Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

“Mijn linkeroor is eens uitgescheurd toen mijn opa mij drie kussen gaf. Hij pakte me altijd bij mijn oren en die dag heel hard. Met een spiegeltje zag ik dat het bloedde, maar niemand geloofde dat het daarvan kwam. (…) Mijn opa had mijn oma in de oorlog van een Amsterdammer in een loopgraaf bij Stalingrad gekocht. Een jongen die net als mijn opa naar de Duitsers was overgelopen.”

Die zinnen op de eerste pagina van Niemand keek omhoog namen mij meteen in voor de roman van Evelien Vos. Het is precies het soort gekte dat de opmaat is naar een inventief verhaal dat niettemin beide voeten op de grond houdt. Fris geschreven in de korte zinnen waar Nederlandse lezers, redacteuren en auteurs zo dol op zijn. Gelukkig zondigt Vos regelmatig tegen die conventie.

Het verhaal gaat over Lucy, een twintiger die niet goed weet wat ze met haar leven moet en in het tweede deel van het boek min of meer zonder plan naar Madrid verhuist om daar een bestaan op te bouwen als vertaalster. In het derde deel volgt een dramatische tournure waar ik niks over zeggen ga. Het is allemaal wat droefjes zonder zwaarmoedig te worden – knap gedaan van Evelien Vos.

Toch loste de roman voor mij de belofte van de eerste pagina niet echt in. Daarna komt het verhaal namelijk snel in het gareel van de Nederlandse debuutroman: een hoofdpersoon die dicht bij de auteur staat, veel alledaagse mijmeringen, een vleugje seks, een onverwachte wending die naar het slot toewerkt. Allemaal keurig netjes en zeker niet slecht, maar nog niet de auteur met een eigen geluid die zich op de eerste pagina aankondigde.

Helemaal onderin een naamloze Koreaanse stad woont de familie Kim. Door een gelukkig toeval krijgt zoon Ki-woo een voet tussen de deur als bijlesleraar bij de familie Park, die helemaal bovenin woont, in een prachtige villa. Onmiddellijk begint hij te manipuleren om het bestaande personeel eruit te werken ten faveure van zijn andere gezinsleden. Dat is de premisse van Parasite, dat een Gouden Palm won in Cannes.

De film begint als een komedie, af en toe overgaand in slapstick. Tot zich een kanteling in het plot voltrekt en de onvermijdelijke neergang inzet. Het mondt uit in een gewelddadig einde dat ik niet erg bevredigend vond omdat het niet past in de karakters zoals die tot dan toe zijn neergezet. Met name de vader komt er bekaaid vanaf om het plot rond te krijgen.

Er is al het nodige geschreven over de klassenstrijd die de film laat zien. Het contrast tussen de kelder van de familie Kim en en de villa van de Parks is wrang. Wat bovenin de stad als een fijne regenbui voor de tuin wordt gezien, leidt onderin tot een dramatische overstroming. Wat mij opviel is dat de strijd vooral gaat tussen de arbeidersklasse onderling, om de gunst van de elite (die het niet eens kwaad bedoelt, maar zich simpelweg niet realiseert wat er aan de hand is).

Lees meer Parasite, een wrange prachtfilm

Adam is een jaar of twaalf (vermoed ik) als soldaten het huis binnenvallen en zijn pleegvader meenemen. Een moeder heeft hij niet. Het gebeurt op het fictieve eiland Nusa Perdo, maar de omstandigheden zijn zo reëel als maar wezen kan. Indonesië in de eerste drie weken van augustus 1964. Er zijn volop straatprotesten, massa-arrestaties van (vermeende) communisten, revolutionairen die aanslagen plegen en een president die de aandacht probeert af te leiden door Maleisië met oorlog te dreigen. Kortom, de Maleisische schrijver Tash Aw heeft een fraaie achtergrond voor Adams zoektocht in Map of the Invisible World.

Adams pleegvader Karl is een Nederlander die in het anticommunistische vangnet is beland. De jongen heeft één aanknopingspunt, een adres in Jakarta. Daar woont Margaret, een Amerikaanse jeugdliefde van Karl. Samen gaan ze op zoek in een ingenieus plot waar ik niet teveel over zal zeggen behalve dat die door het hart van de revolutionaire sfeer in het toenmalige Jakarta leidt (er is ook een mooie film over die periode).

Lees meer Tash Aw: Map of the Invisible World

De Nederlandse literatuur lijdt al een poosje aan de redactiepest. Korte, feitelijke zinnen. Show, don’t tell. Focus: één hoofdpersoon, maximaal een handvol bijfiguren. Rustig naar de climax toewerken (bijvoorbeeld een geheim uit het verleden dat onthuld wordt). Het leidt, los van het vertelde verhaal, tot stilistische eenvormigheid. Niet slecht, wel risicoloos. En toen was daar ineens Vallen is als vliegen van Manon Uphoff.

