Gabriel García Márquez: In augustus zien we elkaar weer

Gabriel García Márquez is een van de weinige auteurs van wie ik (bijna) het complete werk gelezen heb. Honderd jaar eenzaamheid was voor mij als student een eyeopener: dit kon literatuur ook zijn. Zoveel interessanter dan het naturalisme dat de Nederlandse letteren van mijn schooltijd domineerde. Het zou ook een zware stempel op mijn eigen romans drukken.

Dus uiteraard wilde ik In augustus zien we elkaar lezen, de postuum uitgegeven novelle over een vrouw die ieder jaar afreist naar een afgelegen eiland om gladiolen op het graf van haar moeder te leggen en een affaire te beleven. De Spaanse titel, En agosto nos vemos, is krachtiger dan de letterlijke vertaling ervan. Het weerzien betreft overigens de moeder, aan wie de vrouw ieder jaar over haar leven vertelt.

Lees verder Gabriel García Márquez: In augustus zien we elkaar weer

Noviolet Bulawayo: Glory

Animal Farm, maar dan over de val van Mugabe in Zimbabwe – zo wordt Glory van Noviolet Bulawayo consequent omgeschreven. En dat klopt. De roman is spitsvondig, bevlogen en grappig. Maar wat duurt-ie lang. Elke trouvaille wordt eindeloos uitgemolken. De complete postkoloniale geschiedenis van het land komt voorbij. Tegen de tijd dat je naar het einde snakt, komt er alsnog een mooi, fantasievol slot, maar voor mij was het toen te laat om het alsnog een goed boek te vinden.

Annie Ernaux: De plek

Eerlijk gezegd kocht ik De plek van Annie Ernaux vooral omdat het nog geen honderd bladzijden telde, precies goed voor de treinreis die ik voor de boeg had. Toen ze de Nobelprijs won in 2022 ging mijn hart niet sneller kloppen bij de omschrijving van haar werk: sociaal realisme over opgroeien in armoede wordt al snel larmoyant. Maar goed, het had de juiste omvang en superslecht kon het nou ook weer niet zijn.

De novelle stelde me niet teleur. Ernaux vertelt over de relatie met haar vader, die van arbeider opklom tot kleine kruidenier. Hard werken voor weinig. En dan een dochter die niet gaat werken, maar haar school afmaakt en lerares wordt. Trouwt met iemand uit de middenklasse. De trots, maar ook de jaloezie. Het knappe aan Annie Ernaux’ stijl is dat ze de moeizame verhouding met haar vader in nuchtere zinnen vervat. Zo wordt het uiteindelijk een liefdevol portret.

‘Holocaustles al in land van herkomst’

Would-be migranten uit met name islamitische landen zouden al in het land van herkomst les over de holocaust moeten krijgen, zegt een Ghanese denktank. Dan weten migranten beter wat hen in Nederland te wachten staat.

“Een relatief groot aandeel van de Nederlandse Joden heeft de Tweede Wereldoorlog niet overleefd”, aldus Owusu Ansah, directeur van het Ghanese Institute for the Study of Western Thought (SWT). “Dat komt door de Nederlandse volksaard, waarin loyaliteit aan de eigen stam een belangrijke rol speelt. Het bespotten en verraden van mensen met een ander geloof of etniciteit wordt daar niet vanzelfsprekend als een moreel tekort gezien.”

In reactie op suggesties dat met name moslimmigranten extra les zou moeten krijgen over de holocaust, bracht SWT een raport uit dat voor intensivering van dat programma pleit. Ansah: “Je kunt in Nederland momenteel over moslims dingen zeggen waar de honden geen brood van lusten. Daarom is het voor buitenstaanders belangrijk om te weten wat de uiterste consequentie kan zijn als Nederlanders in zo’n stemming raken. Het is fijn dat Nederlanders dit zelf ook beseffen en daarom willen dat iedereen kennis neemt van hun medeplichtigheid aan de holocaust. Maar wij denken dat er nog wel een verdiepingsslag te maken valt.”

