Nieuwsberichten en achtergrondartikelen

Niet alleen bij individuele bouwprojecten is circulaire omgang met materialen steeds vaker een vereiste. De eerste stappen naar normvorming zijn gezet. Bestaande normen moeten juist op de helling.

Ruim een jaar geleden verscheen het rapport Onderzoek mogelijkheden voor platform circulaire nieuwbouw, in opdracht van het standsontwikkelingsproject Living Lab Utrecht. De aanvankelijke inzet van het onderzoek was te bekijken hoe bouwen met herbruikbare materialen te stimuleren viel via een materialenplatform. Immers, hoe groter de totale markt van vraag en aanbod, hoe groter de kans op een match tussen beschikbaar en gezocht materiaal.

Gaandeweg het onderzoek bleek echter dat opdrachtgevers in de bouw het ontbreken van zo’n platform niet als het grootste obstakel ervaren. Dat zit veel eerder in het proces: de regelgeving en opdrachtverlening. ‘Circulair’ is een mooi hypewoord, maar wat betekent het nu precies? Hoe meet je de mate van circulariteit van een project? Kortom, de bouwende partijen zaten vooral te wachten op heldere normen. En vervolgens op klanten die heldere opdrachten verstrekken op basis van die normen. Daarna ontstaat er vanzelf meer vraag naar hergebruikte materialen en dus een grotere markt.

Echt verbazingwekkend was die uitkomst niet, zegt Bas Slager van ingenieursbureau Repurpose, een van de opstellers van het rapport: ‘Mensen vinden het fijn om te blijven doen wat ze al deden. Als er dan een verandering op gang komt, willen ze duidelijke kaders. Niets is zo vervelend als eisen die bij ieder project weer anders zijn.’

Lees meer Normen voor en tegen circulair bouwen

Sinds 2019 hebben apothekers, met name binnen academische ziekenhuizen, meer wettelijke mogelijkheden om gepatenteerde medicijnen zelf te maken. Zo ontnemen ze fabrikanten revenuen om dure ontwikkeltrajecten terug te verdienen – zeggen die fabrikanten. Moesten ze maar niet zulke onredelijk hoge prijzen rekenen, riposteren de ziekenhuizen.

De zogeheten apothekersvrijstelling werd twintig jaar geleden door de Tweede Kamer goedgekeurd, als onderdeel van een Europees verdrag dat nooit in werking trad. Daardoor hebben apothekers al twee decennia niet de vrijheid om zelf medicijnen na te maken, hoewel daar wel politiek draagvlak voor bestaat. Het gaat hierbij vooral om zogeheten weesgeneesmiddelen, die in beperkte hoeveelheden nodig zijn tegen zeldzame ziekten.

Uit frustratie gooide het Amsterdamse UMC in 2018 de knuppel in het hoenderhok door zelf chenodeoxycholzuur (cdca) te maken, een middel tegen de zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte cerebrotendineuze xanthomatose, waaraan in Nederland zo’n vijftig mensen leiden. De prijs van cdca, dat ooit voor een andere ziekte werd ontwikkeld, steeg van enkele honderden euro’s in de jaren tachtig naar meer dan 160.000 in 2018. Het UMC kon het zelf voor 25.000 euro maken. De fabrikant, die voor de nieuwe toepassing een nieuw octrooi had verworven, stond op zijn achterste benen.

Lees meer Strijd om gepatenteerde medicijnen

Steeds strengere reguleringen zorgen ervoor dat een leger aan wetenschappers zich bezig houdt met het in kaart brengen van ons menu. Op de verpakking moet al staan welke stoffen en hoeveel energie erin zit. Er zijn echter voedingsmiddelen die dwars liggen. Het aantal calorieën in pepermunt, bijvoorbeeld, laat zich niet exact bepalen.

