In 1994 stond ik aan het Meer van Ohrid, op de grens van Macedonië en Albanië. De straten van het plaatsje Ohrid stonden vol borden in het Duits en Nederlands, maar buiten mij waren er geen toeristen. De Bosnische oorlog had de route afgesneden. Het meer was Mediterraan blauw, maar toen ik een dag later met de bus erlangs reest naar de grens met het zojuist geopende Albanië, leek het leigrijs. Dat was voor mij de trigger om Ieder zijn eigen meer van de Macedonische auteur Nenad Joldeski te kopen. Dit zegt de flaptekst:

“In het zuidwesten van Macedonië, dicht bij de Albanese grens, ligt het Meer van Ohrid. Iedereen beleeft dat meer op zijn eigen manier. Voor de een is het helderblauw, zilverachtig of wit, voor de ander is het inktzwart, zoals voor de aan heimwee lijdende Russische heer Nezlobinski.”

Lees meer Nenad Joldeski: Ieder zijn eigen meer

De Amerikaanse president Donald Trump is onverwacht in Noord-Korea geweest. Hij bezocht er onder andere een gevangenenkamp en een lanceersite, waar hij een kruisraket afschoot die rakelings langs Japan scheerde.

Trump bezocht het Noord-Koreaanse gevangenenkamp met het oog op de opmars van het nieuwe coronavirus in de Verenigde Staten. Noord-Korea heeft tot nu toe geen enkel geval gerapporteerd. De Amerikaanse president was daarvan zo onder de indruk dat hij besloot een bliksembezoek te brengen aan zijn ambtgenoot Kim Jong-Un. De permanente lockdown waarin veel Noord-Koreanen verkeren zou een inspiratie kunnen zijn.

Trump was zeer te spreken over het gevangenenkamp: ‘De mensen zien er afgetraind uit, ze komen veel buiten en krijgen onderwijs. De omstandigheden zijn echt veel beter dan die in Amerikaanse gevangenissen in staten met Democratische gouverneurs. De Democraten kunnen helemaal niks, het is genant. Ze zouden allemaal een langdurig bezoek moeten brengen aan een Noord-Koreaans kamp om heropgevoed te worden. Daar zijn ze hier goed in.’

Lees meer Verrassingsbezoek Trump aan Noord-Korea

Of dogs and walls van Yuko Tsushima is een bundeltje met twee verhalen door een van Japans grootste schrijfsters van de vorige eeuw. Het zijn allebei raamvertellingen in het bestek van enkele tientallen kleine pagina’s.

Het eerste verhaal, The watery realm, begint met een vader die een plastic kasteel koopt voor het aquarium van zijn zoontje. Hij herinnert zich scenes uit zijn eigen jeugd en zijn moeder, die daarvandaan de rol van verteller overneemt om het over haar eigen pijnlijke jeugd te hebben en de verdrinkingsdood van haar man. De duistere godin van het water hangt als een sluier over het verhaal, dat zich in korte, feitelijke scenes ontrolt.

In het titelverhaal loopt een vrouw langs een muur die haar doet denken aan de hond van haar moeder. Binnen een pagina verschuift het perspectief: de ik-verteller wordt een zij, de ene keer aangeduid als ‘de dochter’ (als het gaat over de relatie met haar moeder) of ‘de zuster’ (als het gaat over de relatie met haar geestelijk gehandicapte broer). Net als in het eerste verhaal gaat de tijd bitterzoet voorbij.

Yuko Tsushima bezit dezelfde gave als Raymond Carver om een karakter in een paar alinea’s neer zetten, niet door ze te beschrijven, maar door ze iets te laten doen. Dit één-pond-Penguin-boekje bevat twee juweeltjes die smaken naar meer.

In juni 1919 kwamen zeven vrouwen bijeen in een sjiek appartement in Londen om de oprichtingsakte te ondertekenen van de Women’s Engineering Society, de eerste beroepsvereniging voor vrouwelijke ingenieurs. De aanleiding was acuut. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden honderdduizenden vrouwen werk gevonden in de (militaire) industrie. Zij dreigden hun baan kwijt te raken door een aanstaand verbod op vrouwelijke arbeiders in de industrie.

Het is een fraai gezelschap dat auteur Henriette Heald beschrijft in Magnificent Women and their Revolutionary Machines (dat overigens geheel over de vrouwen gaat en niet over hun machines). Lady Shelley-Rolls, bijvoorbeeld, snelheidsduivel, luchtvaartpionier en eigenaar van een motorenfabriek. Of Lady Moir, die de oorlog aan de draaibank had doorgebracht, en arbeidersmeisje Laura Annie Willson, die sinds haar tiende opkwam voor vrouwenrechten en daarvoor twee keer in de gevangenis had gezeten. Het gezelschap had een aristocratische ruggengraat, maar deed verder niet aan klasse.

