Aanbevolen romans en novellen

Colum McCann: Let the Great World Spin

Slechts zelden grijpt een roman mij meteen al in de eerste zin of alinea. Mijn favoriete voorbeeld is het begin van Paul Austers Leviathan. Maar de eerste zinnen van Colum McCann in Let the Great World Spin zijn nog sterker, omdat ze onmiddellijk intrigeren zonder Austers gewelddadige shock effect.

Those who saw him hushed. On Church Street. Liberty. Cortlandt. West Street. Fulton. Vesey. It was a silence that heard itself, awful and beautiful. Some thought at first that it must have been a trick of the light, something to do with the weather, an accident of shadowfall. Others figured it might be the perfect city joke – stand around and point upward, until people gathered, tilted their heads, nodded, affirmed, until all were staring upward at nothing at all, like waiting for the end of a Lenny Bruce gag.

De met prijzen overladen roman vervlecht een aantal levensverhalen van beschadigde mensen die elkaar raken in New York op de dag in 1974 dat een koorddanser tussen de twee torens van het WTC wandelt. Een Ierse monnik die zijn appartement in de Bronx open stelt voor de drugsverslaafde tippelaars op zijn stoep. De vrouw van een rechter die rouwt om haar in Vietnam omgekomen zoon. De kunstenares die even terug is van het platteland waar ze zich heeft teruggetrokken. Niet allemaal even interessante personages, maar McCann geeft ze allemaal een eigen stilistische stem. Bovenal slaagt hij erin de treurigheid te beschrijven zonder het optimisme te laten varen. Aanrader.

Michelle van Dijk: Witter dan sneeuw

Judith Mulder, de hoofdpersoon van Witter dan Sneeuw, de jongste roman van Michelle van Dijk (disclaimer: ik ken de auteur als zo’n twintig jaar), is te slim om in haar tienerjaren nog te hechten aan de eendimensionale God van haar ouders. De warmte die een Pinkstergemeente kan bieden, voelt ze evenmin. Dus breekt ze met het geloof en kiest voor de vrijheid van veel seks, maar ook onbevredigende relaties, een burnout en op een haar na dakloosheid.

Het zou een standaard Nederlandse geloofsafvalroman kunnen zijn, ware het niet dat je deze op twee totaal verschillende manieren kunt lezen. Vanuit de seculiere invalshoek is Judith een door haar religieuze jeugd getraumatiseerde jonge vrouw, die daarmee afrekent door alles te doen wat God verboden heeft, en als ze daarmee klaar is eindelijk rust vindt in haar leven. Maar als je met een meer religieus oog kijkt, lees je over een jonge vrouw die verward raakt als ze het veilige geloofshuis verlaat, het dwaalspoor van de troosteloze seks betreedt, maar uiteindelijk toch nog verlossing vindt, weliswaar niet door een terugkeer naar de kerk, maar wel door afstand te nemen van het zondige pad.

Lees verder Michelle van Dijk: Witter dan sneeuw

Ishmael Reed: Flight to Canada

Flight to Canada van Ishmael Reed speelt zich tegelijkertijd af tijdens de Amerikaanse burgeroorlog en in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Raven Quickskill ontsnapt van een plantage in Virginia en is zo onverstandig een gedicht te publiceren waarin hij zijn reisplannen (met een Jumbo Jet) verraadt. Hij krijgt er tweehonderd dollar voor, zodat hij zijn reis ook daadwerkelijk kan maken. Het gedicht is nog niet gepubliceerd, maar iedereen kent het al. Op de vlucht voor zijn eigenaar Massa Swille ontmoet hij een reeks gedenkwaardige karakters, waaronder Abraham Lincoln en Princess Quaw Quaw, met wie hij een stormachtige relatie begint. Getweeën ontsnappen ze naar Canada over een koord dat over de Niagara watervallen is gespannen.

Valt er chocola te maken van dit verhaal? Nee, eigenlijk niet – en dat doet er ook niet toe. De verwikkelingen zijn onnavolgbaar, niet in het minst door de voortdurende anachronismen. Het is met veel plezier geschreven, vol spitse dialogen. Uiteindelijk gaat het uiteraard over vrijheid. Het vergt weinig fantasie om in Massa Swile, die ook na het einde van de oorlog tot het uiterste gaat om zijn bezit terug te halen, een symbool te zien van de aanhoudende ongelijkheid.

Tijdens het lezen bekroop me het gevoel dat het nodige mij ontging, bij gebrek aan voldoende kennis over de zwarte gemeenschap in de jaren zestig en zeventig. In alle schijnbare chaos zit echter een systematische verkenning van de manieren waarop zwarte Amerikanen omgingen met de slavernij en omgaan met de hedendaagse achterstelling. Van Uncle Robin, de trouwe dienaar van Massa Swile (en vervalser van diens testament), tot Stray Leechfield, die als pornoacteur hoopt genoeg geld te verdienen om zichzelf vrij te kopen (“Alles wat ik op deze manier met mijn lichaam verdien, is voor mezelf”). Absolute aanrader als je tegen een absurdistisch stootje kunt.

