In de nieuwe versie 5.5 van WordPress, waar tientallen miljoenen mensen wereldwijd de komende tijd mee gaan werken, zitten een kleine nieuwigheid van mijn hand. Voor gewone gebruikers is het niet zichtbaar. Ontwikkelaars van thema’s hebben er profijt van. Het is ontstaan omdat ik zelf tijdens de bouw van mijn eigen website op iets stuitte dat ik graag wilde, maar niet mogelijk was.

De technische details zijn allicht minder interessant dan hoe zo’n proces werkt. WordPress is open source, dus iedereen kan in de code duiken. Ik heb de betreffende code opgezocht en bedacht hoe ik het anders wilde. Dat heb ik aangegeven in een zogeheten trac ticket. Dat was drie jaar geleden. Omdat het een mineure verbetering was, kreeg het weinig prioriteit. Pas een half jaar geleden pikte een van de kernontwikkelaars het op. Hij stelde voor het net nog iets anders aan te pakken dan mijn codevoorstel, waar ik uiteraard akkoord op heb gegeven.

De meeste mensen kijken niet naar de credits pagina bij het updaten van hun WordPress installatie. Begrijpelijk, want het is een lijst van honderden namen. Allemaal mensen die willen bijdragen aan een belangrijk stuk software dat een groot deel van de websites wereldwijd aanstuurt, en dat niet eigendom is van een multinational. Het is leuk om mee bezig te zijn en nuttig bovendien (tussendoor help ik daarom ook beginnende ontwikkelaars op WordPress StackExchange met hun vragen). Op de credits lijst staan is vooral fijn voor jezelf. Dus daar ga ik even van genieten.

Het is niet moeilijk om een absurdistische hervertelling van het bijbelboek Job te zien in De wasbeer van Aleksandr Skorobogatov, de Witrussische auteur die sinds jaar en dag in België woont. Het zit hem namelijk niet mee in het leven, deze wasbeer. Zijn ouders, broers en zussen worden opgepeuzeld door de wolven. Zijn geliefde gaat de showbizz in, wat inhoudt dat ze opgezet in een natuurhistorisch museum belandt. Maar hij slaat zich erdoorheen en vindt uiteindelijk troost bij God de Heer, die hem leert golfen.

Op weg daarheen snelt de wasbeer van het ene avontuur naar het andere, solliciteert tevergeefs bij de grootste commerciële bank ter wereld, rijdt op een locomotief die geen rails nodig heeft, levert strijd met aliens, probeert te vliegen, breekt al zijn ledematen ontelbare malen en overweegt om de haverklap zelfmoord, als zijn leven al niet om andere redenen aan een zijden draadje hangt. In alles wordt hij achtervolgd door de schrijver, die het verhaal vertelt aan zijn metgezel, de lezer. Ergens halverwege zetten schrijver en lezer het samen op een zuipen, waardoor ze een cruciale passage missen waarin de wasbeer trouwt met een overspelige haaibaai.

Kortom, wie niet per se gehecht is aan logica komt danig aan zijn trekken in deze roman over een nietige eenling die zich door het leven worstelt. Het boek heeft één zwaar minpunt: het babbelt als een dolle. Alsof je Herman Brusselmans leest. Dat is eventjes leuk, maar dik 500 pagina’s houdt een mens niet vol. Wie op iedere pagina de helft overslaat, mist niks. Op dit vlak had een eindredacteur goed werk kunnen leveren.

Een groep prominenten onder leiding van FvD-leider Thierry Baudet wil dat er een meldpunt komt waar mensen aanhangers van de zogeheten cancel culture kunnen aangeven. ‘Dit is hét moment om tegenstanders van de vrije mening de mond te snoeren.’

‘De vrijheid van meningsuiting is een van de belangrijkste waarden van onze democratische en open samenleving. Het is een grondrecht waar we pal voor moeten staan en dat we ons niet moeten laten afnemen door een kleine groep intoleranten’, aldus Baudet. ‘Ik geef als voorbeeld de kerel die mij met een oud-papierbak achtervolgde toen ik aan het flyeren was in Den Bosch. Deze is toen terecht door mijn beveiligers hardhandig op zijn plek gezet. Zo’n demonstrant die mijn mening meteen in de prullenbak wil stoppen, is cancel culture in optima forma. Die laatste uitdrukking komt uit het latijn.’