De hoofdpersonen van het boek zijn de eerste voorzitter, Rachel Parsons, en de eerste directeur, Caroline Haslett. Beiden zouden zich de komende decennia hard maken voor vrouwen in de industrie. Die stribbelde tegen, het was zo goed als mogelijk voor vrouwen om in een technisch beroep te belanden.

Lees meer Pionierende vrouwen in de techniek

Door de opmars van satire gaan steeds meer mensen denken dat serieus bedoeld fake news een grap is. Complottheoretici en andere makers van nepnieuws luiden de noodklok: ‘Straks gelooft niemand ons meer.’

‘Nepnieuws is een traditionele vorm van journalistiek die bescherming verdient tegen satirici’, zegt George Houtmöller, woordvoerder van de Koninklijke Nederlandse Vereniging van Nepnieuwsmakers (KNVN), die naar eigen zeggen onder bescherming staat van prinses Beatrix. ‘Wij werken hard om het publiek te misleiden met geloofwaardige verdraaiingen van de feiten of complete verzinsels. Daar hebben we politieke of ideologische motieven voor. Denk bijvoorbeeld aan de strijd van de Britse tabloids tegen de Europese Unie waarmee Boris Johnson tot grootse hoogten is gestegen.’

Het bezwaar van de KNVN tegen satirici is dat de laatsten amoreel zijn. Houtmöller: ‘Het gaat ze er echt alleen maar om mensen een beetje goedkoop aan het lachen te maken, vaak ten koste van anderen. Die worden rücksichtlos belachelijk gemaakt. Een hoger doel is er niet. Er is een oppervlakkige gelijkenis in de zin dat het ook lariekoek is en mensen er soms intrappen, maar satire heeft geen politieke agenda van betekenis. Als het er niet zou zijn, zou de wereld gewoon doordraaien. Terwijl onze Britse vrienden met hun consequente campagne Brexit voor elkaar hebben gekregen.’

Lees meer Makers van nepnieuws hekelen satirici

Op de valreep van de Boekenweek het geschenk uit. Verreweg het beste van deze eeuw. Annejet van der Zijl kreeg het verhaal in de schoot geworpen: een Hollandse jongeman die verliefd wordt op een zwart meisje in het Charleston van de vroege negentiende eeuw, waar ze hun liefde, laat staan hun huwelijk verborgen moeten houden. Het zuiden van de Verenigde Staten is een wrede maatschappij, waar iedereen die zijn slaven niet als vee behandelt wordt uitgekotst.

Van zo’n verhaal kun je nogal een melodrama maken, maar Annejet van der Zijl houdt het zakelijk. Ze zet wat trucjes in om het verhaal spannend in elkaar te steken, maar verder heeft ze geen opsmuk nodig om met name Leon levendig neer te zetten. Juliette komt er bekaaider vanaf, ongetwijfeld bij gebrek aan bronnen. Want in het half jaar dat Van der Zijl had, heeft ze ook nog eens een indrukwekkende hoeveelheid onderzoek gedaan, aan beide kanten van de oceaan. Petje af.

Francin zou willen dat zijn Maryska zicht wat meer als een fatsoenlijke vrouw zou gedragen, maar als hij een fatsoenlijke vrouw had willen hebben, had hij beter met iemand anders kunnen trouwen, althans zo denkt Maryska zelf erover, want bij haar spat de levenslust ervanaf en daar kan ze niks aan doen, hoe veel ze ook van Francin houdt. Ze fietst met korte rok, haar lange blonde harend wapperend in de wind, ze klimt in de schoorsteen van de brouwerij, ze slacht een varken en knipt de staart van de hond af. En ze flirt met iedereen, dat ligt nu eenmaal in haar aard.

Enfin, het is Bohumil Hrabal, dus het slapstickgehalte is hoog in de novelle Cutting it Short (in eigen land verfilmd als Postřižiny), een guitig portret van het provinciestadje Nymburk tussen de twee oorlogen. Het plot bestaat eruit dat Maryska haar streekjes uithaalt en dat haar man het met lede ogen aanziet, maar dat ze teveel van elkaar houden om ruzie te maken. Hrabal vertelt het met onnoemlijk veel plezier en daar word je als lezer ook weer vrolijk van.

