U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Al vrij snel in Laat me niet vallen van de Amerikaanse auteur/muzikant Willy Vlautin heb je door dat hoofdpersonage Horace Hopper een aardige, plichtsgetrouwe jongen is, maar niet de allerslimste. Hij is op zijn plek op de ranch van meneer en mevrouw Reese, die hem als tiener onder hun hoede genomen hebben. Zijn vader kent hij niet, zijn moeder wilde van hem af. In de bergen van Nevada, bij de schapenkudde, is hij op zijn plek.

Het is, met andere woorden, niet zo’n heel goed idee dat Horace het in zijn hoofd gehaald heeft om onder de naam Hector Hidalgo bokser te worden in het ruige Mexicaanse circuit. Maar hem tegenhouden kunnen de Reeses niet. Hun lot is zich zorgen te maken over hun jongen, en hem keer op keer duidelijk te maken dat hij altijd welkom blijft op de ranch.

Lees meerWilly Vlautin: Laat me niet vallen

In Parijs brandde een iconische kerk af. Daar zal dit jaar geen Pasen gevierd worden. Een enkeling begon likkebaardend aan het betoog dat dit zijn stookpaardje bevestigde over de joods-christelijke teloorgang, die dan wel door de moslims dan wel door de eigen elites bewerkstelligd wordt (daar is men in die kringen nog niet uit, of de islam een zelfstandige vernietingskracht is of slechts een instrument in handen van de westerse bovenklasse).

Enfin, het vuur greep om zich heen, maar de belangrijkste kunstschatten werden gered en de hoofdconstructie bleef fier overeind staan. Ik zag een metafoor voor iets anders. Je kunt stoken wat je wilt, en je kunt bij vlagen succes hebben met je self fulfilling prophecy van de ondergang, maar het bouwwerk zal blijven staan en sneller hersteld worden dan je kunt bevroeden. Dat is waar het Paasverhaal over gaat. (sg)

Zelfs op feestelijke foto’s van prijsuitreikingen, waarmee Capharnaum kwistig bedeeld werd, staat hoofdrolspeler Zain al Rafeea erbij met een intens droevige blik in zijn ogen. Zodra hij lacht, krijgt het iets geforceerds. Kortom, de hoofdrol is hem op het lijf geschreven, want veel om vrolijk van te worden dient zich niet aan in Capharnaum.

Zain (zo heet hij ook in de film) groeit op in een arm gezin in Beirut. Naar school gaan zit er niet in. Als zijn jongere zusje wordt uitgehuwelijkt, knapt er iets. Hij loopt weg van huis. Bij toeval vindt hij onderdak bij een Ethiopische gastarbeidster, die in een hutje woont met haar baby. Dat is even leuk, maar dan slaat het noodlot weer toe, en nog een keer. Het verhaal is een tranentrekker uit de school van Oliver Twist en Alleen op de wereld.

Dat de film niet in melodrama ontspoort is te danken aan het briljante spel van Zain. Of spel, waarschijnlijk is Zain gewoon zo, getuige de publiciteitsfoto’s. Een misantroop in het lichaam van een jongen, die iedere tegenslag als een vanzelfsprekendheid ervaart en slechts bij korte vlagen zijn frustratie uit.

We vervelen ons, mopperden de bewoners van het land dat net weer een stukje gelukkiger was geworden, straks valt er helemaal niks meer te mopperen en wat moeten we dan? Toen kwamen er verkiezingen. Er was een debat met saaie mannen. Maar er was er eentje, die met de manische blik en het onrustige neusschot, die was niet saai. Alle anderen hadden de schurft aan hem, dat kon je zo zien. Die moesten ze hebben! Die zou wel wat reuring in de tent brengen!

De uilenman had natuurlijk rare standpunten, en ze wilden best in de krant zeggen dat ze die niet kenden of het er matig mee eens waren, maar dat deed er uiteindelijk niet toe. Beteuterde gezichten wilden ze zien bij de anderen. Dat was nog eens lachen! En als het land dan een stukje wiebeliger bestuurd werd, ach, dan zakten ze maar een paar plaatsjes op die ranglijst. Geluk hadden ze zat, vermaak was wat ze ontbeerden. (sg)

Een groeiende groep uitslagsceptici vertrouwt de verkiezingsuitslag van de provinciale staten niet. Zij eisen een hertelling door een onafhankelijke commissie.