Lees meer Baudet wil meldpunt cancel culture

Een alleenstaande moeder gaat werken als huishoudster van een wiskundige die na een ongeluk alleen zijn laatste tachtig minuten kan onthouden, dus geen nieuwe herinneringen meer aanmaken. Iedere dag opnieuw stelt ze zich voor. Iedere dag werkt hij aan zijn rekenkundige problemen. Op een gegeven moment wordt ook haar zoontje vaste gast in het krappe appartement. Dat is de premisse van The housekeeper and the professor van Yoko Ogawa.

Tussen het drietal ontwikkelt zich een merkwaardige genegenheid. De huishoudster en haar zoon hechten zich aan de hulpeloze oude man. De professor zelf hecht zich iedere dag opnieuw aan hun aanwezigheid. Samen ondernemen ze kleine dingen, bijvoorbeeld een bezoek aan de kapper. Het grote avontuur is een bezoek aan een honkbalwedstrijd. De professor kent alle statistieken uit zijn hoofd, maar hij heeft nog nooit een echte wedstrijd bijgewoond.

Er staan nogal wat formules in deze roman, want de professor neemt zijn missie serieus om zijn gasten wat bij te brengen over getaltheorie. De verdienste van Yoko Ogawa is dat zij de theorieën volkomen ongeforceerd in het verhaal weeft. Het is een literaire juxtapositie, de eeuwigheid van de getallen tegenover de vergankelijkheid van het leven. In alle kleine wendingen zit betekenis, tot aan de laatste zin toe. Een knap maar ook ontroerend meesterwerk.

Het gewicht, dat wil zeggen de hoeveelheid materiaal, van een product zegt iets over de duurzaamheid ervan, laat ‘Designing Lightness’ zien.

Het heeft wel iets ironisch om een lijvig boekwerk op zwaar papier met de nodige toeters en bellen te produceren over de noodzaak van lichtgewicht structuren. Want dat is ‘Designing Lightness’ van Adriaan Beukers en Ed van Hinte: een veelomvattend werk over de noodzaak om gebouwen en voertuigen met minder (circulair) materiaal te bouwen.

Beukers is emeritus hoogleraar composiete structuren aan de faculteit L&R, Van Hinte zelfstandig onderzoeker en auteur. Het duo schreef eerder boeken met de titels ‘Lightness’ en ‘Flying Lightness’. Het thema van hun expertise kan maar duidelijk zijn.

Lees meer Het gewicht van het lichte

Vandaag is het precies tien jaar geleden dat ik als voorzitter naar de rechtbank ging om het faillissement van poppodium Watt aan te vragen. In mijn leven heb ik me nooit zo verraden gevoeld als toen door de gemeente Rotterdam. De afronding van dat faillissement heeft geduurd tot februari 2013 en al die tijd heeft het me veel tijd en energie gekost. Ik heb wel eens begrepen dat de rechtszaken van de curator de gemeente uiteindelijk meer geld gekost hebben dan wat het gekost had om de tent te redden. Dat voelt als een soort genoegdoening, maar treurig blijft het.

Het plan vind ik achteraf nog steeds goed. Watt zou in zijn commerciële vorm failliet gaan. WaterFront (waar ik voorzitter was) zou in het pand van Watt/Nighttown trekken. Het WaterFront-pand aan de Boompjeskade zou dan vrijkomen voor een urbanpodium en muziekopleidingen van Codarts en Albeda. Het liep anders. Zodra het plan er lag, trok de gemeente de subsidie van WaterFront in om ons te dwingen Watt inclusief de schuldenlast over te nemen. Het urban podium belandde met een megalomaan plan in de Maassilo en ging na ruim een jaar over de kop. Het WaterFront-pand ging naar een louche ondernemer.

Zo werd in een paar jaar de Rotterdamse popsector om zeep geholpen. Ik kan er nog boos om worden. Gelukkig is de jongerencultuur veerkrachtig. Er is een veelheid aan initiatieven voor in de plaats gekomen, kleinschaliger maar daarom niet minder waardevol. Er is sinds vorig jaar zelfs weer een groot poppodium, nota bene in de Maassilo. Indertijd weigerden grote concertorganisatoren bands te leveren voor de Maassilo, vanwege de onveilige omgeving. Maar de tijden veranderen, dus hopelijk gaat het deze keer beter.

