U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Naast dat Magda is overal een spannend verhaal is, dat je tot de laatste pagina’s in het ongewisse houdt over het lot van Magda en Dede Singh, die al vrij vroeg in het boek in een gletsjerspleet in Pakistan vast komen te zitten – los daarvan dus, is het ook een roman over radicalisering. Het verkent de politieke en religieuze motieven van ontsporende jonge mannen, de rancune, de verongelijktheid, maar evengoed de dromen en de hang naar verlossing.

Hoewel je als schrijver de vrijheid neemt om de gedachten en motieven van je karakters te sturen, heb ik me natuurlijk verdiept in de studies die van deze mannen gemaakt zijn, met name degenen die, zoals Dede in het boek, min of meer op eigen houtje opereren. Ze zijn doorgaans erg jong, hebben een beperkte kennis van hun eigen geloof en zijn daarom vatbaar voor propaganda. Hoewel het verleidelijk is om ze als gestoord weg te zetten, is dat zeker niet het geval. Radicalisering is geen mentale tekortkoming. Het is een beredeneerde keuze. Dede vertoont verontrustend gedrag en zijn verhouding tot zijn zuster is ongezond, maar gek is hij niet.

Jihadi’s en anarchisten

Een interessant idee dat ik aan John Gray’s boek Al Qaeda and what it means to be modern heb ontleend, is dat je de jihadi’s het best kunt vergelijken met de anarchisten die rond 1900 de westerse wereld onveilig maken. Ook zij hadden het idee dat je eerst door aanslagen de bestaande orde moest vernietigen, voordat je aan je utopia kon bouwen. Gray ontleent daar de gedachte aan dat we het jihadisme moeten zien als een moderniseringsbeweging. Ik ben geneigd het met hem eens te zijn.

Lees meerRadicalisering in Magda is overal

Een novelle van Herta Müller lezen, nadat je 650 pagina’s met meanderende zinnen van Erwin Mortier achter de kiezen hebt, is als een duik in ijskoud water aan het eind van een klamme dag. Het doet bijna pijn, maar het is niet onaangenaam. Herta Müller vindt dat een zin na tien woorden wel zo’n beetje af moet zijn. Als ze iets half beschreven heeft, is het wel weer genoeg. De lezer mag de rest er bij verzinnen.

De mens in Der Mensch ist ein grosser Fasan auf er Welt heet Windisch. Hij is molenaar in een afgelegen Roemeens dorp. Hij wil een paspoort voor zijn vrouw, zijn dochter en zichzelf. Daarmee wil hij naar Duitsland reizen. Het is de tijd van Ceaucescu. Een paspoort krijg je niet zomaar. Zijn dochter moet de paspoorten helpen zoeken in de bedden van mannen die ze kunnen verstrekken. Windisch wil dat niet. Maar hij is nu eenmaal een fazant, een makkelijk doelwit.

Er is in deze novelle werkelijk helemaal niks om vrolijk van te worden. De beschrijvingen en handelingen zijn allemaal kort en afgemeten. Geen enkel karakter verwacht dat het leven eerlijk is, ook Windisch zelf niet. Slikken en doorgaan. Het knappe van Herta Müllers proza is dat ze dit allemaal weet op te roepen zonder het voor de lezer uit te spellen. Als een plens ijswater in je gezicht zonder dat er water aan te pas komt.

Bij de presentatie van Magda is overal vroeg Ernest van der Kwast welke muziek ik draaide tijdens het schrijven. Geen, zei ik. Geconcentreerd creatief werken vergt totale stilte. Liefst zit ik ergens op een hotelkamer in het buitenland, zodat ik ook geen Nederlands hoor als ik na het schrijven de straat op ga om een stuk te wandelen en het geschrevene tot me door te laten dringen.

Maar er is wel degelijk muziek. Het eerste deel van de roman, bijvoorbeeld, kenmerkt zich door een vrij jachtige sfeer. Dat zit in het plot, maar ook in het taalgebruik, het ritme van de zinnen. Als ik stukken daarvan redigeer heb ik daar vaak muziek bij als die van de Nederlandse dj Duncan Meulema of het Duitse collectief Der Dritte Raum:

Lees meerDe muziek bij Magda is overal

Mijn lokale niqabdraagster, die ik regelmatig tegenkom bij de Jumbo, kijkt altijd zelfbewust rond, met een blik van: waag het eens er iets van te zeggen. Dat verbaast mij. De gedachte van dat kledingstuk is, als ik het goed begrepen heb, toch een beetje dat je als vrouw aangeeft je plek te kennen. Ogen neerslaan en doen alsof je er niet bent. Mijn gesluierde Jumbomoslima straalt helemaal nergens uit dat ze een onderdrukt wezen is.

