Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

Traantjes persen in Star Wars

Rey, de verbeten jedi in opleiding die in de jongste Star Wars trilogie werd geïntroduceerd, is in de afsluitende aflevering, the Rise of Skywalker, een stoere Disneyprinses geworden, die haar mannetje staat maar ook bij gelegenheid traantjes perst. Gelukkig zingt ze niet in deze film, die de afsluiting is van de originele negendelige serie die George Lucas in 1977 begon.

Wat me ook opviel is dat Finn, de zwarte ex-stromtrooper die een oogje op Rey heeft, in de persoon van Jannah een eveneens zwarte partner krijgt die zich in een volgende film tot love interest kan ontwikkelen. Daarmee omzeilt Disney, dat de rechten op Star Wars in handen heeft, de potentiële controverse van een interraciale liefdesrelatie. Het andere menselijke lid van Reys crew, Poe, vormt een setje met Zorri Bliss, die zich kleedt alsof ze uit een Marvel-film is weggelopen (een ander Disney-bedrijf). Ik ben benieuwd wat daarvan de bedoeling is.

Ondanks alle elementen die eerder een commercieel dan cinematografisch doel lijken te dienen is Rise of Skywalker een prima-actiefilm. Het buitelt, draait en schiet als een dolle, met rustige scenes tussendoor om op adem te komen. Het plot is coherent, zij het opnieuw zonder enige verrassing. De decors en effecten zijn dik in orde. En de film sluit af met een mooie verwijzing naar die eerste film uit 1977, zodat de sage van de Luke Skywalker nu echt is afgerond. De vraag is wel hoe lang de Star Wars formule in Disney-handen houdbaar blijft.

Shusaku Endo: Silence

Nog een Japans boek dat op de stapel lang: Silence van Shusaku Endo, drie jaar geleden verfilmd door Martin Scorcese. In de previews daarvan kwam nogal de nadruk te liggen op fysieke martelingen, die in het boek wel een rol spelen, maar er niet centraal staan. De roman uit 1966 gaat over de geestelijke kwellingen van een jonge Portugese priester in Japan.

De context is even eenvoudig als onverbiddelijk. In het Japan van 1640 staat christenen, als ze ontdekt worden, de doodstraf te wachten. Twee Portugese priesters nemen het op zich om de verdrukte gelovigen bij te staan en gaan clandestien aan land. Daar komen ze er al snel achter dat hun aanwezigheid leidt tot een verhoogde jacht op de lokale christenen, die meermaals hun leven geven om de twee priesters te beschermen. Een van de priesters vindt de marteldood, de ander wordt in leven gehouden. De bedoeling is dat hij, als voorbeeld voor de christenen, zijn geloof publiekelijk zal opgeven onder dreiging van marteling.

Lees verder Shusaku Endo: Silence

Next level wayang van Hotel Modern

De hele kleine zaal van de Rotterdamse Schouwburg staat weer vol maquettes voor de nieuwe voorstelling van Hotel Modern, Ons Wereldrijk. De drie poppenspelers gaan met beeld- en geluidseffecten erdoorheen. Het publiek volgt het geheel via een groot scherm waarop de verrichtingen via kleine camera’s in handen van de spelers in beeld komt.

Drie episodes uit het begin van de Nederlandse aanwezigheid in de Indonesische archipel passeren: de onderwerping van Ambon, de slachtig op de Banda eilanden en de ondergang van het Javaanse koninkrijk Mataram. Ze laten zien hoe Nederland handig gebruik maakte van lokale conflicten om partijen tegen elkaar uit te spelen en zelf als alleenheerser boven te komen drijven. De geur van kruitdampen hangt op een gegeven moment in de zaal.

Het is, net als de twee voorgaande voorstellingen Kamp en de Grote Oorlog, weer een prachtig geheel dat Hotel Modern tot leven wekt. De poppetjes die met draadjes en stokjes bewogen worden, passen mooi in de Javaanse wayangtraditie. Omdat het verhaal minder bekend is dan dat van Auschwitz en de loopgraven, komt er wel meer verhalende tekst aan te pas. Na afloop mag het publiek de maquettes van dichtbij bekijken, om zich te verwonderen hoe klein en kwetsbaar het toneel is van het verhaal dat een paar minuten eerder nog levensgroot op het scherm verscheen.

Natsume Soseki: Kokoro (de wegen van het hart)

Geïnspireerd doordat ik onlangs voor Boek & Meester de bundel met Japanse reisverhalen van Cees Nooteboom moest lezen, pakte ik een Japanse klassieker van de plank met nog te lezen boeken: Kokoro van Natsume Soseki. De titel is in het Nederlands vertaald als ‘De wegen van het hart’, maar het woord drukt iets uit in de driehoek van hart, ziel en diepste gevoelens. Kokoro gaat nergens heen, het ís.

