U gebruikt een verouderde browser. Om die reden werkt deze site wellicht niet naar behoren.Direct naar hoofdinhoud

Moses komt van Trinidad en zijn onvrijwillige missie in het leven is de wegbereider te zijn voor andere West-Indische immigranten in het Londen van de jaren vijftig. De ene na de andere nietsnut belandt op zijn stoep, gestuurd door iemand die gehoord heeft dat Moses wel een baantje of onderkomen kan fixen. Wat Moses dan maar gaat proberen, ook al ziet hij dat ook deze schooier altijd een schooier zal blijven. En, oké, hij is zelf ook wel een beetje een schooier, maar hij weet tenminste wel hoe je een baantje vasthoudt.

Het verhaal is soms schrijnend, maar vooral vermakelijk. Een schelmenroman, zo zou je The Lonely Londoners van Sam Selvon kunnen classificeren. Daarmee zou je het boek schromelijk tekort doen, want zowel inhoudelijk als stilistisch is het veel meer dan dat.

Lees meerSam Selvon: The lonely Londoners

In de NRC van afgelopen zaterdag stond een essay van René van Woudenberg, met als portee dat de wetenschappelijke bewijsgrond ruimte laat om ook op zoek te gaan naar een wetenschappelijk bewijs voor Gods bestaan. Een oud argument, dat de plank mis slaat. Een argument bovendien waar juist theologen zich verre van zouden moeten houden, al heeft ook de wetenschap boter op haar hoofd. Hier mijn weerwoord.

De gedachte dat wetenschap en religie gescheiden werelden zijn, de zogeheten non overlapping magisteria, is van relatief recente datum. Ze komt niet voort uit een waargenomen toenemende, hinderlijke bemoeienis van religie met de wetenschap, maar eerder uit het omgekeerde, een wetenschap die steeds minder raakvlakken met de religie ervaart. Misschien dat het juist daarom des te meer opvalt wanneer het kortstondig schuurt.

Er is echter meer aan de hand. Men hoort sommige kerkgangers nog wel eens klagen over de evolutietheorie, maar nooit dat de wetenschap in zijn algemeenheid een bedreiging zou zijn voor het geloof en daarom aan de deur geweerd dient te worden. Wetenschappers die menen dat religie in zijn geheel bij het grof vuil hoort en in ieder geval geen plek heeft binnen de academie, zijn eenvoudiger te vinden. De bedenkingen zijn, met andere woorden, eenzijdig. De vraag is waarom.

De sleutel zou wel eens kunnen liggen in een opmerking van historicus Johan Huizinga, in zijn boek Homo ludens, waar hij stelt dat alle aspecten van de menselijke cultuur een spelelement in zich dragen, met uitzondering van de moderne wetenschap sinds de achttiende eeuw. Ergens in haar weg door de moderne tijd heeft de wetenschap haar relativeringsvermogen verloren en is bevangen door een dodelijke ernst. Een onnodige ernst ook, want de regels van het academische spel bepaalden al sinds het prille begin dat er in de wetenschap geen ruimte was voor God.

Lees meerDe academicus als homo non ludens

Ms Ice Sandwich heet zo, omdat ze sandwiches verkoopt en altijd overvloedige ijsblauwe oogschaduw op heeft. De tienjarige hoofdpersoon van Mieko Kawakami’s novelle is door haar geobsedeerd. Veel van zijn vrije tijd gaat op aan observeren en tekeningen maken.

De jongen, die geen naam krijgt, woont samen met zijn ongeïnteresseerde moeder en stervende oma. Meisjes vindt hij stom. Behalve Tutti, die tekeningen van schietpartijen maakt en scenes uit Heat kan naspelen. Terwijl de vriendschap met Tutti zich verdiept, verdwijnt Ms Ice Sandwich naar de achtergrond. Zo gaan die dingen, als je tien bent.

In eigen land is Kawakami bekend als schrijfster, blogger en zangeres. In dat eerste is ze het meest succesvol. Ze won verschillende grote prijzen en Haruki Murakami is een fan. Ms ice Sandwich is een liefdevol kleinood over een eenzame jongen die voorzichtig kennismaakt met de liefde.

