Blogs in de categorie Literatuur

Nog een Japans boek dat op de stapel lang: Silence van Shusaku Endo, drie jaar geleden verfilmd door Martin Scorcese. In de previews daarvan kwam nogal de nadruk te liggen op fysieke martelingen, die in het boek wel een rol spelen, maar er niet centraal staan. De roman uit 1966 gaat over de geestelijke kwellingen van een jonge Portugese priester in Japan.

De context is even eenvoudig als onverbiddelijk. In het Japan van 1640 staat christenen, als ze ontdekt worden, de doodstraf te wachten. Twee Portugese priesters nemen het op zich om de verdrukte gelovigen bij te staan en gaan clandestien aan land. Daar komen ze er al snel achter dat hun aanwezigheid leidt tot een verhoogde jacht op de lokale christenen, die meermaals hun leven geven om de twee priesters te beschermen. Een van de priesters vindt de marteldood, de ander wordt in leven gehouden. De bedoeling is dat hij, als voorbeeld voor de christenen, zijn geloof publiekelijk zal opgeven onder dreiging van marteling.

Lees meer Shusaku Endo: Silence

Geïnspireerd doordat ik onlangs voor Boek & Meester de bundel met Japanse reisverhalen van Cees Nooteboom moest lezen, pakte ik een Japanse klassieker van de plank met nog te lezen boeken: Kokoro van Natsume Soseki. De titel is in het Nederlands vertaald als ‘De wegen van het hart’, maar het woord drukt iets uit in de driehoek van hart, ziel en diepste gevoelens. Kokoro gaat nergens heen, het ís.

Het verhaal wordt in drie delen verteld. Het eerste gaat over de relatie tussen een naamloze leerling en diens even naamloze meester. De meester vindt dat hij niets te doceren heeft, ook niet als de leerling aandringt. De onuitgesproken les is dat de leerling door zijn meester te doorgronden het leven moet leren begrijpen. In het tweede deel gaat de leerling terug naar zijn geboortedorp om zijn stervende vader nabij te zijn. Ondertussen sterft de meester, maar niet voordat hij een lange brief aan zijn leerling (derde deel) heeft gestuurd waarin hij uitlegt hoe zijn leven heeft kunnen mislukken.

Kokoro, uit 1914, geldt als de eerste moderne Japanse roman. Hij is traag, met de nodige herhaling, maar de 110 korte hoofdstukken houden niettemin de aandacht vast (het werd oorspronkelijk als feuilleton in een krant gepubliceerd). Het gaat over de relatie tussen meester en leerling, maar tegelijkertijd op een symbolisch niveau over de industrialisering van Japan gedurende het Meiji-tijdperk, dat wil zeggen de teloorgang van oude tradities in de overgang naar een nieuwe tijd. Het is zo’n boek dat na een eeuw nog niets aan zeggingskracht heeft verloren.

“Mijn linkeroor is eens uitgescheurd toen mijn opa mij drie kussen gaf. Hij pakte me altijd bij mijn oren en die dag heel hard. Met een spiegeltje zag ik dat het bloedde, maar niemand geloofde dat het daarvan kwam. (…) Mijn opa had mijn oma in de oorlog van een Amsterdammer in een loopgraaf bij Stalingrad gekocht. Een jongen die net als mijn opa naar de Duitsers was overgelopen.”

Die zinnen op de eerste pagina van Niemand keek omhoog namen mij meteen in voor de roman van Evelien Vos. Het is precies het soort gekte dat de opmaat is naar een inventief verhaal dat niettemin beide voeten op de grond houdt. Fris geschreven in de korte zinnen waar Nederlandse lezers, redacteuren en auteurs zo dol op zijn. Gelukkig zondigt Vos regelmatig tegen die conventie.

Het verhaal gaat over Lucy, een twintiger die niet goed weet wat ze met haar leven moet en in het tweede deel van het boek min of meer zonder plan naar Madrid verhuist om daar een bestaan op te bouwen als vertaalster. In het derde deel volgt een dramatische tournure waar ik niks over zeggen ga. Het is allemaal wat droefjes zonder zwaarmoedig te worden – knap gedaan van Evelien Vos.

Toch loste de roman voor mij de belofte van de eerste pagina niet echt in. Daarna komt het verhaal namelijk snel in het gareel van de Nederlandse debuutroman: een hoofdpersoon die dicht bij de auteur staat, veel alledaagse mijmeringen, een vleugje seks, een onverwachte wending die naar het slot toewerkt. Allemaal keurig netjes en zeker niet slecht, maar nog niet de auteur met een eigen geluid die zich op de eerste pagina aankondigde.