Het probleem zit hem in de Arabische gom (codenaam: E414), een belangrijk bestanddeel van pepermunt. Arabische gom is de gedroogde hars van een aantal soorten acacia’s. Het bestaat uit complexe polysacchariden, ketens van suikermoleculen, en daarvan afgeleide zouten. In pepermunt, drop, poedersoep en andere voedingsmiddelen dient het vooral als geleermiddel tussen de smaakstoffen. Daarnaast is de in water oplosbare gom in opmars in dieetdrankjes.

Chemisch gesproken valt Arabische gom namelijk onder de voedingsvezels en die bevatten volgens de Europese regels geen calorieën. Daar word je dus niet dik van. De Amerikanen daarentegen houden het op vier calorieën per gram, evenveel als suiker en andere koolhydraten. Daar word je dus juist wel dik van. Beide standpunten zijn onjuist, rekent de Britse voedingstechnoloog Glyn Philips deze maand voor in een artikel in Food Additives and Contaminants.

Lees meer Pepermunt zal wel zien of hij dik maakt

Vanwege de grote genetische variatie is het lastig om het genoom van een virus in kaart te brengen. Onderzoekster Jasmijn Baaijens puzzelde voor haar promotie de stukjes wiskundig in elkaar.

Virussen hebben compact DNA. Eenmaal in een lichaam vermenigvuldigen ze zich razendsnel, waarbij veel varianten ontstaan. Het DNA van een enkel virus sequencen lukt niet, het is altijd materiaal van een heleboel exemplaren. Bovendien levert sequencen kleine stukjes op, zogeheten reads, die later aan elkaar geplakt moeten worden tot een genoom. Bij een mens weet je dat er precies twee kopieën zijn van ieder chromosoom. Bij een hoeveelheid virusmateriaal weet je niet hoeveel gelijke kopieën er zijn. Bovendien zijn er mutaties. Dat maakt het reconstrueren van het genoom ingewikkeld.

‘In de overlapgraaf die ik gemaakt heb, vormt iedere read een knoop’, vertelt Jasmijn Baaijens, die in september bij het Centrum voor Wiskunde en Informatica in Amsterdam promoveerde op genoomreconstructie van virussen. ‘De pijlen in de graaf geven aan dat de reads overlappen en dus waarschijnlijk van dezelfde kopie van het virus afkomstig zijn.’

Lees meer Grafentheorie brengt virus in kaart

Wanneer je alle scheepvaartroutes en beoogde windenergievelden intekent, is het Nederlandse gedeelte van de Noordzee alweer bijna vol. Dus is het tijd voor studies naar efficiënt ruimtegebruik op zee, denkt onderzoeksinstituut Marin.

Vorig jaar was in een van de testfaciliteiten van Marin in Wageningen een minder gebruikelijke opstelling te zien: een keurig grid van windturbines met daartussen netten vol zeewier en drijvende zonnepanelen. Gewoon om eens te kijken hoe dat samen gaat. Hoe gedragen zonnepanelen zich bij golfslag? Zijn ze goed te verankeren? Wat is de invloed van zeewiervelden op de golven? Wat betekent de combinatie voor de bereikbaarheid van de turbines voor onderhoud?

‘We weten dat zelfs als Nederland de complete energievoorziening op zee brengt, er in de toekomst op land waarschijnlijk niet genoeg ruimte is voor voedselproductie’, vertelt project manager Floor Spaargaren. ‘Je moet dus ook op zee voedsel verbouwen. Een geschikte plek daarvoor is tussen de fundaties van windturbines. Omdat Marin veel expertise heeft op het gebied van testen met schaalmodellen, leek dat een logische manier voor ons om bij te dragen aan kennis hierover.’

Lees meer De Noordzee als krappe bouwplaats

Na succesvolle proeven met grotere deeltjes is het bellenscherm van The Great Bubble Barrier in beeld als methode om microplastics met een doorsnede van 0,5 tot 0,02 millimeter in gezuiverd rioolwater te onderscheppen. Daarmee betreedt het een notoir lastig terrein.

