De natuur in Nederland woekert als een dolle. Meerdere florerende industrieterreinen hebben reeds de witte vlag moeten hijsen voor brandnetels en woelmuizen, terwijl Rijkswaterstaat een dozijn snelwegen heeft afgesloten vanwege stuifzand en bloeiende erica. Begrijpelijke noodkreet dus van Patatje Joppie, de fractievoorzitter van de VVD, op televisie: “Niet alles moet wijken voor de natuur.”

Net nu de overwinning nadert van de campagne om flora en fauna met stikstof terug te dringen, begint de vijfde colonne van de natuur in de politiek haar messen te trekken. Boeren, bouwers en automobilisten, ze gaan allemaal voor de bijl. Men zegt dat de natuur al voor de poorten van Almere staat. Nog even en we worden geregeerd door het kabinet Houtsnip I. Maar het is nog niet te laat. De wilde natuur is leuk, maar ze moet wel haar plaats kennen. Komt allen naar het Malieveld om met stationaire motoren stikstof uit te stoten ter meerdere eer en glorie van de menselijke natuur. (sg)

Nederlandse rookrealisten, verenigd in stichting Smintel, eisen het ontslag van Arjen Lubach, naar aanleiding van een televisieuitzending waarin de komiek beweerde dat tabaksfabrikanten een deugdelijke test van het nicotine- en teergehalte van hun producten tegenwerken. Volgens Smintel is er sprake van fake news.

‘Er bestaat geen enkel wetenschappelijk bewijs dat roken leidt tot kanker of hart- en vaatziekten’, aldus Rinus van Paffenstein, woordvoerder van Smintel. ‘Als het waar was, zouden er heus niet zoveel dokters zijn die roken. Bovendien worden veel rokers hartstikke oud. Het is de hoogste tijd dat we meer realistisch naar roken kijken. De hetze moet stoppen.’

Lees meer Rookrealisten eisen ontslag Arjen Lubach

De Nederlandse literatuur lijdt al een poosje aan de redactiepest. Korte, feitelijke zinnen. Show, don’t tell. Focus: één hoofdpersoon, maximaal een handvol bijfiguren. Rustig naar de climax toewerken (bijvoorbeeld een geheim uit het verleden dat onthuld wordt). Het leidt, los van het vertelde verhaal, tot stilistische eenvormigheid. Niet slecht, wel risicoloos. En toen was daar ineens Vallen is als vliegen van Manon Uphoff.

Over het angstaanjagende verhaal, van een vader die zijn seksuele wil aan zijn dochters oplegt, ga ik het niet hebben. Dat mogen anderen doen. Mij gaat het om de manier waarop Uphoff taal gebruikt om de lezers mee te sleuren in de verwarring en pijn van hoofdpersoon MM. De stijl sluit naadloos aan bij het karakter. Geen keurige chronologische vertelling, maar fragmentarisch, nu en dan in grote lijnen, dan weer met groot gevoel voor detail – precies zoals het geheugen van een getraumatiseerd kind werkt.

Lees meer Manon Uphoff: Vallen is als vliegen

Misschien was het een beetje overdreven van de organisatie om tijdens Woordnacht gisteren drie interviews met schrijvers tegelijk te laten plaatsvinden. Terwijl Bianca Boer en ik plaatsnamen op ons podium werden in twee zalen verderop Oek de Jong en Redmond O’Hanlon aan de tand gevoeld. Niettemin werd het een mooi gesprek over twee debuutromans die totaal verschillend zijn, maar waarin interviewer Alek Dabrowski toch overeenkomsten ontdekte.

Dat ging natuurlijk vooral over Rotterdam, de stad waar we allebei wonen en waar de verhalen zich voor een belangrijk deel afspelen. We vinden het allebei belangrijk dat de handeling zich op een specifiek benoemde plek afspeelt, met kloppende details. Ook hechten we aan nauwgezette historische research – maar misschien is dat wel dezelfde schrijverstrek. Het verhaal ontspringt aan de fantasie, maar de context moet nauw aansluiten bij de realiteit.

Een mooie afsluitende noot vond ik dat Rotterdam, dat altijd gezegend is geweest met een dichtersscene, de laatste vijf tot tien jaar ook als prozastad enige naam begint te maken. Marcel Möring, lang de enige, woont inmiddels in een bos, maar Ernest van der Kwast en Sanneke van Hassel trekken een nieuwe lichting. Over nog eens tien jaar is dit hopelijk geen onderwerp van gesprek meer, omdat het vanzelfsprekend is geworden. Rotterdam is pas een literaire stad als dat niet meer opmerkelijk is.

