Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

Über die Dummheit (hier gratis te downloaden) is een rede die Robert Musil in maart 1937 hield in Wenen, exact een jaar voor de Anschluss, die zijn schaduw op dat moment al vooruit wierp. Toch gaat het nergens expliciet over politiek, al laat het zich in de eerste zin al raden in welke context het verhaal begrepen mag worden:

Einer, so sich unterfängt, über die Dummheit zu sprechen, läuft heute Gefahr, auf mancherlei Weise zu Schaden zu kommen; es kann ihm als Anmaßung ausgelegt werden, es kann ihm sogar als Störung der zeitgenössischen Entwicklung ausgelegt werden.

Lees meer Robert Musil: Über die Dummheit

Rotterdam Late Night kan voorlopig niet plaatsvinden. Om de energie in goede banen te leiden zet het team nu iedere dag een nieuwe Ode aan Rotterdam voor, de literaire tekst waarmee schrijver en presentator Ernest van der Kwast iedere editie van de talkshow opent. Veel van de teksten werden al gebundeld in Het wonder dat niet omvalt, waarvan een Duitse vertaling in het verschiet ligt – niet gek voor een reeks literaire portretten van Rotterdammers.

Naast een mooi verhaal over een minder bekende Rotterdammer bieden de video’s een kijkje bij de bekende Rotterdammer in huis. Types als Wilfried de Jong en Jack Wouterse weten wel hoe je een tekst voordraagt, voor mensen als Paul Elstak ligt dat wat anders. Maar het plezier spat er wel vanaf.

Flatland van Edwin A. Abbott is een van de raarste romans die ik ooit gelezen heb. De hoofdpersoon is A. Square, een vierkant dat leeft in een tweedimensionale wereld. In het eerste deel leidt hij de lezer rond in zijn samenleving. In het tweede deel bezoekt hij Lijnland, waarvan hij de bewoners voor simpele zielen verslijt omdat ze zich zijn tweedimensionale wereld niet kunnen voorstellen, om zich vervolgens dankzij een bezoeker uit Ruimteland te realiseren dat zijn eigen voorstellingsvermogen ook beperkt is.

De roman hinkt op drie gedachten. Ten eerste is het een satire op de starre gedragsnormen van de Victoriaanse samenleving (het boek dateert uit 1884). In de tweede plaats is het een lesje in geometrie. En tot slot is het een filosofische beschouwing over het menselijke tekort. Abbott studeerde op zijn 23ste cum laude af in de klassieke talen, wiskunde én theologie, en dat klinkt allemaal in het verhaal door. Zijn carrière speelde zich af in het onderwijs en ook dat valt te merken.

Al met al is het moeilijk te zeggen of dit nou een goede roman is. Daarvoor wijkt het teveel af van de standaard, al is hij ergens wel verwant aan Gulliver’s reizen. Het is ook een uitdaging om te lezen als je niet bekend bent met geometrische concepten, vermoed ik. Maar voor wie eens iets totaal anders wil lezen dan een psychologische roman, valt dit zeer aan te bevelen.

Het is 1348 in James Meeks roman To Calais, in ordinary time. De pest heerst in Frankrijk, maar nog niet in Engeland. Toch zet een gezelschap uit de Cotswolds koers naar Calais, dat in die tijd in Britse handen was. Ieder heeft daarvoor zijn eigen redenen. De horige boogschutter Will is op zoek naar vrijheid. Jonkvrouw Bernadette is op verzoek geschaakt door Wills opdrachtgever Laurence Haket. De lagere kerkbeambte Thomas gaat terug naar zijn huis in Avignon en is bij gebrek aan beter ieders biechtvader.

De spanning is om te snijden. Bernadettes vader wil zijn dochter terug. Will worstelt met zijn homoseksuele gevoelens. Een van de andere boogschutters houdt er tegen de zin van de anderen een Franse slavin op na. Bernadette werkt iedereen op de zenuwen met haar nuffige gedrag. En dan blijkt ook nog eens dat de pest wel degelijk in Engeland is gearriveerd. Het levert een enerverend verhaal op dat alleen maar verliezers kan opleveren.

Lees meer James Meek: To Calais, in ordinary time

De geur van guave is een interviewboekje uit 1982, of eerder een gesprek tussen Gabriel Garcia Marquez en zijn goede vriend Plinio Mendoza. Of nou ja, het is ook geen gesprek, want Mendoza weet natuurlijk al lang wat zijn vriend wil vertellen. Hij geeft gewoon een reeks voorzetten die Gabo mag inkoppen.

Het gaat over twee dingen. Ten eerste zijn leven. Zijn grootvader, de kolonel, bij wie hij opgroeide. De kleine hel van het internaat in Bogotá waar hij niettemin Kafka en Faulkner ontdekte. De vier eerste romans die slecht verkochten. Hoe zijn vrouw geld bij elkaar schraapte, terwijl hij Honderd Jaar Eenzaamheid schreef, in de hoop dat de vijfde poging dan wel succes zou brengen. Zijn bewondering voor Fidel Castro, die een heel goede eindredacteur was.

Lees meer Gabriel Garcia Marquez in gesprek met Plinio Mendoza

In 1994 stond ik aan het Meer van Ohrid, op de grens van Macedonië en Albanië. De straten van het plaatsje Ohrid stonden vol borden in het Duits en Nederlands, maar buiten mij waren er geen toeristen. De Bosnische oorlog had de route afgesneden. Het meer was Mediterraan blauw, maar toen ik een dag later met de bus erlangs reest naar de grens met het zojuist geopende Albanië, leek het leigrijs. Dat was voor mij de trigger om Ieder zijn eigen meer van de Macedonische auteur Nenad Joldeski te kopen. Dit zegt de flaptekst:

“In het zuidwesten van Macedonië, dicht bij de Albanese grens, ligt het Meer van Ohrid. Iedereen beleeft dat meer op zijn eigen manier. Voor de een is het helderblauw, zilverachtig of wit, voor de ander is het inktzwart, zoals voor de aan heimwee lijdende Russische heer Nezlobinski.”