Hetzelfde op televisie. Nooit eens: “Dat moet u aan mijn man vragen, want ik ben aan hem onderhorig en niet in staat tot zelfstandige meningsvorming.” Eerder een grote waffel over rechten, doorgaans in vloeiend Nederlands. Goed op de hoogte van het maatschappelijke debat, een uitstekende neus voor waar het pijn doet bij islamhaters. Wat nou, wollah?

Hanenkam

Ik wil maar zeggen: er zit in Nederland nogal een discrepantie tussen de vrouwenonderdrukking waar de niqab voor zou staan en het gedrag van de reëel bestaande draagsters. Die zijn behoorlijk anders dan de schimmen die je in de Emiraten over straat ziet gaan. Of die ik afgelopen zomer in de belangrijkste winkelstraat van München verveeld naar een Pegida-demonstratie zag kijken (ja, dat was een curieus gezicht). Of onder de sluier door zitten vozen met hun vriendje aan de boulevard in Mumbay, maar dat is een ander verhaal.

Maar goed, waar ik naartoe wil is dit: de niqab is van oorsprong een symbool voor vrouwelijke onderworpenheid, maar het heeft er alle schijn van dat het in Nederland eerder een punkstatement is: fuk yer system ya fukkin fukkers. De provocatie kan nog steeds behoorlijk hinderlijk zijn, maar het is van een dwarsigheid die in het Midden-Oosten van vrouwen niet getolereerd zou worden. En dat geeft het verzet ertegen iets komisch.

Magda is overal zit vol met historische verwijzingen en cameo’s. Een daarvan zit in de achternaam van Dede en Magda’s vader, Hamid al Raisoeni. Zo’n veelvoorkomende familienaam is dat niet in Marokko en wie erop googlet komt dan ook snel bij de naamgever, Mulai Ahmed al Raisoeni (1871-1925). De Osama bin Laden van Marokko, zoals Historisch Nieuwsblad hem ooit karakteriseerde.

Die karakterisering doet Al Raisoeni niet helemaal recht, al zijn de parallellen onmiskenbaar. Al Raisoeni kwam uit een prominente familie, kreeg ruzie, bracht als gevolg daarvan jaren in de gevangenis door en ontwikkelde daar een schijt aan alles. Hij werd roverhoofdman en piraat, maar zijn voornaamste business bestond uit het kidnappen van prominente (westerse) lieden voor losgeld. In één geval veroorzaakte hij er een internationaal incident mee, waaruit hij al overwinnaar tevoorschijn kwam: hij werd pasha van Tanger. Niet voor lang. Maar na wat politiek machinaties toch weer wel. Uiteindelijk was er een jongere deugniet uit het Rifgebergte die hem afzette en in de gevangenis wierp, waar hij stierf.

Lees meerMagda en Mulai Ahmed al Raisoeni

Een hele eer: de Leesclub van Alles Live gaat twee avonden wijden aan Magda is overal. Ik ben erbij om met de lezers te praten over de roman. De eerste avond is op maandag 21 januari in Utrecht, de tweede op maandag 28 januari in Rotterdam.

Voor de zomer was ik een keer bij de leesclub in Rotterdam, die toen De acht bergen van Paolo Cognetti besprak in gezelschap van de twee vertaalsters. Dat was een leerzame avond, met name op vertaalgebied. Met mij erbij zal het vooral over de inhoud gaan, maar dan kan het nog steeds alle kanten uit, van terrorisme en religie tot journalistiek en de grote stad. Ik ben benieuwd waar de lezers mee gaan komen.

Verhalenbundels verkopen niet goed, dus dat zal de reden zijn dat er ‘roman’ staat op de omslag van All that man is door de Britse schrijver David Szalay, die met het boek in 2016 de shortlist van de Man Booker Prize haalde. Maar het is dus een bundel van negen verhalen met een gezamenlijk thema, waardoor je zou kunnen zeggen dat het een eenheid is. En vooruit, tussen het eerste en negende verhaal bestaat een klein overlap in karakters om de cirkel te sluiten.

