Fumiko Enchi: Masks

Yasuko is weduwe. Twee vrienden, Ibuki en Mikamé, dingen naar haar hand. Yasuko heeft een voorkeur voor Ibuki, maar die is getrouwd. Yasuko’s schoonmoeder Mieko heeft om die reden ook een voorkeur voor Ibuki, want als Yasuko een affaire aangaat in plaats van een huwelijk, blijft de jonge vrouw bij Mieko wonen om het werk van haar overleden man af te ronden. Dat werk draait in Masks van Fumiko Enchi om karakters uit de oude Japanse cultuur. Alle vier de karakters zijn daar op hun manier expert in.

Mieko is met name gefascineerd door maskers. Zij regisseert een ingewikkelde maskerade waarmee ze de drie anderen in haar grip houdt. Yasuko, Ibuki en Mikamé beseffen dat op zich wel, maar omdat ze niet weten wat Mieko beoogt slagen ze er niet in om eraan te ontsnappen. Of ze willen het niet, dat kan ook. Zo blijft Mikamé naar Yasuko’s had dingen, terwijl hij weet dat die een verhouding heeft met Ibuki. Iedereen blijft in zijn rol, achter zijn eigen masker.

Fumiko Enchi (1905-1986) is niet de enige Japanse auteur die de kunst verstaat om heel subtiel dingen duidelijk te maken. De schijnbewegingen van de personages onderling worden afgewisseld door openhartige dialogen die de diepste gevoelens blootleggen en korte verhandelingen over Het verhaal van Genji, waaraan de novelle thema’s ontleent. Het verhaal bouwt een drama op dat ingetogen tot uitbarsting komt. Al met al een prachtige vertelling over een breekbare vierkhoeksrelatie.

Burghart Klaußner: Vor dem Anfang

Burghart Klaußner is vooral bekend als acteur (in vele Duitse films, maar ook in de Hollywoodproducties The Reader en The Crown, telkens in ondersteunende rollen). In 2018 publiceerde hij echter ook een novelle, Vor dem Anfang, over de chaos in Berlijn tijdens de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog.

Fritz en Schulz hebben kans gezien vijf jaar lang hun snor te drukken met risicoloze soldatenbaantjes. Hun laatste post is het vliegveld Johannisthal aan de oostkant van Berlijn. Nu de Russen opmarcheren begint het alsnog hachelijk te worden. De commandant geeft het vliegveld op. Hij heeft nog een laatste klus voor Fritz en Schulz: zij moeten de kas naar het hoofdkwartier van de luchtmacht in het hart van Berlijn brengen. Ze moeten maar zie hoe ze dat voor elkaar krijgen.

Lees verder Burghart Klaußner: Vor dem Anfang

Halldór Laxness: The atom station

Toen The atom station van de IJslandse schrijver Halldór Laxness in 1948 verscheen werd het in eigen land vooral gezien als een satire op actuele politieke gebeurtenissen. Laxness, toen al een gevierd auteur die zeven jaar later de Nobelprijs zou krijgen, raakte zijn schrijversbeurs kwijt en kreeg een proces aan zijn boek wegens het beschrijven van een abortus.

Inmiddels wordt het boek gezien als een mijlpaal in de IJslandse literatuur, waarin niet het platteland maar de stad centraal staat. Hoofdpersoon Ugla vertrekt uit het achterlijke noorden van het eiland naar het zuiden om als dienstmeisje aan de slag te gaan bij een prominente parlementariër. Daar wordt ze geconfronteerd met de stadse manieren: ontspoorde tieners, hooghartige politici en andere vreemde figuren, financiële malversaties en een poging om het land te verkopen aan de Amerikanen, althans een stukje ervan, om er een atoombasis te bouwen.

