U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Resultaten voor de categorie Literatuur

Moses komt van Trinidad en zijn onvrijwillige missie in het leven is de wegbereider te zijn voor andere West-Indische immigranten in het Londen van de jaren vijftig. De ene na de andere nietsnut belandt op zijn stoep, gestuurd door iemand die gehoord heeft dat Moses wel een baantje of onderkomen kan fixen. Wat Moses dan maar gaat proberen, ook al ziet hij dat ook deze schooier altijd een schooier zal blijven. En, oké, hij is zelf ook wel een beetje een schooier, maar hij weet tenminste wel hoe je een baantje vasthoudt.

Het verhaal is soms schrijnend, maar vooral vermakelijk. Een schelmenroman, zo zou je The Lonely Londoners van Sam Selvon kunnen classificeren. Daarmee zou je het boek schromelijk tekort doen, want zowel inhoudelijk als stilistisch is het veel meer dan dat.

Lees meerSam Selvon: The lonely Londoners

Ms Ice Sandwich heet zo, omdat ze sandwiches verkoopt en altijd overvloedige ijsblauwe oogschaduw op heeft. De tienjarige hoofdpersoon van Mieko Kawakami’s novelle is door haar geobsedeerd. Veel van zijn vrije tijd gaat op aan observeren en tekeningen maken.

De jongen, die geen naam krijgt, woont samen met zijn ongeïnteresseerde moeder en stervende oma. Meisjes vindt hij stom. Behalve Tutti, die tekeningen van schietpartijen maakt en scenes uit Heat kan naspelen. Terwijl de vriendschap met Tutti zich verdiept, verdwijnt Ms Ice Sandwich naar de achtergrond. Zo gaan die dingen, als je tien bent.

In eigen land is Kawakami bekend als schrijfster, blogger en zangeres. In dat eerste is ze het meest succesvol. Ze won verschillende grote prijzen en Haruki Murakami is een fan. Ms ice Sandwich is een liefdevol kleinood over een eenzame jongen die voorzichtig kennismaakt met de liefde.

Jugend ohne Gott van Ödön von Horváth verscheen in 1937 in Amsterdam. In Duitsland was op dat moment ondenkbaar, want de roman becommentarieert op een subtiele maar diepgaande manier het nazisme. De jeugd uit de titel zijn de jongeren die in de jaren dertig opgroeien, zonder God, maar met toespraken van de Grote Plebejer, zoals Von Horváth hem noemt.

De hoofdpersoon van het verhaal is een leraar geschiedenis en aardrijkskunde op een gymnasium in een niet nader genoemd Duits stadje. Dat hij de tijdgeest niet begrepen heeft, blijkt al meteen wanneer hij uitlegt dat negers ook mensen zijn. Het levert een klacht van een ouder op, wegen ondermijning van de militaire moraal. Met tegenzin begeleidt hij de jongens op een kamp waar ze zullen leren schieten. Als één van de jongens vermoord wordt, verandert het boek in een whodunnit, die Von Horváth in staat stelt te graven in de motieven van de pubers.

De jong overleden Von Horváth was in de eerste plaats toneelschrijver en dat merk je. Met spaarzaam woordgebruik – korte alinea’s, soms maar een zin lang – dringt hij tot de kern door. Stilistisch blijft het recht overeind, tachtig jaar na dato. Juist omdat Von Horváth niet schreeuwt, maar onderzoekt, is zijn boodschap ook vandaag de dag relevant, zeker voor mensen die de (inter)nationale politiek een beetje volgen.

De naamloze hoofdpersoon in de oneven hoofdstukken van Haruki Murakami’s roman Hard-boiled Wonderland and the end of the World (uit 1991) is een computerexpert die voor een mysterieuze klus wordt ingehuurd door ‘de professor’, die huist in een even mysterieus gebouw in Tokio, ergens in de toekomst. Het verhaal heeft trekken van science fiction, maar volgt de formule van een hard-boiled detective, met een femme fatale, gangsters die het huis van de hoofdpersoon aan gort slaan, de nodige whisky en een air van onverschilligheid.

