Colum McCann: Let the Great World Spin

Slechts zelden grijpt een roman mij meteen al in de eerste zin of alinea. Mijn favoriete voorbeeld is het begin van Paul Austers Leviathan. Maar de eerste zinnen van Colum McCann in Let the Great World Spin zijn nog sterker, omdat ze onmiddellijk intrigeren zonder Austers gewelddadige shock effect.

Those who saw him hushed. On Church Street. Liberty. Cortlandt. West Street. Fulton. Vesey. It was a silence that heard itself, awful and beautiful. Some thought at first that it must have been a trick of the light, something to do with the weather, an accident of shadowfall. Others figured it might be the perfect city joke – stand around and point upward, until people gathered, tilted their heads, nodded, affirmed, until all were staring upward at nothing at all, like waiting for the end of a Lenny Bruce gag.

De met prijzen overladen roman vervlecht een aantal levensverhalen van beschadigde mensen die elkaar raken in New York op de dag in 1974 dat een koorddanser tussen de twee torens van het WTC wandelt. Een Ierse monnik die zijn appartement in de Bronx open stelt voor de drugsverslaafde tippelaars op zijn stoep. De vrouw van een rechter die rouwt om haar in Vietnam omgekomen zoon. De kunstenares die even terug is van het platteland waar ze zich heeft teruggetrokken. Niet allemaal even interessante personages, maar McCann geeft ze allemaal een eigen stilistische stem. Bovenal slaagt hij erin de treurigheid te beschrijven zonder het optimisme te laten varen. Aanrader.

Dear Comrades: interessant maar vlak

Tegelijkertijd met de gebeurtenissen in The Courier speelde zich elders in de Sovjet Unie een ander drama af, namelijk de in bloed gesmoorde staking van Novotsjerkassk. Arbeiders legden in die stad het werk neer uit ontevredenheid over prijsverhogingen en productiequota. Er vielen tientallen doden. Pas na de val van de Sovjet Unie mocht erover gepraat worden en kregen de doden een fatsoenlijk graf.

De film Dear Comrades beschrijft de gebeurtenissen vanuit het oogpunt van een van de partijbonzen uit de stad, wier dochter zich aansluit bij de staking. Er zijn vier dingen die ze niet kan geloven: dat de partij de prijsverhogingen doorvoert, dat de arbeiders staken, dat KGB en leger daarop met geweld reageren, en dat haar dochter daarbij omkomt. De groeiende vertwijfeling is mooi in beeld gebracht.

Minder waarschijnlijk is het tweede deel van de film, waarin de vrouw op zoek gaat naar haar vermiste dochter in gezelschap van een KGB-officier die bereid is zijn leven in de waagschaal te stellen voor een vrouw die hij nauwelijks kent. En dan volgt er ook nog een melodramatisch slot, dat van een menselijk drama een feelgood movie probeert te maken.

The Courier biedt aangenaam vermaak

The Courier is de verfilming van het waargebeurde verhaal over een Britse zakenman die tijdens de koude oorlog wordt ingeschakeld om documenten over de plaatsing van kernwapens op Cuba, afkomstig van een mol in het Russische veiligheidsapparaat, naar het westen te smokkelen.

Dat het niet helemaal goed afloopt weet je dus bij het begin al, maar regisseur Dominic Cooke weet er niettemin een spannende film van te maken. Het acteerwerk is keurig op orde, maar niet meer dan dat. Benedict Cumberbatch speelt de rol die hij altijd speelt, namelijk die van ongenaakbare man met een uitdrukkingsloos gezicht. Merab Ninidze, als de sovjet-overloper, legt meer gevoel in zijn spel, zonder te overdrijven. Kortom, The Courier is goed voor een avond aangenaam vermaak.

Dune, nogal een deceptie

Allicht waren mijn verwachtingen wat te hoog gespannen, want regisseur Denis Villeneuve had met zijn vorige film, Blade Runner 2049, een verpletterende indruk op me gemaakt, maar ik kwam behoorlijk teleurgesteld de bioscoop uit na het zien van Dune, zijn verfilming van Frank Herberts science fiction klassieker. Bordkartonnen karakters, een plot van likmevestje, tot het uiterste opgezwollen muziek en matige visuele effecten. Ik kon helemaal niks bedenken waarvan ik onder de indruk was.

Ja, ik weet dat Dune (het boek) een belangrijke inspiratiebron voor Star Wars is geweest. Maar die films zijn er nu eenmaal, en als je dan het boek verfilmt, weet je dat de vergelijking gemaakt gaat worden (in elk geval met de eerste drie Star Wars films uit de jaren zeventig). Luke Skywalkers training om de messias te worden is dieper doordacht dan die van Paul Atreides. Darth Vader is een interessantere slechterik. Er zit wat humor in. De muziek van John Williams is iconisch. En de duinen van Dune zagen we ook al op Tatooine, inclusief zandmonsters.