Adam is een jaar of twaalf (vermoed ik) als soldaten het huis binnenvallen en zijn pleegvader meenemen. Een moeder heeft hij niet. Het gebeurt op het fictieve eiland Nusa Perdo, maar de omstandigheden zijn zo reëel als maar wezen kan. Indonesië in de eerste drie weken van augustus 1964. Er zijn volop straatprotesten, massa-arrestaties van (vermeende) communisten, revolutionairen die aanslagen plegen en een president die de aandacht probeert af te leiden door Maleisië met oorlog te dreigen. Kortom, de Maleisische schrijver Tash Aw heeft een fraaie achtergrond voor Adams zoektocht in Map of the Invisible World.

Adams pleegvader Karl is een Nederlander die in het anticommunistische vangnet is beland. De jongen heeft één aanknopingspunt, een adres in Jakarta. Daar woont Margaret, een Amerikaanse jeugdliefde van Karl. Samen gaan ze op zoek in een ingenieus plot waar ik niet teveel over zal zeggen behalve dat die door het hart van de revolutionaire sfeer in het toenmalige Jakarta leidt (er is ook een mooie film over die periode).

Lees meer Tash Aw: Map of the Invisible World

De Nederlandse literatuur lijdt al een poosje aan de redactiepest. Korte, feitelijke zinnen. Show, don’t tell. Focus: één hoofdpersoon, maximaal een handvol bijfiguren. Rustig naar de climax toewerken (bijvoorbeeld een geheim uit het verleden dat onthuld wordt). Het leidt, los van het vertelde verhaal, tot stilistische eenvormigheid. Niet slecht, wel risicoloos. En toen was daar ineens Vallen is als vliegen van Manon Uphoff.

Over het angstaanjagende verhaal, van een vader die zijn seksuele wil aan zijn dochters oplegt, ga ik het niet hebben. Dat mogen anderen doen. Mij gaat het om de manier waarop Uphoff taal gebruikt om de lezers mee te sleuren in de verwarring en pijn van hoofdpersoon MM. De stijl sluit naadloos aan bij het karakter. Geen keurige chronologische vertelling, maar fragmentarisch, nu en dan in grote lijnen, dan weer met groot gevoel voor detail – precies zoals het geheugen van een getraumatiseerd kind werkt.

Lees meer Manon Uphoff: Vallen is als vliegen

Net als eerdere boeken die ik van Yuri Herrera las, speelt Kingdom Cons zich af aan de Mexicaanse zijde van de grens met de Verenigde Staten. Een droomwereld waarin iedereen bezig is met ‘de andere kant’. Een wereld van arme mensen op zoek naar iets beters, mensen die weten dat die zoektocht door schimmige onderwerelden leidt, maar daar liever niet teveel aan denken.

De hoofdpersoon van Kingdom Cons is Lobo, een muzikant die sappelt in de bars van een grensstadje, totdat hij de aandacht trekt van een drugsbaas, De Koning, die hem uitnodigt in zijn Paleis. Vanaf dat moment verliest Lobo zijn naam en wordt De Artiest op een plek waar iedereen onder zijn bijnaam leeft. Het Paleis leeft voortdurend onder hoogspanning en de vraag is of De Artiest zich daarin staande gaat houden.

Het knappe van Yuri Herrera is dat hij je binnen een paar pagina’s bij de lurven heeft en zijn wereld binnen sleept (wat ook wel moet, want hij schrijft dunne boeken). Hoe hij dat precies doet, zie ik ook na herlezing niet precies. Zijn personages zijn bijna naamloze getormenteerde schimmen, hun wereld is onwerkelijk en wreed. De connectie met de gewelddadige werkelijkheid aan de Mexicaanse grens is helder, maar tegelijk ook niet. Alle afzonderlijke zinnen zijn kraakhelder, maar in de nevel ertussen weet Herrera onwaarschijnlijk veel op te roepen.

Bij vlagen is het moeilijk voorstelbaar dat Het land van herkomst van E. du Perron vele decennia ná Max Havelaar verschenen is. Vanuit literair oogpunt verdient het zijn bijzondere plaats in de Nederlandse letteren, maar de volkomen vanzelfsprekende acceptatie van het koloniale gedachtengoed doet de moderne lezer op zijn minst enigszins fronsen. Met als curieuze bijkomstigheid dat Du Perron een groot bewonderaar van Multatuli was.

Het autobiografische verhaal is een klassieke raamvertelling. De hoofdpersoon vertelt over zijn huidige leven, in het bijzonder zijn geldzorgen, in Brussel en Parijs. Zijn moeder is overleden en er zijn problemen met de verkoop van het landgoed. De situatie is op een gegeven moment zo nijpend dat zijn geliefde en hij hun intrek moeten nemen in een hotel in Bretagne. Gelukkig zijn er vrienden om mee te converseren over het schrijverschap, de wedijver tussen communisme en fascisme (het is 1934), de relaties tussen mannen en vrouwen en alles wat zoal ter sprake kan komen in intellectuele kringen.