De even hoofdstukken hebben eveneens een naamloze hoofdpersoon/verteller, maar deze bevindt zich als nieuwkomer in een ommuurde stad waar iedereen onvrij maar gelukkig is. De nieuwkomer wordt gescheiden van zijn schaduw, die door de poortwachter wordt vastgezet in de verwachting dat hij de winter niet zal overleven. Dat gebeurt nu eenmaal met alle arriverende schaduwen: voor hen is geen plek in de stad. Zolang zijn schaduw nog leeft moet de nieuwkomer oude dromen lezen in de bibliotheek, wat neerkomt op het betasten van schedels.

Lees meerHaruki Murakami: Hard-boiled Wonderland and the end of the World

So there we were on that ice floe, just the two of us, adrift in the polar night. Viskovitz turned and said: Ï’d like you to get our conversation down in black and white.
‘It’s not possible’, I answered. ‘I’m not a typist. I’m not a writer. I’m a penguin. As far as I’m concerned “getting it down in black and white” means making more penguins.’
So instead there I was, a month later, standing still with an egg under my belly, remembering…

Zo begint You’re an animal, Viskovitz, het tot nu toe enige fictieboek van de Italiaanse schrijver Alessandro Boffa. Er schijnt ook een toneelstuk van te zijn. Mij is een raadsel hoe dat kan, want het boek is een collectie dierenfabels met telkens dezelfde karakters, wier lot afhangt van welk dier ze toevallig zijn.

Viskovitz zelf is de tot somberheid geneigde antiheld. Ljuba is zijn ideale geliefde, hoewel hij in de praktijk vaak met Lara of Jana opgescheept zit. Petrovic is zijn grote rivaal, Zucotic en Lopez meelopers die af en toe mogen aantreden. En papa leert hem zijn eerste levenslessen.

Lees meerAlessandro Boffa: You&?8217;re an animal, Viskovitz

Dr Pereira is, in de naar hem vernoemde roman van Antonio Tabucchi, redacteur van de cultuurpagina van een rechtse krant in het Portugal van de jaren dertig. Een gezapig baantje dat hem in staat stelt zich volop zorgen te maken over zijn gezondheid. En zich vooral niet met politiek te bemoeien. De fascistische dictatuur in zijn land neemt steeds naargeestiger vormen aan. Zo lang hij brave stukjes over vaderlandslievende schrijvers pent, is er niks aan de hand.

Dan komt een jongeman op zijn pad die een inkomen nodig heeft. Pereira geeft hem een column. Maar de jongeman schrijft allemaal stukken over linkse schrijvers. Pereira plaatst ze niet, maar betaalt ze wel. De jongeman gaat een medestander zien in Pereira, die zo langzaam maar zeker in een hoek gedreven wordt en uiteindelijk besluit een statement te maken.

Lees meerAntonio Tabucchi: Pereira maintains

Magda Goebbels, de vrouw van de nazi-propagandachef, is vooral bekend om het feit dat ze haar eigen kinderen ombracht in de nadagen van het Derde Rijk, omdat ze geloofde dat er voor hen toch geen toekomst zou zijn. Ze wordt ook nergens sympathiek in de novelle die Meike Ziervogel over haar schreef.

Ziervogel slaagt er wel in om haar tot leven te wekken, de treurige kindertijd, de erkenning als geliefde van Joseph Goebbels (met wie ze het aanlegt omdat Adlof Hitler zelf onbereikbaar blijft), het fanatisme dat omslaat in defaitisme. Hoewel ze dicht bij de bronnen blijft, is het natuurlijk fictie, wat Ziervogel extra benadrukt door de verschillende stijlfiguren die ze in de loop van de novelle hanteert.

De jeugd wordt deels verteld vanuit het perspectief van de moeder. Door Magda’s ogen zien we hoe ze verliefd wordt op Hitler, maar genoegen neemt met Goebbels. De dagen in de bunker zijn geschreven als fragmenten uit het dagboek van de oudste dochter Helga. Het meest indrukwekkend is de passage waarin Magda droomt wat haar te wachten staat als de Sovjets Berlijn innemen: levend in een vergane tent, met nauwelijks te eten voor de kinderen, zijzelf in voortdurende pijn bij gebrek aan morfine, Helga die geld verdient door zich te prostitueren. Je snapt bijna waarom de kinderen beter dood konden zijn. Bijna.