Eind april 2019 hing het RIVM nog maar eens aan de bel: de hoeveelheid microplastics in drinkwater (en bijgevolg in voedsel en levende wezens) neemt hand over hand toe. De gevolgen voor de gezondheid zijn weliswaar nog niet duidelijk, maar positief zijn die vermoedelijk niet. De belangrijkste bron is kleding van synthetische stoffen. Bij iedere wasbeurt worden er kleine deeltjes vanaf geschraapt. De grootste boosdoener is fleece, vaak gemaakt van gerecyclede petflessen – nog niet zo lang geleden gingen de duimpjes van de milieubeweging juist omhoog bij dergelijk hergebruik.

Er bestaan diverse soorten filters om minuscule plasticdeeltjes uit het water te halen. Grotere deeltjes kunnen mechanisch eruit worden gezeefd, maar ook bekende methoden om drinkwater te zuiveren, zoals carbonfilters en omgekeerde osmose, zijn bruikbaar om kunststofdeeltjes tegen te houden. Een probleem daarbij is dat filters relatief duur zijn per behandelde liter water.

Lees meer Bellenscherm tegen microplastics

U ziet de kop en weet eigenlijk wel dat u belazerd wordt, maar toch trapt u in de clickbait. Want u bent tóch nieuwsgierig. Dit artikel legt uit waarom en zal uw leven blijvend veranderen. Van nummer tien zal uw mond openvallen.

