Dollar, euro, yuan en de race omlaag

1686

De Amerikaanse centrale bank gaat nog eens 600 miljard dollar aan staatsobligaties kopen (populair gezegd: ze zetten de geldpers aan). De injectie moet de economie een oppepper geven, maar oncontroversieel is de maatregel niet. Als er meer geld in omloop komt, wordt het minder waard, zo luidt immers een economische wet. Inflatie loert. Dikke kans dat de maatregel tot in Europa en China voelbaar is.

Voor de kredietcrisis toesloeg daalde de dollar gestaag tegenover de euro, vanwege het enorme Amerikaanse begrotingstekort. De yuan was chronisch ondergewaardeerd, maar daar viel weinig aan te doen, omdat China geen vrije economie heeft en de wisselkoers een politieke aangelegenheid is. De Chinezen zorgden zo dat ze hun producten voor westerse begrippen goedkoop konden maken. Het heeft zo zijn voordelen om een ongunstige wisselkoers te hebben.

Toen de crisis toesloeg, bleek de eurozone een aantal zeer zwakke broeders te hebben. De euro daalde ten opzichte van de dollar, en dat kwam goed uit, want het maakte export goedkoper (vooral Nederland en Duitsland profiteerden daarvan). De 600 miljoen uit de Amerikaanse geldpers – een vrij uitzonderlijke maatregel buiten crisistijd – gooit het nieuwe evenwicht weer door de war. De dollar zal weer dalen ten opzichte van de euro. De yuan heeft een paar maanden geleden een soepeler wisselkoers gekregen, maar heeft inmiddels maatregelen genomen om een toevloed van dollars te stoppen.

Dus is Europa nu aan zet in de race omlaag. Wisselkoersen kunstmatig omlaag brengen en zo de inflatie aanwakkeren is een groot Duits taboe, dus verwacht geen ingreep van de Europese Centrale Bank. Maar buiten Ierland en Portugal zal men niet rouwig zijn dat deze landen gisteren door de financiële markten getrakteerd werden op het laagste vertrouwen in hun staatsobligaties ooit. Niemand zal het hardop zeggen, maar de drie grote economische blokken trekken momenteel het volle register open om elkaar economisch af te troeven. (gc)