Cho Nam-Joo: Kim Jiyoung, geboren 1982

De premissie van Kim Jiyoung, geboren 1982, de bestseller van Cho Nam-Joo trok me aan: een jonge moeder imiteert de stemmen van andere vrouwen, levend en zelfs dood. Een intrigerende binnenkomer voor een roman, die me deed denken aan De Vegetariër van Hang Kang. Dit deel van het plot is echter al na tien pagina’s voorbij.

Wat daarna volgt is een lange litanie, compleet met voetnoten ter bewijs, over de vele manieren waarop werkende vrouwen in Zuid-Korea worden achtergesteld. En nog een slothoofdstuk waarin Jiyoungs psychiater ten tonele verschijnt om te vertellen dat ‘de symptomen’ aan het verdwijnen zijn. Prima natuurlijk om een roman te wijden aan een groot maatschappelijk probleem. Maar zet er geen vlag op die de lading volstrekt niet dekt.

(en bij de derde druk had zo onderhand die d/t-fout op de achterflap wel gecorrigeerd mogen zijn)

Peyami Safa: Surgical Ward 9

Surgical Ward 9 van Peyami Safa verscheen in het jaar dat Turkije overging van Ottomaans Turks in Arabisch schrift, naar modern Turks in Latijns schrift. Het gaat over een puber met een ernstige botziekte, die daarvan graag genezen wil worden maar moeite heeft om de offers te brengen die de artsen van hem vragen (zoals: loop voortaan met een kruk om je kapotte knie te ontlasten). Ondertussen is hij ook nog tot over zijn oren verliefd op de vier jaar oudere Nüzhet, die op het punt staat uitgehuwelijkt te worden.

Het is een mooi en verdrietig verhaal dat in eigen land als klassieker geldt. Een deel van de lading gaat verloren in de vertaling, licht het nawoord toe. Safa gebruikt soms Ottomaanse en soms Turkse woorden die in het Engels dezelfde vertaling krijgen. Af en toe komt dat verschil even aan de oppervlakte, bijvoorbeeld in de Ottomaanse naam van het ene ziekenhuis en de Turkse naam van een ander, moderner ziekenhuis. Het verhaal over een jongen wiens been misschien geamputeerd moet worden om zijn leven te redden, gaat over veel meer dan alleen die jongen.

Ernest van der Kwast: Schooljaren

Drie weken geleden verscheen Schooljaren van Ernest van der Kwast en de roman is alweer aan zijn derde druk toe. Meer dan in zijn eerdere romans – eigenlijk altijd tragikomedies – weet Van der Kwast deze keer de balans te vinden tussen komedie en ontroering.

Het verhaal volgt een vriendengroep door vijf jaren op de middelbare school, van kinderen tot semi-volwassenen. Er zijn running gags die telkens terugkeren, maar de karakters groeien ook en krijgen daardoor diepgang. Herkenbaarheid alom, voor iedereen die ooit op school heeft gezeten of er nu nog op zit. Dat laatste is cruciaal, want deze roman lijkt specifiek geschreven voor deze doelgroep, die bij literatuurlessen maar al te vaak geconfronteerd wordt met verhalen die ver buiten hun belevingswereld liggen.

NB: ik ken Ernest al bijna dertig jaar en via mijn stichting Letterhaven loopt een project rondom het boek om het boek te geven aan duizenden scholieren in Rotterdam, in combinatie met een lespakket (waar het schrijven van een boekverslag hopelijk geen deel van uitmaakt).

Joseph Andras: Faraway the Southern Sky

Faraway the Southern Sky van Joseph Andras volgt de voetstappen van Ho Chi Minh in diens Parijse jaren. Daar is het nodige over bekend, want de latere vader van de revolutie in Vietnam werd door de geheime dienst in de gaten gehouden. Andras wisselt beschrijvingen van het huidige Parijs af met historische feiten over de man die in de eerste plaats een antikoloniale activist was en koos voor het communisme als de stroming in het westen die het meeste uitzicht bood op onafhankelijkheid voor Vietnam.

Andras won ooit voor zijn eerste roman de Prix Goncourt, die hij weigerde omdat schrijven volgens hem geen wedstrijd is. Het stilistische talent spat van de tachtig pagina’s. Het is me alleen niet duidelijk waarom er ‘a novel’ op de cover staat, want dit is toch echt non-fictie. Tenzij je vindt dat het in dat geval minder poëtisch geschreven had moeten zijn. Hoe dan ook, het was een leerzaam genoegen om te lezen.

Daniël Dee: Bijna vijftig en nog steeds niets bereikt

Aan het eind van Bijna vijftig en nog steeds niets bereikt laat Daniël Dee zijn vriend C, die hier Marcel heet, het boek alvast afkraken: “weinig verheffend of verrassend … verhalen zonder plot of pointe … klagen over futiele ongemakken … in een stijl die het midden houdt tussen oeverloze breedsprakigheid en Rotterdamse no-nonsense.” Het is een pijnlijke recensie, vooral omdat die niet ver bezijden de waarheid is.

Zo is er wel meer pijnlijk en niet ver bezijden de waarheid aan dit boek. Daniël Dee schrijft openhartig over zijn scheiding, gebrekkige omgang met zijn kinderen, alcoholisme, nieuwe liefde en onmacht op allerlei andere vlakken. De etalage waarin Dee zijn tekortkomingen legt, maakt je als lezer tot een wat ongemakkelijke voyeur. Tegelijkertijd heb je soms het gevoel dat je ook niet verder komt dan de etalage, dat het je niet vergund is een blik in de winkel zelf te werpen.

