Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

Jona Lendering: Libanon, een korte geschiedenis

Mijn vroegste herinnering aan ‘Libanon’ is een ansichtkaart uit Beiroet die mijn ouders kregen toen ik een jaar of zes was. Het zal 1975 geweest zijn, 1976 misschien. Vrienden berichtten dat zij de stad gingen verlaten omdat er vlak bij hun huis een raket was neergekomen. Dat er een burgeroorlog was uitgebroken (en wat dat dan betekende) begreep ik niet. Ik vroeg mij vooral af wat er gebeurd was met de astronaut die in de raket gezeten moest hebben.

Later belandde Libanon in mijn blikveld als de Fenicische beschavingsbron en via het gewelddadige nieuws dat nog decennia zou aanhouden. In 2005 was ik een week in het land tijdens een rondreis door het Midden-Oosten. Jaarlijks word ik daaraan herinnerd doordat ik de reisliteratuur in mijn rugzak verpak in een tasje van Librairie Antoine, een grote boekhandel in Beirut, waar ik indertijd ‘Snow’ van Orhan Pamuk kocht. Kortom, mijn beeld van Libanon is nogal versnipperd.

Lees verder Jona Lendering: Libanon, een korte geschiedenis

Hulsing en Čapek: Voetsporen

In Voetsporen verbeeldt Milan Hulsing vijf korte verhalen van Karel Čapek – of liever gezegd: verhaaltjes, want het zijn simpele (moord)mysteries uit de nadagen van de carrière van de Tsjechische auteur, die op dat moment al het toneelstuk had geschreven waarmee hij de term ‘robot’ in het internationale vocabulaire lanceerde.

De aandacht in dit boek gaat daarom logischerwijs uit naar de beelden van Milan Hulsing, die hier alle ruimte neemt om zijn kenmerkende monochrome stijl te etaleren. Prachtig, maar ik vond het niet genoeg om de flauwe verhaallijnen omhoog te trekken.

Susan Abulhawa: Ochtend in Jenin

Ochtend in Jenin van Susan Abulhawa volgt het lief maar vooral leed van vier generaties Palestijnen, vanaf de komst van de eerste Zionisten tot het begin van deze eeuw. Over verlies gaat het, van huizen, van familieleden, van geschiedenis, identiteit en thuisgevoel.

Activistische literatuur is niet vanzelf goede literatuur. Dat bewijst deze roman weer eens. Er is teveel in het bij vlagen ongeloofwaardige en melodramatische plot gepropt. Maar effectief is het wel. Je krijgt een levensecht inzicht in hoe de verdrijving van Palestijnen in zijn werk gaat, en blijft verontwaardigd achter.

Samantha Harvey: Orbital

Het hele adagium ‘show don’t tell’ lapt Samantha Harvey aan haar laars in Orbital, de roman waarmee ze in 2024 de Booker Prize won. In bij vlagen lyrische bewoordingen beschrijft ze de aarde vanuit het International Space Station. Ze kruipt in de hoofden van de zes bewoners, legt hun kwetsbaarheden bloot. Ze beschrijft de krappe ruimte, de gewichtloosheid. Met evenveel gemak beschrijft ze de angst op de grond, op een Philippijns eiland, voor een typhoon die vanuit de ruimte bijna abstract lijkt.

En het werkt. Dat zit vooral in Harveys extreme taalbeheersing, de afwisseling van de zinnen, dan weer zakelijk en afgemeten, dan weer lange, poëtische passages. Geen van de karakters komt (voor mij) echt tot leven, maar dat geeft niet omdat de eigenlijke hoofdpersoon de aarde is, in al zijn magistrale nietigheid. Indrukwekkend.

Witte de With, de animatie: Dubbelwit

Komende zaterdag vindt bij Donner, tijdens de talkshow History Matters, de première plaats van Dubbelwit, een animatie over het leven van Witte de With en zijn hedendaagse koloniale erfenis. Het is een uitvloeisel van een project dat mijn stichting Letterhaven eerder realiseerde rondom het grafmonument van Witte de With in de Laurenskerk Rotterdam.

De animatie brengt niet alleen Witte de With zelf tot leven, maar ook de drie kunstwerken die Letterhaven toen liet maken om het grafmonument in een context te plaatsen.

The Beatles op de Beukelsdijk

Ruim 25 jaar geleden schreef ik voor het toenmalige literaire tijdschrift Pa§ionate een verhaal over een garagehouder aan de Beukelsdijk te Rotterdam die zijn hele leven teert op één toevallige ontmoeting. Dat hele verhaal was aan mijn fantasie ontsproten, op één detail na: The Beatles waren op 17 augustus 1960 daadwerkelijk in een busje met negen mannen en een vrouw van de boot in Hoek van Holland komen rijden, op weg naar Hamburg.

Enige tijd geleden werd ik benaderd door Kees van der Zwan, eindredacteur van het tijdschrift Onze Taal, die erkende een obsessie voor dat verhaal te hebben ontwikkeld. Hij had aanvankelijk gedacht dat de betreffende garagehouder daadwerkelijk bestaan had, maar kon hem niet traceren en klopte dus mij aan om te vragen hoe het zat. Kees’ verdere speurtocht valt na te lezen in de recente editie van Kroniek, het magazine van het Historisch Genootschap Roterodamum (nr 42, hier te downloaden).