Lees verder Halldór Laxness: The atom station

Evangeliseren voor wetenschappers

Wetenschappers gaan onderling, als het goed is, methodisch, kritisch en rationeel te werk. Daaraan ontlenen ze vaak de gedachte dat de buitenwacht hun resultaten vanzelfsprekend zouden moeten accepteren. Dus is de communicatie gericht op de presentatie van feiten in plaats van emoties. Dat is geen kracht, maar een zwakte.

In de techno-optimistische decennia na de Tweede Wereldoorlog werden wetenschappers wel eens neergezet als de hogepriesters van het nieuwe tijdperk. Het was een mooie metafoor, die inmiddels meer werkelijkheid is geworden dan men zich realiseert, niet zozeer doordat wetenschappers een prominentere rol in de samenleving hebben gekregen, als wel door het wegkruimelen van de religieuze concurrentie.

Wat de wetenschap zich nauwelijks realiseert is dat ze steeds meer daadwerkelijk trekken van een religie heeft gekregen. Dat heeft wél te maken met ontwikkelingen in de wetenschapspraktijk zelf. Albert Einstein was zo’n beetje de laatste representant van de klassieke wetenschapper, de (doorgaans) man die in zijn eentje experimenteerde en/of met een theorie kwam. Sindsdien is vanuit de astronomie en deeltjesfysica een complex wetenschapsmodel uitgerold waarin resultaten groepsinspanningen zijn, gecontroleerd in een internationaal web van peer reviews. Anders gezegd: het wetenschappelijke proces is zo ingewikkeld dat ook wetenschappers zelf soms moeite hebben om bij te blijven. De specialisaties raken steeds verder verkokerd.

Lees verder Evangeliseren voor wetenschappers

Nana Kwame Adjei-Brenyah: Friday Black

Friday Black is een verzameling dystopische verhalen van Nana Kwame Adjei-Brenyah, een van de opvallende jonge stemmen in de Amerikaanse literatuur. Dystopisch dekt de lading niet helemaal, want sommige verhalen zijn eerder absurd of een uitvergroting van de bestaande werkelijkheid. In elk geval is het naturalisme ver te zoeken. Het titelverhaal, bijvoorbeeld, gaat over een verkoper van dure skikleding die tijdens black friday een verkooprecord probeert te breken, terwijl de lijken van vertrapte klanten zich in de winkel opstapelen.

Ander verhalen bevatten een dialoog tussen een jonge man en de twee geaborteerde foetussen van zijn vriendin, of vertellen over een pretpark waar mensen zich mogen rechtvaardigen, ofwel vermeende indringers neerschieten (vertelt vanuit het perspectief van de employee die zich iedere dag tientallen keren moet laten omleggen). Dat laatste verhaal haalt duidelijk naar voren waar het in de bundel eigenlijk om gaat, namelijk racisme. De taak van de zwarte employee is zich in het scenario verdacht te gedragen, zodat de blanke klanten een goed gevoel overhouden aan de moord.

Lees verder Nana Kwame Adjei-Brenyah: Friday Black

Eka Kurniawan: Man Tiger

Een dorp aan de Javaanse zuidkust, ergens in de tweede helft van de vorige eeuw. Margio is een jongeman van een jaar of twintig, zonder opleiding of beroep. Hij staat wat te praten met zijn vrienden. Dan laat hij het groepje alleen, loopt naar het huis van de welgestelde Anwar Sadat en bijt hem de strot door. Dat was hij niet zelf, voert hij later ter verdediging aan. Het was de tijger die in hem leeft.

Met die bovennatuurlijke premisse begint Man Tiger van de Indonesische schrijver Eka Kurniawan. Het is een enigszins misleidende insteek, want eigenlijk is de roman een sociaal drama over twee buurfamilies, de een arm, de ander rijk, en wat zich tussen hen afspeelt. Macht, liefde, jaloezie, liefdadigheid, lust, vernedering. Kurniawan neemt de lezer als een ware verteller bij de hand om uit te leggen hoe de tijger wel moest ontwaken in de verlegen Margio.