Tarjei Vesaas: The Ice Palace

Noorwegen, ergens halverwege de vorige eeuw. Twee meisjes van elf, het muurbloempje en de populairste van de klas, sluiten vriendschap. De avond nadat ze elkaar hebben laten merken hoeveel ze voor elkaar voelen, gaat het verlegen meisje op ontdekkingstocht naar een bevroren waterval. Ze wurmt zich door een nauwe spleet, wordt bevangen door de kou en is daarna onvindbaar. Met dat gegeven begint The Ice Palace (vertaald als Het IJspaleis) van de Noorse schrijver Tarjei Vesaas.

Het boek gaat over het schuldgevoel van Siss, het meisje dat achterblijft. Is hun ontmoeting de oorzaak dat Unn niet naar school kwam? Ook anderen vermoeden dat er iets gebeurd is, maar ze kan niks vertellen, want dat heeft ze haar vriendin beloofd. Een belofte die ze niet gaat breken, want dan zou ze Unn verraden. Siss trekt zich steeds verder terug in zichzelf en neemt zo als het ware de plaats van haar verdwenen vriendin in.

Ik heb de novelle in één ruk uitgelezen. Dat was vooral te danken aan de manier waarop Vesaas in korte maar subtiele zinnen voortdurend de spanning weet op te voeren. Het leest voor een belangrijk deel als een thriller. Als psychologische roman vond ik het minder goed uit de verf komen. Met name de groepsdynamiek van de schoolkinderen onderling kwam nogal bedacht over. De natuurbeschrijvingen daarentegen zijn majestueus.

Fleur Jaeggy: SS Proleterka

Je puberdochter meenemen op een cruise met allemaal gedistingeerde dames en heren tot wie je zelf ook een zekere afstand voelt, omdat zij niet financieel geruïneerd zijn en jij wel. Op de een of andere manier vindt Johannes, de vader van de hoofdpersoon in SS Proleterka van de de Zwitserse schrijfster Fleur Jaeggy, het een goed idee. Hij kent zijn dochter ook nauwelijks, want die woont bij haar moeder, of eigenlijk bij haar grootmoeder of in een internaat. Logischerwijs verveelt het kind zich te pletter en legt het aan met diverse bemanningsleden.

Het verhaal wordt vertelt vanuit de ouder geworden dochter, die naamloos blijft. De vader is overleden, ze haalt herinneringen op aan hem en aan haar treurige jeugd, omringd door mensen die weinig liefde voor haar voelen – de afwezige vader misschien nog wel het meest.

De vertelstijl van Fleur Jaeggy is even afgemeten en afstandelijk als de verhouding tussen haar hoofdpersonen. Korte zinnen, harde oordelen. Knap hoe ze met een paar woorden situaties en karakters kan neerzetten. Er wordt in 100 pagina’s ontzettend veel verteld. Alleen jammer dat Jaeggy in de laatste pagina’s een overbodige deus ex machina nodig heeft om het verhaal rond te breien. Dat doet een beetje af aan deze verder zo precies uitgevoerde novelle.

Wolfgang Hilbig: Oude afdekkerij

Op het eerste gezicht lijkt Oude Afdekkerij van de Duitse auteur Wolfgang Hilbig te gaan over Oost-Duitse jeugdherinneringen. De naamloze hoofdpersoon was als kind gefascineerd door een vervallen kolencentrale en de bossen daaromheen. Hij zwierf er rond, tegen de wil van zijn ouders, en maakte zichzelf tot een outcast met zijn zonderlinge gedrag. Als jongeman keert hij er terug.

Het proza is pittig. Lange, associatieve zinnen die veel beschrijven, maar weinig uitleggen. De jeugdherinneringen en de terugkeer lopen door elkaar heen, zodat je soms in het ongewisse blijft of de observaties het heden of het verleden beschrijven. Andere keren maakt Wolfgang Hilbig het expliciet door de kindertijd te noemen of de kolencentrale te omschrijven als het abatoir dat het in latere jaren is geworden. Het resultaat is een intrigerend en bij vlagen hallucinant verhaal.

Ongeveer halverwege het boek begonnen mij aanwijzingen op te vallen dat het boek niet alleen gaat over een jongeman die zich probeert te verhouden tot zijn eenzame jeugd, maar dat het ook een duistere allegorie is voor de toenmalige DDR, waar Hilbig (1941-2007) opgroeide en werkte, tot hij er in 1985 uitgezet werd. Hoe de schrijver dat precies voor elkaar krijgt, laat ik in het midden, maar het maakt Oude Afdekkerij een des te indrukwekkender novelle.

