Aanbevolen romans en novellen

Annie Ernaux: De plek

Eerlijk gezegd kocht ik De plek van Annie Ernaux vooral omdat het nog geen honderd bladzijden telde, precies goed voor de treinreis die ik voor de boeg had. Toen ze de Nobelprijs won in 2022 ging mijn hart niet sneller kloppen bij de omschrijving van haar werk: sociaal realisme over opgroeien in armoede wordt al snel larmoyant. Maar goed, het had de juiste omvang en superslecht kon het nou ook weer niet zijn.

De novelle stelde me niet teleur. Ernaux vertelt over de relatie met haar vader, die van arbeider opklom tot kleine kruidenier. Hard werken voor weinig. En dan een dochter die niet gaat werken, maar haar school afmaakt en lerares wordt. Trouwt met iemand uit de middenklasse. De trots, maar ook de jaloezie. Het knappe aan Annie Ernaux’ stijl is dat ze de moeizame verhouding met haar vader in nuchtere zinnen vervat. Zo wordt het uiteindelijk een liefdevol portret.

Ronja von Rönne: Ende in Sicht

Ronja von Rönne’s roman Ende in Sicht kocht ik vanwege de oppervlakkige gelijkenis van mijn eigen novelle Venus in het gras: een oudere vrouw genaamd Hella neemt op een roadtrip een verwarde tiener mee die ze langs de kant van de weg heeft aangetroffen. Ze wil het kind natuurlijk terugbrengen naar de ouders, maar die saboteert dat, zodat ze met elkaar opgescheept zitten. Daar houdt de gelijkenis zo’n beetje op.

Bij Ronja von Rönne is de oude vrouw op weg naar euthanasie en probeert de puber zelfmoord te plegen. In elkaas gezelschap vinden ze de zin van het leven terug – dat weet je vanaf de eerste pagina, want het heeft alle kenmerken van een feelgood roman en die eindigt niet in mineur. Het duo maakt niet bijster enerverende maar bij vlagen wel vermakelijke avonturen mee. Hoewel Von Rönne als alwetende verteller inkijkje geeft in de gedachten van beide vrouwen, blijft het waarom van beider doodswens in het luchtledige hangen. Iets met een afwezige moeder en eenzaamheid. Voor echte wanhoop is geen plek, want het moet wel een beetje gezellig blijven.

Maxim Biller: Im Kopf von Bruno Schulz

In de novelle Im Kopf von Bruno Schulz van Maxim Biller schrijft de hoofdpersoon (die echt bestaan heeft) een brief aan zijn collega-schrijver Thomas Mann om die ervan op de hoogte te stellen dat een dubbelganger van hem is opgedoken in het Poolse stadje Drohobycz. Een zinsbegoocheling, uiteraard, maar eentje die wel behoorlijk uit de hand loopt.

Dit allemaal valt niet los te zien van de tijd waarin het zich afspeelt. Het is 1938. Drohobycz zal het jaar erna door de Sovjets veroverd worden, daarna door de nazi’s en vervolgens weer door de Sovjets (het ligt nu in Oekraïne). Het zijn hallucinante tijden, zeker voor een Jood. Ik vond het een mooie novelle, maar Maxim Biller ontbeert in zijn manier van schrijven net de doorleefde krankzinnigheid van verwante auteurs als Mikhail Bulgakov.

Truman Capote: In cold blood

In cold blood van Truman Capote is een controversiële klassieker op de grens van fictie en journalistiek. Het reconstrueert in detail de moord op een gezin in Kansas in 1959, volgt de moordenaars en de politieagenten tot in en voorbij de rechtszaal. Allemaal waar gebeurd, volgens Capote, die weliswaar heel gedegen onderzoek deed, maar ook scènes en dialogen uit zijn duim zoog. De feiten zijn lang geleden, dat het boek nog relevant is heeft te maken met de stijl.

Truman Capote grijpt de lezer bij de strot met zijn dwingende manier van schrijven. De enorm gedetailleerde beschrijvingen brengen het rurale Kansas en zijn bewoners tot leven. Juist door het bij feitelijkheden te houden en empathie met de slachtoffers te vermijden geeft hij je als lezer het gevoel dat je er zelf bij bent in plaats van dat iemand het aan je vertelt.

Lees verder Truman Capote: In cold blood

Putu Wijaya: Telegram

Telegram van de Balinese auteur Putu Wijaya geldt als een mijlpaal in de Indonesische literatuur vanwege het spel met fantasie en werkelijkheid, dat doet denken aan het werk van Cortázar. De lezer weet op een gegeven moment niet meer wat hij nou moet geloven van wat hem wordt verteld.

De hoofdpersoon is een naamloze Balinese journalist in Jakarta (maar uit de context blijkt dat hij de eerstgeborene is, dus Putu of Wayan heet, want zo gaat dat op Bali). Hij krijgt een telegram dat zijn moeder ernstig ziek is, en beseft: nu komen er talloze verplichtingen op hem af, voorgeschreven door de eeuwenoude traditie. Zijn leven in Jakarta kan zomaar ten einde komen. In zijn zoektocht naar uitvluchten wordt het verhaal hallucinant.

Lees verder Putu Wijaya: Telegram

Heinrich Böll: Und sagte kein einziges Wort

Fred Bogner en zijn vrouw Käte kunnen de eindjes niet aan elkaar knopen in het Duitsland van vlak na de oorlog. Met drie kinderen bewonen ze een kamer ergens in een troosteloze stad. In zijn frustratie om de armoede heeft Fred een van de kinderen geslagen. Uit angst dat hij het weer zal doen heeft hij het huis verlaten en zwerft van adres naar adres. Zijn salaris geeft hij aan Käte, zelf bietst hij een bestaan bij elkaar.