Over het angstaanjagende verhaal, van een vader die zijn seksuele wil aan zijn dochters oplegt, ga ik het niet hebben. Dat mogen anderen doen. Mij gaat het om de manier waarop Uphoff taal gebruikt om de lezers mee te sleuren in de verwarring en pijn van hoofdpersoon MM. De stijl sluit naadloos aan bij het karakter. Geen keurige chronologische vertelling, maar fragmentarisch, nu en dan in grote lijnen, dan weer met groot gevoel voor detail – precies zoals het geheugen van een getraumatiseerd kind werkt.

Lees meer Manon Uphoff: Vallen is als vliegen

Misschien was het een beetje overdreven van de organisatie om tijdens Woordnacht gisteren drie interviews met schrijvers tegelijk te laten plaatsvinden. Terwijl Bianca Boer en ik plaatsnamen op ons podium werden in twee zalen verderop Oek de Jong en Redmond O’Hanlon aan de tand gevoeld. Niettemin werd het een mooi gesprek over twee debuutromans die totaal verschillend zijn, maar waarin interviewer Alek Dabrowski toch overeenkomsten ontdekte.

Dat ging natuurlijk vooral over Rotterdam, de stad waar we allebei wonen en waar de verhalen zich voor een belangrijk deel afspelen. We vinden het allebei belangrijk dat de handeling zich op een specifiek benoemde plek afspeelt, met kloppende details. Ook hechten we aan nauwgezette historische research – maar misschien is dat wel dezelfde schrijverstrek. Het verhaal ontspringt aan de fantasie, maar de context moet nauw aansluiten bij de realiteit.

Een mooie afsluitende noot vond ik dat Rotterdam, dat altijd gezegend is geweest met een dichtersscene, de laatste vijf tot tien jaar ook als prozastad enige naam begint te maken. Marcel Möring, lang de enige, woont inmiddels in een bos, maar Ernest van der Kwast en Sanneke van Hassel trekken een nieuwe lichting. Over nog eens tien jaar is dit hopelijk geen onderwerp van gesprek meer, omdat het vanzelfsprekend is geworden. Rotterdam is pas een literaire stad als dat niet meer opmerkelijk is.

Vergeet het hele superheldenuniversum waarin Joker ontstond. Vergeet ook de vertolking van Heath Ledger. De man die Joaquin Phoenix neerzet in Joker heeft daar allemaal niks mee te maken. Dit is een film over een kwetsbare man die in zijn pijn en verwarring naar geweld grijpt om zichzelf te verdedigen. Misschien een beetje overdreven om die pestkoppen zo bloederig af te maken, denk je als kijker, maar ze hadden het er wel naar gemaakt.

Iedereen ziet dat Arthur een makkelijk doelwit is. De straatschoffies die zijn reclamebord afpakken en hem in elkaar slaan. De collega’s van de clowncentrale. De drie dronken bankiers in de metrowagon. Het publiek in de comedyclub. De televisiekomiek die een slachtoffer zoekt voor zijn show. Arthur ondergaat het, blijft altijd optimistisch. Dat zou best wel eens met zijn medicijnen te maken kunnen hebben, die worden wegbezuinigd door de gemeenteraad van Gotham. Er heerst chaos in de stad vanwege de economische malaise. De moord op drie bankiers door een clown werkt als een katalysator. De demonstranten hullen zich in clownsmaskers. De antiheld wordt een held.

Lees meer Een diep tragische Joker

Net als eerdere boeken die ik van Yuri Herrera las, speelt Kingdom Cons zich af aan de Mexicaanse zijde van de grens met de Verenigde Staten. Een droomwereld waarin iedereen bezig is met ‘de andere kant’. Een wereld van arme mensen op zoek naar iets beters, mensen die weten dat die zoektocht door schimmige onderwerelden leidt, maar daar liever niet teveel aan denken.

De hoofdpersoon van Kingdom Cons is Lobo, een muzikant die sappelt in de bars van een grensstadje, totdat hij de aandacht trekt van een drugsbaas, De Koning, die hem uitnodigt in zijn Paleis. Vanaf dat moment verliest Lobo zijn naam en wordt De Artiest op een plek waar iedereen onder zijn bijnaam leeft. Het Paleis leeft voortdurend onder hoogspanning en de vraag is of De Artiest zich daarin staande gaat houden.

Het knappe van Yuri Herrera is dat hij je binnen een paar pagina’s bij de lurven heeft en zijn wereld binnen sleept (wat ook wel moet, want hij schrijft dunne boeken). Hoe hij dat precies doet, zie ik ook na herlezing niet precies. Zijn personages zijn bijna naamloze getormenteerde schimmen, hun wereld is onwerkelijk en wreed. De connectie met de gewelddadige werkelijkheid aan de Mexicaanse grens is helder, maar tegelijk ook niet. Alle afzonderlijke zinnen zijn kraakhelder, maar in de nevel ertussen weet Herrera onwaarschijnlijk veel op te roepen.