Lees meer Nenad Joldeski: Ieder zijn eigen meer

Of dogs and walls van Yuko Tsushima is een bundeltje met twee verhalen door een van Japans grootste schrijfsters van de vorige eeuw. Het zijn allebei raamvertellingen in het bestek van enkele tientallen kleine pagina’s.

Het eerste verhaal, The watery realm, begint met een vader die een plastic kasteel koopt voor het aquarium van zijn zoontje. Hij herinnert zich scenes uit zijn eigen jeugd en zijn moeder, die daarvandaan de rol van verteller overneemt om het over haar eigen pijnlijke jeugd te hebben en de verdrinkingsdood van haar man. De duistere godin van het water hangt als een sluier over het verhaal, dat zich in korte, feitelijke scenes ontrolt.

In het titelverhaal loopt een vrouw langs een muur die haar doet denken aan de hond van haar moeder. Binnen een pagina verschuift het perspectief: de ik-verteller wordt een zij, de ene keer aangeduid als ‘de dochter’ (als het gaat over de relatie met haar moeder) of ‘de zuster’ (als het gaat over de relatie met haar geestelijk gehandicapte broer). Net als in het eerste verhaal gaat de tijd bitterzoet voorbij.

Yuko Tsushima bezit dezelfde gave als Raymond Carver om een karakter in een paar alinea’s neer zetten, niet door ze te beschrijven, maar door ze iets te laten doen. Dit één-pond-Penguin-boekje bevat twee juweeltjes die smaken naar meer.

Op de valreep van de Boekenweek het geschenk uit. Verreweg het beste van deze eeuw. Annejet van der Zijl kreeg het verhaal in de schoot geworpen: een Hollandse jongeman die verliefd wordt op een zwart meisje in het Charleston van de vroege negentiende eeuw, waar ze hun liefde, laat staan hun huwelijk verborgen moeten houden. Het zuiden van de Verenigde Staten is een wrede maatschappij, waar iedereen die zijn slaven niet als vee behandelt wordt uitgekotst.

Van zo’n verhaal kun je nogal een melodrama maken, maar Annejet van der Zijl houdt het zakelijk. Ze zet wat trucjes in om het verhaal spannend in elkaar te steken, maar verder heeft ze geen opsmuk nodig om met name Leon levendig neer te zetten. Juliette komt er bekaaider vanaf, ongetwijfeld bij gebrek aan bronnen. Want in het half jaar dat Van der Zijl had, heeft ze ook nog eens een indrukwekkende hoeveelheid onderzoek gedaan, aan beide kanten van de oceaan. Petje af.

Francin zou willen dat zijn Maryska zicht wat meer als een fatsoenlijke vrouw zou gedragen, maar als hij een fatsoenlijke vrouw had willen hebben, had hij beter met iemand anders kunnen trouwen, althans zo denkt Maryska zelf erover, want bij haar spat de levenslust ervanaf en daar kan ze niks aan doen, hoe veel ze ook van Francin houdt. Ze fietst met korte rok, haar lange blonde harend wapperend in de wind, ze klimt in de schoorsteen van de brouwerij, ze slacht een varken en knipt de staart van de hond af. En ze flirt met iedereen, dat ligt nu eenmaal in haar aard.

Enfin, het is Bohumil Hrabal, dus het slapstickgehalte is hoog in de novelle Cutting it Short (in eigen land verfilmd als Postřižiny), een guitig portret van het provinciestadje Nymburk tussen de twee oorlogen. Het plot bestaat eruit dat Maryska haar streekjes uithaalt en dat haar man het met lede ogen aanziet, maar dat ze teveel van elkaar houden om ruzie te maken. Hrabal vertelt het met onnoemlijk veel plezier en daar word je als lezer ook weer vrolijk van.

Girl meets Boy van Ali Smith is een moderne variant op de mythe van Iphis en Ianthe die door Ovidius in de Metamorfosen werd opgetekend. Iphis is opgegroeid als jongen, maar eigenlijk een meisje. Ianthe wordt verliefd op haar. Het is wederzijds. De bruiloft is al gepland wanneer Iphis toch wat nerveus wordt hoe dat nou moet in de huwelijksnacht en smeekt de godin Isis om haar in een man te veranderen.

De versie van Ali Smith speelt zich af in Schotland. De onbezorgde Anthea rommelt wat aan in haar leven en heeft van haar zus Midge een baantje toegespeeld gekregen bij een commercieel waterbedrijf. De twee wonen samen in het oude huis van hun grootouders. Dan valt Anthea voor Robin, die onder het pseudoniem Iphis actie voert tegen het bedrijf. Robin trekt bij de twee zussen in. De minnaars hebben het gezellig met z’n tweeën, maar de tobberige Midge vraagt zich af hoe dat nou moet. Toen het boek geschreven werd in 2007, kende Schotland het homohuwelijk nog niet.

Vlak voor het eind, als de actie zich kortstondig uit Inverness naar Londen verplaatst, dreigt de roman even te ontsporen. Er worden wereldproblemen bij gehaald, de ceo van Midge’s bedrijf biedt haar een topbaan aan, terwijl hij haar naam niet eens weet, maar haar wel probeert aan te randen. Na dat intermezzo keert het intieme verhaal terug dat Girl meets Boy tot dat moment was, en werkt keurig naar een happy end toe. Fris en vlot geschreven, met een scherpe boodschap zonder moeilijk te doen. Leuk boek.