Aanbevolen romans en novellen

Het is niet moeilijk om een absurdistische hervertelling van het bijbelboek Job te zien in De wasbeer van Aleksandr Skorobogatov, de Witrussische auteur die sinds jaar en dag in België woont. Het zit hem namelijk niet mee in het leven, deze wasbeer. Zijn ouders, broers en zussen worden opgepeuzeld door de wolven. Zijn geliefde gaat de showbizz in, wat inhoudt dat ze opgezet in een natuurhistorisch museum belandt. Maar hij slaat zich erdoorheen en vindt uiteindelijk troost bij God de Heer, die hem leert golfen.

Op weg daarheen snelt de wasbeer van het ene avontuur naar het andere, solliciteert tevergeefs bij de grootste commerciële bank ter wereld, rijdt op een locomotief die geen rails nodig heeft, levert strijd met aliens, probeert te vliegen, breekt al zijn ledematen ontelbare malen en overweegt om de haverklap zelfmoord, als zijn leven al niet om andere redenen aan een zijden draadje hangt. In alles wordt hij achtervolgd door de schrijver, die het verhaal vertelt aan zijn metgezel, de lezer. Ergens halverwege zetten schrijver en lezer het samen op een zuipen, waardoor ze een cruciale passage missen waarin de wasbeer trouwt met een overspelige haaibaai.

Kortom, wie niet per se gehecht is aan logica komt danig aan zijn trekken in deze roman over een nietige eenling die zich door het leven worstelt. Het boek heeft één zwaar minpunt: het babbelt als een dolle. Alsof je Herman Brusselmans leest. Dat is eventjes leuk, maar dik 500 pagina’s houdt een mens niet vol. Wie op iedere pagina de helft overslaat, mist niks. Op dit vlak had een eindredacteur goed werk kunnen leveren.

Een alleenstaande moeder gaat werken als huishoudster van een wiskundige die na een ongeluk alleen zijn laatste tachtig minuten kan onthouden, dus geen nieuwe herinneringen meer aanmaken. Iedere dag opnieuw stelt ze zich voor. Iedere dag werkt hij aan zijn rekenkundige problemen. Op een gegeven moment wordt ook haar zoontje vaste gast in het krappe appartement. Dat is de premisse van The housekeeper and the professor van Yoko Ogawa.

Tussen het drietal ontwikkelt zich een merkwaardige genegenheid. De huishoudster en haar zoon hechten zich aan de hulpeloze oude man. De professor zelf hecht zich iedere dag opnieuw aan hun aanwezigheid. Samen ondernemen ze kleine dingen, bijvoorbeeld een bezoek aan de kapper. Het grote avontuur is een bezoek aan een honkbalwedstrijd. De professor kent alle statistieken uit zijn hoofd, maar hij heeft nog nooit een echte wedstrijd bijgewoond.

Er staan nogal wat formules in deze roman, want de professor neemt zijn missie serieus om zijn gasten wat bij te brengen over getaltheorie. De verdienste van Yoko Ogawa is dat zij de theorieën volkomen ongeforceerd in het verhaal weeft. Het is een literaire juxtapositie, de eeuwigheid van de getallen tegenover de vergankelijkheid van het leven. In alle kleine wendingen zit betekenis, tot aan de laatste zin toe. Een knap maar ook ontroerend meesterwerk.

De val, Pech, Smithy is een bundel met drie verhalen van Friedrich Dürrenmatt. Het eerste gaat over de zitting van een (Russisch) politburo, waar één lid niet komt opdagen en vervolgens de machtsverhoudingen dramatisch beginnen te verschuiven. In het tweede verhaal strandt een handelsreiziger in een dorpje, waar hij deelneemt aan een spelletje van een groepje gepensioneerde juristen, die hem steeds verder in het nauw drijven. Smithy, de hoofdpersson in het derde verhaal, ruimt lijken op voor de maffia in New York, een baantje dat geen garantie biedt op een rustige oude dag.

De Zwitser Dürrenmatt (1921-1990) is een ouderwetse verhalenverteller: kop, staart, plot, pointe. De Val en Smithy vond ik een beetje voorspelbaar, maar Pech was vindingrijk, met een hoofdpersoon die een verontrustende ontwikkeling doormaakt. Het is een van Dürrenmatts bekendste verhalen, dat ook voor radio, televisie en toneel bewerkt werd. Dit is zo’n boekje dat je met heel veel plezier leest, maar dat ook snel weer wegwaait uit je geheugen.

Homo faber van Max Frisch geldt als een van de hoogtepunten van de naoorlogse Duitstalige literatuur. Dat komt door de rijkheid aan thema’s die Frisch aansnijdt: kunst en technologie, weemoed naar de jonge jaren, ratio versus emotie, Griekse mythologie, toeval en lot. Over dat laatste struikelde ik. Het was allemaal wel heel geforceerd.