Lesprogramma

Om Nederland te ondersteunen bij de ontwikkeling van een evenwichtig lesprogramma heeft SWT een toolkit samengesteld. Daarin wordt onder andere uitgelegd dat pogroms ook elders in de wereld hebben plaatsgevonden, maar dat de industriële uitvoering ervan een westerse innovatie is. Ook andere gedachtensprongen om de aandacht af te leiden van de eigen betrokkenheid komen aan bod. “De zogenaamde Joods-christelijke traditie waar sommigen de mond van vol hebben, bijvoorbeeld, is een recent bedenksel om weg te poetsen dat christenen de Joden eeuwenlang genadeloos vervolgd hebben. Waanzinnig interessant copingmechanisme om van buitenaf te bestuderen”, aldus Ansah.

Op de toolkit kwam vrijwel direct kritiek uit kringen van de mogelijke nieuwe regering, met name vanwege de suggestie dat ‘nooit meer’ ook zou gelden voor andere bevolkingsgroepen dan Joden. “Het is belangrijk dat les over de holocaust niet teveel in het verleden blijft hangen”, zegt premierskandidaat Mona Keijzer. “De belangrijkste les gaat immers over het heden, namelijk dat we hier een oogje dichtknijpen als Israel Palestijnen afslacht. Daar moet je als moslim gewoon aan meedoen, anders ben je een antisemitische kakkerlak en zetten we je hoppakee op de trein terug naar waar je hoort. Zo doen we dat in onze cultuur.”

Geconfronteerd met Keijzers uitspraak knikt Ansah: “In tijden van stress vallen mensen graag terug op tribale zekerheden, met name in geïsoleerde gemeenschappen als Volendam. Het is, denk ik, goed als er extra aandacht uitgaat naar dit soort dorpen, waar racisme veel ruimte krijgt in de opvoeding. Mijn advies aan migranten is: wees op je hoede, maar ga altijd het gesprek aan. Probeer eraan bij te dragen dat Nederland niet terugvalt in fouten uit het verleden. Dat is een waardevolle inbreng om de samenleving daar vooruit te helpen.” (joop)

Ronja von Rönne: Ende in Sicht

Ronja von Rönne’s roman Ende in Sicht kocht ik vanwege de oppervlakkige gelijkenis van mijn eigen novelle Venus in het gras: een oudere vrouw genaamd Hella neemt op een roadtrip een verwarde tiener mee die ze langs de kant van de weg heeft aangetroffen. Ze wil het kind natuurlijk terugbrengen naar de ouders, maar die saboteert dat, zodat ze met elkaar opgescheept zitten. Daar houdt de gelijkenis zo’n beetje op.

Bij Ronja von Rönne is de oude vrouw op weg naar euthanasie en probeert de puber zelfmoord te plegen. In elkaas gezelschap vinden ze de zin van het leven terug – dat weet je vanaf de eerste pagina, want het heeft alle kenmerken van een feelgood roman en die eindigt niet in mineur. Het duo maakt niet bijster enerverende maar bij vlagen wel vermakelijke avonturen mee. Hoewel Von Rönne als alwetende verteller inkijkje geeft in de gedachten van beide vrouwen, blijft het waarom van beider doodswens in het luchtledige hangen. Iets met een afwezige moeder en eenzaamheid. Voor echte wanhoop is geen plek, want het moet wel een beetje gezellig blijven.

Frank Westerman: De slag om Srebrenica

De titel De slag om Srebrenica is een beetje misleidend. Dit is een verzameling reportages die Frank Westerman maakte als oorlogscorrespondent in voormalig Joegoslavië. Daar zit één spannende poging bij om de enclave te bereiken, maar het merendeel speelt zich verder van het front af. De reportage uit het vernietigde Vukovar is prachtig, net als die uit de herbouwde stad jaren later.

Deze bundel laat de sterkte en zwakte van Westerman als auteur zien. Hij in onovertroffen in zijn ooggetuigeverslagen. De zoektocht naar en uiteindelijke ontmoeting met Mirjana Markovic, de echtgenote van Slobodan Milosevic, is een toonbeeld van vasthoudende journalistiek (en bij vlagen hilarisch). Het hart van het boek, een reconstructie van de val van Srebrenica, is degelijk maar ontbeert de vonk van de rest van het boek.

