Aanbevolen romans en novellen

Bitterzoete Vonnegut

724

Toen ik zestien was en net wat literaire belangstelling begon te kweken, las ik een recensie van een boek dat me om de titel en de naam van de auteur altijd is bijgebleven: ‘Galápagos’ van Kurt Vonnegut. Meer dan twintig jaar heeft het geduurd voor ik het boek daadwerkelijk gelezen heb, hoewel ik ‘Slachthuis vijf’ van Vonnegut al vrij vlug daarna tot me heb genomen en tot een briljant boek bestempeld.

‘Galápagos’ gaat over een groepje mensen dat door dom toeval strandt op de archipel, terwijl de mensheid in hoog tempo uitsterft door een bacterie die vrouwen onvruchtbaar maakt. Het is in de eerste plaats een hilarische vertelling, zoals altijd bij Vonnegut, maar daaronder gaan wel bittere verwijten over de wreedheid en onnadenkendheid van de mens schuil. Aan het eind van het verhaal heeft de mensheid zich ontwikkeld tot een harig zeebeest met een brein zo klein dat ze geen bedreiging voor de wereld meer is.

Het is niet het beste boek van Vonnegut – dat blijft ‘Slachthuis vijf’, over het bombardement op Dresden – maar het leest als een trein. Het spervuur van gekte en serieuze ondertoon dat de vorig jaar overleden Vonnegut op de lezer loslaat, is uitermate aanstekelijk.

Leesvoer 2: Passionate Magazine

649

Net als Zone 5300 hanteert Passionate Magazine een strakke formule: recensies, korte verhalen, columns en gedichten. Ook is er een vaste stal van auteurs en daaromheen aandacht voor nieuw talent. Toch merk ik dat het me steeds meer moeite kost me aan het lezen te zetten.

Dat komt, denk ik, door het hoge soortelijke gewicht van de bijdragen. Bij Zone 5300 ‘gebeuren’ gemiddeld twee tot drie dingen per pagina. Bijdragen in Passionate zijn gemiddeld twee pagina’s lang. De pagina’s zijn ook wel heel erg wit. De professionaliteit straalt ervanaf, maar voor het plezier geldt dat minder.

Nou is het voor een oud-redacteur natuurlijk makkelijk zeuren, maar ik mis de verschrikkelijke miskleunen die vroeger in Passionate stonden, toen het blad nog zelf jonge auteurs scoutte. Nu is het gros van de jonge auteurs gescout door een uitgeverij en lift Passionate mee. Dat komt de gemiddelde kwaliteit van de teksten ten goede, maar het avontuur is een beetje weg.

Rashid en de vrouwen van Gauguin

634

“In de gangen van het huis hoorde ze haar dochters. Ze kwamen in pyjama naar haar toe, haastig, alsof de dag een boot was die ook zonder hen kon wegvaren.”

Zo luidt een van de fraaiste zinnen uit ‘Afkomst’ van Rashid Novaire, het Rotterdams Leescadeau 2007. In de novelle gaat een alter ego van Novaire op zoek naar zijn Marokkaanse en Duits-Poolse voorouders. De kwaliteit van het boekje is nogal wisselend. Sommige passages lijken veel rijper dan andere. De scenes in de ouderlijke garagebox zijn bijvoorbeeld nogal houterig, terwijl de begrafenis van oma Ute vloeiend uit de pen gestroomd lijkt.

“Hoewel ze aan de vrouwen van Gauguin doet denken, heeft Joanne met haar ongenaakbare voorkomen, haar licht gepoederde huid en haar felgroene ogen die op de eeuwigheid staan afgesteld, opeens iets van een personage uit een misdaadserie.”

West

629

Zo heet de tweede roman van Walter van den Berg, die zich afspeelt in Osdorp. De hoofdrollen zijn voor de broers Ron en Cor, die elkaar niet zo heel erg mogen. Dat heeft te maken met hun verhouding tot Erik, een ex-vriend van hun moeder, die haar regelmatig in elkaar sloeg.

Walters sterke kant is het volstrekt kaal en emotieloos neerzetten van zijn karakters, in zijn debuutroman ‘De hondenkoning’ en opnieuw in ‘West’. Dat, gekoppeld aan de spanningen, leidt tot een beklemmende sfeer die elk moment gewelddadig kan worden. Heel veel plot heeft ‘West’ niet, al wordt snel duidelijk dat het op een confrontatie tussen beide broers zal uitdraaien.

Een minpunt van de roman is dat Walter (wiens eerste literaire publicatie ik ooit nog eens begeleid heb voor Passionate) aan het eind bezwijkt voor de verleiding om de psychologie van Cor expliciet te maken en bovendien in de mond te leggen van diens vriend Robbie, die eerder in het boek nou niet direct naar voren komt als een groot mensenkenner. Het leidt tot een anticlimax aan het slot van een sterk verhaal.

De politicus als voorzitlezer

621

Om redenen die ik nooit helemaal kan volgen, schijnen politici uitstekend geschikt te zijn om literaire prijzen uit te delen. Nu Wim Deetman weer, voor de AKO 2008. Het zou natuurlijk kunnen zijn dat literaire critici zo’n onbedwingbare neiging hebben om elkaar in de haren te vliegen dat een door de wol geverfde compromissenbakker als voorzitter de enige mogelijkheid is om een winnaar te doen vaststellen.

Enfin, interessant fenomeen, dat de politicus natuurlijk ook de nodige kudo’s oplevert in cultureel minnend Nederland. Fijn dus, dat Femke Halsema in de junior league ook meedoet.