Nog één detailpuntje en dan stop ik met zeiken. Er wordt een hele scène uitgetrokken om uit te leggen dat Dune zo droog is dat je er een pak moet dragen om alle lichaamsvocht vast te houden. Vervolgens gaan de helden blootshoofds de woestijn in (zie foto), waarbij ze niet alleen een enorme hoeveelheid vocht uitademen, maar ook nog slangetjes in hun neus hebben die helemaal nergens naartoe gaan. Leg dan niks uit. Heel jammer allemaal, want Villeneuve liet eerder dus zien dat hij wel degelijk andermans klassieker kan nemen en daar op een intelligente, overdonderende manier op voortborduren.

Michelle van Dijk: Witter dan sneeuw

Judith Mulder, de hoofdpersoon van Witter dan Sneeuw, de jongste roman van Michelle van Dijk (disclaimer: ik ken de auteur als zo’n twintig jaar), is te slim om in haar tienerjaren nog te hechten aan de eendimensionale God van haar ouders. De warmte die een Pinkstergemeente kan bieden, voelt ze evenmin. Dus breekt ze met het geloof en kiest voor de vrijheid van veel seks, maar ook onbevredigende relaties, een burnout en op een haar na dakloosheid.

Het zou een standaard Nederlandse geloofsafvalroman kunnen zijn, ware het niet dat je deze op twee totaal verschillende manieren kunt lezen. Vanuit de seculiere invalshoek is Judith een door haar religieuze jeugd getraumatiseerde jonge vrouw, die daarmee afrekent door alles te doen wat God verboden heeft, en als ze daarmee klaar is eindelijk rust vindt in haar leven. Maar als je met een meer religieus oog kijkt, lees je over een jonge vrouw die verward raakt als ze het veilige geloofshuis verlaat, het dwaalspoor van de troosteloze seks betreedt, maar uiteindelijk toch nog verlossing vindt, weliswaar niet door een terugkeer naar de kerk, maar wel door afstand te nemen van het zondige pad.

Lees verder Michelle van Dijk: Witter dan sneeuw

Ishmael Reed: Flight to Canada

Flight to Canada van Ishmael Reed speelt zich tegelijkertijd af tijdens de Amerikaanse burgeroorlog en in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Raven Quickskill ontsnapt van een plantage in Virginia en is zo onverstandig een gedicht te publiceren waarin hij zijn reisplannen (met een Jumbo Jet) verraadt. Hij krijgt er tweehonderd dollar voor, zodat hij zijn reis ook daadwerkelijk kan maken. Het gedicht is nog niet gepubliceerd, maar iedereen kent het al. Op de vlucht voor zijn eigenaar Massa Swille ontmoet hij een reeks gedenkwaardige karakters, waaronder Abraham Lincoln en Princess Quaw Quaw, met wie hij een stormachtige relatie begint. Getweeën ontsnappen ze naar Canada over een koord dat over de Niagara watervallen is gespannen.

Valt er chocola te maken van dit verhaal? Nee, eigenlijk niet – en dat doet er ook niet toe. De verwikkelingen zijn onnavolgbaar, niet in het minst door de voortdurende anachronismen. Het is met veel plezier geschreven, vol spitse dialogen. Uiteindelijk gaat het uiteraard over vrijheid. Het vergt weinig fantasie om in Massa Swile, die ook na het einde van de oorlog tot het uiterste gaat om zijn bezit terug te halen, een symbool te zien van de aanhoudende ongelijkheid.

Tijdens het lezen bekroop me het gevoel dat het nodige mij ontging, bij gebrek aan voldoende kennis over de zwarte gemeenschap in de jaren zestig en zeventig. In alle schijnbare chaos zit echter een systematische verkenning van de manieren waarop zwarte Amerikanen omgingen met de slavernij en omgaan met de hedendaagse achterstelling. Van Uncle Robin, de trouwe dienaar van Massa Swile (en vervalser van diens testament), tot Stray Leechfield, die als pornoacteur hoopt genoeg geld te verdienen om zichzelf vrij te kopen (“Alles wat ik op deze manier met mijn lichaam verdien, is voor mezelf”). Absolute aanrader als je tegen een absurdistisch stootje kunt.

Tarjei Vesaas: The Ice Palace

Noorwegen, ergens halverwege de vorige eeuw. Twee meisjes van elf, het muurbloempje en de populairste van de klas, sluiten vriendschap. De avond nadat ze elkaar hebben laten merken hoeveel ze voor elkaar voelen, gaat het verlegen meisje op ontdekkingstocht naar een bevroren waterval. Ze wurmt zich door een nauwe spleet, wordt bevangen door de kou en is daarna onvindbaar. Met dat gegeven begint The Ice Palace (vertaald als Het IJspaleis) van de Noorse schrijver Tarjei Vesaas.

Het boek gaat over het schuldgevoel van Siss, het meisje dat achterblijft. Is hun ontmoeting de oorzaak dat Unn niet naar school kwam? Ook anderen vermoeden dat er iets gebeurd is, maar ze kan niks vertellen, want dat heeft ze haar vriendin beloofd. Een belofte die ze niet gaat breken, want dan zou ze Unn verraden. Siss trekt zich steeds verder terug in zichzelf en neemt zo als het ware de plaats van haar verdwenen vriendin in.