Om zijn verkiezingsoverwinning te vieren heeft de Israelische permier Benyamin Netanyahu een eigen plan gelanceerd voor vrede in het Midden-Oosten. Het plan behelst vrijwillige verhuizing van alle Palestijnen naar landen in de regio.

Volgens het plan krijgen alle Palestijnen op de westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook een zogeheten ‘vredesmenu’ voorgelegd. Ze kunnen kiezen uit tien landen om naartoe te verhuizen. Israel regelt vervolgens de daadwerkelijke migratie. Wanneer het ontvangende land weigert mee te werken, zullen de Palestijnen er vanuit vliegtuigen gedropt worden. ‘Met parachute uiteraard’, zei Netanyahu bij de presentatie. ‘We zijn tenslotte een humaan land dat de mensenrechten hoog in het vaandel heeft staan.’

Palestijnen die weigeren het vredesmenu in te vullen gaan naar Syrië. In dat land is vanwege de burgeroorlog het aantal inwoners drastisch afgenomen, zodat er veel ruimte is voor migranten. Dit zou met name aanhangers van Hamas moeten aanspreken, omdat die beweging goed bevriend is met Hizbullah, een belangrijke steunpilaar van het Syrische regime. Hamas heeft het plan echter direct afgewezen. Netanyahu: ‘Dat is tekenend voor de verdorvenheid van Hamas. De omstandigheden in Gaza zijn onmenselijk ellendig. Toch blijven ze liever daar dan dat ze een gloedvolle toekomst in Syrië tegemoet gaan.’

Lees meer Netanyahu komt met eigen vredesplan

Girl meets Boy van Ali Smith is een moderne variant op de mythe van Iphis en Ianthe die door Ovidius in de Metamorfosen werd opgetekend. Iphis is opgegroeid als jongen, maar eigenlijk een meisje. Ianthe wordt verliefd op haar. Het is wederzijds. De bruiloft is al gepland wanneer Iphis toch wat nerveus wordt hoe dat nou moet in de huwelijksnacht en smeekt de godin Isis om haar in een man te veranderen.

De versie van Ali Smith speelt zich af in Schotland. De onbezorgde Anthea rommelt wat aan in haar leven en heeft van haar zus Midge een baantje toegespeeld gekregen bij een commercieel waterbedrijf. De twee wonen samen in het oude huis van hun grootouders. Dan valt Anthea voor Robin, die onder het pseudoniem Iphis actie voert tegen het bedrijf. Robin trekt bij de twee zussen in. De minnaars hebben het gezellig met z’n tweeën, maar de tobberige Midge vraagt zich af hoe dat nou moet. Toen het boek geschreven werd in 2007, kende Schotland het homohuwelijk nog niet.

Vlak voor het eind, als de actie zich kortstondig uit Inverness naar Londen verplaatst, dreigt de roman even te ontsporen. Er worden wereldproblemen bij gehaald, de ceo van Midge’s bedrijf biedt haar een topbaan aan, terwijl hij haar naam niet eens weet, maar haar wel probeert aan te randen. Na dat intermezzo keert het intieme verhaal terug dat Girl meets Boy tot dat moment was, en werkt keurig naar een happy end toe. Fris en vlot geschreven, met een scherpe boodschap zonder moeilijk te doen. Leuk boek.

Volgens de klimaatrealistische stichting Clintel heeft Nederland zojuist de koudste winter van deze eeuw meegemaakt. Dit zou blijken uit onafhankelijk onderzoek dat door de stichting zelf verricht is.

‘Het heeft vrijwel continu gevroren’, zegt woordvoerder Ronald Plasterk namens de stichting. ‘Eigenlijk is het merkwaardig dat er geen Elfstedentocht gereden is. We kunnen daaruit alleen maar concluderen dat de organiserende vereniging meegaat in de doemverhalen over het klimaat. Hoe dan ook, we zijn blij dat er nu eindelijk harde data bestaat om onze stelling te ondersteunen dat er geen klimaatcrisis bestaat.’

De meetreeksen van Clintel laten zien dat de gemiddelde dagtemperatuur in Nederland in januari en februari vier graden onder nul was, met uitschieters naar min achttien. Dat deze metingen sterk afwijken van de officiële reeksen komt volgens Clintel omdat het KNMI zijn meetinstrumenten bewust op warme plaatsen opstelt, met het doel de klimaathoax te continueren. Het KNMI zet daar tegenover dat Clintel zijn thermometers heeft opgehangen in de koelhuizen van de Nederlandse zuivel- en vleesindustrie.

Lees meer Clintel: koudste winter van de eeuw