Als ik in Algerije een toeristische bestemming heb gezien, dan was het Tipasa. Gezinnen uit Algiers komen hierheen om zee en cultuur te snuiven. Het is tussen de ruïnes druk met mensen die selfies maken. Langs de toegangsweg stikt het van de (vis)restaurants en zelfs souvenirwinkels. De oude kern van Tipasa leeft van het toerisme. Er is op de site zelfs een kaart met wat waar te zien is, maar neem voor de zekerheid toch je eigen informatie mee. Als je Frans goed genoeg is, kun je ter plekke ook een gids inhuren.

Vergeleken met Timgad en Djémila zijn de ruïnes veel minder uitgestrekt en minder goed bewaard, maar daar staat de ligging aan zee tegenover. De bomen op het terrein en de zeewind maken het verblijf er veel aangenamer.

Lees meer Reizen in Algerije, deel 6: Tipasa

Zoals in Frankrijk alle wegen naar Parijs leiden, zo is Algiers de focus van Algerije. De stad bestaat al sinds Phoenicische tijden, maar daar is niks van terug te vinden. Zelfs voor Ottomaanse gebouwen moet je goed zoeken. Franse gebouwen en boulevards domineren de stad, die steil uit zee oprijst.

Hier zie je goed dat alles in Algerije draait om de overheid. Verkeersborden verwijzen niet naar publieksbestemmingen, maar naar ministeries. De overheid zit bovendien goed in het geld, dankzij de olie. Er wordt duidelijk geïnvesteerd in publieke infrastructuur, met name voor lokaal transport. Tegelijkertijd kun je aan kleding en de vele oude auto’s zien dat de welvaart niet evenwichtig verdeeld is. Anderzijds heb ik heel weinig daklozen gezien.

Het is al met al een fijne stad om een paar dagen te verblijven, al bekruipt je voortdurend het gevoel dat er veel meer uit te halen was, als de autoriteiten iets zouden doen aan het terugdringen van het autoverkeer. De paar kleine voetgangersterritoria laten zien dat de stadsbewoners dit zeer zouden waarderen.

Lees meer Reizen in Algerije, deel 5: Algiers

Setif, de uitvalsbasis voor Djémila, is de meest conservatieve stad die ik op mijn reis tegenkwam. Ik leid dat af uit het percentage vrouwen met hoofddoek op straat (meer dan de helft) en het volume van de luidsprekers op de moskeeën. Het stadsbestuur heeft autoverkeer verbannen uit de belangrijkste winkelstraat. In plaats daarvan rijdt er een tram. Er zijn parken en volop bankjes om te zitten. Setif is daardoor een aangename stad om wat rond te dwalen (al is het aantal bezienswaardigheden nul).

Lees meer Reizen in Algerije, deel 4: Setif en Djémila

Ik arriveerde in Constantine uit Annaba met een bus die doorreed naar Setif. Dat betekende dat we ergens langs de kant van de weg gedumpt werden. Taxi’s stonden uiteraard te wachten. Constantine zelf dateert uit de Romeinse tijd, maar behalve een verdwaald stuk aquaduct is daarvan niets te zien.

Wat gebleven is, is het spectaculaire uitzicht over de kloof waaraan Constantine zijn bestaan dankt. Een mooie plek om wat over uit te kijken. Constantine heeft een medina met nauwe straatjes waar het om de een of andere reden toch lukt om auto’s door te persen. Historische gebouwen staan er niet aan. De oude kasbah (fort) biedt ongetwijfeld het mooiste uitzicht, maar daar zit tegenwoordig het Algerijnse leger in.

Lees meer Reizen in Algerije, deel 3: Constantine en Timgad

De Raad van State had het weer eens niet begrepen, mopperde de minister. De vaderlandse usance bij overtredingen van de milieuwetgeving was immers dat je die tijdelijk gedoogde, zodra het geld ging kosten. Iets met ‘compenseren in de toekomst’. En nu was er ineens een uitspraak die keihard de uitstoot van stikstofoxiden aan banden legde. Alsof die arme boeren er iets aan konden doen dat hun varkens zoveel stront produceerden. Bij geluid rondom Schiphol snapte de Raad tenminste wel wat haar rol was.

De minister zuchtte. Welke noodgreep was er nog denkbaar om te zorgen dat de stikstofoxiden er feitelijk nog wel waren, maar in een voor de Raad acceptabele papieren werkelijkheid niet? Bijvoorbeeld omdat je stelde dat de mestproductie toegerekend zou moeten worden aan de plek waar de varkens uiteindelijk werden opgegeten. De hand ging naar het papier. “Voorstel Europees systeem voor handel in emissierechten stikstofoxiden.” (sg)

Annaba is de eerste grote stad als je vanuit het oosten Algerije binnenkomt. Ik had een taxi genomen uit Tunis (omgerekend 45 euro, in Tunis ‘s ochtends te vinden bij Bab Bhar), waarvan de chauffeur me behendig langs alle rijen loodste bij de veiligste grenspost, die bij de kust. De rit kostte zes uur, maar ik was vroeg begonnen, dus had nog de middag om de stad te verkennen.

Behoudens Cours de la Revolution, de centrale allee uit de Franse tijd, met een brede middenstrook vol bomen en terrassen, vond ik Annaba druk en onaangenaam. Smalle stoepen, de wegen bomvol auto’s. Geen omstandigheden voor een leuke stadswandeling. Zo’n stad waarvan je hoopt dat iemand ooit de tegenwoordigheid van geest zal hebben om wat voetgangersgebieden aan te leggen.

