Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

Wanneer je een film maakt over een notoir gewetenloos media-imperium als Fox News moet je natuurlijk op je tellen passen. Voor je het weet heb je een haatcampagne en/of rechtszaak aan je broek hangen. Dus ik kan me voorstellen dat de scenaristen van Bombshell zo dicht mogelijk bij de waarheid zijn gebleven. Het resultaat is in elk geval een nogal brave film over een brisante kwestie, het structureel seksueel intimederen van vrouwen door de mannen aan de top van Fox News.

Charlize Theron en Nicole Kidman spelen de twee vrouwen die zaak aanhangig maakten, beiden gestaalde blondines zonder gezichtsexpressie van het type waarin Fox grossiert. Hun spel is noodzakelijk minimaal. Het gevolg daarvan is dat Margot Robbie mag excelleren als Kayla Pospisil, een fictief karakter waar de scenaristen zich dus meer vrijheden mee konden veroorloven. Robbie is het ambitieuze jonkie dat gaandeweg leert welke mores er bij de zender heersen. Ongemak en verbijstering zijn van haar gezicht af te lezen.

Al met al is Bombshell geen slechte film, maar ontbeert hij de spanningsboog die andere klokkenluiderfilms vaak wel hebben. Het zijn de actrices, en dan met name Robbie, die de zaak overeind houden.

Euthanasie, seks en revolutie, dat zijn de ingrediënten van Ayu Utami‘s roman Larung. Wat de drie onderwerpen gemeen hebben is dat ze geen gebruikelijk gespreksonderwerp zijn in Indonesië. Althans, niet in het openbaar. De openhartigheid van Utami opende een heel nieuw genre in de Indonesische literatuur.

Larung, de hoofdpersoon van de roman, is een stille jongeman die in het eerste deel zijn dementerende grootmoeder ombrengt door beheksing. Daarna verdwijnt hij buiten beeld voor de liefdesperikelen van een groep jonge vrouwen in de aanloop naar de val van Suharto. Larung keert in het derde deel terug als een leider van het verzet tegen de dictatuur die een aantal jongemannen in veiligheid moet brengen.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Larung als roman matig geslaagd is. Daarvoor hangen de delen teveel als los zand aan elkaar (met name deel 1 is als zelfstandig verhaal overigens wel heel geslaagd). Maar daar ligt dan ook niet de betekenis van het boek. Het gaat erom wát er verteld wordt, niet hoe. De betekenis van deze roman is in de eerste plaats lokaal, Indonesisch.

Twee jonge vrouwen reizen af naar een afgelegen dorp op Java, waar ze in een verlaten huis naast een begraafplaats trekken. Ik zal verder geen spoilers weggeven, maar ook in een Indonesische horrorfilm is dat een aanwijzing dat er wel eens vervelende dingen zouden kunnen gaan gebeuren. Impetigore is een glad geproduceerde (met dank vermoedelijk aan de Koreanen van CJ Entertainment) genrefilm waarin hoofdrolspeelster Tara Basro lekker los mag gaan.

Horror is niet mijn ding, maar ik ga nu eenmaal alle Indonesische films zien, als het even kan. Wat mij het meest opviel is dat de oude Javaanse cultuur als iets exotische gepresenteerd wordt, iets uit vervlogen tijden. De twee vrouwen spreken onderling Indonesisch. Javaans verstaan ze niet. Wayang-poppenspeler is een oud ambacht. Misschien is dat gedaan voor het effect en voor de Aziatische markt. Meestal is het bovennatuurlijke een normaal aspect van het leven, ook in het moderne Indonesië.

Enfin, ik heb me vermaakt, maar niet meer dan dat. Voorlopig blijf Marlina the Murderer (2018) verreweg de beste Indonesisch film die ik gezien heb.

Telkens wanneer ik een boek over Nederlands Indië lees, valt me op hoe weinig dat land te maken heeft met de plaats waar ik opgroeide – geografisch op dezelfde plek, maar er verder een wereld van verwijderd. De laatste keer dat ik er was, vertelde iemand me dat Nederland hier ooit de baas geweest was. Hij leek het een bizar weetje te vinden dat hij graag met me deelde voor het geval ik het niet wist.

Enfin, met die context begon ik dus (eindelijk) aan De tolk van Java van Alfred Birney. De hoofdmoot van deze autobiografische roman beslaat de memoires van Arto Noland, de vader van de ik-figuur, die tijdens de Japanse bezetting en de aansluitende Indonesische vrijheidsoorlog de ene na de andere tegenstander van de Nederlanders ombrengt met zwaarden, dolken en alles wat hij maar in handen heeft. Daaromheen vertelt Birney het verhaal hoe deze getraumatiseerde massamoordenaar eenmaal in Nederland een gezin sticht en dat vervolgens terroriseert.