Er zijn in Nederland 40.000 daklozen en dat aantal stijgt. Al jaren. Niet zo gek gezien de stijgende huizenprijzen en beleid om sociale huurwoningen ‘op te waarderen’. Voor Rotterdam Zuid bestaat zelfs een nationaal actieplan om betaalbare woningen weg te wieden. Kortom, er was geen enkele manier waarop de politiek dit effect kon kennen. Men was ‘geschokt’.

Omdat ik de beroerdste niet ben heb ik ook een mooie politieke oplossing. Als je je nu voorneemt om over tien jaar betaalbare woningen te bouwen met twee keer zoveel faciliteiten als minimaal nodig, dan krijgen de daklozen over twintig jaar bekeken precies waar ze recht op hebben. Probleem met onmiddellijk ingang van tafel. Graag gedaan. (sg)

Atomen zwaarder dan uranium kunnen alleen in een laboratorium gemaakt worden. Kit Chapman schreef een vlot boek over de zoektocht naar nieuwe zwaargewichten.

Tijdens een vlucht in 1952, toen de jacht op zware atomen een internationale prestigestrijd was, bedacht natuurkundige Albert Ghiorso, een slimme manier om het element met atoomnummer 101 te maken, dat wil zeggen een atoom met 101 protonen in de kern. Daarvoor had hij apparatuur nodig die niet bestond, grondstoffen die niet direct voor handen waren en een razendsnelle, nauwkeurige meetmethode.

Drie jaar later had hij geld verworven om de apparatuur in Berkeley, zijn universiteit, 100 biljoen alfadeeltjes (helium, atoomnummer 2) per seconde uit te laten spuwen. Daarmee bombardeerde hij een minuscuul klompje van een miljard Einsteinium-atomen (atoomnummer 99), dat tussen twee laagjes goudfolie zat. Na een paar uur zou dat een handjevol 101-atomen moeten opleveren.

Lees meer Op jacht naar zware atomen

Vergeet het hele superheldenuniversum waarin Joker ontstond. Vergeet ook de vertolking van Heath Ledger. De man die Joaquin Phoenix neerzet in Joker heeft daar allemaal niks mee te maken. Dit is een film over een kwetsbare man die in zijn pijn en verwarring naar geweld grijpt om zichzelf te verdedigen. Misschien een beetje overdreven om die pestkoppen zo bloederig af te maken, denk je als kijker, maar ze hadden het er wel naar gemaakt.

Iedereen ziet dat Arthur een makkelijk doelwit is. De straatschoffies die zijn reclamebord afpakken en hem in elkaar slaan. De collega’s van de clowncentrale. De drie dronken bankiers in de metrowagon. Het publiek in de comedyclub. De televisiekomiek die een slachtoffer zoekt voor zijn show. Arthur ondergaat het, blijft altijd optimistisch. Dat zou best wel eens met zijn medicijnen te maken kunnen hebben, die worden wegbezuinigd door de gemeenteraad van Gotham. Er heerst chaos in de stad vanwege de economische malaise. De moord op drie bankiers door een clown werkt als een katalysator. De demonstranten hullen zich in clownsmaskers. De antiheld wordt een held.

Karikatuur

Joaquin Phoenix, vrijwel voortdurend in beeld, draagt in zijn eentje de film. Een man die best wel wat liefde had willen kennen, maar beseft dat dat er niet in zit. Er is wat te doen geweest dat hij geen realistische psychiatrische patiënt zou neerzetten. Dat zal best. Maar je kunt niet volhouden dat het een karikaturale vertolking zou zijn. Deze Joker is een personage met wie je kunt meevoelen. Een fantastische karakterrol. Ga dat zien.

Toch nog even terug naar de superhelden. Dankzij die link gaan heel veel mensen een karakterstudie bekijken die daar anders hun neus voor zouden ophalen. Dat is mooi. Maar vooral biedt dit een opening naar nog gelaagdere superheldenfilms. De Batmantrilogie van Christoper Nolan bracht al meer diepgang, maar goed en fout waren duidelijk gescheiden. Heath Ledgers Joker was fenomenaal maar volstrekt immoreel. Batman vertegenwoordigde het goede.