Ik heb de novelle in één ruk uitgelezen. Dat was vooral te danken aan de manier waarop Vesaas in korte maar subtiele zinnen voortdurend de spanning weet op te voeren. Het leest voor een belangrijk deel als een thriller. Als psychologische roman vond ik het minder goed uit de verf komen. Met name de groepsdynamiek van de schoolkinderen onderling kwam nogal bedacht over. De natuurbeschrijvingen daarentegen zijn majestueus.

Onoda: absurde, komische en ontroerende film

Drie uur lang kijken naar twee verwarde Japanse soldaten die na 1945 nog bijna dertig jaar de oorlog voortzetten op een Philippijns eiland – ik moest me er even overheen zetten, maar werd beloond met een prachtfilm over de kameraadschap tussen luitenant Hiroo Onoda en zijn secondant Kinshichi Kozuka. Zij krijgen in de nadagen van de oorlog de waargebeurde opdracht om een guerilla voor te bereiden op het eiland Lubang in afwachting van de terugkomst van het Japanse leger. Die opdracht wordt nooit teruggetrokken, dus zij blijven op hun post.

Dat absurde gegeven leidt tot absurde scènes, maar ultiem is dat niet waar de film over gaat. Wanneer de omstandigheden eenmaal een feit zijn, blijven er twee mannen over die in isolatie proberen te overleven, volledig op elkaar aangewezen, strijdvaardig maar ook bang voor ontdekking, omdat dit hun opdracht in gevaar zou kunnen brengen.

Na de dood van Kozuka in een schermutseling met eilandbewoners moet Onoda het in zijn eentje rooien, tot men zijn commandant uit de oorlog opspoort om hem het bevel te verstrekken zich alsnog over te geven. Het hoogtepunt van de film, een scène die tegelijkertijd intens smerig en liefdevol is, is dan al lang geweest. Toch leef je als kijker tot het laatst mee met Onoda, wiens leven bijkans voorbij gegaan is als een zinloos ritueel. Die zinloosheid daalt in bij de overgave. Het is dat hij daadwerkelijk nog gevaarlijk was, anders zou het hem vergund zijn geweest tot in lengte van dagen de trotse buitenpost van het keizerlijke leger te zijn.

Fleur Jaeggy: SS Proleterka

Je puberdochter meenemen op een cruise met allemaal gedistingeerde dames en heren tot wie je zelf ook een zekere afstand voelt, omdat zij niet financieel geruïneerd zijn en jij wel. Op de een of andere manier vindt Johannes, de vader van de hoofdpersoon in SS Proleterka van de de Zwitserse schrijfster Fleur Jaeggy, het een goed idee. Hij kent zijn dochter ook nauwelijks, want die woont bij haar moeder, of eigenlijk bij haar grootmoeder of in een internaat. Logischerwijs verveelt het kind zich te pletter en legt het aan met diverse bemanningsleden.

Het verhaal wordt vertelt vanuit de ouder geworden dochter, die naamloos blijft. De vader is overleden, ze haalt herinneringen op aan hem en aan haar treurige jeugd, omringd door mensen die weinig liefde voor haar voelen – de afwezige vader misschien nog wel het meest.

De vertelstijl van Fleur Jaeggy is even afgemeten en afstandelijk als de verhouding tussen haar hoofdpersonen. Korte zinnen, harde oordelen. Knap hoe ze met een paar woorden situaties en karakters kan neerzetten. Er wordt in 100 pagina’s ontzettend veel verteld. Alleen jammer dat Jaeggy in de laatste pagina’s een overbodige deus ex machina nodig heeft om het verhaal rond te breien. Dat doet een beetje af aan deze verder zo precies uitgevoerde novelle.

Wolfgang Hilbig: Oude afdekkerij

Op het eerste gezicht lijkt Oude Afdekkerij van de Duitse auteur Wolfgang Hilbig te gaan over Oost-Duitse jeugdherinneringen. De naamloze hoofdpersoon was als kind gefascineerd door een vervallen kolencentrale en de bossen daaromheen. Hij zwierf er rond, tegen de wil van zijn ouders, en maakte zichzelf tot een outcast met zijn zonderlinge gedrag. Als jongeman keert hij er terug.

Het proza is pittig. Lange, associatieve zinnen die veel beschrijven, maar weinig uitleggen. De jeugdherinneringen en de terugkeer lopen door elkaar heen, zodat je soms in het ongewisse blijft of de observaties het heden of het verleden beschrijven. Andere keren maakt Wolfgang Hilbig het expliciet door de kindertijd te noemen of de kolencentrale te omschrijven als het abatoir dat het in latere jaren is geworden. Het resultaat is een intrigerend en bij vlagen hallucinant verhaal.

Ongeveer halverwege het boek begonnen mij aanwijzingen op te vallen dat het boek niet alleen gaat over een jongeman die zich probeert te verhouden tot zijn eenzame jeugd, maar dat het ook een duistere allegorie is voor de toenmalige DDR, waar Hilbig (1941-2007) opgroeide en werkte, tot hij er in 1985 uitgezet werd. Hoe de schrijver dat precies voor elkaar krijgt, laat ik in het midden, maar het maakt Oude Afdekkerij een des te indrukwekkender novelle.