NB: De vorige keer zat ik nog wat verstopt in Dee’s roman, maar deze keer passeer ik onder eigen naam de revu (op pagina 189), dus valt er aan mijn betrokkenheid niets te ontkennen.

Kabinet zoekt zondebok voor energiecrisis

Nu de Straat van Hormuz gesloten blijft en de olievoorraden opraken, dreigt binnen een of twee maanden een zware energiecrisis. Het kabinet gaat daarom op zoek naar een zondebok.

“Op de internationale politieke situatie hebben we geen grip en op de nationale energietransitie ook niet”, aldus premier Rob Jetten tijdens zijn wekelijkse persconferentie. “Daarom is het belangrijk nu alvast maatregelen te onderzoeken om de schuld op anderen af te kunnen schuiven.”

Bronnen nabij het kabinet bevestigen dat meerdere opties in beeld zijn. Bovenaan de lijst staan asielzoekers. Met name de VVD zou aandringen op deze beproefde methode. AZC’s zouden verantwoordelijk zijn voor tien procent van het totale energieverbruik van Nederland, omdat gelukszoekers te lang douchen. “Als we het maar vaak genoeg herhalen, gaan mensen het vanzelf geloven en wordt dit narratief bewezen acceptabel als excuus voor iedere vorm van inertie”, aldus een memo dat circuleert in regeringskringen.

Lees verder Kabinet zoekt zondebok voor energiecrisis

David Szalay: Flesh

István is een emotioneel onverschillige puber en later man wiens conversationele vaardigheden vooral bestaan uit ‘goh’, ‘is goed’ en ‘geen idee’. Niettemin willen alle vrouwen sex met hem in Flesh van David Szalay, tevens auteur van het prachtige All that man is. István verdient zijn geld als militair en later als bodyguard. Szalay beschrijft het allemaal in een afstandelijke, kort afgemeten stijl die past bij het vlakke karakter van zijn hoofdpersonage. Niet bijster interessant, wel goed geschreven.

Dan, op tweederde van het boek, bezit István ineens de motivatie, verstandelijke vermogens en sociale vaardigheden om een projectontwikkelaar in Londen te zijn (het geld komt van zijn miljardairsvrouw Helen, het enige niet-platte karakter in het verhaal, hoewel je als lezer wel begrijpt waarom ze haar bodyguard zou neuken, maar niet waarom ze met hem zou trouwen). Zodra István failliet gaat is hij deze karaktereigenschappen ook weer kwijt. In die passages verandert Szalays schrijfstijl mee: langere zinnen, psychologische beschouwingen, zelfs iets van empathie. De noodzaak van dit alles blijft in nevelen gehuld.

Lees verder David Szalay: Flesh

Albert Camus: A happy death

A happy death is een vroeg werk van Albert Camus dat pas na zijn dood verscheen. De hoofdpersoon heeft dezelfde naam, Patrice Meursault, als die van De vreemdeling. Er wordt ook een moord gepleegd en de dader is er onverschillig over, net als over zijn eigen naderende dood.

Er zijn ook verschillen. Deze Meursault pleegt de moord om het geld van het slachtoffer te stelen. Hij wordt niet gepakt en kan van het fortuin een leuk leven leiden. Omdat dit toch niet bevredigend blijkt, trekt hij zich terug in een huis aan de kust, waar hij overdenkt wat geluk betekent en uiteindelijk sterft aan tbc.

Lees verder Albert Camus: A happy death

Heritage Foundation claimt aanslag Brussel

De Amerikaanse terreurgroep Heritage Foundation heeft de verantwoordelijkheid opgeëist voor de aanslag op het hoofdgebouw van de EU in Brussel gisteravond.

Volgens Nile Gardiner, woordvoerder van Heritage Foundation, verdient de Europese Unie het om opgeblazen te worden, omdat ze zich keert tegen Gods bedoeling met de wereld, namelijk het weren van gekleurde mensen uit plekken waar vooral witte wonen. Bovendien zou een verenigd Europa teveel een vuist kunnen maken tegen de Verenigde Staten, de thuisbasis van Heritage Foundation.

“Onze glorieuze strijders hebben briljante daden verricht die de perfide, ondankbare Europeanen zullen dwingen tot het maken van een gouden deal om zich te onderwerpen aan hun geniale meesters”, aldus Gardiner. Gevraagd of dergelijk pompeus taalgebruik niet een beetje lachwekkend is als je een serieuze boodschap hebt, ontkende Gardiner: “Zo praat ik altijd en bij Fox News geeft dan niemand een krimp”. Bij de aanslag vielen overigens geen gewonden.

Lees verder Heritage Foundation claimt aanslag Brussel

Michelle van Dijk: Kijk niet om

Kijk niet om van Michelle van Dijk is opgezet als een quilt waarin twee overlappende verhalen en essays over vrouwen in Ovidius’ Metamorfosen als kleine lappen stof aan elkaar geknoopt zijn. Het thema is ‘bedrog’, want er wordt nogal wat overspel gepleegd (zowel in de verhalen als bij Ovidius), met als subthema het machtsspel waarin mannen met veel meer wegkomen dan vrouwen (vooral bij Ovidius). Je moet wel een beetje bljven opletten in deze complex opgezette roman.

Van Dijk schrijft vloeiend en brengt met name de vrouwelijke karakters mooi tot leven. Als gymnasiast vond ik het af en toe wat te uitleggerig, maar op die voorkennis rekent Van Dijk logischerwijs niet.