Maxim Biller: Im Kopf von Bruno Schulz

In de novelle Im Kopf von Bruno Schulz van Maxim Biller schrijft de hoofdpersoon (die echt bestaan heeft) een brief aan zijn collega-schrijver Thomas Mann om die ervan op de hoogte te stellen dat een dubbelganger van hem is opgedoken in het Poolse stadje Drohobycz. Een zinsbegoocheling, uiteraard, maar eentje die wel behoorlijk uit de hand loopt.

Dit allemaal valt niet los te zien van de tijd waarin het zich afspeelt. Het is 1938. Drohobycz zal het jaar erna door de Sovjets veroverd worden, daarna door de nazi’s en vervolgens weer door de Sovjets (het ligt nu in Oekraïne). Het zijn hallucinante tijden, zeker voor een Jood. Ik vond het een mooie novelle, maar Maxim Biller ontbeert in zijn manier van schrijven net de doorleefde krankzinnigheid van verwante auteurs als Mikhail Bulgakov.

Informateurs stellen wantrouwen centraal

Informateurs Elbert Dijkgraaf en Richard van Zwol gaan met de vier beoogde coalitiepartners PVV, BBB, NSC en VVD werken aan het consolideren van het onderlinge wantrouwen. Dat zou op termijn kunnen leiden tot de vorming van een kleurloos kabinet, denken zij.

“Tot nu hanteerden we de traditionele aanpak om te proberen het onderlinge vertrouwen te versterken”, legt Dijkgraaf op. “Maar op een gegeven moment zei ik tegen Richard: dit gaat ‘m niet worden zo. We moeten het totaal anders aanpakken. Je kunt niet iets proberen te versterken wat volstrekt ontbreekt. Dan kun je beter kijken naar wat er wél is. Zo kwamen we uit bij wantrouwen.”

Lees verder Informateurs stellen wantrouwen centraal

Baudet biedt Klaver sloophamer aan

Thierry Baudet heeft een vioolkist met een sloophamer laten bezorgen bij Jesse Klaver bij wijze van goedmakertje voor de bedreiging die hij gisteren uitte. ‘Ik stel dringend voor dat we deze kwestie verder laten rusten’, aldus Baudet in het begeleidende kaartje.

Beiden hadden gisteren een aanvaring, nadat Klaver had gevraagd naar Russische betalingen voor de pro-Russische activiteiten van Baudet. De laatste zei daarop eerst plenair en daarna privé dat hij Klaver op zijn bek zou slaan. Klaver vatte dit op als bedreiging. Baudet vond dat overdreven: “Bij ons geldt het pas als bedreiging wanneer je iemands oor afsnijdt. Enfin, sorry hoor. Wat een circus.”

Lees verder Baudet biedt Klaver sloophamer aan

Henry David Thoreau: Canoeing in the Wilderness

Canoeing in the Wilderness klinkt avontuurlijker dan ‘Studeerkamergeleerde gaat kamperen’, maar dat laatste dekt dit reisverslag van Henry David Thoreau beter. Het beslaat een week lange tocht langs de meren, moerassen en bossen van Maine halverwege de negentiende eeuw. Thoreau vertelt in detail wat hij ziet en meemaakt, wat op den duur nogal eentonig is. Dat is echter niet de voornaamste attractie van dit dunne boekje.

Ik heb me vooral vermaakt met de interactie tussen Thoreau en de door hem ingehuurde Indiaan, Polis, voor wie dit helemaal niet de wildernis is, maar de achtertuin waar hij af en toe een eland schiet en toeristen rondleidt. Terwijl Thoreau het steeds zwaarder krijgt, banjert Polis vrolijk voort en vist zijn opdrachtgever uit het bos als die weer eens verdwaald is. Thoreau schrijft het allemaal feitelijk op, maar je proeft als het ware Polis’ gevoel dat hij met een onnozele op stap is.

Lees verder Henry David Thoreau: Canoeing in the Wilderness