Leden van de actiegroep ‘Negers moeten hun muil houden’ staan dezer dagen voor het hekje in Leeuwarden, omdat ze een snelweg geblokkeerd hebben. Zo wilden ze voorkomen dat kinderen in aanraking kwamen met mensen die tegen racisme zijn. Steungroepen op internet hebben maar weer eens een burgeroorlog aangekondigd voor het geval ze de bak in moeten. Maar het zullen wel werkstraffen worden, want dat is zo’n beetje het niveau van de overtreding. Hinderlijk, maar niet gevaarlijk.

Voor dit jaar is het misschien te laat, maar mij lijkt het handig volgend jaar twee intochten van de Sint te organiseren. Eentje met roetpieten, smurfpieten, stroopwafelpieten, karamelzeezoutpieten, noem maar op, voor de kinderen. Hun zal het immers worst wezen hoe Piet eruit ziet, als hij maar over de brug komt met kruidnoten, brandweerauto’s en elsavanfrozenspul. De intocht met Zwarte Pieten voor volwassenen die aan de racistische component hechten (omdat ze die fijn of juist verwerpelijk vinden) doen we elders. Liefst ergens met veel toegangswegen, ter bevordering van het spelelement. (sg)

Jugend ohne Gott van Ödön von Horváth verscheen in 1937 in Amsterdam. In Duitsland was op dat moment ondenkbaar, want de roman becommentarieert op een subtiele maar diepgaande manier het nazisme. De jeugd uit de titel zijn de jongeren die in de jaren dertig opgroeien, zonder God, maar met toespraken van de Grote Plebejer, zoals Von Horváth hem noemt.

De hoofdpersoon van het verhaal is een leraar geschiedenis en aardrijkskunde op een gymnasium in een niet nader genoemd Duits stadje. Dat hij de tijdgeest niet begrepen heeft, blijkt al meteen wanneer hij uitlegt dat negers ook mensen zijn. Het levert een klacht van een ouder op, wegen ondermijning van de militaire moraal. Met tegenzin begeleidt hij de jongens op een kamp waar ze zullen leren schieten. Als één van de jongens vermoord wordt, verandert het boek in een whodunnit, die Von Horváth in staat stelt te graven in de motieven van de pubers.

De jong overleden Von Horváth was in de eerste plaats toneelschrijver en dat merk je. Met spaarzaam woordgebruik – korte alinea’s, soms maar een zin lang – dringt hij tot de kern door. Stilistisch blijft het recht overeind, tachtig jaar na dato. Juist omdat Von Horváth niet schreeuwt, maar onderzoekt, is zijn boodschap ook vandaag de dag relevant, zeker voor mensen die de (inter)nationale politiek een beetje volgen.

Goed, er zijn in Nederland dus 30.000 knetterharde salafisten, op wie we niet kunnen rekenen mocht de democratie hier te lande in gevaar komen. Dat is dus nog geen halve kamerzetel, peanuts vergeleken bij wat er in het parlement aan partijen zit op wie ik mijn geld ook niet zet, mocht iemand op het onzalige idee komen een “illiberale democratie” of iets dergelijks in te willen voeren.

De salafisten van Nederland zijn met hun shariazucht op een getalsmatige mission impossible. Tenzij ze erin slagen anderen het voorwerk te laten doen. Eerst de bevolking laten wennen aan door één partij met sterke leider gedomineerde verkiezingen, de rechtspraak uitlijnen met de regering, onafhankelijke media de nek omdraaien, ngo’s buiten spel zetten. Dan hoef je daarna alleen nog maar het machtige kliekje door jezelf te vervangen. De illiberale democratie is de eerste stap naar invoering van de sharia in Europa. (sg)

Omdat de spectaculaire ontwikkelingen in de Trumpsoap over elkaar heen buitelen, zou je bijna vergeten dat er haast dagelijks ook nog afleveringen van Brexit online komen. In de jongste episode noemt Boris Theresa’s plan een zelfmoordvest. Kennelijk denkt hij nog steeds dat de Britten zelf aan de knoppen zitten.