Het verhaal wordt in drie delen verteld. Het eerste gaat over de relatie tussen een naamloze leerling en diens even naamloze meester. De meester vindt dat hij niets te doceren heeft, ook niet als de leerling aandringt. De onuitgesproken les is dat de leerling door zijn meester te doorgronden het leven moet leren begrijpen. In het tweede deel gaat de leerling terug naar zijn geboortedorp om zijn stervende vader nabij te zijn. Ondertussen sterft de meester, maar niet voordat hij een lange brief aan zijn leerling (derde deel) heeft gestuurd waarin hij uitlegt hoe zijn leven heeft kunnen mislukken.

Kokoro, uit 1914, geldt als de eerste moderne Japanse roman. Hij is traag, met de nodige herhaling, maar de 110 korte hoofdstukken houden niettemin de aandacht vast (het werd oorspronkelijk als feuilleton in een krant gepubliceerd). Het gaat over de relatie tussen meester en leerling, maar tegelijkertijd op een symbolisch niveau over de industrialisering van Japan gedurende het Meiji-tijdperk, dat wil zeggen de teloorgang van oude tradities in de overgang naar een nieuwe tijd. Het is zo’n boek dat na een eeuw nog niets aan zeggingskracht heeft verloren.

Achter de schermen bij Boek & Meester

Vorige week maandag was de laatste aflevering van Boek & Meester van dit jaar. Cees Nooteboom sprak met Ernest van der Kwast over zijn twee jongste boeken, over Venetië en Japan, maar ook over hoe het reizen in de afgelopen decennia is veranderd. Zo’n 250 mensen waren erbij. Gelukkig heeft Arminius ook een balkon vanwaar het gesprek goed te volgen was. Wie er niet bij was: het gesprek valt nog integraal te bekijken.

Het was een waardige afsluiter van een jaar waarin we ook Guillermo Arriaga, David Vann, Willy Vlautin, Reni Eddo-Lodge, Leila Slimani en Tash Aw ontvingen. De laatste was als schrijver mijn favoriet, al is hij nog minder bekend in Nederland. Een aantal van hen deed alleen bij Boek & Meester een publiek interview tijdens hun bezoek aan Nederland. Zo zetten we internationale literatuur gestaag op de Rotterdamse kaart. Met name voor Eddo-Lodge, die in de weken voor haar komst breed de pers gehaald had, kwamen mensen uit het hele land naar de stad.

Het lijkt eenvoudig: je nodigt een schrijver uit, stelt een lijstje vragen op en je programma is klaar. Maar zo werkt het niet. Een succesvol interviewprogramma vergt tientallen uren voorbereiding.

Lees verder Achter de schermen bij Boek & Meester

Evelien Vos: Niemand keek omhoog

“Mijn linkeroor is eens uitgescheurd toen mijn opa mij drie kussen gaf. Hij pakte me altijd bij mijn oren en die dag heel hard. Met een spiegeltje zag ik dat het bloedde, maar niemand geloofde dat het daarvan kwam. (…) Mijn opa had mijn oma in de oorlog van een Amsterdammer in een loopgraaf bij Stalingrad gekocht. Een jongen die net als mijn opa naar de Duitsers was overgelopen.”

Die zinnen op de eerste pagina van Niemand keek omhoog namen mij meteen in voor de roman van Evelien Vos. Het is precies het soort gekte dat de opmaat is naar een inventief verhaal dat niettemin beide voeten op de grond houdt. Fris geschreven in de korte zinnen waar Nederlandse lezers, redacteuren en auteurs zo dol op zijn. Gelukkig zondigt Vos regelmatig tegen die conventie.

Het verhaal gaat over Lucy, een twintiger die niet goed weet wat ze met haar leven moet en in het tweede deel van het boek min of meer zonder plan naar Madrid verhuist om daar een bestaan op te bouwen als vertaalster. In het derde deel volgt een dramatische tournure waar ik niks over zeggen ga. Het is allemaal wat droefjes zonder zwaarmoedig te worden – knap gedaan van Evelien Vos.

Toch loste de roman voor mij de belofte van de eerste pagina niet echt in. Daarna komt het verhaal namelijk snel in het gareel van de Nederlandse debuutroman: een hoofdpersoon die dicht bij de auteur staat, veel alledaagse mijmeringen, een vleugje seks, een onverwachte wending die naar het slot toewerkt. Allemaal keurig netjes en zeker niet slecht, maar nog niet de auteur met een eigen geluid die zich op de eerste pagina aankondigde.

Parasite, een wrange prachtfilm

Helemaal onderin een naamloze Koreaanse stad woont de familie Kim. Door een gelukkig toeval krijgt zoon Ki-woo een voet tussen de deur als bijlesleraar bij de familie Park, die helemaal bovenin woont, in een prachtige villa. Onmiddellijk begint hij te manipuleren om het bestaande personeel eruit te werken ten faveure van zijn andere gezinsleden. Dat is de premisse van Parasite, dat een Gouden Palm won in Cannes.