Und sagte kein einziges Wort van Nobelprijswinnaar Heinrich Böll vertelt vanuit twee perspectieven een dag in het leven van Fred en Käte. Ze hebben afgesproken in een hotel om samen te kunnen zijn en te bespreken of het mogelijk zal zijn om bij elkaar te blijven, ook al houden ze nog steeds veel van elkaar. Ik vond het een lieve, kleine roman, zonder opschmuck verteld, over twee sukkelaars die moeite hebben perspectief te vinden.

Javier Marías: Tomas Nevinson

Javier Marías wordt alom geroemd om zijn stijl. En het moet gezegd: Tomas Nevinson, in eigen land en ook hier de hemel in geprezen, leest verbazingwekkend soepel. Zelfs de uitlegdialogen, die snel houterig worden, komen natuurlijk over. Marías sleurde me in hoog tempo door het boek heen.

Het plot begint ook goed. Tomas Nevinson, een geheim agent in ruste, wordt van stal gehaald om een terroriste op te sporen. Het moet één van de drie vrouwen zijn die de laatste tijd in een Spaans provinciestadje zijn neergestreken. Hij moet uitzoeken wie van de drie het is en haar dan doden. Weet hij het niet zeker, dan moet hij de meest waarschijnlijke omleggen of desnoods alle drie. De roman gaat over Nevinsons worsteling met zijn geweten: waar ligt de balans tussen een misschien onterechte moord en een mogelijke terreuraanslag met tientallen doden?

Lees verder Javier Marías: Tomas Nevinson

Judith Poznan: Prima Aussicht

Judith Poznan, de hoofdpersoon van Judith Poznans roman Prima Aussicht, wil een tweede kind. Haar vriend Bruno wil dat niet. Dus kopen ze een caravan om de zomer door te kunnen brengen op een camping in Brandenburg. De eerste vijftig pagina’s of zo levert dat heerlijke taferelen op, terwijl Judith zich op Esther-Gerritsenachtige wijze door de kennismaking met het campingleven stuntelt.

Daarna volgen nog ruim honderd pagina’s meer van hetzelfde. Uiteraard blijkt de caravan toch geen surrogaat voor de kinderwens. Maar je vraagt je wel af waarom het naamloze eerste kind er zo bekaaid vanaf komt in de vertelling, als het moederschap kennelijk belangrijk is voor Judith. Aan het eind zakt het helemaal in, maar begrijp je wel hoe dat komt: de roman begon als Instagramposts, eerste bewerkt tot een reeks columns en toen aan elkaar gelijmd tot een boek. Een van oorsprong sprankelend idee is veel te ver uitgemolken.

James Joyce: Ulysses

Voorin mijn exemplaar van Ulysses stond een inleiding van tachtig bladzijden, die uitlegde hoe baanbrekend, briljant en ingenieus deze roman was. Dat werkte bij mij averechts. Toen de roman begon had ik Psycho Killer in mijn hoofd: You’re talking a lot, but you’re not saying anything. Dat ging niet meer voorbij. “Nog steeds zijn wetenschappers verdeeld over de vraag of Ulysses een overschat stuk egotripperij of een absoluut meesterwerk is”, zegt Wikipedia. Ik neig naar het eerste.

Inhoudelijk stelt het boek niks voor. Leopold Bloom loopt een lange dag door Dublin, komt mensen tegen, babbelt, maakt wat triviale dingen mee. Terugkerende thema’s zijn de Ierse onafhankelijkheid, seks en Shakespeare. Dat de handeling niettemin slecht te volgen is, komt door het verhullende taalgebruik. Ieder hoofdstuk heeft een eigen stijl, die in de loop van het boek steeds minder toegankelijk wordt – en heel veel woorden nodig heeft om zijn punt te maken.

Lees verder James Joyce: Ulysses

Mircea Cărtărescu: Solenoïde

In het eerste hoofdstuk van Solenoïde, het meesterwerk van Mircea Cărtărescu, heeft de naamloze hoofdpersoon jeuk. Vervolgens gaat het een poosje over luizen en wantsen – totdat de hoofdpersoon ook nog rare dingen in zijn navel ontdekt en daardoor geobsedeerd raakt. Het is het begin van een stream of consciousness die bijna 900 pagina’s aanhoudt. Of liever gezegd, een stream of subconsciousness.

Cărtărescu meandert namelijk moeiteloos heen en weer tussen treurige sfeerimpressies van een school in Boekarest onder Ceaușescu, bizarre droombeelden, pijnlijke jeugdherinneringen en wiskundige beschouwingen over multidimensionale werelden die mij aan Flatland deden denken. De solenoïde uit de titel is een gigantisch apparaat dat zich onder de woning van de hoofdpersoon bevindt, waarvan de werking nooit duidelijk wordt, behalve dat het je in staat stelt een meter boven je bed te zweven (leuk voor tijdens het vrijen).

Zoals dat gaat met dromen valt er regelmatig geen touw aan vast te knopen. Maar dat betekent niet dat er geen samenhang is. Alleen dient Cărtărescu die niet overzichtelijk op. De jeuk uit het beginhoofdstuk, bijvoorbeeld, krijgt pas rond pagina 800 duiding. En het zweefbed valt niet los te zien van de slaapverlamming waaraan de hoofdpersoon lijdt. Ik vond Solenoïde bij vlagen wel erg breedsprakig, maar heb het gefascineerd zitten lezen.