Hoewel Brexit een slecht idee blijft, wordt het tijd om Boris, Theresa en Jeremy uit hun lijden te verlossen. Brussel moet maar helder zijn: jongens, dit gaat ‘m niet worden, laten we stoppen met onderhandelen. Vanaf maart volgend jaar hebben jullie dezelfde handelsstatus als Rusland en Turkije, hek om Noord-Ierland, Londense banken dwingen te verhuizen naar Dublin, klaar. Hashtag kickthebritsout. (sg)

Vandaag heb ik het manuscript van mijn debuutroman Magda is overal ingeleverd bij de eindredacteur. Het is best moeilijk om een punt te zetten achter een tekst waar je bijna twintig jaar aan gewerkt hebt en iedere keer weer dingen aan ziet waarvan je denkt: dat kan beter. Vanaf half november mag iedereen voor zichzelf uitmaken of het wat is. Hier alvast een teaser, de eerste twee alinea’s:

Drie uur lang was oma dood. Toen leefde ze weer. Dat zag je niet vaak, dat mensen zomaar uit de dood opstonden, de verpleegsters van het Dijkzigt Ziekenhuis niet en wij als ex-nabestaanden al helemaal niet. Nou was oma natuurlijk niet zomaar iemand. Oma was Femke Singh-Jelgersma, Yankee Femke, straatmeisje uit Rotterdam Feijenoord, bedwinger van kaaimannen, lerares van ontheemde kinderen, en nog veel meer in een leven dat bijna een hele eeuw omspande.

Aanvankelijk wees ook helemaal niets op oma’s wederopstanding. Dood en rouw hadden hun vaste pad gevolgd. Grootmoeder had bewegingloos in het bed gelegen, haast onmerkbaar ademend, na een handvol laatste woorden. Haar lichaam was verbonden met apparatuur aan weerszijden van het bed, dat wel. Maar het leven gleed gestaag weg uit haar verbroosde lijf. De aanwezigen verzoenden zich met hun verdriet.

De naamloze hoofdpersoon in de oneven hoofdstukken van Haruki Murakami’s roman Hard-boiled Wonderland and the end of the World (uit 1991) is een computerexpert die voor een mysterieuze klus wordt ingehuurd door ‘de professor’, die huist in een even mysterieus gebouw in Tokio, ergens in de toekomst. Het verhaal heeft trekken van science fiction, maar volgt de formule van een hard-boiled detective, met een femme fatale, gangsters die het huis van de hoofdpersoon aan gort slaan, de nodige whisky en een air van onverschilligheid.

De even hoofdstukken hebben eveneens een naamloze hoofdpersoon/verteller, maar deze bevindt zich als nieuwkomer in een ommuurde stad waar iedereen onvrij maar gelukkig is. De nieuwkomer wordt gescheiden van zijn schaduw, die door de poortwachter wordt vastgezet in de verwachting dat hij de winter niet zal overleven. Dat gebeurt nu eenmaal met alle arriverende schaduwen: voor hen is geen plek in de stad. Zolang zijn schaduw nog leeft moet de nieuwkomer oude dromen lezen in de bibliotheek, wat neerkomt op het betasten van schedels.

Lees meerHaruki Murakami: Hard-boiled Wonderland and the end of the World

Zo’n 4500 rechts-extremisten liepen in Chemnitz een stille tocht ter nagedachtenis van geweldslachtoffers. U en ik weten dat hier sprake was van taqqiya, een in die kringen populaire term voor zoete broodjes bakken, als compensatie voor de klopjacht op buitenlanders in de dagen ervoor, mensen met een getinte huid zoals de Cubaanse Duitser wiens dood het allemaal in gang zette. Om maar aan te geven: het gaat de extremisten niet om de slachtoffers, maar om degenen die ze de schuld kunnen geven.

Enfin, genoeg onoplettende burgers trapten in het rookgordijn, want die 4500 waren heus niet allemaal hardcore nazi’s. In heel Saksen ging een veelvoud van die 4500 de straat op om te protesteren tegen het kapen van de moord in Chemnitz voor extremistische doeleinden. Zelfs met de meelopers erbij blijft het een even wanstaltige als kansloze actie. (sg)


×