De Chef Ophef van Strijdgroep Nederlandje ging een bos tulpen leggen bij het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn. Niemand vroeg hem wat hij precies bewonderde in Coen, die in zijn eigen tijd al zo hard op de vingers getikt werd voor de slachtpartij op Banda, dat hij boos ontslag nam bij de VOC. De Chef had het waarschijnlijk niet geweten. Hij had gehoord dat zijn tegenstanders de bloemlegging zouden verfoeien en daar had hij wel vijf euro voor over.

Het gaat in één moeite door: weglopen uit een interview, op naar het controversiële monument en ter plekke ook nog eens het journaille schofferen door hen te verbieden foto’s te maken. Als ophefconsument vind ik het behoorlijk vermoeiend, maar Chef lijkt een niet-aflatende reactionaire energie te bezitten. Je zou hem er bijna een standbeeld voor geven. (sg)

Dominion van Tom Holland is een controversieel boek. De een vindt het prachtig, de ander spreekt van kwakgeschiedenis. Vast staat dat Holland niet van de straat is. Hij racet door 2000 jaar geschiedenis heen en laat daarbij een lang spoor van voetnoten na. Hier schrijft een belezen man met een plan.

Dat plan is om te laten zien hoe het christendom het moderne denken gevormd heeft, inclusief allerlei seculiere instituties als wetenschap, vrijheid van godsdienst en democratie. Meer precies (maar minder uitgesproken) is het plan om te laten zien dat het intellectuele, liberale christendom dit heeft gedaan, dat het in zekere zin al die tijd gekost heeft om de radicale vrijheidsboodschap van Jezus en Paulus werkelijk te laten landen. Zo’n plan is mooi, want het geeft een duidelijke lijn aan een boek en dat leest prettig.

Lees meer Het impressionisme van Tom Hollands Dominion

Edd China is een Britse ingenieur die aanstekelijk kan vertellen over machines en dan vooral auto’s. Dat doet hij goed op video, maar op papier lukt het ook.

Voor een optimistisch boek over een man die van zijn hobby zijn werk gemaakt heeft, begint Grease Junkie behoorlijk in mineur. Wheelers Dealers, het televisieprogramma op Discovery Channel waar Edward John China bekend mee is geworden, besluit de koers te verleggen. Meer vrolijk rondscheuren, minder van die tijdrovende shots van China die in zijn werkplaats uitlegt hoe hij een roestige Cadillac oplapt.

China trekt de deur boos achter zich dicht – en heeft vervolgens de tijd om zijn levensverhaal op papier te zetten. Het begint op de manier die veel techniekstudenten bekend zal voorkomen. Lego. Een onbedwingbare neiging om schroeven los te draaien. Met je gloednieuwe rijbewijs een cheapo roestbak kopen en er dan achter komen dat je aan de lopende band zelf moet sleutelen, omdat je geen geld hebt voor een professionele monteur.

Lees meer Sleutelen, doorsmeren en scheuren maar met Edd China

In A Confession (lees gratis) vertelt Leo Tolstoy over zijn geloof, hoe hij het meekreeg, hoe hij het afwees en hoe hij het hervond. De Orthodox Russische kerk vond het zo bedreigend dat het in eigen land niet mocht verschijnen, ondanks de roem van de auteur. Tolstoy wijst het rationele, dogmatische geloof af. Hij ziet meer in een mystiek Godsgeloof, dat veel gemeen heeft met het boeddhisme.

At the time it was so essential for me to believe in order to live that I subconsciously hid from myself the contradictions and obscurities of religious dogma. But there was a limit to the amount of meaning that could be read into the rituals.

Het is een mooi, persoonlijk boekje, waarin Tolstoy ook openhartig over zijn zelfmoordneigingen vertelt. Het is daarmee een goede inleiding in het gedachtegoed van een van de grondleggers van het christen-anarchisme. Mahatma Ghandi was een van de bewonderaars van dit deel van Tolstoys oeuvre, zodat de rijkweidte ervan enorm genoemd mag worden.