Blogs in de categorie Cultuur

Jonathan mag bij gebrek aan bewijs naar huis. Het is het woord van zijn advocaat tegen dat van het meisje. Hij is vastbesloten nooit meer zoiets te doen. Daarvoor heeft hij van de psychiater een werkboek meegekregen. Als hij maar netjes zijn oefeningen maakt, zal hij zich niet meer misdragen, en al helemaal niet jegens het nieuwe buurmeisje in haar strakke badstofbroekje. Echt, aan Jonathan, de hoofdpersoon in Muidhond van Inge Schilperoord, dat ik eindelijk las (het verscheen in 2015), zal het niet liggen.

Als lezer weet je al vrij snel dat dit goed kan gaan. Jonathan is niet zo slim en laat zich makkelijk meeslepen in obsessies. Het eenzame meisje klampt zich aan hem vast. Samen zorgen voor de hond Milk en de naamloze muidhond, een gewonde vis die Jonathan uit een meertje heeft opgevist. Jonathan ziet kans de vis een beetje op te lappen, maar kijkt dan machteloos toe hoe het steeds slechter gaat met de vis, die uiteindelijk met zijn buik boven komt drijven.

Nu moet ik goed opletten, dacht Jonathan. Nu. Het begint nu. Hij legde zijn trillende handen in zijn schoot en wreef met de duim van zijn rechterhand langzaam over het kootje van zijn linker, in de hoop dat het hem kalm zou maken.

De eerste zinnen van Muidhond

Schilperoord dwingt de lezer knap in de gedachtengang van de zedendelinquent. Het is moeilijk om een hekel te krijgen aan Jonathan, ondanks wat hij gedaan heeft en weer zal doen. Hij doet zo zijn best om zich te gedragen, maar het lukt hem gewoon niet. Aan het eind wijkt Schiperoord weg van de gebeurtenis waar ze op aanstuurt, naar een niet minder gruwelijk einde. Dat is ergens wat gemakzuchtig. Dit neemt echter niet weg dat ze met Muidhond een beklemmend verhaal geschreven heeft dat de lezer onvermijdelijk bij de strot grijpt en door de pagina’s sleurt.

Na een nachtmerrie besluit de jonge vrouw Yeong-hye om vegetariër te worden. Zoiets doe je in Zuid-Korea alleen als je een strikte boeddhist bent. Dus haar man, de verteller in het eerste deel van De vegetariër, vindt het maar genant. Hij kan zich met haar eigenlijk niet meer in het openbaar vertonen, zeker niet nadat ze bij een etentje met zijn baas geen hap door haar keel heeft gekregen.

In dat eerste deel van de roman, die in 2016 de Man Booker International Prize won, lijkt het alsof schrijfster Han Kang je een Murakami-achtig universum binnen gaat leiden, met steeds mysterieuzere gebeurtenissen. Dat is niet het geval. In het tweede deel wordt Yeong-hye’s gedrag beschreven vanuit het perspectief van haar zwager, die haar uit de kleren wil praten. Het gemak waarmee dat lukt beangstigt hem – en dat is niet geheel onterecht. Het derde deel laat Yeong-hye’s oudere zus aan het woord. Er is dan niets bovennatuurlijks aan het verhaal, alleen gruwelijke werkelijkheid.

Han Kang, gevierd in eigen land, schreef de eerste twee delen, ‘De vegetariër’ en ‘Mongolenvlek’, oorspronkelijk als afzonderlijke verhalen. Pas het derde deel, ‘Vlammende bomen’, verbindt ze aan elkaar, zij het op een manier die net wat te uitleggerig is. Zodra die uiteenzetting achter de rug is, slaat dat derde deel een eigen koers in naar een indrukwekkende finale.

Een Franse fotograaf en illustratrice, op bezoek in Seoul, struikelen over een kleine boedhistische monnik die Frans blijkt te spreken. Zij zien in hem een manier om het authentieke Korea te leren kennen, hij in hen hefboom om in het buitenland te geraken. De ontmoeting zet een hele reeks aan vreemde gebeurtenissen in gang in The Little Buddhist Monk van de Argentijnse auteur César Aira.

Na wat struinen door de straten van Seoul en een goede lunch met champagne stapt het trio op de trein naar een afgelegen tempel waar nooit toeristen komen, aldus de monnik. De perfecte plek voor fotograaf om zijn bijzondere techniek op los te laten. Terwijl hij bezig is, begint wel op te vallen dat de overige monniken zich vreemd gedragen. Heel intrigerend, al moet er wel een deus ex machine aan te pas komen om het verhaal tot een goed einde te brengen.