Walter Faber is een wijfelmoedige ingenieur van vijftig jaar, die als een soort James Bond grote aantrekkingskracht uitoefent op 25 jaar jongere vrouwen. Hij overleeft in Mexico een vliegtuigongeval met een man die de broer blijkt te zijn van een studievriend. Ze gaan samen naar Guatemala, waar de studievriend zelfmoord blijkt te hebben gepleegd. Later op een schip naar Europa ontmoet Faber een jonge vrouw die de dochter blijkt te zijn van wie hij niet wist of hij die had. Al die tijd verlangt hij wanhopig terug naar zijn jeugdliefde Hanna, terwijl hij kennelijk nooit eerder de behoefte heeft gevoeld haar op te sporen.

Enfin, er trekt een spoor van psychologische ongerijmdheden en toevalligheden door deze roman. Betekenisvolle passages en nodeloos (seksistisch) gebabbel wisselen elkaar moeiteloos af. Wat voor Max Frisch pleit is dat hij me niettemin 200 pagina’s lang geboeid heeft. Het las lekker weg, terwijl Duits niet mijn beste taal is. De vertelvaardigheid van Frisch heeft de tand des tijds doorstaan, maar voor het verhaal geldt dat, vrees ik, niet.

Flatland van Edwin A. Abbott is een van de raarste romans die ik ooit gelezen heb. De hoofdpersoon is A. Square, een vierkant dat leeft in een tweedimensionale wereld. In het eerste deel leidt hij de lezer rond in zijn samenleving. In het tweede deel bezoekt hij Lijnland, waarvan hij de bewoners voor simpele zielen verslijt omdat ze zich zijn tweedimensionale wereld niet kunnen voorstellen, om zich vervolgens dankzij een bezoeker uit Ruimteland te realiseren dat zijn eigen voorstellingsvermogen ook beperkt is.

De roman hinkt op drie gedachten. Ten eerste is het een satire op de starre gedragsnormen van de Victoriaanse samenleving (het boek dateert uit 1884). In de tweede plaats is het een lesje in geometrie. En tot slot is het een filosofische beschouwing over het menselijke tekort. Abbott studeerde op zijn 23ste cum laude af in de klassieke talen, wiskunde én theologie, en dat klinkt allemaal in het verhaal door. Zijn carrière speelde zich af in het onderwijs en ook dat valt te merken.

Al met al is het moeilijk te zeggen of dit nou een goede roman is. Daarvoor wijkt het teveel af van de standaard, al is hij ergens wel verwant aan Gulliver’s reizen. Het is ook een uitdaging om te lezen als je niet bekend bent met geometrische concepten, vermoed ik. Maar voor wie eens iets totaal anders wil lezen dan een psychologische roman, valt dit zeer aan te bevelen.

Het is 1348 in James Meeks roman To Calais, in ordinary time. De pest heerst in Frankrijk, maar nog niet in Engeland. Toch zet een gezelschap uit de Cotswolds koers naar Calais, dat in die tijd in Britse handen was. Ieder heeft daarvoor zijn eigen redenen. De horige boogschutter Will is op zoek naar vrijheid. Jonkvrouw Bernadette is op verzoek geschaakt door Wills opdrachtgever Laurence Haket. De lagere kerkbeambte Thomas gaat terug naar zijn huis in Avignon en is bij gebrek aan beter ieders biechtvader.

De spanning is om te snijden. Bernadettes vader wil zijn dochter terug. Will worstelt met zijn homoseksuele gevoelens. Een van de andere boogschutters houdt er tegen de zin van de anderen een Franse slavin op na. Bernadette werkt iedereen op de zenuwen met haar nuffige gedrag. En dan blijkt ook nog eens dat de pest wel degelijk in Engeland is gearriveerd. Het levert een enerverend verhaal op dat alleen maar verliezers kan opleveren.

Lees meer James Meek: To Calais, in ordinary time

In 1994 stond ik aan het Meer van Ohrid, op de grens van Macedonië en Albanië. De straten van het plaatsje Ohrid stonden vol borden in het Duits en Nederlands, maar buiten mij waren er geen toeristen. De Bosnische oorlog had de route afgesneden. Het meer was Mediterraan blauw, maar toen ik een dag later met de bus erlangs reest naar de grens met het zojuist geopende Albanië, leek het leigrijs. Dat was voor mij de trigger om Ieder zijn eigen meer van de Macedonische auteur Nenad Joldeski te kopen. Dit zegt de flaptekst:

“In het zuidwesten van Macedonië, dicht bij de Albanese grens, ligt het Meer van Ohrid. Iedereen beleeft dat meer op zijn eigen manier. Voor de een is het helderblauw, zilverachtig of wit, voor de ander is het inktzwart, zoals voor de aan heimwee lijdende Russische heer Nezlobinski.”