Parallel vertelt de hoofdpersoon over zijn jeugd op Java. Het kolonialisme is dan nog in full swing, en het is duidelijk dat inlanders geslagen moeten worden als ze niet gehoorzamen. Als vader en moeder van huis zijn, valt deze taak toe aan de elfjarige. Tegen de tijd dat het vertrek naar Nederland nadert, nemen de hormonen het over en gaan de flashbacks vooral over al dan niet onwillige meisjes.

Lees meer E. du Perron: Het land van herkomst

Gravity’s Rainbow van Thomas Pynchon is zo’n boek met een gebruiksaanwijzing. Ik las het op aanraden van Michael Chabon, die het als een belangrijke inspiratiebron aanhaalde voor zijn eigen roman Moonglow. De Nederlandse vertaling van Gravity’s Rainbow flopte in 1974 totaal en is nooit meer herdrukt. In de VS geldt het als een van de grote meesterwerken van de twintigste eeuw. De jury van de Pullitzer Prize bekroonde het indertijd, maar het bestuur floot die beslissing terug. Het boek zou ‘onleesbaar’ en ‘obsceen’ zijn.

Enfin, Gravity’s Rainbow is een baksteen van 900 pagina’s met een onnavolgbaar plot, een stortvloed aan beelden en metaforen, zo’n 400 personages, talloze culturele, historische en wetenschappelijke verwijzingen, een enkele wiskundige formule en inderdaad het een en ander aan (ranzige) seks, in één geval met een meisje van elf (daar werd in de jaren zeventig anders over gedacht dan nu). Sowieso dienen vrouwen in het boek alleen als seksuele decoratie en grossiert Pynchon in raciale stereotypen. Daarnaast wordt er het nodige aan drugs gebruikt door de vele karakters, en het is verleidelijk te denken dat Pynchon het hele boek als een grote trip geschreven heeft, maar daarvoor is het in al zijn krankzinnigheid weer veel te coherent.

Lees meer Thomas Pynchon &?8211; Gravity&?8217;s Rainbow

J. Kessels heet Lennox in De goede zoon van Rob van Essen. In het eerste hoofdstuk van de roman neemt de brutale vriend en verteller, een sullige schrijver van plotloze thrillers, mee op een vage missie waarbij ze onder andere een nachtclub aandoen. Het volgende hoofdstuk begint in de Jiskefet-kantoormodus, gevolgd door passages over een zwaar gereformeerde jeugd. De roman zet allemaal vinkjes bij onderwerpen die Nederlandse lezers boeien.

Maar ik zou Rob van Essen tekort doen als ik het daarbij liet. Hij schrijft in een heerlijke fuckyoumodus, gaat zelfs een paar keer de discussie aan met zijn eindredacteur, dist een onwaarschijnlijk plot op over een geheime organisatie met tientallen werknemers die over lijken gaat om het leven van de hoofdpersoon in de gewenste banen te leiden. En dan is er nog iets met zelfrijdende auto’s annex psychiaters en een apparaat waarmee je door iemands hoofd kunt lopen (Malkovich!).

Lees meer Rob van Essen: De goede zoon

Soms heb je van die voetbalwedstrijden die veelbelovend van start gaan, met een paar snelle aanvallen en een bal op de paal, bijvoorbeeld, maar waar daarna de klad in komt. Je kunt niet zeggen dat er niks gebeurt, want de bal wordt nog steeds heen en weer geschoven, maar de spelers zijn door angst voor een tegendoelpunt bevangen. Ergens weet je wel dat het 0-0 zal blijven, maar je kijkt toch verder in de hoop op iets van bevrijding. Dat gevoel bekroop me bij het lezen van Die Angst des Tormanns beim Elfmeter, de klassieker uit 1970 van Peter Handke, die al snel verfilmd werd door Wim Wenders.

Het verhaal draait om monteur Joseph Bloch, die op een dag wegloopt van zijn werk omdat hij denkt ontslagen te zijn. Dat blijft Bloch de hele roman door doen, ergens in een impuls naartoe gaan, er na aankomst niet weten wat te doen en dan weer weglopen. In het begin vermoordt hij een vrouw met wie hij is meegegaan. Daarna is hij op de vlucht voor de politie, maar daar lijkt hij zich niet bijzonder druk om te maken. Bloch blijft hangen in een grensdorpje waar hij niks te zoeken heeft behalve een oude vriendin die niets meer is dan dat.

Lees meer Peter Handke: Die Angst des Tormanns beim Elfmeter