Aira is een ouderwetse verteller. Niks show don’t tell, de Argentijn kent de gedachten van al zijn karakters en beschrijft de gebeurtenissen van een afstand. Voor een vreemd verhaal als dit werkt dat prima. Maar door het afgeraffelde plot aan het eind blijf je als lezer toch met een onbevredigd gevoel achter.

Ergens in Tokio, een vervallen huis met zes mensen erin. Oma leeft van haar pensioen, maar onderhoudt daarmee ook haar zoon Osamu, die zijn baan als dagloner in de bouw is kwijtraakt na een enkelbreuk. Haar schoondochter Nobuyo verdient als wasvrouw, maar ook dat is van korte duur. Nichtje Aki, stripteasedanseres, woont er ook. Schooljongen Shota is als klein kind uit een auto gestolen door de kinderloze Osamu en Nobuyo. Kleuter Yuri is blauwbekkend op een balkon gevonden met brandplekken op haar arm.

Het is een volstrekt disfunctioneel gezin dat regisseur Hirokazu Kore-eda opvoert in Shoplifters. Osamu en Shota winkelen systematisch zonder te betalen. Oma perst de zoon van haar overleden man bij diens tweede vrouw af, omdat hij niet wil dat zijn vrouw weet dat hun dochter Aki helemaal niet studeert in Australië. Dat laatste wordt tussen de regels door verteld, zoals zoveel meer in het verhaal. Alle karakters hebben hun eigen motieven, maar ze houden op hun manier veel van elkaar.

Om alle subtiele aanwijzingen tot de kijker te laten doordringen houdt Kore-eda een rustig tempo aan, dat af en toe wel heel erg traag is. Tegen het einde komt het verhaal kortstondig in een stroomversnelling. Je moet goed opletten om te begrijpen waarom Aki als enige in het huis achterblijft. Daarna meandert Shoplifters kalmpjes naar het einde – een lieve film over mensen die het tegenzit in het leven maar die er nietttemin het beste van proberen te maken met elkaar.

De Mexicaanse schrijver Guillermo Arriaga is vooral bekend van de scenario’s die hij schreef voor onder andere Amores Perros, 21 Grams en Babel. Voor het laatste script ontving hij een Oscar-nominatie. Maar Arriaga schrijft ook romans. Zijn jongste, El Savaje, werd door El Pais omschreven als ‘zijn meest ambitieuze en persoonlijke’ tot nu toe. De Nederlandse vertaling heeft bijna twee jaar op zich laten wachten, maar ligt binnenkort in de winkel, een pil van ruim 800 pagina’s met de titel De ontembare.

Ter gelegenheid van de lancering komt Guillermo Arriaga naar Nederland. Boek & Meester strikte hem voor een interview in Rotterdam. De timing is perfect, namelijk tijdens het filmfestival. Ernest van der Kwast zal hem op 1 februari (20 uur in De Doelen) bevragen over zijn boek, maar ook over zijn scenario’s – en over hoe die twee zich tot elkaar verhouden. Koop snel een kaartje, want de zaal is niet oneindig groot.

Naast dat Magda is overal een spannend verhaal is, dat je tot de laatste pagina’s in het ongewisse houdt over het lot van Magda en Dede Singh, die al vrij vroeg in het boek in een gletsjerspleet in Pakistan vast komen te zitten – los daarvan dus, is het ook een roman over radicalisering. Het verkent de politieke en religieuze motieven van ontsporende jonge mannen, de rancune, de verongelijktheid, maar evengoed de dromen en de hang naar verlossing.

Hoewel je als schrijver de vrijheid neemt om de gedachten en motieven van je karakters te sturen, heb ik me natuurlijk verdiept in de studies die van deze mannen gemaakt zijn, met name degenen die, zoals Dede in het boek, min of meer op eigen houtje opereren. Ze zijn doorgaans erg jong, hebben een beperkte kennis van hun eigen geloof en zijn daarom vatbaar voor propaganda. Hoewel het verleidelijk is om ze als gestoord weg te zetten, is dat zeker niet het geval. Radicalisering is geen mentale tekortkoming. Het is een beredeneerde keuze. Dede vertoont verontrustend gedrag en zijn verhouding tot zijn zuster is ongezond, maar gek is hij niet.

Jihadi’s en anarchisten

Een interessant idee dat ik aan John Gray’s boek Al Qaeda and what it means to be modern heb ontleend, is dat je de jihadi’s het best kunt vergelijken met de anarchisten die rond 1900 de westerse wereld onveilig maken. Ook zij hadden het idee dat je eerst door aanslagen de bestaande orde moest vernietigen, voordat je aan je utopia kon bouwen. Gray ontleent daar de gedachte aan dat we het jihadisme moeten zien als een moderniseringsbeweging. Ik ben geneigd het met hem eens te zijn.