Alles bij elkaar is het een met veel liefde voor detail geschreven noodlotsverhaal over een jongeman die wel iets van het leven zou willen maken, maar weet dat er niet zoveel in zit. De uitbraak van de tijger is tegelijkertijd bevrijdend en bezegelend.

Microcolumn: Bezinning

Kerst 2020 zal eens een keer niet de boeken ingaan als een alcoholisch gourmetfestijn met knuffels en gekibbel. In plaats daarvan kijken we met een klein gezelschap in bezinning voor ons uit, hopend op sterrenlicht aan het eind van de tunnel. De goede boodschap hangt in de lucht, de engelen zingen klaar, de beltrom klinkt en de drie wijzen kunnen ieder moment arriveren met hun vaccin.

Ha ha ha, echt niet. Waarom zouden wij ons moeten bezinnen omdat anderen voortdurend in de fout gaan? Maandag staat bijvoorbeeld in de kranten dat veel kerken tóch Kerst gevierd hebben. En al die ouwetjes worden ook nog eens beloond met voorrang in de spuitrij. Het is onrechtvaardig. Dat is wat we zullen meenemen, dat we onrechtvaardig behandeld zijn door het jaar 2020, dat wij genoegen moesten nemen met de stal terwijl anderen losbolden in de herberg. Ja, er is alle reden om wrokkig te zijn, om met de smoor het nieuwe jaar in te gaan. Maar wie zich concentreert op het licht heeft uiteindelijk toch een prettiger leven. (sg)

Het grensvlak tussen satire en fake news

Er is een groot verschil tussen de ontvangst van mijn satirische stukjes via mijn (sociale) netwerk en op Joop, dat ze regelmatig overneemt. Mijn eigen achterban ziet de grap meestal vanzelf – en vindt die soms wel, soms niet geslaagd. Bij Joop zijn meer mensen die erin trappen, dat wil zeggen de satire aanzien voor reële berichtgeving. Sommigen zien de grap daarna alsnog, anderen worden boos. Immers, als je de grap niet ziet, blijft er weinig over dan waardeloos fake news.

Dat weet ik uiteraard. Ik weeg het bijvoorbeeld af als ik besluit een politicus onder eigen naam op te voeren of een pseudoniem te kiezen. De ene keer drijft het verhaal verder weg van het plausibele dan de andere keer. Maar juist door zo dicht mogelijk bij de waarheid te blijven, bijt de satire het hardst. Een goedmoedige Speld-grap is leuk, maar juist als het waar had kunnen zijn, biedt satire inzicht in de cynische werking van de politiek. Ze maakt expliciet wat impliciet blijft. Ze maakt hondenfluitjes hoorbaar.

Lees verder Het grensvlak tussen satire en fake news

Alix Nathan: The Warlow experiment

The Warlow experiment van Alix Nathan begon met een berichtje dat de schrijfster las in een oud jaarboek uit 1797, over een wetenschapper die een vrijwilliger had gevonden om zeven jaar lang ondergronds te leven, zonder een mens te zien of te spreken. Nathan zocht uit of ze iets meer erover kon vinden, maar nee, er was niets – niks over de opzet van het experiment, niks over het verloop niks over de afloop. Dus besloot ze haar fantasie de vrije loop te laten en een roman te schrijven.

Het verhaal begint met de ambitieuze Herbert Powyss, die een baanbrekend artikel wil schrijven over de menselijke ziel. Hij looft vijftig pond voor de rest van diens leven uit voor de vrijwilliger die zich zeven jaar wil laten opsluiten. De arbeider John Warlow meldt zich. Dat het niet goed kan gaan, is direct duidelijk. Warlows kelder is van alle gemakken voorzien, maar het zijn Powyss’ gemakken: heel veel boeken en een harmonium. Warlow kan daar niks mee. En hij kan ook niet goed genoeg schrijven om het dagboek met zieleroerselen bij te houden waarop Powyss later zijn artikel wil baseren.

Lees verder Alix Nathan: The Warlow experiment