Een vrolijk boek is het niet, wel dwingend en zakelijk geschreven over een deel van de Nederlandse geschiedenis dat er doorgaans bekaaid vanaf komt – ook in Indonesië zelf. In een artikel (in het Indonesisch) dat ik vond over de actie rond Bondowoso waar het in de roman over gaat, las ik niks over wreedheden van Nederlandse kant, alleen over het dappere verzet tegen de agresi militar Belanda. En ik vond een foto van Indonesische jongeren die het graf schoonmaken van Djemilah Birnie, een voorouder van de auteur. Het trauma van de geschiedenis, hoe gewelddadig ook, is aan het wegslijten.

Rey, de verbeten jedi in opleiding die in de jongste Star Wars trilogie werd geïntroduceerd, is in de afsluitende aflevering, the Rise of Skywalker, een stoere Disneyprinses geworden, die haar mannetje staat maar ook bij gelegenheid traantjes perst. Gelukkig zingt ze niet in deze film, die de afsluiting is van de originele negendelige serie die George Lucas in 1977 begon.

Wat me ook opviel is dat Finn, de zwarte ex-stromtrooper die een oogje op Rey heeft, in de persoon van Jannah een eveneens zwarte partner krijgt die zich in een volgende film tot love interest kan ontwikkelen. Daarmee omzeilt Disney, dat de rechten op Star Wars in handen heeft, de potentiële controverse van een interraciale liefdesrelatie. Het andere menselijke lid van Reys crew, Poe, vormt een setje met Zorri Bliss, die zich kleedt alsof ze uit een Marvel-film is weggelopen (een ander Disney-bedrijf). Ik ben benieuwd wat daarvan de bedoeling is.

Ondanks alle elementen die eerder een commercieel dan cinematografisch doel lijken te dienen is Rise of Skywalker een prima-actiefilm. Het buitelt, draait en schiet als een dolle, met rustige scenes tussendoor om op adem te komen. Het plot is coherent, zij het opnieuw zonder enige verrassing. De decors en effecten zijn dik in orde. En de film sluit af met een mooie verwijzing naar die eerste film uit 1977, zodat de sage van de Luke Skywalker nu echt is afgerond. De vraag is wel hoe lang de Star Wars formule in Disney-handen houdbaar blijft.

Nog een Japans boek dat op de stapel lang: Silence van Shusaku Endo, drie jaar geleden verfilmd door Martin Scorcese. In de previews daarvan kwam nogal de nadruk te liggen op fysieke martelingen, die in het boek wel een rol spelen, maar er niet centraal staan. De roman uit 1966 gaat over de geestelijke kwellingen van een jonge Portugese priester in Japan.

De context is even eenvoudig als onverbiddelijk. In het Japan van 1640 staat christenen, als ze ontdekt worden, de doodstraf te wachten. Twee Portugese priesters nemen het op zich om de verdrukte gelovigen bij te staan en gaan clandestien aan land. Daar komen ze er al snel achter dat hun aanwezigheid leidt tot een verhoogde jacht op de lokale christenen, die meermaals hun leven geven om de twee priesters te beschermen. Een van de priesters vindt de marteldood, de ander wordt in leven gehouden. De bedoeling is dat hij, als voorbeeld voor de christenen, zijn geloof publiekelijk zal opgeven onder dreiging van marteling.

Lees meer Shusaku Endo: Silence

De hele kleine zaal van de Rotterdamse Schouwburg staat weer vol maquettes voor de nieuwe voorstelling van Hotel Modern, Ons Wereldrijk. De drie poppenspelers gaan met beeld- en geluidseffecten erdoorheen. Het publiek volgt het geheel via een groot scherm waarop de verrichtingen via kleine camera’s in handen van de spelers in beeld komt.

Drie episodes uit het begin van de Nederlandse aanwezigheid in de Indonesische archipel passeren: de onderwerping van Ambon, de slachtig op de Banda eilanden en de ondergang van het Javaanse koninkrijk Mataram. Ze laten zien hoe Nederland handig gebruik maakte van lokale conflicten om partijen tegen elkaar uit te spelen en zelf als alleenheerser boven te komen drijven. De geur van kruitdampen hangt op een gegeven moment in de zaal.

Het is, net als de twee voorgaande voorstellingen Kamp en de Grote Oorlog, weer een prachtig geheel dat Hotel Modern tot leven wekt. De poppetjes die met draadjes en stokjes bewogen worden, passen mooi in de Javaanse wayangtraditie. Omdat het verhaal minder bekend is dan dat van Auschwitz en de loopgraven, komt er wel meer verhalende tekst aan te pas. Na afloop mag het publiek de maquettes van dichtbij bekijken, om zich te verwonderen hoe klein en kwetsbaar het toneel is van het verhaal dat een paar minuten eerder nog levensgroot op het scherm verscheen.