Technologische onbalans

In september 2007 verschenen boek ‘Diary of a bad year’, een mengvorm van essays en een roman, legt nobelprijswinnaar J.M. Coetzee een interessant verband tussen de vooruitgang van de wapentechnologie en de opkomst van zelfmoordaanslagen.

In vroeger tijden bestreden legers elkaar op het slagveld. Er bestond zelfs zoiets als waardering voor dappere daden van de tegenpartij. Daar waar de technologische mogelijkheden van de twee partijen verder uiteen lopen, wordt het ook moeilijker begrip te hebben voor elkaars strijdwijze. De Amerikaanse en Israelische legers in het Midden-Oosten zetten technologie in om slachtoffers aan de eigen kant zoveel mogelijk te voorkomen, maar toch veel tegenstanders ‘uit te kunnen schakelen’.

Lees verder Technologische onbalans

Shalimar en Izzy

585

Een van de voordelen van een zestienurige treinreis uit Budapest terug naar Rotterdam is dat een mens weer eens toekomt aan het lezen van een stevig boek. Het nadeel van dergelijk langdurig geconcentreerd lezen is dat tekortkomingen meer opvallen. Mijn slachtoffer was ‘Shalimar the Clown’ van Salman Rushdie, dat alweer een dik jaar op lezing stond te wachten.

Shalimar the Clown gaat over Kashmir. Het is een nauw verholen allegorie, die een fraaie parallel trekt met de Elzas, een ander grensgebied met eigen karakter dat de speelbal is van twee grootmachten. De psychologische diepgang gaat als altijd bij Rushdie die van een bollywood talkie niet te boven, maar wat een verteller. ‘Shalimar the Clown’ is 400 pagina’s over elkaar buitelende anekdotes, fraaie karakters, een ingenieus plot en een spannend slot. Inderdaad, om in één ruk uit te lezen.

Waar een mierenneuker als ik dan over valt is technische foutjes als een Duitse radar in de oorlog op een plek waar die toen nog niet bestond (terwijl Rushdie op dezelfde pagina ironisch genoeg een betoog over anachronismen houdt) en een fout in een chemische formule. Daar staat dan tegenover dat ik zonder de concentratie van de trein waarschijnlijk over de referentie aan Miami Vice had heen gelezen, in het karakter van Isidore ‘Zizzy’ Brown, de incompetente advocaat van Shalimar.

Zestig pagina’s bloedbad

570

Op 30 april 1975 sloot de Tsjechoslowaakse geheime dienst de dierentuin van Dvur Kralove af van de buitenwereld en overzag de slacht van Europa’s grootste kudde giraffen, bijna vijftig in getal. Dit historische gegeven staat centraal in de debuutroman ‘Giraffe’ van Jonathan Ledgard, die de dieren volgt van hun vangst in Afrika tot hun gruwelijke dood.

Het boek komt langzaam op gang, maar slaagt erin een dromerige sfeer op te roepen, waarin de absurditeit van een Boheemse giraffenkudde zich vermengt met het al even absurde als troosteloze leven onder het communistische regime. Ledgard betoont zich hierin een discipel van Bohumil Hrabal, zij het dat zijn verhaal nogal humorloos is.

Hoewel overladen met lof in Engeland en Amerika valt er wel wat af te dingen op ‘Giraffe’. Met name Ledgards neiging om te laten merken hoe goed hij de affaire wel niet geresearched heeft, gaat af en toe tegenstaan. Maar de zestig pagina’s bloedbad waar het boek mee eindigt, grijpen je bij de strot en laten niet meer los.

Het risico van Sanneke van Hassel

537

‘Witte veder’ heet de tweede verhalenbundel van de jonge Rotterdamse schrijfster Sanneke van Hassel, waarvan binnen een paar maanden een tweede druk het licht zag. Net als bij haar eerste bundel, ‘IJsregen’, beschrijft ze kleine taferelen in een precieze maar ook enigszins risicoloze stijl met veel korte zinnen.

Een oude bokser die liever niet bij zijn vrouw zit, een vrouw die voor het eerst naar een hamam gaat, een zwangere vrouw geplaagd door angsten, een jonge homo die niet uit de kast durft te komen. Van Hassel zet ze met een paar zinnen neer en ze gaan leven.

Toch begint zo halverwege de bundel iets op te vallen. Alle verhalen hebben ruwweg dezelfde plot. Er wordt een personage geïntroduceerd, een eenling. Die gaat interacteren met anderen, wat leidt tot een pijnlijk moment. De eenling trekt zich dan weer in zichzelf terug. Sanneke van Hassel is een groot talent, maar wil ze verder groeien, dan zal ze haar veilige vierkante millimeter moeten verlaten.

Coetzee over zelfmoordaanslagen

523

Vandaag verschijnt ‘Diary of a bad year‘ van nobelprijswinnaar J.M. Coetzee. Het is een gewaagde mengvorm van essays en een roman, die vooral om de essays, of eigenlijk columns de moeite waard is. Coetzee beheerst de kunst om de vinger op de zere plek te leggen tot in de puntjes.

In een van die essays legt Coetzee een interessant verband tussen de vooruitgang van de wapentechnologie en de opkomst van zelfmoordaanslagen. In vroeger tijden bestreden legers elkaar op het slagveld. Er bestond zelfs zoiets als waardering voor dappere daden van de tegenpartij. Daar waar de technologische mogelijkheden van de twee partijen verder uiteen lopen, wordt het ook moeilijker begrip te hebben voor elkaars strijdwijze. De Amerikaanse en Israelische legers in het Midden-Oosten zetten technologie in om slachtoffers aan de eigen kant zoveel mogelijk te voorkomen, maar toch veel tegenstanders ‘uit te kunnen schakelen’.

Lees verder Coetzee over zelfmoordaanslagen