Porfolio cultuur: strategie en businessplannen

Witte de With, de animatie: Dubbelwit

Komende zaterdag vindt bij Donner, tijdens de talkshow History Matters, de première plaats van Dubbelwit, een animatie over het leven van Witte de With en zijn hedendaagse koloniale erfenis. Het is een uitvloeisel van een project dat mijn stichting Letterhaven eerder realiseerde rondom het grafmonument van Witte de With in de Laurenskerk Rotterdam.

De animatie brengt niet alleen Witte de With zelf tot leven, maar ook de drie kunstwerken die Letterhaven toen liet maken om het grafmonument in een context te plaatsen.

The Beatles op de Beukelsdijk

Ruim 25 jaar geleden schreef ik voor het toenmalige literaire tijdschrift Pa§ionate een verhaal over een garagehouder aan de Beukelsdijk te Rotterdam die zijn hele leven teert op één toevallige ontmoeting. Dat hele verhaal was aan mijn fantasie ontsproten, op één detail na: The Beatles waren op 17 augustus 1960 daadwerkelijk in een busje met negen mannen en een vrouw van de boot in Hoek van Holland komen rijden, op weg naar Hamburg.

Enige tijd geleden werd ik benaderd door Kees van der Zwan, eindredacteur van het tijdschrift Onze Taal, die erkende een obsessie voor dat verhaal te hebben ontwikkeld. Hij had aanvankelijk gedacht dat de betreffende garagehouder daadwerkelijk bestaan had, maar kon hem niet traceren en klopte dus mij aan om te vragen hoe het zat. Kees’ verdere speurtocht valt na te lezen in de recente editie van Kroniek, het magazine van het Historisch Genootschap Roterodamum (nr 42, hier te downloaden).

Lees verder The Beatles op de Beukelsdijk

Elif Shafak: There are rivers in the sky

There are rivers in the sky van Elif Shafak weeft drie verhalen door elkaar, waarvan je uiteraard weet dat die tegen het eind bij elkaar gaan komen. Alle drie gaan ze over water, in het bijzonder het water van de Tigris en de stad Nineveh die ooit aan die rivier lag. Eerder las ik van Shafak 10 Minutes 38 Seconds in This Strange World.

Het eerste verhaal gaat over een Londens wonderkind dat zich halverwege de negentiende eeuw ontpopt tot Assyrioloog. Hij trekt naar de overblijfselen van Nineveh op zoek naar een ontbrekende kleitablet van het Gilgamesh epos. Het tweede verhaal draait om een meisje dat vlakbij de ruïnes woont als in 2014 Islamitische Staat dood en verderf zaait. In het derde verhaal staat een jonge Londense vrouw centraal met roots in het stroomgebied van de Tigris.

Elif Shafak is een uitstekende schrijfster, met een vloeiende stijl en een perfect neus voor de juiste spanningboog. Ik heb het boek in één ruk uitgelezen. Als ze tegen het slot de eindjes aan elkaar moet knopen, heeft Shafak helaas nog veel onwaarschijnlijkheden nodig, zoals de huisbaas van de Londense die ineens ook Assyrioloog blijkt te zijn – op zich netjes voorbereid in het plot, maar toch wat geforceerd.

Gerwin van der Werf: De krater

Boekenweekgeschenken zijn doorgaans vluggertjes met beperkte literaire waarde. Daarom is het een goed idee dat het CPNB dit jaar is teruggekeerd naar het oorspronkelijke concept, waarbij erkende auteurs anoniem iets kunnen inzenden waar ze langer op hebben kunnen broeden, in plaats van dat een aangezochte, zeer vereerde schrijver snel iets in elkaar moet flansen. De krater van Gerwin van der Werf is namelijk een prima, doorwrochte novelle.

De zestienjarige Eden heeft bedacht dat ze haar broertje Benjamin van zijn depressie gaat redden door hem samen met haar oudere broer Johnny (die een rijbewijs heeft) naar de krater van Steinheim te rijden. Benji is immers gek op meteorieten en als hij dan eenmaal Steinhem bezocht heeft, krijgt hij vast weer zin in het leven. Een geniaal plan, in elk geval als je zestien jaar bent. Dat niet alles loop zoals Eden het bedacht heeft, spreekt voor zich.

De novelle is een luchtige roadtrip met een serieuze ondertoon. Nuchter, liefdevol en met gevoel voor humor verteld door Van der Werf, die het verhaal tegen het eind wat te vol laadt met onnodige zijpaden (hallucinaties en genderissues). Met veel plezier gelezen.

Safae el Khannoussi: Oroppa

Oroppa, de gelauwerde roman van Safae el Khannoussi, begint met een oude vrouw die opstaat uit de dood, om vervolgens in het eerste van vier delen over te gaan op elkaar heen buitelende anekdotes. Gelukkig bleef het daarbij qua parallellen met mijn eigen Magda is overal. Het geeft toch een beetje een unheimisch gevoel als iemand op dezelfde ideeën gekomen is als jij.