Lees meer Radicalisering in Magda is overal

Een novelle van Herta Müller lezen, nadat je 650 pagina’s met meanderende zinnen van Erwin Mortier achter de kiezen hebt, is als een duik in ijskoud water aan het eind van een klamme dag. Het doet bijna pijn, maar het is niet onaangenaam. Herta Müller vindt dat een zin na tien woorden wel zo’n beetje af moet zijn. Als ze iets half beschreven heeft, is het wel weer genoeg. De lezer mag de rest er bij verzinnen.

De mens in Der Mensch ist ein grosser Fasan auf er Welt heet Windisch. Hij is molenaar in een afgelegen Roemeens dorp. Hij wil een paspoort voor zijn vrouw, zijn dochter en zichzelf. Daarmee wil hij naar Duitsland reizen. Het is de tijd van Ceaucescu. Een paspoort krijg je niet zomaar. Zijn dochter moet de paspoorten helpen zoeken in de bedden van mannen die ze kunnen verstrekken. Windisch wil dat niet. Maar hij is nu eenmaal een fazant, een makkelijk doelwit.

Er is in deze novelle werkelijk helemaal niks om vrolijk van te worden. De beschrijvingen en handelingen zijn allemaal kort en afgemeten. Geen enkel karakter verwacht dat het leven eerlijk is, ook Windisch zelf niet. Slikken en doorgaan. Het knappe van Herta Müllers proza is dat ze dit allemaal weet op te roepen zonder het voor de lezer uit te spellen. Als een plens ijswater in je gezicht zonder dat er water aan te pas komt.

Bij de presentatie van Magda is overal vroeg Ernest van der Kwast welke muziek ik draaide tijdens het schrijven. Geen, zei ik. Geconcentreerd creatief werken vergt totale stilte. Liefst zit ik ergens op een hotelkamer in het buitenland, zodat ik ook geen Nederlands hoor als ik na het schrijven de straat op ga om een stuk te wandelen en het geschrevene tot me door te laten dringen.

Maar er is wel degelijk muziek. Het eerste deel van de roman, bijvoorbeeld, kenmerkt zich door een vrij jachtige sfeer. Dat zit in het plot, maar ook in het taalgebruik, het ritme van de zinnen. Als ik stukken daarvan redigeer heb ik daar vaak muziek bij als die van de Nederlandse dj Duncan Meulema of het Duitse collectief Der Dritte Raum:

Lees meer De muziek bij Magda is overal

Magda is overal zit vol met historische verwijzingen en cameo’s. Een daarvan zit in de achternaam van Dede en Magda’s vader, Hamid al Raisoeni. Zo’n veelvoorkomende familienaam is dat niet in Marokko en wie erop googlet komt dan ook snel bij de naamgever, Mulai Ahmed al Raisoeni (1871-1925). De Osama bin Laden van Marokko, zoals Historisch Nieuwsblad hem ooit karakteriseerde.

Die karakterisering doet Al Raisoeni niet helemaal recht, al zijn de parallellen onmiskenbaar. Al Raisoeni kwam uit een prominente familie, kreeg ruzie, bracht als gevolg daarvan jaren in de gevangenis door en ontwikkelde daar een schijt aan alles. Hij werd roverhoofdman en piraat, maar zijn voornaamste business bestond uit het kidnappen van prominente (westerse) lieden voor losgeld. In één geval veroorzaakte hij er een internationaal incident mee, waaruit hij al overwinnaar tevoorschijn kwam: hij werd pasha van Tanger. Niet voor lang. Maar na wat politiek machinaties toch weer wel. Uiteindelijk was er een jongere deugniet uit het Rifgebergte die hem afzette en in de gevangenis wierp, waar hij stierf.

Lees meer Magda en Mulai Ahmed al Raisoeni

Een hele eer: de Leesclub van Alles Live gaat twee avonden wijden aan Magda is overal. Ik ben erbij om met de lezers te praten over de roman. De eerste avond is op maandag 21 januari in Utrecht, de tweede op maandag 28 januari in Rotterdam.

Voor de zomer was ik een keer bij de leesclub in Rotterdam, die toen De acht bergen van Paolo Cognetti besprak in gezelschap van de twee vertaalsters. Dat was een leerzame avond, met name op vertaalgebied. Met mij erbij zal het vooral over de inhoud gaan, maar dan kan het nog steeds alle kanten uit, van terrorisme en religie tot journalistiek en de grote stad. Ik ben benieuwd waar de lezers mee gaan komen.