  1. Clickbait werkt. Een kop en plaatje neerzetten die meer beloven dan ze waarmaken weerhoudt u er niet van de volgende keer weer te klikken. Iedereen die een poosje op Facebook zit, weet dat het bekende Buzzfeed je bedelft onder matig interessante lijstjes. U hoeft die content niet eens te liken om haar te verspreiden onder uw vrienden. Als u erop klikt, vergroot u al de kans dat uw vrienden door Facebook dezelfde post als suggestie voorgeschoteld krijgen.
  2. Er is ook onderzocht wat het beste werkt: lijstjes, persoonlijke verhalen, dieren, populaire cultuur, nieuws, verrassingen en schokkende zaken. Je hebt drie of vier elementen nodig voor goed scorende clickbait. Lijstjes met vijftien of meer punten werken het best. De best bezochte posts op dit blog zijn overigens lijstjes met twaalf en zeven punten.
  3. Clickbait is niet nieuw. Het is alleen de nieuwe naam voor een fenomeen dat teruggaat naar het ontstaan van de populaire pers. De bedoeling was toen niet dat je nog een artikel las, maar dat je nog een krantje kocht. Maar het spervuur van sensationele koppen die naar bij nader inzien teleurstellende content leidden, was hetzelfde.
  4. Uiteraard houden de makers van clickbait bij waar u het vaakst in trapt. Een andere bekende site, LifeBuzz, laadt 172 trackers per pagina. Volgens sommige berekeningen kost alleen al het laden van die trackers Amerikaanse consumenten maandelijks vier miljoen dollar aan mobiele datakosten.
  5. Clickbait nestelt zich in uw brein. Lees deze fijne casestudy (pdf) van Buzzfeed. De site creërde samen met Virgin Mobile 190 posts die tot doel hadden niet om u te informeren over schattige poesjes, maar om u ervan te overtuigen dat Virgin een tof merk was. Dat lukte. De bekendheid van het merk nam met honderden procenten toe.
  6. Wie slechte clickbait maakt, krijgt straf van Facebook. Slechte clickbait verraadt zich doordat mensen het snel wegklikken. Dat houdt Facebook bij (daarom heeft uw Facebook app een eigen browser ingebouwd – anders zouden ze deze waardevolle informatie zomaar met Google delen).
  7. Omdat clickbait als woord inmiddels een beetje besmet is, spreken marketeers liever van de curiosity gap. Die beschrijft niet zozeer het klikdinges zelf als wel het proces dat erdoor op gang gebracht wordt in uw brein. Want daar gaat het uiteindelijk om.
  8. De natte droom van de clickbaitfabrikant is dat u zijn bericht niet alleen leest maar ook actief aanraadt aan uw vrienden. Viraal gaan met clickbait, wie wil het niet? Mocht u geïnteresseerd zijn in een lijst van 22 berichten die dit flikten, dan kunt u terecht bij Jeff Bullas, die claimt een ware artiest op dit terrein te zijn.
  9. Overigens retweet meer dan de helft van de mensen tweets zonder de link daadwerkelijk bezocht te hebben. Dus als iemand die u kent iets doorstuurt, is dat bepaald geen garantie dat hij er ook werkelijk naar gekeken heeft. Hij is alleen opgewonden geraakt van het plaatje en de samenvatting. Wanneer u deze bewering onderbouwd wilt zien, kunt u kijken naar figuur 5 in deze 15 pagina’s tellende pdf, waarin vier onderzoekers twittergedrag in detail analyseren. Zodra u dat gedaan hebt, weet u ook weer waarom de meeste mensen de voorkeur geven aan clickbait boven degelijke informatie.
  10. Het is mogelijk om van mensen individueel te bepalen in welke mate ze gevoelig zijn voor clickbait-technieken, aldus een ander kwartet onderzoekers in nog weer een vette pdf. Reken maar dat de drie grootste sociale medianetwerken in termen van clicks (Facebook, Pinterest en Twitter) weten hoe groot uw sukkeligheid is.
  11. Het is moeilijk om rijk te worden met alleen maar advertenties bij slim gemaakte clickbait content. Daarom wordt er ook geknoeid met de advertenties om de click maximaal uit te melken.
  12. Mocht u denken: het ergste aan clickbait is dat ik weer een paar minuten van mijn leven hebt verspild – hopelijk heeft u gelijk. Want clickbait is ook een handige manier om malware te verspreiden. Niemand klikt op de knop “download hier een virus”. Maar “bekijk hier de afscheidsvideo van Robin Williams” bleek behoorlijk effectief. De verlokking van sensatie verlaagt de alertheid. O ja, dankzij kunstmatige intelligentie wordt de inzet van clickbait voor oplichting steeds subtieler.
  13. Clickbait beïnvloedt bovendien de journalistiek. Journalisten kunnen geobsedeerd raken door het aantal clicks op hun artikelen, ook als er geen commerciële druk achter zit, omdat ze het zien als persoonlijke erkenning. Dat kan van invloed zijn op waarover ze berichten en hoe ze dat doen. Om nog maar te zwijgen over het gebruik van clickbait-technieken voor de verspreiding van fake news.
  14. Van fake news is het nog maar een kleine stap naar de politiek. Propaganda is van alle tijden. Maar je kunt dus ook wilde beweringen gebruiken om mensen te verleiden naar de site van je verkiezingscampagne te komen of weg te leiden naar dubieuze artikelen over je opponent. De Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 en de Braziliaanse van 2018 zaten er vol mee.
  15. Tot slot: mocht het plaatje van fotomodel Danielle enige rol gespeeld hebben bij uw besluit op deze post te klikken, dan bevindt u zich in goed (nou ja, in elk geval in groot) gezelschap. Sexisme en clickbait gaan goed samen.

In de NRC van afgelopen zaterdag stond een essay van René van Woudenberg, met als portee dat de wetenschappelijke bewijsgrond ruimte laat om ook op zoek te gaan naar een wetenschappelijk bewijs voor Gods bestaan. Een oud argument, dat de plank mis slaat. Een argument bovendien waar juist theologen zich verre van zouden moeten houden, al heeft ook de wetenschap boter op haar hoofd. Hier mijn weerwoord.

De gedachte dat wetenschap en religie gescheiden werelden zijn, de zogeheten non overlapping magisteria, is van relatief recente datum. Ze komt niet voort uit een waargenomen toenemende, hinderlijke bemoeienis van religie met de wetenschap, maar eerder uit het omgekeerde, een wetenschap die steeds minder raakvlakken met de religie ervaart. Misschien dat het juist daarom des te meer opvalt wanneer het kortstondig schuurt.