Thomas Mann: Der Zauberberg

In een vlaag van overmoed nam ik mij voor om deze zomer Der Zauberberg van Thomas Mann, 1100 pagina’s Duits dus, te lezen. Het lukte. Maar daarmee is alles wel zo’n beetje gezegd. Ik heb me erdoorheen geworsteld en soms een beetje gesmokkeld als de blaaskaken Settembrini en Naphta weer eens in een oeverloos twistgesprek belandden. Dit hoogtepunt in de wereldliteratuur valt voor mij in dezelfde categorie als Anna Karenina en Madame Bovary. Zo’n verhaal waar je voortdurend de hoofdpersoon een schop onder z’n kont wil geven om op te houden met de aanstelleritis.

De hoofdpersoon op de toverberg heet Hans Castorp, die voor drie weken zijn neef Joachim gaat bezoeken in een luxe sanatorium, dat wordt gerund door twee kwakzalvers met een artsendiploma. De patiënten worden bezig gehouden met vijf maaltijdmomenten per dag en ‘ligkuren’. Er zijn echte zieken en mensen die het wel goed uitkomt dat iemand ze ziek noemt. In de laatste categorie valt Hans, een 23-jarige puber, die met een verkoudheid wordt gediagnostiseerd en dan zeven jaar blijft hangen.

Lees verder Thomas Mann: Der Zauberberg

Gunnar Gunnarsson: De goede herder

Voor de 27ste keer gaat Benedikt aan het begin van de winter de IJslandse bergen in om achtergebleven schapen te zoeken. Al op de eerste pagina’s van De goede herder proef je dat Gunnar Gunnarsson zijn hoofdpersoon moed aan het inpraten is. Dit is nu eenmaal wat hij altijd doet vlak voor kerst. Ook Sigridur, de huisvrouw op de laatste hoeve voor de wildernis, is er niet gerust op. Ze bedelft de dorpelingen, die vertrouwen op de goedheid van Benedikt om ook wat andere klusjes voor hen te klaren, onder sarcastische opmerkingen.

Veel later dan gepland gaat Benedikt uiteindelijk op pad met zijn hond Leo en zijn hamel Knoest. De winter slaat toe, een sneeuwstorm raast over. Met moeite weet Benedikt een hol te bereiken dat hij ooit heeft uitgegraven om in te schuilen, terwijl zijn proviand slinkt. En dan heeft hij ook nog geen schaap gevonden.

Lees verder Gunnar Gunnarsson: De goede herder

Nikos Kazantzakis: Leven en wandel van Zorbás de Griek

Door een blogje bij Mainzer Beobachter raakte ik geïnteresseerd in Leven en wandel van Zorbás de Griek, de roman van Nikos Kazantzakis, die vooral in het collectieve geheugen beland is door de verfilming met Anthony Quinn in de hoofdrol en de talloze restaurants die zich er vervolgens naar vernoemden. Het boek komt absoluut los van de romantische clichés die eromheen hangen, maar uiteindelijk was ik toch niet erg onder de indruk.

Het verhaal gaat over een naamloze schrijver die wil laten zien dat hij meer kan dan mijmeren en daarom besluit een bruinkoolmijn op Kreta te kopen en te exploiteren. Op weg ernaartoe komt hij de avonturier Zorbás tegen, die het echte werk in de mijn voor hem zal gaan doen, terwijl de schrijver gewoon voortmijmert en zijn nieuwe vriend na een dag hard werken ook nog doodleuk voor het eten laat zorgen. Zorbás, één brok emotie, ontwikkelt zich voor de schrijver tot een vaderfiguur, die hem (tevergeefs) probeert het piekeren af te leren en te leven in het moment.

Lees verder Nikos Kazantzakis: Leven en wandel van Zorbás de Griek

Ahmed Bouanani: De kliniek

Toen ik door de grote ijzeren poort van de kliniek liep leefde ik waarschijnlijk nog. Dat dacht ik tenminste, want ik rook op mijn huid de geuren van een stad die ik nooit zou weerzien.

Met die alinea opent De Kliniek van Ahmed Bouanani, een bevreemdende novelle over een man die een schemerwereld betreedt met dolende bewoners die zelf ook niet goed weten waar ze terecht zijn gekomen. Onwillekeurig moest ik denken aan Lincoln in the Bardo, dat ik hiervoor las. In dat laatste boek ging het om een voorportaal van de dood, in De kliniek is er, nou ja, een kliniek, maar het blijft volstrekt onduidelijk wat de bewoners mankeren. In beide gevallen komen meerdere stemmen aan bod met ieder hun eigen duiding van de situatie waarin ze zich bevinden.

Lees verder Ahmed Bouanani: De kliniek