Even snel binnen kijken, dacht ik, toen ik afgelopen zomer de Santa Maria Nabea in San Sebastián binnen liep. Het leek een gewone barokkerk, maar dat bleek slechts ten dele waar. Een zijvleugel bleek omgebouwd te zijn tot een klein museum voor religieuze kunst, met prachtige lichtinval. Een trap omhoog naar bijgebouw leidde naar hypermoderne lichtkunst met een contemplatieve inslag. Meer dan een uur had ik nodig om deze prachtverbouwing tot me te nemen.

Een plaquette in het museum leidde naar de daders: Rafael Moneo en Pedro Elcuaz. De eerste is een internationaal kanon, onder andere winnaar van de Pritzker Prijs, de tweede zijn jongere collega. Samen zijn ze onder meer ook verantwoordelijk voor het Attocha station in Madrid. De verbouwing van de zijvleugel in de Santa Maria Nabea tot museum had anderhalf miljoen euro gekost, las ik later. Eenmaal buiten zag ik ook dat enkele blinde muren van moderne kunst waren voorzien. Traditie en moderniteit waren prachtig in elkaar geweven.

Ik wist meteen: dit wil ik ook in Rotterdam. De Laurenskerk verdient een upgrade die haar zowel spiritueel als toeristisch naar een hoger plan tilt. Een plek waar je komt voor een moment van stilte, zoals de inwoners van San Sebastián, maar ook een trekpleister voor bezoekers van buiten. Een open ontmoetingsplek in het plechtige hart van de stad. Daar maak ik me graag hard voor.

Ergens aan het begin van Quentin Tarantino’s nieuwe film Once Upon a Time … in Hollywood komt in een flits een neonreclame TONYA voorbij. Het zal geen toeval zijn dat dit de glansrol was waarmee de Australische actrice Margot Robbie zich in de kijker speelde. Bij Tarantino is niets toeval. De bleue Sharon Tate die hij Robbie laat vertolken in zijn film steekt helaas flets af tegen de ongrijpbare Tonya. De actrice komt er deze keer bekaaid vanaf.

Once upon a time … is in de eerste plaats een excuus om Leonardo di Caprio in een onwaarschijnlijke hoeveelheid pakjes te steken, en Brad Pitt in strakke shirts. De mannen spelen een westernacteur in zijn nadagen en diens stuntman annex chauffeur annex klusjesman. Het verhaal speelt zich af in de aanloop naar de moord op Sharon Tate, maar heeft daar verder weinig mee van doen. Veel plot is er evenmin. Wat dat betreft heeft Tarantino Pulp Fiction nooit meer overtroffen.

De kracht van het scenario zit in de moeiteloze manier waarop de regisseur een tijdsbeeld van Hollywood anno 1969 vervlecht met beelden uit de films en televisieseries waarmee de mannen groot zijn geworden. De meeste filmverwijzingen zijn mij ongetwijfeld ontgaan, maar de eyecandy is fantastisch en de soundtrack is ook dik in orde (al heeft Tarantino wel heel veel nummers erin gepropt, terwijl hij toch bijna drie uur film heeft afgeleverd). Fijne cinematotaalervaring.

Bij vlagen is het moeilijk voorstelbaar dat Het land van herkomst van E. du Perron vele decennia ná Max Havelaar verschenen is. Vanuit literair oogpunt verdient het zijn bijzondere plaats in de Nederlandse letteren, maar de volkomen vanzelfsprekende acceptatie van het koloniale gedachtengoed doet de moderne lezer op zijn minst enigszins fronsen. Met als curieuze bijkomstigheid dat Du Perron een groot bewonderaar van Multatuli was.

Het autobiografische verhaal is een klassieke raamvertelling. De hoofdpersoon vertelt over zijn huidige leven, in het bijzonder zijn geldzorgen, in Brussel en Parijs. Zijn moeder is overleden en er zijn problemen met de verkoop van het landgoed. De situatie is op een gegeven moment zo nijpend dat zijn geliefde en hij hun intrek moeten nemen in een hotel in Bretagne. Gelukkig zijn er vrienden om mee te converseren over het schrijverschap, de wedijver tussen communisme en fascisme (het is 1934), de relaties tussen mannen en vrouwen en alles wat zoal ter sprake kan komen in intellectuele kringen.

Parallel vertelt de hoofdpersoon over zijn jeugd op Java. Het kolonialisme is dan nog in full swing, en het is duidelijk dat inlanders geslagen moeten worden als ze niet gehoorzamen. Als vader en moeder van huis zijn, valt deze taak toe aan de elfjarige. Tegen de tijd dat het vertrek naar Nederland nadert, nemen de hormonen het over en gaan de flashbacks vooral over al dan niet onwillige meisjes.

Lees meer E. du Perron: Het land van herkomst