Lees verder The Beatles op de Beukelsdijk

Elif Shafak: There are rivers in the sky

There are rivers in the sky van Elif Shafak weeft drie verhalen door elkaar, waarvan je uiteraard weet dat die tegen het eind bij elkaar gaan komen. Alle drie gaan ze over water, in het bijzonder het water van de Tigris en de stad Nineveh die ooit aan die rivier lag. Eerder las ik van Shafak 10 Minutes 38 Seconds in This Strange World.

Het eerste verhaal gaat over een Londens wonderkind dat zich halverwege de negentiende eeuw ontpopt tot Assyrioloog. Hij trekt naar de overblijfselen van Nineveh op zoek naar een ontbrekende kleitablet van het Gilgamesh epos. Het tweede verhaal draait om een meisje dat vlakbij de ruïnes woont als in 2014 Islamitische Staat dood en verderf zaait. In het derde verhaal staat een jonge Londense vrouw centraal met roots in het stroomgebied van de Tigris.

Elif Shafak is een uitstekende schrijfster, met een vloeiende stijl en een perfect neus voor de juiste spanningboog. Ik heb het boek in één ruk uitgelezen. Als ze tegen het slot de eindjes aan elkaar moet knopen, heeft Shafak helaas nog veel onwaarschijnlijkheden nodig, zoals de huisbaas van de Londense die ineens ook Assyrioloog blijkt te zijn – op zich netjes voorbereid in het plot, maar toch wat geforceerd.

Gerwin van der Werf: De krater

Boekenweekgeschenken zijn doorgaans vluggertjes met beperkte literaire waarde. Daarom is het een goed idee dat het CPNB dit jaar is teruggekeerd naar het oorspronkelijke concept, waarbij erkende auteurs anoniem iets kunnen inzenden waar ze langer op hebben kunnen broeden, in plaats van dat een aangezochte, zeer vereerde schrijver snel iets in elkaar moet flansen. De krater van Gerwin van der Werf is namelijk een prima, doorwrochte novelle.

De zestienjarige Eden heeft bedacht dat ze haar broertje Benjamin van zijn depressie gaat redden door hem samen met haar oudere broer Johnny (die een rijbewijs heeft) naar de krater van Steinheim te rijden. Benji is immers gek op meteorieten en als hij dan eenmaal Steinhem bezocht heeft, krijgt hij vast weer zin in het leven. Een geniaal plan, in elk geval als je zestien jaar bent. Dat niet alles loop zoals Eden het bedacht heeft, spreekt voor zich.

De novelle is een luchtige roadtrip met een serieuze ondertoon. Nuchter, liefdevol en met gevoel voor humor verteld door Van der Werf, die het verhaal tegen het eind wat te vol laadt met onnodige zijpaden (hallucinaties en genderissues). Met veel plezier gelezen.

Safae el Khannoussi: Oroppa

Oroppa, de gelauwerde roman van Safae el Khannoussi, begint met een oude vrouw die opstaat uit de dood, om vervolgens in het eerste van vier delen over te gaan op elkaar heen buitelende anekdotes. Gelukkig bleef het daarbij qua parallellen met mijn eigen Magda is overal. Het geeft toch een beetje een unheimisch gevoel als iemand op dezelfde ideeën gekomen is als jij.

De roman gaat over het leven van Salomé Abergel, een Marokkaanse van Joodse komaf, die jarenlang gevangen heeft gezeten onder het schrikbewind van Mohammed V en daarna een succesvol bestaan als kunstenaar in Amsterdam heeft opgebouwd. In het begin van het verhaal verdwijnt ze van de aardbodem. De reden daarvoor wordt duidelijk in de loop van het relaas van een van haar beulen, dat het tweede deel van de roman vormt. Op een abstracter niveau gaat de roman over macht en machteloosheid.

Oroppa zit plotmatig vernuftig in elkaar. In het eerste deel worden enkele lijntjes uitgezet die niet terugkeren, wat doet vermoeden dat het oorspronkelijke manuscript dikker was maar door de uitgeverij onnavolgbaar werd bevonden. Her en der zitten nog wat sporen van studentikoos taalgebruik – misschien oudere passages? Maar al met al vond ik dat deze roman absoluut de superlatieven verdient waarmee ze is overladen.

Han Kang: Greek Lessons

Greek lessons is de tweede roman van Han Kang, die ik las na De Vegetariër. Het is een intieme vertelling over een Koreaanse leraar oud-Grieks, die blind aan het worden is, en een cursist die lang geleden haar spraak verloor. Beiden vertellen, langs elkaar heen, over hun levensloop. Pas tegen het eind brengt een noodlottig voorval hen dichter bij elkaar.

Han Kang heeft de gave om mensen te portretteren door hun kleine, dagelijks bezigheden te beschrijven, afgewisseld met meer beschouwende passages en associatieve, poëtische teksten, zonder dat het gekunsteld wordt. Niet alleen knap, maar ook effectief, in de zin dat sympathie voor de beide ploeteraars zich van je meester maakt.

Sidenote: vooraf vroeg ik me af waarom er in Korea in ’s hemelsnaam lessen oud-Grieks gegeven worden. Tot het boek me herinnerde aan de groei van het christendom in dat land en dus belangstelling voor de taal waarin het Nieuwe Testament geschreven is.