De markt bestaat uit vijf gebouwen van meerdere verdiepingen in een verlopen wijk van Seoul. Kleine winkels met goedkope spullen en reparatiezaakjes voor de Zuid-Koreanen die het niet breed hebben, net als de winkeliers zelf. Mujae en Eungyo zijn assistenten van een winkelier – veel lager kun je op de carrièreladder niet belanden. Langzaam groeien ze naar elkaar toe in One hundred shadows, de enige in het Engels vertaalde roman van de in eigen land bekende schrijfster Hwang Jung-Eun.

Zoals wel vaker bij Koreaanse romans (en films) heb je als westerse lezer voortdurend het gevoel dat je dingen ontgaan, dat je geen goede antenne hebt voor de melancholie die wordt uitgedrukt. Je ziet haar wel, maar je kunt er niet goed bij. Of misschien is dat een illusie en is juist die onbereikbaarheid het gevoel dat de schrijfster wil overbrengen. Wat zijn bijvoorbeeld die schaduwen die over mensen heen hangen ten teken dat het niet goed met hen gaat? Of hoeven we dat helemaal niet te weten?

Hoe dan ook, Hwang schreef ee klein juweeltje, waarin plotmatig niet veel gebeurt, maar de kleine gebaren ertoe doen. Mujae en Eungyo draaien om elkaar heen, komen steeds dichter bij elkaar, maar raken elkaar nooit. De schaduwen blijven hangen.

Becks laatste zomer is de debuutroman van de Duitse schrijver Benedict Wells, die onlangs in het Nederlands vertaald werd na het grote succes van Het einde van de eenzaamheid. Je kunt het lezen als vrolijke, licht melancholische roman over volwassenwording, maar onder het oppervlak smeult een complexe vertelling over herinneringen en dromen. Beck komt op 12 juli naar Rotterdam om erover te vertellen (kaartjes).

Robert Beck is een gewezen rockmuzikant, die leraar is geworden op een middelbare school in München. Een van zijn leerlingen is de Litouwse Rauli, een muzikaal genie in de dop. Beck neemt hem onder zijn hoede, deels omdat hij oprecht wil dat de jongen slaagt, deels omdat hij hoopt via Rauli zijn eigen muziekcarrière weer een boost te geven. Rauli staat er ook dubbel in: hij is dankbaar dat Beck zijn leermeester wil zijn, maar beseft ook dat die hem niet zal brengen waar hij naartoe wil. Beck is een maatje te klein voor Rauli.

Lees meerBenedict Wells vertelt in Rotterdam over Becks laatste zomer

Bij toeval las ik direct achter elkaar twee novellen waarin vrouwen een gedaanteverandering ondergaan. In Lady into Fox van David Garnett verandert een vrouw plotseling in een vos, terwijl Andrew Kaufmans The tiny wife gaat over een vrouw die begint te krimpen. Er zit bijna een eeuw tussen de publicatie van beide boeken, maar ze laten zich goed vergelijken.

In David Garnetts novelle is de transformatie zelf een gegeven. Het gebeurt direct in het begin van het verhaal, zonder verklaring. Daarna gaat het over de worsteling van haar echtgenoot om van haar te blijven houden, terwijl zij steeds meer haar menselijke trekken verliest. Ze verscheurt haar kleren, verliest haar tafelmanieren, houdt niet meer van lezen, neemt een vogel te grazen en probeert te ontsnappen. Dat laatste lukt uiteindelijk, waarop haar man ook aan het zwerven slaat, nog altijd in de hoop zijn geliefde terug te winnen. In feite begint het verhaal met één absurditeit, waarvan de consequenties vervolgens worden uitgewerkt.

Lees meerTwee novellen over muterende vrouwen


×