Lees meer Nenad Joldeski: Ieder zijn eigen meer

Of dogs and walls van Yuko Tsushima is een bundeltje met twee verhalen door een van Japans grootste schrijfsters van de vorige eeuw. Het zijn allebei raamvertellingen in het bestek van enkele tientallen kleine pagina’s.

Het eerste verhaal, The watery realm, begint met een vader die een plastic kasteel koopt voor het aquarium van zijn zoontje. Hij herinnert zich scenes uit zijn eigen jeugd en zijn moeder, die daarvandaan de rol van verteller overneemt om het over haar eigen pijnlijke jeugd te hebben en de verdrinkingsdood van haar man. De duistere godin van het water hangt als een sluier over het verhaal, dat zich in korte, feitelijke scenes ontrolt.

In het titelverhaal loopt een vrouw langs een muur die haar doet denken aan de hond van haar moeder. Binnen een pagina verschuift het perspectief: de ik-verteller wordt een zij, de ene keer aangeduid als ‘de dochter’ (als het gaat over de relatie met haar moeder) of ‘de zuster’ (als het gaat over de relatie met haar geestelijk gehandicapte broer). Net als in het eerste verhaal gaat de tijd bitterzoet voorbij.

Yuko Tsushima bezit dezelfde gave als Raymond Carver om een karakter in een paar alinea’s neer zetten, niet door ze te beschrijven, maar door ze iets te laten doen. Dit één-pond-Penguin-boekje bevat twee juweeltjes die smaken naar meer.

Francin zou willen dat zijn Maryska zicht wat meer als een fatsoenlijke vrouw zou gedragen, maar als hij een fatsoenlijke vrouw had willen hebben, had hij beter met iemand anders kunnen trouwen, althans zo denkt Maryska zelf erover, want bij haar spat de levenslust ervanaf en daar kan ze niks aan doen, hoe veel ze ook van Francin houdt. Ze fietst met korte rok, haar lange blonde harend wapperend in de wind, ze klimt in de schoorsteen van de brouwerij, ze slacht een varken en knipt de staart van de hond af. En ze flirt met iedereen, dat ligt nu eenmaal in haar aard.

Enfin, het is Bohumil Hrabal, dus het slapstickgehalte is hoog in de novelle Cutting it Short (in eigen land verfilmd als Postřižiny), een guitig portret van het provinciestadje Nymburk tussen de twee oorlogen. Het plot bestaat eruit dat Maryska haar streekjes uithaalt en dat haar man het met lede ogen aanziet, maar dat ze teveel van elkaar houden om ruzie te maken. Hrabal vertelt het met onnoemlijk veel plezier en daar word je als lezer ook weer vrolijk van.

Girl meets Boy van Ali Smith is een moderne variant op de mythe van Iphis en Ianthe die door Ovidius in de Metamorfosen werd opgetekend. Iphis is opgegroeid als jongen, maar eigenlijk een meisje. Ianthe wordt verliefd op haar. Het is wederzijds. De bruiloft is al gepland wanneer Iphis toch wat nerveus wordt hoe dat nou moet in de huwelijksnacht en smeekt de godin Isis om haar in een man te veranderen.

De versie van Ali Smith speelt zich af in Schotland. De onbezorgde Anthea rommelt wat aan in haar leven en heeft van haar zus Midge een baantje toegespeeld gekregen bij een commercieel waterbedrijf. De twee wonen samen in het oude huis van hun grootouders. Dan valt Anthea voor Robin, die onder het pseudoniem Iphis actie voert tegen het bedrijf. Robin trekt bij de twee zussen in. De minnaars hebben het gezellig met z’n tweeën, maar de tobberige Midge vraagt zich af hoe dat nou moet. Toen het boek geschreven werd in 2007, kende Schotland het homohuwelijk nog niet.

Vlak voor het eind, als de actie zich kortstondig uit Inverness naar Londen verplaatst, dreigt de roman even te ontsporen. Er worden wereldproblemen bij gehaald, de ceo van Midge’s bedrijf biedt haar een topbaan aan, terwijl hij haar naam niet eens weet, maar haar wel probeert aan te randen. Na dat intermezzo keert het intieme verhaal terug dat Girl meets Boy tot dat moment was, en werkt keurig naar een happy end toe. Fris en vlot geschreven, met een scherpe boodschap zonder moeilijk te doen. Leuk boek.