elkaar (met name deel 1 is als zelfstandig verhaal overigens wel heel geslaagd). Maar daar ligt dan ook niet de betekenis van het boek. Het gaat erom wát er verteld wordt, niet hoe. De betekenis van deze roman is in de eerste plaats lokaal, Indonesisch.

Telkens wanneer ik een boek over Nederlands Indië lees, valt me op hoe weinig dat land te maken heeft met de plaats waar ik opgroeide – geografisch op dezelfde plek, maar er verder een wereld van verwijderd. De laatste keer dat ik er was, vertelde iemand me dat Nederland hier ooit de baas geweest was. Hij leek het een bizar weetje te vinden dat hij graag met me deelde voor het geval ik het niet wist.

Enfin, met die context begon ik dus (eindelijk) aan De tolk van Java van Alfred Birney. De hoofdmoot van deze autobiografische roman beslaat de memoires van Arto Noland, de vader van de ik-figuur, die tijdens de Japanse bezetting en de aansluitende Indonesische vrijheidsoorlog de ene na de andere tegenstander van de Nederlanders ombrengt met zwaarden, dolken en alles wat hij maar in handen heeft. Daaromheen vertelt Birney het verhaal hoe deze getraumatiseerde massamoordenaar eenmaal in Nederland een gezin sticht en dat vervolgens terroriseert.

Een vrolijk boek is het niet, wel dwingend en zakelijk geschreven over een deel van de Nederlandse geschiedenis dat er doorgaans bekaaid vanaf komt – ook in Indonesië zelf. In een artikel (in het Indonesisch) dat ik vond over de actie rond Bondowoso waar het in de roman over gaat, las ik niks over wreedheden van Nederlandse kant, alleen over het dappere verzet tegen de agresi militar Belanda. En ik vond een foto van Indonesische jongeren die het graf schoonmaken van Djemilah Birnie, een voorouder van de auteur. Het trauma van de geschiedenis, hoe gewelddadig ook, is aan het wegslijten.

Nog een Japans boek dat op de stapel lang: Silence van Shusaku Endo, drie jaar geleden verfilmd door Martin Scorcese. In de previews daarvan kwam nogal de nadruk te liggen op fysieke martelingen, die in het boek wel een rol spelen, maar er niet centraal staan. De roman uit 1966 gaat over de geestelijke kwellingen van een jonge Portugese priester in Japan.

De context is even eenvoudig als onverbiddelijk. In het Japan van 1640 staat christenen, als ze ontdekt worden, de doodstraf te wachten. Twee Portugese priesters nemen het op zich om de verdrukte gelovigen bij te staan en gaan clandestien aan land. Daar komen ze er al snel achter dat hun aanwezigheid leidt tot een verhoogde jacht op de lokale christenen, die meermaals hun leven geven om de twee priesters te beschermen. Een van de priesters vindt de marteldood, de ander wordt in leven gehouden. De bedoeling is dat hij, als voorbeeld voor de christenen, zijn geloof publiekelijk zal opgeven onder dreiging van marteling.

Lees meer Shusaku Endo: Silence