Er is echter meer aan de hand. Men hoort sommige kerkgangers nog wel eens klagen over de evolutietheorie, maar nooit dat de wetenschap in zijn algemeenheid een bedreiging zou zijn voor het geloof en daarom aan de deur geweerd dient te worden. Wetenschappers die menen dat religie in zijn geheel bij het grof vuil hoort en in ieder geval geen plek heeft binnen de academie, zijn eenvoudiger te vinden. De bedenkingen zijn, met andere woorden, eenzijdig. De vraag is waarom.

De sleutel zou wel eens kunnen liggen in een opmerking van historicus Johan Huizinga, in zijn boek Homo ludens, waar hij stelt dat alle aspecten van de menselijke cultuur een spelelement in zich dragen, met uitzondering van de moderne wetenschap sinds de achttiende eeuw. Ergens in haar weg door de moderne tijd heeft de wetenschap haar relativeringsvermogen verloren en is bevangen door een dodelijke ernst. Een onnodige ernst ook, want de regels van het academische spel bepaalden al sinds het prille begin dat er in de wetenschap geen ruimte was voor God.

Lees meer De academicus als homo non ludens

In de aanloop naar de Olympische Spelen was ik drie weken in Zuid-Korea om een aantal reportages te maken over de technologische vooruitgang in het land. Er heeft zich daar in veertig jaar tenslotte een economisch mirakel voltrokken: van netto ontvanger van ontwikkelingshulp naar gever. Dat gebeurde op de vleugels van een aantal grote bedrijven als Samsung en Hyundai, maar inmiddels is een jonge generatie opgestaan die voor zichzelf begint. Wie weet bijvoorbeeld dat Whatsapp en andere chatprogramma’s zijn afgekeken van een Koreaanse pionier: Kakao?

De verhalen staan achter de betaalmuur bij De Ingenieur, maar de tweede aflevering is vrij toegankelijk. Het is de weerslag van een interview met Jung-ho Oh, maker van de Hubo-robot, die bij een wedstrijd van het Pentagon alle concurrenten te vlug af was. Fijne man om te interviewen: geen beleefdheden, gewoon recht voor zijn raap antwoorden. Zuid-Koreanen zijn nogal anders dan Japanners en Chinezen, met wie het altijd lastig contact leggen is. De derde aflevering, die in het maartnummer verschijnt, is volgens mij het interessantst. Die gaat over jongeren, startups en een overheid die bereid is voor de troepen uit te lopen.

Update: ze staan nu ook hier op de site.

Nepnieuwsbestrijding en zelfrijdende auto’s hebben op het eerste gezicht weinig gemeen, tot je je realiseert dat aan beide software ten grondslag ligt die morele beslissingen neemt. Het ene stuurt de vrijheid van meningsuiting bij, het andere besluit mogelijk over leven en dood. Ontwerpmethoden die de morele kant van kunstmatige intelligentie meenemen, bestaan nauwelijks. Daar moet verandering in komen, aldus de IEEE.

De nadrukkelijk eerste versie van een document dat moet leiden tot normen voor ethische software-ontwikkeling, verscheen eind vorig jaar. ‘Ethically aligned design’ stelt zich ten doel een aanzet te zijn voor een wereldwijde discussie. ‘We hebben het hier in feite over de totstandkoming van een nieuwe vorm van due diligence, gepaste zorgvuldigheid’, zegt projectleider John Havens namens het IEEE Global Initiative for Ethical Considerations in Articifial Intelligence and Autonomous Systems. Hij legt uit dat de standaard niet bedoeld is om bepaalde ethische normen af te dwingen. Het gaat erom dat de ontwerper alle ethische aspecten zorgvuldig afweegt.

Lees meer Bewust kunstmatig intelligent ontwerpen