De film begint als een komedie, af en toe overgaand in slapstick. Tot zich een kanteling in het plot voltrekt en de onvermijdelijke neergang inzet. Het mondt uit in een gewelddadig einde dat ik niet erg bevredigend vond omdat het niet past in de karakters zoals die tot dan toe zijn neergezet. Met name de vader komt er bekaaid vanaf om het plot rond te krijgen.

Er is al het nodige geschreven over de klassenstrijd die de film laat zien. Het contrast tussen de kelder van de familie Kim en en de villa van de Parks is wrang. Wat bovenin de stad als een fijne regenbui voor de tuin wordt gezien, leidt onderin tot een dramatische overstroming. Wat mij opviel is dat de strijd vooral gaat tussen de arbeidersklasse onderling, om de gunst van de elite (die het niet eens kwaad bedoelt, maar zich simpelweg niet realiseert wat er aan de hand is).

Lees verder Parasite, een wrange prachtfilm

Tash Aw: Map of the Invisible World

Adam is een jaar of twaalf (vermoed ik) als soldaten het huis binnenvallen en zijn pleegvader meenemen. Een moeder heeft hij niet. Het gebeurt op het fictieve eiland Nusa Perdo, maar de omstandigheden zijn zo reëel als maar wezen kan. Indonesië in de eerste drie weken van augustus 1964. Er zijn volop straatprotesten, massa-arrestaties van (vermeende) communisten, revolutionairen die aanslagen plegen en een president die de aandacht probeert af te leiden door Maleisië met oorlog te dreigen. Kortom, de Maleisische schrijver Tash Aw heeft een fraaie achtergrond voor Adams zoektocht in Map of the Invisible World.

Adams pleegvader Karl is een Nederlander die in het anticommunistische vangnet is beland. De jongen heeft één aanknopingspunt, een adres in Jakarta. Daar woont Margaret, een Amerikaanse jeugdliefde van Karl. Samen gaan ze op zoek in een ingenieus plot waar ik niet teveel over zal zeggen behalve dat die door het hart van de revolutionaire sfeer in het toenmalige Jakarta leidt (er is ook een mooie film over die periode).

Lees verder Tash Aw: Map of the Invisible World

Manon Uphoff: Vallen is als vliegen

De Nederlandse literatuur lijdt al een poosje aan de redactiepest. Korte, feitelijke zinnen. Show, don’t tell. Focus: één hoofdpersoon, maximaal een handvol bijfiguren. Rustig naar de climax toewerken (bijvoorbeeld een geheim uit het verleden dat onthuld wordt). Het leidt, los van het vertelde verhaal, tot stilistische eenvormigheid. Niet slecht, wel risicoloos. En toen was daar ineens Vallen is als vliegen van Manon Uphoff.

Over het angstaanjagende verhaal, van een vader die zijn seksuele wil aan zijn dochters oplegt, ga ik het niet hebben. Dat mogen anderen doen. Mij gaat het om de manier waarop Uphoff taal gebruikt om de lezers mee te sleuren in de verwarring en pijn van hoofdpersoon MM. De stijl sluit naadloos aan bij het karakter. Geen keurige chronologische vertelling, maar fragmentarisch, nu en dan in grote lijnen, dan weer met groot gevoel voor detail – precies zoals het geheugen van een getraumatiseerd kind werkt.

Lees verder Manon Uphoff: Vallen is als vliegen

Magda was bij Woordnacht

Misschien was het een beetje overdreven van de organisatie om tijdens Woordnacht gisteren drie interviews met schrijvers tegelijk te laten plaatsvinden. Terwijl Bianca Boer en ik plaatsnamen op ons podium werden in twee zalen verderop Oek de Jong en Redmond O’Hanlon aan de tand gevoeld. Niettemin werd het een mooi gesprek over twee debuutromans die totaal verschillend zijn, maar waarin interviewer Alek Dabrowski toch overeenkomsten ontdekte.

Dat ging natuurlijk vooral over Rotterdam, de stad waar we allebei wonen en waar de verhalen zich voor een belangrijk deel afspelen. We vinden het allebei belangrijk dat de handeling zich op een specifiek benoemde plek afspeelt, met kloppende details. Ook hechten we aan nauwgezette historische research – maar misschien is dat wel dezelfde schrijverstrek. Het verhaal ontspringt aan de fantasie, maar de context moet nauw aansluiten bij de realiteit.

Een mooie afsluitende noot vond ik dat Rotterdam, dat altijd gezegend is geweest met een dichtersscene, de laatste vijf tot tien jaar ook als prozastad enige naam begint te maken. Marcel Möring, lang de enige, woont inmiddels in een bos, maar Ernest van der Kwast en Sanneke van Hassel trekken een nieuwe lichting. Over nog eens tien jaar is dit hopelijk geen onderwerp van gesprek meer, omdat het vanzelfsprekend is geworden. Rotterdam is pas een literaire stad als dat niet meer opmerkelijk is.