De roman gaat over het leven van Salomé Abergel, een Marokkaanse van Joodse komaf, die jarenlang gevangen heeft gezeten onder het schrikbewind van Mohammed V en daarna een succesvol bestaan als kunstenaar in Amsterdam heeft opgebouwd. In het begin van het verhaal verdwijnt ze van de aardbodem. De reden daarvoor wordt duidelijk in de loop van het relaas van een van haar beulen, dat het tweede deel van de roman vormt. Op een abstracter niveau gaat de roman over macht en machteloosheid.

Oroppa zit plotmatig vernuftig in elkaar. In het eerste deel worden enkele lijntjes uitgezet die niet terugkeren, wat doet vermoeden dat het oorspronkelijke manuscript dikker was maar door de uitgeverij onnavolgbaar werd bevonden. Her en der zitten nog wat sporen van studentikoos taalgebruik – misschien oudere passages? Maar al met al vond ik dat deze roman absoluut de superlatieven verdient waarmee ze is overladen.

Han Kang: Greek Lessons

Greek lessons is de tweede roman van Han Kang, die ik las na De Vegetariër. Het is een intieme vertelling over een Koreaanse leraar oud-Grieks, die blind aan het worden is, en een cursist die lang geleden haar spraak verloor. Beiden vertellen, langs elkaar heen, over hun levensloop. Pas tegen het eind brengt een noodlottig voorval hen dichter bij elkaar.

Han Kang heeft de gave om mensen te portretteren door hun kleine, dagelijks bezigheden te beschrijven, afgewisseld met meer beschouwende passages en associatieve, poëtische teksten, zonder dat het gekunsteld wordt. Niet alleen knap, maar ook effectief, in de zin dat sympathie voor de beide ploeteraars zich van je meester maakt.

Sidenote: vooraf vroeg ik me af waarom er in Korea in ’s hemelsnaam lessen oud-Grieks gegeven worden. Tot het boek me herinnerde aan de groei van het christendom in dat land en dus belangstelling voor de taal waarin het Nieuwe Testament geschreven is.

Alain Mabanckou – Broken Glass

Quartier Trois Cents is een arbeidersbuurt in Pointe-Noire, de economische hoofdstand van de Republiek Congo (Brazzaville). Het is de plek waar schrijver Alian Mabanckou opgroeide en waar veel van zijn romans zich afspelen. Dat geldt ook voor Broken Glass, waarin een aan lager wal geraakte leraar het leven van de stamgasten in de bar Credit Gone West beschrijft. Zoals je mag verwachten gaat het vooral over alcohol en lagere menselijke driften, met af en toe een vleugje mededogen.

Vanwege het ontbreken van interpunctie – het is tenslotte de semi-coherente monoloog van een dronkelap – moest ik me er even toe zetten, maar als je eenmaal in de flow zit, leest het lekker weg. Dat het zich in een straatarm Afrikaans land afspeelt, komt slechts zijdelings aan bod, bijvoorbeeld als een van de stamgasten vertelt over het onbedoelde racisme van de Franse schoonouders die hij ooit had. Verder zou de bar overal kunnen staan. Dat vond ik ergens wel weer jammer.

Esther Kinsky – Rombo

Eigenlijk zijn boeken als Rombo van Esther Kinsky niet aan mij besteed. Het is een nagenoeg plotloze verzameling impressies: veel landschapsbeschrijvingen, passages uit encyclopedieën en verhalen van bewoners uit het dal in Friulië dat in mei 1976 getroffen werd door een zware aardbeving, met heftige naschokken in september. De natuurramp verandert niet alleen mensenlevens, maar ook het landschap.

Toch heb ik het boek gefascineerd zitten lezen. Gewoon omdat het op niks anders leek. Kinsky wisselt moeiteloos van stijl tussen de afstandelijke landschapsbeschrijvingen en empathische menselijke verhalen, zelfs zonder dat het nadrukkelijk opvalt (in het eerste geval zijn de zinnen wat langer – dat is een van de tekenen). En als het af en toe wat wijdlopig werd, kon ik rustig een stukje overslaan, in de wetenschap dat ik toch geen belangrijke plotinformatie zou missen.

Gerda Blees: Wij zijn licht

Het uitgangspunt van Wij zijn licht, de bekroonde debuutroman van Gerda Blees, is een krantenberichtje over een woongemeenschap die besloot te gaan leven van het licht. Energie uit voedsel was niet meer nodig. Dat ging goed tot een van hen overleed aan ondervoeding. Blees’ roman is nadrukkelijk geen reconstructie maar een poging zich in te leven wat mensen beweegt om elkaar op deze manier gek te maken.

Bijzonder aan het boek is vooral de wijze van vertellen. Er is een alwetende verteller, die in ieder hoofdstuk een andere gedaante aanneemt, van voorwerpen tot abstracties. In het slothoofdstuk is de verteller het licht zelf. Halverwege is het verhaal zelf de verteller en geeft alvast aan de lezer weg wat er de komende bladzijden te gebeuren staat. Mooi gevonden, maar op een gegeven moment vond ik het een beetje geforceerd aandoen.