Die zekerheid vervalt na deze Joker. Ik ga geen plotwendingen weggeven, maar me wel dit afvragen: dat hele Wayne Enterprises waar Batmans fortuin op rust, deugt dat eigenlijk wel? De vleermuisman gebruikt het kapitaal om de misdaad in Gotham te bestrijden, maar welke rol heeft zijn bedrijf gespeeld bij het ontstaan van de ellende? Ik kijk uit naar een film waarin de rollen nog meer verschuiven.

Net als eerdere boeken die ik van Yuri Herrera las, speelt Kingdom Cons zich af aan de Mexicaanse zijde van de grens met de Verenigde Staten. Een droomwereld waarin iedereen bezig is met ‘de andere kant’. Een wereld van arme mensen op zoek naar iets beters, mensen die weten dat die zoektocht door schimmige onderwerelden leidt, maar daar liever niet teveel aan denken.

De hoofdpersoon van Kingdom Cons is Lobo, een muzikant die sappelt in de bars van een grensstadje, totdat hij de aandacht trekt van een drugsbaas, De Koning, die hem uitnodigt in zijn Paleis. Vanaf dat moment verliest Lobo zijn naam en wordt De Artiest op een plek waar iedereen onder zijn bijnaam leeft. Het Paleis leeft voortdurend onder hoogspanning en de vraag is of De Artiest zich daarin staande gaat houden.

Het knappe van Yuri Herrera is dat hij je binnen een paar pagina’s bij de lurven heeft en zijn wereld binnen sleept (wat ook wel moet, want hij schrijft dunne boeken). Hoe hij dat precies doet, zie ik ook na herlezing niet precies. Zijn personages zijn bijna naamloze getormenteerde schimmen, hun wereld is onwerkelijk en wreed. De connectie met de gewelddadige werkelijkheid aan de Mexicaanse grens is helder, maar tegelijk ook niet. Alle afzonderlijke zinnen zijn kraakhelder, maar in de nevel ertussen weet Herrera onwaarschijnlijk veel op te roepen.

In de jaren dertig was MIT een van de belangrijkste spionnencentra van de Sovjet Unie. Dat was voor een belangrijk deel het werk van één man, Stanislav Shumovsky.

Toen Stalin in 1927 de touwtjes van de Sovjet Unie definitief in handen had, realiseerde hij zich dat zijn land technologisch mijlenver achterlag bij grootmachten als Duitsland, Japan en de Verenigde Staten. Dat verontrustte de dictator, die overal vijanden zag. Als het tot een grootschalige oorlog kwam, waren de Sovjets het haasje. Er moest een inhaalslag komen, binnen tien jaar.

Als onderdeel van die inhaalslag werden begin jaren dertig studenten naar de Verenigde Staten gestuurd, gewoon om te studeren en de kennis mee naar huis te nemen. Dat was allemaal legaal, maar echte toptechnologie kreeg je er niet mee in handen. Dus rekruteerde de Russische geheime sommigen van hen om langer te blijven. Zij moesten netwerken opbouwen om ook in de buurt te komen van (militaire) technologie die de Amerikanen liever voor zichzelf hielden.

Lees meer De naam is Shumovsky, Stan Shumovsky

Wanneer je alle scheepvaartroutes en beoogde windenergievelden intekent, is het Nederlandse gedeelte van de Noordzee alweer bijna vol. Dus is het tijd voor studies naar efficiënt ruimtegebruik op zee, denkt onderzoeksinstituut Marin.

Vorig jaar was in een van de testfaciliteiten van Marin in Wageningen een minder gebruikelijke opstelling te zien: een keurig grid van windturbines met daartussen netten vol zeewier en drijvende zonnepanelen. Gewoon om eens te kijken hoe dat samen gaat. Hoe gedragen zonnepanelen zich bij golfslag? Zijn ze goed te verankeren? Wat is de invloed van zeewiervelden op de golven? Wat betekent de combinatie voor de bereikbaarheid van de turbines voor onderhoud?

‘We weten dat zelfs als Nederland de complete energievoorziening op zee brengt, er in de toekomst op land waarschijnlijk niet genoeg ruimte is voor voedselproductie’, vertelt project manager Floor Spaargaren. ‘Je moet dus ook op zee voedsel verbouwen. Een geschikte plek daarvoor is tussen de fundaties van windturbines. Omdat Marin veel expertise heeft op het gebied van testen met schaalmodellen, leek dat een logische manier voor ons om bij te dragen aan kennis hierover.’

Lees meer De Noordzee als krappe bouwplaats