U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Naar Tomohon (10): Tomohon

In 2004 trok ik vier maanden uit om over land te reizen van mijn huidige woonplaats Rotterdam naar Tomohon, het dorp in Indonesië waar ik opgroeide. Alles bij elkaar schat ik het op zo’n 25.000 kilometer, afgelegd met de trein en bussen van alle formaten, per taxi, jeep, op boten en veerpontjes, en natuurlijk te voet. De thuisblijvers stuurde ik af en toe een nieuwsbrief.

Kennelijk vond de hotelhouder in Makassar mij een verdachte gast, want om half twaalf ‘s avonds werd er op mijn deur geklopt. Politie. Vier man van het ongeuniformeerde soort die een babbeltje met mij wilden maken en mijn paspoort eens goed bestuderen. Waarom had ik het visum in Maleisië aangevraagd en niet in Nederland? Wat had ik in Maleisië allemaal uitgespookt? Was ik wel eens in de Philippijnen geweest en zo ja waar precies? Kortom, er werd gevist naar mogelijke terroristische connecties. De schrik zit er hier goed in.

Gelukkig brak het ijs vrij snel, toen ik begon te vertellen over mijn jaren in Makassar, dat ik net nog een kijkje was wezen nemen in mijn oude huis en school, enzovoort. Ik mocht terug naar bed.

Vanaf Makassar ben ik in drie dagen met de boot langs de oostflank van Sulawesi naar de noordpunt gevaren, een uiterst relaxte cruise met regelmatig prachtig uitzicht. De binnenkomst in Kolonedale, een geïsoleerd stadje aan de oostkust, kan de vergelijking met ieder Noors fjord doorstaan.

En zo ben ik vandaag op mijn eindpunt beland, Tomohon, het dorp van mijn jonge jaren. Het had net geregend en er hing een vertrouwde geur toen ik uit de bus stapte. De hotelhouder keek mij eens aan en zei: ‘Zeg, ben jij niet die zoon van dominee Jongeneel die hier zeven jaar geleden ook was?’ Morgen gegarandeerd boterhammen met hagelslag voor het ontbijt. Kortom, ik ben thuis.

Tomohon is een langgerekt dorp in een dal tussen twee vulkanen. De Lokon, aan de voorkant van mijn vroegere huis, is de grootste en heeft zijn laatste grote uitbarsting, met vijf dagen continu lava uitspuwen, dik tien jaar geleden gehad. Sindsdien zijn er jaarlijks wat kleine erupties. Die aan de achterkant, de Mahawu, heeft een paar jaar geleden een grote klapper gemaakt. Nu heeft hij drie kraters in plaats van één. Die ga ik morgen eens van wat dichterbij bekijken.

De grootste verandering van de afgelopen jaren is helaas negatief. Tomohon is een broeinest van terroristen geworden. De Jema Islamiya, bekend van de bomaanslag in Bali, heeft hier een pesantren geopend waar allerlei ongure lieden gehuisvest worden. De schatting is dat er op enig moment enkele tientallen terroristen zitten. Noord Sulawesi is namelijk de brug tussen Indonesië en het zuiden van de Philippijnen waar moslimextremisten al jaren uiterst actief zijn.

Omdat het hier christelijk gebied is, is nu een detachement moslimpolitie van elders aangevoerd om zonder religieuze connotaties geregeld het pesantren binnen te vallen en arrestaties te verrichten. Dat neemt niet weg dat hier gisteren de in Afghanistan opgeleide Ali A. begraven is, het brein achter een bomaanslag in Pangandaran op Java in 2001. Die heeft hier rustig zijn laatste maanden of misschien wel jaren kunnen slijten. Er zijn in Tomohon burgerwachten gevormd om iedere verdachte persoon te kunnen signaleren en desnoods gewapende actie te ondernemen.

Nog een paar dagen te gaan heb ik, voor ik op het vliegtuig naar Singapore stap. Daar wil ik dan een aansluitende vlucht naar Nederland regelen – en zo in zestien uur een reis van vier maanden ongedaan maken.


×