Geïnspireerd doordat ik onlangs voor Boek & Meester de bundel met Japanse reisverhalen van Cees Nooteboom moest lezen, pakte ik een Japanse klassieker van de plank met nog te lezen boeken: Kokoro van Natsume Soseki. De titel is in het Nederlands vertaald als ‘De wegen van het hart’, maar het woord drukt iets uit in de driehoek van hart, ziel en diepste gevoelens. Kokoro gaat nergens heen, het ís.

Het verhaal wordt in drie delen verteld. Het eerste gaat over de relatie tussen een naamloze leerling en diens even naamloze meester. De meester vindt dat hij niets te doceren heeft, ook niet als de leerling aandringt. De onuitgesproken les is dat de leerling door zijn meester te doorgronden het leven moet leren begrijpen. In het tweede deel gaat de leerling terug naar zijn geboortedorp om zijn stervende vader nabij te zijn. Ondertussen sterft de meester, maar niet voordat hij een lange brief aan zijn leerling (derde deel) heeft gestuurd waarin hij uitlegt hoe zijn leven heeft kunnen mislukken.

Kokoro, uit 1914, geldt als de eerste moderne Japanse roman. Hij is traag, met de nodige herhaling, maar de 110 korte hoofdstukken houden niettemin de aandacht vast (het werd oorspronkelijk als feuilleton in een krant gepubliceerd). Het gaat over de relatie tussen meester en leerling, maar tegelijkertijd op een symbolisch niveau over de industrialisering van Japan gedurende het Meiji-tijdperk, dat wil zeggen de teloorgang van oude tradities in de overgang naar een nieuwe tijd. Het is zo’n boek dat na een eeuw nog niets aan zeggingskracht heeft verloren.

Vorige week maandag was de laatste aflevering van Boek & Meester van dit jaar. Cees Nooteboom sprak met Ernest van der Kwast over zijn twee jongste boeken, over Venetië en Japan, maar ook over hoe het reizen in de afgelopen decennia is veranderd. Zo’n 250 mensen waren erbij. Gelukkig heeft Arminius ook een balkon vanwaar het gesprek goed te volgen was. Wie er niet bij was: het gesprek valt nog integraal te bekijken.

Het was een waardige afsluiter van een jaar waarin we ook Guillermo Arriaga, David Vann, Willy Vlautin, Reni Eddo-Lodge, Leila Slimani en Tash Aw ontvingen. De laatste was als schrijver mijn favoriet, al is hij nog minder bekend in Nederland. Een aantal van hen deed alleen bij Boek & Meester een publiek interview tijdens hun bezoek aan Nederland. Zo zetten we internationale literatuur gestaag op de Rotterdamse kaart. Met name voor Eddo-Lodge, die in de weken voor haar komst breed de pers gehaald had, kwamen mensen uit het hele land naar de stad.

Het lijkt eenvoudig: je nodigt een schrijver uit, stelt een lijstje vragen op en je programma is klaar. Maar zo werkt het niet. Een succesvol interviewprogramma vergt tientallen uren voorbereiding.

Lees meer Achter de schermen bij Boek &?038; Meester

“Mijn linkeroor is eens uitgescheurd toen mijn opa mij drie kussen gaf. Hij pakte me altijd bij mijn oren en die dag heel hard. Met een spiegeltje zag ik dat het bloedde, maar niemand geloofde dat het daarvan kwam. (…) Mijn opa had mijn oma in de oorlog van een Amsterdammer in een loopgraaf bij Stalingrad gekocht. Een jongen die net als mijn opa naar de Duitsers was overgelopen.”

Die zinnen op de eerste pagina van Niemand keek omhoog namen mij meteen in voor de roman van Evelien Vos. Het is precies het soort gekte dat de opmaat is naar een inventief verhaal dat niettemin beide voeten op de grond houdt. Fris geschreven in de korte zinnen waar Nederlandse lezers, redacteuren en auteurs zo dol op zijn. Gelukkig zondigt Vos regelmatig tegen die conventie.

Het verhaal gaat over Lucy, een twintiger die niet goed weet wat ze met haar leven moet en in het tweede deel van het boek min of meer zonder plan naar Madrid verhuist om daar een bestaan op te bouwen als vertaalster. In het derde deel volgt een dramatische tournure waar ik niks over zeggen ga. Het is allemaal wat droefjes zonder zwaarmoedig te worden – knap gedaan van Evelien Vos.

Toch loste de roman voor mij de belofte van de eerste pagina niet echt in. Daarna komt het verhaal namelijk snel in het gareel van de Nederlandse debuutroman: een hoofdpersoon die dicht bij de auteur staat, veel alledaagse mijmeringen, een vleugje seks, een onverwachte wending die naar het slot toewerkt. Allemaal keurig netjes en zeker niet slecht, maar nog niet de auteur met een eigen geluid die zich op de eerste pagina aankondigde.