‘Je kon de afgelopen weken de televisie niet aanzetten of Thierry Baudet kwam in beeld en nu melden diezelfde media dat hij de verkiezingen gewonnen zou hebben’, zegt Pol van der Pol, die zich via Twitter opwerpt als de woordvoerder van de uitslagsceptici. ‘Denken ze dat we achterlijk zijn of zo? Burgers laten zich niet meer ringeloren door de MSM. Wij willen dat de verkiezingsuitslag wordt vastgesteld door een onafhankelijke commissie, niet door een journalistenkartel.’

Volgens Philippe Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant, ontleent zijn krant de cijfers over de uitslag direct aan de Kiesraad, die bij wet verantwoordelijk is voor de verkiezingen. Van der Pol noemt dat een drogredenering.

‘De Kiesraad hoort bij de elite, net als de media. Het is één pot nat. Natuurlijk zegt de Kiesraad dat de verkiezingen gewonnen zijn door de partij die de meeste aandacht heeft gekregen van de media. Daarom eisen wij een onafhankelijke hertelling door een commissie van vijf mensen die nergens bij betrokken zijn. Er zijn genoeg Nederlanders volstrekt niet in politiek geïnteresseerd, dus zo’n commissie valt eenvoudig te benoemen.’

Van der Pol erkent dat een dergelijke handmatige hertelling veel tijd kan kosten. ‘Maar onze democratie is het waard. Laten we eerlijk zijn: een partij zonder standpunten die zomaar ineens de grootste wordt, dat gelooft toch geen hond? Dit moet tot de bodem uitgezocht worden.’ (joop)

Twee meesters van het licht, schilder Johannes Vermeer en wetenschapper Antoni van Leeuwenhoek, woonden vlakbij elkaar in Delft. Die simpele premisse levert een fraai dubbelportret op in Eye of the beholder van Laura Snyder.

De enige harde aanwijzing dat de schilder en de wetenschapper elkaar kenden ligt erin dat Leeuwenhoek door de stad Delft in 1676 benoemd werd tot executeur van Vermeers nalatenschap. Op zich hoorde dit bij Leeuwenhoeks werk als ambtenaar, maar in andere gevallen was er steeds een connectie tussen hem en de overledene. Hier dus allicht ook.

Wetenschapsjournalist Laura Snyder is niet het soort auteur dat haar fantasie de vrije loop laat. In haar boek Eye of the beholder volgt ze nauwgezet de voetstappen van haar twee hoofdpersonen en brengt in kaart waar die elkaar gekruist zouden kunnen hebben (ze woonden hun leven lang op een steenworp afstand van elkaar aan de Markt). Maar het gaat haar vooral om het gezamenlijke thema van beide mannen: het licht. Meer precies: de lens.

Lees meerLaura Snyder: Eye of the beholder

In april doen twee Amerikaanse auteurs Rotterdam aan voor een goed gesprek met Ernest van der Kwast bij Boek & Meester: David Vann (maandag 1 april, Bibliotheektheater) en Willy Vlautin (maandag 29 april, Worm). De laatste is ook singer/songwriter en schijnt zijn gitaar mee te nemen. Koop kaartjes bij het loket van Rotown Magic. Korting voor een combiticket.

Heilbot op de maan is een roman geflankeerd door een aantal korte verhalen (die niet in de Engelstalige editie te vinden zijn, dus de Nederlandse vertaling heeft zowaar een meerwaarde). Ik zou van alles kunnen vertellen over de inhoud (depressieve man geeft zich over aan de zorgen van zijn broer), maar één citaat uit het verhaal Ignatius geeft aardig de sfeer van het boek weer:

Hij trachtte door de donkere put in zijn binnenste naar het allerdonkerste te vallen, dwars door zijn gedachten heen. Een gapende afgrond die opzij slingerde en steeds dieper werd, de spelonk van wat hij zijn moest, maar niet was.