Lees meer Reizen in Algerije, deel 2: Annaba en Hippo

Eén andere toerist zag tijdens een reis van twaalf dagen door Algerije. Het land is geen bestemming voor reizigers en praktische informatie is nauwelijk verkrijgbaar. Ik vond nog een oude Lonely Planet uit 1992 om de interessantste bestemmingen uit te vissen, maar sindsdien heeft een burgeroorlog het land een decennium lang in de greep gehad. Begin dit jaar werd de president met grootscheepse demonstraties tot aftreden gedwongen. Dat gebeurde zonder geweld – en dat wekte mij interesse. Tijd om eens te gaan kijken.

Veiligheid

Het reisadvies van het ministerie van buitenlandse zaken liet voorafgaand aan mijn reis veel knalrode gebieden zien. De rest van het land is oranje (alleen noodzakelijke reizen). Sommige steden zijn geel (neem de gebruikelijke voorzorgsmaatregelen). De Britten waren wat optimistischer, de Amerikanen niet. Al met al kwam ik tot de conclusie dat een tocht langs de kuststeden verantwoord was. Daar liggen bovendien de meeste bezienswaardigheden, met uizondering van wat ooit de grootste trekker was, de route door de Sahara naar Timboektoe.

De vrijdagse demonstraties waren nog altijd gaande toen ik er reisde. Het gaat er gemoedelijk aan toe. Veel gezinnen met kinderen. De politie is massaal aanwezig, maar ongewapend. Ook geen wapenstok of pepperspray. De sfeer was ontspannen, ook op de centrale pleinen in Algiers. Ik ben niet tot middernacht op straat gebleven, maar zo lang er groepjes vriendinnen zitten te kletsen bij de ijssalons vind ik de sfeer niet bedreigend.

Lees meer Reizen in Algerije, deel 1: Praktische informatie

Gravity’s Rainbow van Thomas Pynchon is zo’n boek met een gebruiksaanwijzing. Ik las het op aanraden van Michael Chabon, die het als een belangrijke inspiratiebron aanhaalde voor zijn eigen roman Moonglow. De Nederlandse vertaling van Gravity’s Rainbow flopte in 1974 totaal en is nooit meer herdrukt. In de VS geldt het als een van de grote meesterwerken van de twintigste eeuw. De jury van de Pullitzer Prize bekroonde het indertijd, maar het bestuur floot die beslissing terug. Het boek zou ‘onleesbaar’ en ‘obsceen’ zijn.

Enfin, Gravity’s Rainbow is een baksteen van 900 pagina’s met een onnavolgbaar plot, een stortvloed aan beelden en metaforen, zo’n 400 personages, talloze culturele, historische en wetenschappelijke verwijzingen, een enkele wiskundige formule en inderdaad het een en ander aan (ranzige) seks, in één geval met een meisje van elf (daar werd in de jaren zeventig anders over gedacht dan nu). Sowieso dienen vrouwen in het boek alleen als seksuele decoratie en grossiert Pynchon in raciale stereotypen. Daarnaast wordt er het nodige aan drugs gebruikt door de vele karakters, en het is verleidelijk te denken dat Pynchon het hele boek als een grote trip geschreven heeft, maar daarvoor is het in al zijn krankzinnigheid weer veel te coherent.

Lees meer Thomas Pynchon &?8211; Gravity&?8217;s Rainbow

Het Britse parlement wil noch een Brexit-exit, noch een no-deal Brexit, noch de enige beschikbare yes-deal Brexit. En zelfs die totale besluiteloosheid wordt haar nu ontnomen door een man die voorwendt wél een beslissing te gaan nemen, maar in werkelijkheid onvast aankoerst op één van de drie dingen die het parlement niet wil. Prorogatie is Brexit op zijn best: als het echt spannend wordt gaan de Britten elkaar om de oren slaan met ongeschreven regels uit het tijdperk van Geoffrey of Monmouth.

Ergens vaag knaagt het bij mij dat buitenspel zetten van het parlement ondemocratisch is en dus om verwerping schreeuwt. Maar dan denk ik weer aan de wijze woorden van Alan B’Stard dat het Britse parlement begrepen moet worden als een sitcom, niet als een volksvertegenwoordiging. Prorogatie is een komische plottwist, maar geen fundamentele ingreep in de programmaformule. (sg)

J. Kessels heet Lennox in De goede zoon van Rob van Essen. In het eerste hoofdstuk van de roman neemt de brutale vriend en verteller, een sullige schrijver van plotloze thrillers, mee op een vage missie waarbij ze onder andere een nachtclub aandoen. Het volgende hoofdstuk begint in de Jiskefet-kantoormodus, gevolgd door passages over een zwaar gereformeerde jeugd. De roman zet allemaal vinkjes bij onderwerpen die Nederlandse lezers boeien.

Maar ik zou Rob van Essen tekort doen als ik het daarbij liet. Hij schrijft in een heerlijke fuckyoumodus, gaat zelfs een paar keer de discussie aan met zijn eindredacteur, dist een onwaarschijnlijk plot op over een geheime organisatie met tientallen werknemers die over lijken gaat om het leven van de hoofdpersoon in de gewenste banen te leiden. En dan is er nog iets met zelfrijdende auto’s annex psychiaters en een apparaat waarmee je door iemands hoofd kunt lopen (Malkovich!).

Lees meer Rob van Essen: De goede zoon