Er loopt namelijk wel degelijk een lijn door de verhalen, allemaal over mannen die er op de een of andere manier een puinhoop van hebben gemaakt. Aanvankelijk vooral met drank en vrouwen, maar naar mate de verhalen vorderen (en daarmee de leeftijd van de hoofdpersoon) komt er meer in het spel: een carrière op dood spoor, een mislukt huwelijk, gesneefde ambities, een leven dat bij nader inzien niet zo heel veel voorstelt of ooit heeft voorgesteld.

Het is een diverse cast die David Szalay opvoert. Een student die door Europa dendert met zijn interrail, een jongeman in een troosteloos Grieks vakantieoord, een Hongaarse krachtpatser, een Russische miljonair die op het punt staat alles te verliezen. Of je nu oud of jong bent, rijk of arm, er is altijd wel iets dat je aan je leven kunt verprutsen, lijkt de boodschap te zijn.

David Szalay trapt zijn hoofdpersonen niet zo de verdoemenis in als Malcolm Lowry zijn consul in Under the Vulcano, maar het gaat wel die richting uit. Het verschil is dat Szalay’s karakters zich bewust zijn van de leegte van hun bestaan, hoe ze zijn teruggeworpen op zichzelf – en niemand iets verwijten kunnen. Geen vrolijke kost, maar geweldig geschreven. Kraakhelder en mismoedig.

Een poosje geleden wilde Nederland op het gebied van migratie graag samenwerken met Tunesië. Die samenwerking zou er wat Nederland betreft uit bestaan dat Tunesië voor wat kraaltjes en spiegeltjes een rotklus zou opknappen waar wij niet zo goed in zijn, namelijk het op humane wijze weren van arbeidsmigranten. Tunesië zei: dikke doei met je oneerbare voorstel. Los je problemen lekker zelf op.

Uit die gang van zaken zou je kunnen afleiden dat een effectieve aanpak van migratieproblematiek gebaat is bij internationale afspraken waar alle partijen voordeel bij hebben, niet alleen de Europese negervrezers. Daartoe bestaat momenteel een nogal nietzeggende poging in de vorm van een migratiepact. Sommigen gaat dat al te ver, want de rechten liggen misschien niet eenzijdig aan westerse kant. Ze willen zich terugtrekken uit het pact en voorzien een glorieuze overwinning van Brexitachtige proporties. (sg)

Na jaren sleuren is het Ernest van der Kwast gelukt om Erwin Mortier naar Rotterdam te lokken. Op vrijdag 14 december acht uur ‘s avonds bij Theater Rotterdam locatie Witte de With – schrijf het in de agenda en koop snel kaartjes, want de vorige editie van Boek & Meester met Paolo Cognetti was uitverkocht.

Mortier komt praten over zijn trilogie Boeken van Troost, waarvan hij het derde deel onlangs voltooide. Dat derde deel is te dun voor een zelfstandige uitgave, besloot de Bezige Bij, zodat ik nu een pil van bijna zevenhonderd pagina’s op mijn bureau heb liggen die ik in de komende twee weken moet lezen ter voorbereiding van het gesprek.

Anders and Ernest vind ik de eerste zin (‘Ik heb altijd gehuiverd voor de daad van het beginnen’) buitengewoon lelijk, maar de rest van de eerste alinea maakt dat meer dan goed. De taal meandert ritmisch, geen woord hetzelfde. Ik ben benieuwd. Maar goed, ongeacht wat ik er verder van vind, wordt het een mooie avond over schrijverschap, woordenrijkdom (waar Mortier bekend om staat) en het (on)vermogen de verschrikkingen van de oorlog op papier te vatten.

Goed, er schijnt dus een Joodse geldwichelaar te bestaan die in staat is de halve wereld te ontwrichten met zijn liberale gedachtengoed, van migranteninvasies aan de Amerikaanse zuidgrens tot de complete ondermijning van de Hongaarse identiteit en het omverhalen van de Nederlandse blackfacetraditie. Hij doet dat niet in zijn eentje, natuurlijk, daarvoor heeft hij laven zoals ik, die ook wel eens een soort Sorosmoney heeft aangenomen voor een factcheckingsite.

Wat ik niet snap is de neiging het te ontkennen: Soros heeft hier niks mee te maken. Dat is vaak feitelijk waar, uiteraard, maar daar gaat het niet om. Zo breng je jezelf onnodig in het defensief. Als de Koch-broers ongegeneerd mogen klimaathoaxen, als Arron Banks wegkomt met Brexitleugens, als schimmig geld de alt-right binnenstroomt, waarom zou je dan moeilijk doen omdat er ook een miljardair is die een inclusieve samenleving voorstaat? De enige juiste reactie luidt: So what? (sg)


×