Laat me niet vallen van Willy Vlautin is optimistischer van toon: een enigszins naïeve boerenjongen uit Nevada wil professioneel bokser worden. Je voelt aan dat dat wel eens zou kunnen gaan tegenvallen. Spannend en diep menselijk tegelijk.

Voor een interviewprogramma volstaat het niet dat er een goed boek op tafel ligt. Je hebt ook schrijvers met een verhaal nodig. Dat zit bij dit tweetal wel goed, getuige bijvoorbeeld dit gesprek met David Vann en Willy Vlautin die de titelsong van zijn roman zingt.

De industriële revolutie betekende niet alleen de doorbraak van technologie, maar ook die van wetenschap bij het grote publiek, laat James Secord zien in Visions of science.

Engeland, 1830. De samenleving gistte. Arbeiders verzetten zich tegen de opkomst van machines, die hen overbodig zouden maken. Inwoners van grote steden (veelal diezelfde arbeiders) maakten zich boos over het feit dat ze slecht vertegenwoordigd waren in het parlement. De daarop volgende decennia zou de samenleving flink op de schop gaan: verregaande industrialisering, maar ook hervorming van het kiesstelsel en beter onderwijs.

Tot dan toe was wetenschap vooral een zaak van deftige heren onderling. Een van hen, de astronoom John Herschel, nam in 1833 het initiatief om het volk te verheffen door het tot lezen aan te zetten. Dat was indertijd een revolutionaire gedachte.

Lees meerJames Secord: Visions of science

Dezelfde types die menen dat criminele asielzoekers teruggestuurd moeten worden, roepen nu om het hardst dat de Koerden hun Hollandse jihadi’s lekker zelf mogen houden. Ongeveer zoals ‘opvang in de regio’ ineens een veel minder aantrekkelijk concept is als massa’s Venezolanen op Curaçao arriveren. Anderen hebben immers een morele plicht tot actie, maar Nederland heeft beste-jongetje-van-de-klas-syndroom, dus hoogstens een halfbakken inspanningsverplichting.

Het stuitende is niet eens de hypocrisie. Dat zou impliceren dat we een dubbelhartige afweging maken. Maar we maken geen afweging, we zien het verband domweg niet. De gedachte komt niet in ons op dat we voor de verandering zelf een opportunistisch thuisland zijn dat weigert zijn misdadigers (tegen de menselijkheid) terug te nemen. Anderen de rotzooi laten opruimen, er is altijd wel een reden te bedenken waarom dat rechtvaardig is. (sg)

Meestal staat Christian Bale in een hoofdrol garant voor een leep potje acteerwerk. Dus je zou zeggen: Dick Cheney, de vileine vice-president van George Bush, is wel iets voor hem. Maar of het nou aan de dikke lagen make-up ligt of niet, Bale’s Cheney komt in Vice nauwelijks uit de verf. Het blijft bij wat maniertjes, zoals lispelende woorden uit een scheve mond.

Misschien ook ligt het aan het eclectische scenario van regisseur Adam McKay. Hij wisselt historische passages af met een meta-verhaal en uitlegscènes. Net als in McKay’s film over de kredietcrisis, The big short (ook met Christian Bale), moeten er wel heel veel ballen tegelijk in de lucht blijven. Het klopt op zich allemaal wel, maar je ziet aan alle kanten dat er gepropt is. De ‘kleurloze’ Cheney heeft zich in zijn politieke carrière op zoveel vlakken misdragen dat het misschien wat te ambitieus is om het in één film te proppen. Ik vraag me ook wel af of het te volgen is als je niet enigszins ingevoerd bent in de materie.

Dit alles neemt niet weg dat er genoeg te genieten valt. Ik vond Sam Rockwell erg sterk als George Bush. Halverwege, bijvoorbeeld, begint ineens de aftiteling, waarna de film alsnog doorgaat. Ook als de echte aftiteling een eindje onderweg is, volgt er nog een interessante scène, die het pamfletkarakter van de film (moet je zien wat deze kerel allemaal aan smerigheid bekoksfoofd heeft) enigszins relativeert.


×